bazbo – de wereld van Bas Langereis

Bas Langereis leest u voor!

20-01-2022

Vijftien jaar schrijven voor FOK! – bazbo’s jubilieum

Filed under: Publicaties voor FOK! - 2022 — bazbo @ 01:00

‘Godverkut, dames en heren. Is die pipo hier nu nog steeds? Sinds 18 januari 2007 – eergisteren dus maar liefst vijftien jaar, hoe houden we het hier nog uit? – plaatst hij zijn misselijkmakende stukjes hier op de Voorpagina van FOK!. De eerste zeven jaar deed hij dat wekelijks of vaker; de afgelopen zeven jaren verschijnen zijn verhalen tweewekelijks en sinds een jaar of twee ook weer op de zo vertrouwde donderdagmorgen. Dames en heren, FOK! had zo mooi kunnen zijn zonder hem, maar hier is hij dan toch: bazbo!’

(Niemand klapt. Iedereen heeft zijn microfoon uit staan.)

‘Bas, van harte welkom, ga zitten. Wat wil je drinken? Ik heb wijn en water. Het zal wel weer water moeten zijn.’
‘Doe maar even niks, Adriaan. Anders moet ik steeds naar de wc.’
‘Lekker goedkoop. Hoe gaat het met je?’
‘Je wilt het niet weten.’
‘Jawel! Anders vroeg ik het toch niet?’
‘Jij bent toch ook maar gewoon van de redactie? Dan zoek je naar nieuwtjes en scoops om mee te scoren, zodat de kijkcijfers hoog zijn. Je bent niet écht geïnteresseerd in mij. Wat kennen wij elkaar nou helemaal?’
‘Nou, ik ken jou wel, hoor. Je hebt hier in de afgelopen vijftien jaar al zo veel geschreven over jezelf, dat we een redelijk gedetailleerd beeld hebben van hoe en wie jij …’
‘O kut. Krijgen we dat weer.’
‘Wat?’
‘Dat je me denkt te kennen op basis van een paar regels die ik schrijf.’
‘Dat is niet zo?’
‘Nee.’
‘Nee?’
‘Nee.’

(Er loggen nog wat laatkomers in. Iemand heeft zijn microfoon aan staan en laat een boer. Bij een ander zien we een kat over het toetsenbord lopen.)

‘Iets anders dan. Waar heb je het afgelopen jaar 2021 zoal over geschreven?’
‘Ik verwijs je naar de vijfentwintig stukjes. Daar staat alles in.’
‘Doe nou even niet zo flauw. Waar gingen die stukjes over?’
‘Die heb je dus kennelijk niet gelezen. Ze gaan al vijftien jaar over dagelijkse dingen en kleine avonturen, al dan niet in het echt gebeurd of compleet verzonnen.’
‘Fijn, daar worden we wijzer van.’
‘Wijzer worden is niet het doel dat ik bij de lezer wil bereiken met mijn stukjes. Voor mij is het belangrijkste dat de lezer zich een minuut of wat vermaakt, dat hij of zij een moment glimlacht of een traan laat of nadenkt, dat hij korte tijd uit zijn eigen werkelijkheid is en zich verplaatst in een andere werkelijkheid, dat dit verschrikkelijke leven even wat minder verschrikkelijk is. Maar als iemand er iets van leert, is dat ook mooi meegenomen. Net als de nieuwe fiets van de buurman.’
‘Huh? Wat is er met de nieuwe fiets van je buurman?’
‘Die had hij neergezet midden in de Hoofdstraat hier in ons zo majestueuze Apeldoorn, terwijl daar een parkeerverbod voor fietsen is. De gemeente is daar erg streng op en verwijdert foutief gestalde fietsen. De nieuwe fiets van de buurman stond goed op slot, maar was ook mooi meegenomen.’
‘Ach zo.’
‘Ja.’
‘Maar je hebt er niet over geschreven.’
‘Nee.’
‘Waarom niet?’
‘Zó’n enorm avontuur was het nou ook weer niet en daarbij: ik heb maar vijfentwintig stukjes in een jaar, dus ik moet zuinig zijn met de beschikbare ruimte.’
‘Maar er is bijna geen andere columnist meer. Jij bent zowat de enige nog. Je zou zo dagelijks kunnen publiceren op FOK!.’
‘Ik heb nog geen aanbieding gehad.’
‘Wat voor aanbieding?’
‘Dat ik dat kan of mag doen en tegen welk tarief. Als ik er een beetje van zou kunnen rondkomen, zou ik het zeker overwegen.’

(Aanmoedigend applaus van achter de laptops. We horen het niet, want alle microfoons staan nu uit, maar aan de bewegingen te zien is iedereen enthousiast.)

‘Bas, wat waren voor jou de hoogtepunten in 2021?’
‘Ik praat niet graag in het openbaar over mijn seksleven.’
‘Is het zo slecht, dan?’
‘Nee, verre daarvan. Maar ik wil niemand jaloers maken.’
‘En op het gebied van je schrijverij, wat waren de uitschieters in 2021?’
‘Het is me weer gelukt om vijfentwintig stukjes te schrijven.’
‘En op welke daarvan ben je het meest trots?’
‘Dat is net zo’n vraag als wie mijn favoriete kind zou zijn.’
‘Interessante wending. Wie is jouw favoriete kind?’
‘Mijn zoon. De oudste. Hij is ook de jongste. We hebben maar een zoon.’
‘En waarom ben je op hem trotser dan op je dochter of dochters?’
‘Ik heb geen dochter.’
‘Terug naar de verhalen in 2021, dan.’
‘Nou, vooruit.’
‘Zijn er nog bijzondere verhalen verschenen?’
‘Ik vind ze allemaal bijzonder. Ik heb al mijn kinderen even lief.’
‘Nou, zal ik dan maar een voorzetje geven, Bas? Voordat het een eindeloze en zinloze woordenwisseling wordt?’
‘Nou, vooruit.’

(De meeste kijkers en luisteraars hebben nu niet alleen hun microfoon, maar ook hun camera uit gezet.)

‘Zag ik nou goed dat die ene serie van je is afgelopen?’
‘Die ene, Adriaan? Welke bedoel je?’
‘Die ene over die man.’
‘Die ene over die man, Adriaan? Welke bedoel je?’
‘Ah, je weet wel. Welke serie van je is afgelopen jaar ten einde gekomen?’
‘De serie over Roland Haamschaar.’
‘Heette die man niet Ronald Haamschaar?’
‘Dat zou maar zo kunnen, Adriaan. Ik haalde het zelf nog wel eens door elkaar.’
‘Maar de serie is ten einde?’
‘Ja. Klaar. Af. Voltooid. Afgelopen. Finito.’
‘Waarom?’
‘Omdat er niets meer over hem te schrijven viel, Adriaan. De serie heeft een paar jaar geduurd en gelopen. Aanvankelijk leken het losse verhalen, maar langzaam ontwikkelde zich een verhaallijn, waarin bloed, moord en hoeren een rol gingen spelen. Met dank aan die goeie ouwe tuvokki. Aan het eind van de serie bleek de hoofdpersoon Roland Haamschaar of Ronald Haamschaar of hoe die pipo ook weer heette een psychopathische seriemoordenaar en werd hij gearresteerd. Wat wil je dat ik er nog meer over schrijf?’
‘En die andere serie van je?’
‘Welke andere serie?’
‘Die over jouzelf als schrijver, Bas. Die serie die heet ook Schrijver, geloof ik.’
‘Die serie gaat niet over mijzelf. Hoe vaak moet ik dat nog vertellen?’
‘Maar het gaat toch over een schrijver die allerlei psychische klachten heeft?’
‘Ja. En?’
‘Jij bent toch ook een schrijver?’
‘En ik heb toch ook psychische klachten? Luister eens, Adriaan. Ik heb je dit vorig jaar ook al verteld en volgens mij het jaar daarvoor ook. En het jaar daarvoor. Die serie gaat niet over mij. De hoofdpersoon lijkt misschien op mij, maar hij blijft stil staan en ik ben ondertussen al tig stappen verder. Ik heb je ook verteld dat ik een nieuw verhaal moet ‘herkennen’ als onderdeel van die serie en nou, toevallig heb ik afgelopen jaar weinig verhalen gemaakt of kunnen maken die ik ‘herkende’ als onderdeel van die serie Schrijver. Ik weet ook niet of die verhalen zich in de toekomst nog gaan openbaren. Dat moeten we afwachten.’

(De ene luisteraar die zijn microfoon aan heeft staan, brengt snurkgeluiden voort. Adriaan zet hem op ‘mute’. De overige kijkers en luisteraars zijn uit zichzelf stil.)

‘Bas, vorige keer vertelde je dat jij geen columns over de actualiteit schrijft. Iets met wat actueel is of tijdgebonden of weet ik veel. Je maakt het liefst verhalen, zei je.’
‘Dat klopt, Adriaan. Maar wat is je vraag?’
‘Toch plaatste je een maand of wat geleden een heel lang stuk over de klimaatproblematiek.’
‘Dat klopt, Adriaan. Maar wat is je vraag?’
‘Waarom dan, godverdomme!?’
‘Omdat er iets speelde dat me hoog zat. Een zeer verontrustend rapport van tientallen vooraanstaande wetenschappers, waarin zij allerlei onderzoeken van de afgelopen paar jaar naar de klimaatcatastrofe bundelen, verscheen en was kort in het nieuws. In diezelfde week werd bekend dat de Formule 1 op Zandvoort in september ging starten, een uiterst vervuilend evenement, dat natuur in de omgeving bedreigt. Daar werd ik boos van. We weten dat het niet goed gaat met de aarde, maar we moeten ons wel kunnen blijven vermaken met autoraces. Schiet mij maar lek. Dus daarover moest ik schrijven.’
‘Wat had je verwacht?’
‘Nou, dat ik als klimaatdrammer de wind van voren zou krijgen van alle FOK!kers. Tientallen, zo niet honderden posts van afkeuring en dat ik niets wist en een klimaatwappie was en maar beter dood zou moeten. Dat ik compleet neergesabeld en afgefikt en bedreigd via de achteruitgang het pand zou moeten verlaten.’
‘En wat was het resultaat? Hoe waren de reacties?’
‘Enkele tientallen keren was mijn stuk aangeklikt en er waren drie reacties, waarvan eentje inhoudelijk zinvol.’
‘En nu?’
‘Nu? Nou, niks. Ik zal heus nog wel eens een keer iets actueels maken, maar ik blijf liever bij de verhalen. Daar ga ik misschien wel gewoon mee door.’
‘Misschien?’
‘Ja, ik twijfel. Of ik hier mijn stukjes nog wel moet droppen. Waar bezoekers van FOK! massaal op klikken zijn de nieuwsberichten over COVID, over demonstraties, over rechts-extremisten, over een beter leven voor kippen en dan gaat het er vooral om stoer en boos en kwetsend te zijn en de schuld te geven aan linksen, anderstaligen, migranten, islamieten, complotdenkers, religieuzen en gevaccineerden. De groep vaste lezers lijkt steeds kleiner. Ik dank hen overigens hartelijk voor het trouwe lezen en voor de serieuze en bemoedigende reacties. Van de oude ploeg columnisten is niets meer over. Alleen Bornfree plaatst heel af en toe nog wat. Ik heb ook nog eens een nieuwe werkplek en …’
‘O, kut.’
‘…ja…’
‘Gaan we weer.’
‘… en ik weet niet of ik de tijd en de energie nog wel kan blijven vinden om met de regelmaat van eens in de twee weken een verhaal met een kop en een staart te maken. Ik zit de godganse dag al achter een beeldscherm en dan zal ik dat in mijn vrije tijd ook nog eens gaan doen? Hoe graag ik ook schrijf, ’s avonds en in de weekenden thuis zijn er andere leuke dingen. Maar ik praat niet graag in het openbaar over mijn seksleven.’
‘Nou, fraai is dat. Dan laten we het hierbij. Tot volgend jaar.’
‘Misschien.’

(Het publiek verlaat het online overleg.)


Apeldoorn, januari 2022

Hier lees je ‘m op FOK!.

• • •
 

06-01-2022

Gêne – Lotgenoten (0029)

Filed under: Publicaties voor FOK! - 2022 — bazbo @ 01:00

Lotgenoten,

Ik zie honderden zo niet duizenden van die winkels in het straatbeeld en nog nooit heb ik er eentje bezocht. Tot nu dan. Wie had dat ooit gedacht, dat ik zo’n winkel nog eens zou betreden? Ikzelf ben wel de laatste. Nee, het gaat niet om de zaak met erotische artikelen, mocht u dat denken. Ik zal niet zeggen dat ik daar kind aan huis ben – je kunt het aantal bezoeken tellen op de vingers van een hand en dan houd je nog een vinger over ook -, maar daar durf ik tegenwoordig wel zonder enige gêne naar binnen. Dat is bij dit type zaak wel anders.

Een week ervoor had ik op de markt de grote kraam bezocht en daar zouden ze een door mij begeerd object bestellen en de week erop kunnen leveren. Welnu, nu was het een week erop en helaas, ze konden mij het niet leveren. Ik had vluchtig online gezocht en in die vluchtige vaart niets kunnen vinden. Dus zat er even niets anders op.
Ik keek om me heen of niemand zag dat ik hier naar binnen zou gaan en toen de kust veilig was, greep ik mijn kans. Ik zette mijn mondneusmasker op en duwde met mijn schouder de winkeldeur open.

‘Goedemorgen, mevrouw.’
‘Goedemorgen,’ zei ik.
‘O, pardon. Meneer.’
‘Geeft niet, hoor,’ zei ik. ‘Het gebeurt me vaker.’ Ik wees op mijn lange grijze krullen die tot ver over mijn schouderbladen hingen.
‘Ik heb ook lang haar,’ zei hij met een rood hoofd. ‘Ik heb…’ Hij keek opzij en wees op het knotje achter op zijn hoofd.
‘Maar bij u komt de lange baard onder het mondneusmasker uit.’ Dus dat is gemakkelijk, dacht ik. Ik vroeg me overigens af van welk continent deze jongeman afkomstig was. Zijn lange zwarte baard en zwarte haren en licht getinte huid en donkere ogen deden me iets Mediterraans vermoeden, maar voor hetzelfde geld was het Indiaas of iets uit Zuid- of Midden-Amerika, weet ik ook veel. Ik kon het niet goed zien en wilde de knaap niet al te lang in z’n smoel turen.
‘Kan ik helpen?’
‘Nou, dat hoop ik toch wel.’ Ik sluip niet voor niets hier naar binnen. ‘Ik zoek een hoesje voor mijn telefoon. Kijk, het is een Pipo Reet-o 5.’
Hij schudde zijn hoofd. ‘Die heb ik niet.’ Zijn ogen glommen.
‘Dat verbaast me niet,’ zei ik. ‘Het model is net uit. Maar kunt u kijken of u het voor mij kunt bestellen?’
‘Maandag heb ik.’
Moest hij dat niet nakijken ergens in een computerbestand? Of wist hij dit allemaal uit zijn blote hoofd? Knap, hoor. Hoewel, zo bloot was zijn hoofd niet met al dat haar. ‘Maandag?’ zei ik. ‘Dat is overmorgen. Dat is niet erg. Ik woon hier vlakbij, dan kom ik maandag nog even langs.’
‘Ik heb veel op voorraad. Dit niet. Deze telefoon heeft geen toekomst. Meeste mensen kopen model van grote bedrijven, daar er is veel vraag naar. Apple en Samsung, die heb ik wel. Ik heb voorraad van Apple en Samsung of Huawei, kijk maar hier.’ Hij wees zijn winkel rond. ‘Ik niet investeer in artikel van kleine bedrijf. Die gaat op den duur toch weg. Dan ik zit met voorraad. Hoe heet toestel, zei u? Poepo? Die geen toekomst, want aandeelhouder niet geïnteresseerd.’
Ik keek hem aan. Ik dacht: Maar dat vroeg ik toch helemaal niet? Ik vroeg: ‘Wilt u het hoesje voor mij bestellen? Zo’n boekachtig ding en zwart graag. Dan kom ik maandag wel weer even langs.’
‘Is goed. Nog even uw …’ De jongeman keek om zich heen en graaide in allerlei stapels dozen, paperassen, hoezen, rotzooi. Toen liep hij de opslagruimte achter de toonbank in, maar kwam ook snel met lege handen weer terug. Hij bukte en haalde uit een doos die op de grond stond een prop papier. Die vouwde hij open. ‘Nu pen.’ Ik wilde er eentje uit de binnenzak van mijn jas pakken, maar hij had zich alweer omgedraaid. Hij deed lades open en dicht, graaide weer in allerlei stapels dozen, paperassen, hoezen, rotzooi. Opnieuw liep hij de opslagruimte achter de toonbank in en ik zag hem daar van een plank iets pakken. Zowaar, een pen.
‘Mijn gegevens?’ vroeg ik. Ik noemde mijn achternaam en mijn mobiele telefoonnummer. Hoe of ik deze nieuwe telefoon moest opnemen als iemand belde: geen idee nog. In de afgelopen week had nog niemand mij gebeld, gelukkig.
‘Ik ga regelen,’ zei hij.
‘Tot maandag.’

Helaas kon ik pas woensdag naar de winkel. De hoes was er niet. ‘Bestaat niet,’ zei hij.
‘Dat kan natuurlijk,’ zei ik. ‘Zoals ik al zei: het model is net uit. Komt vast nog wel.’
Ik zag hem denken: Deze telefoon heeft geen toekomst.
‘Bedankt voor de moeite’ zei ik. ‘Tot ziens.’ Maar ik dacht het niet.
Waarom had hij mij niet even gebeld? Niet dat ik het erg vond om even om te lopen, maar wel dat ik nogmaals zo’n smartfoonshop binnen zou moeten gaan. Bovendien vroeg ik me af waarom hij mijn gegevens eigenlijk had genoteerd. En niet even op internet had gezocht waar een dergelijk hoesje te bestellen. Want dat had ik natuurlijk drie dagen ervoor – op zondag, alle tijd – zelf ook al gedaan. Ik liep naar huis, zette de computer aan en plaatste mijn bestelling.

Wat een avonturen weer.


Apeldoorn, december 2021

Hier lees je ‘m op FOK!.

Meer publicaties voor FOK! lezen? Hier vind je de stukken uit 2021.

• • •