bazbo 0581: Frank Zappa – Shut Up ‘N Play Yer Guitar (3LP box) Van de pot gerukt, dat zei ik toch al? In 1981 bracht Zappa drie elpees uit vol met gitaarsolo’s. Aanvankelijk waren Shut Up ‘N Play Yer Guitar, Shut Up ‘N Play Yer Guitar Some More en The Return Of The Son Of Shut Up ‘N Play Yer Guitar alleen via zijn posterorderbedrijf te krijgen, maar in de loop van 1981 verscheen deze vette driedubbelelpeedoos. Zappa had van allerlei nummers uit shows in Londen february 1979 en oktober-december 1980 de gitaarsolo geknipt. Wat we horen lijkt saai (de solo uit het stuk Inca Roads komt een keer of vier voorbij), maar niets is minder waar. Zappa stond er toch al niet bekend om dat ieder concert hetzelfde was; zijn gitaarsoli noemde hij steevast ‘instant composing’. Het vliegt werkelijk alle kanten uit, van lyrisch tot melodieus, van venijnig tot abstract. En nogmaals: wat een debiel goed gitaargeluid had hij toch. Ik heb deze doos in de Ankcollectie en het is een originele Europese uitgave uit 1981. Hoogtepunten eruit noemen is ondoenlijk, maar heel heel heel bijzonder zijn Treacherous Cretins, Ship Ahoy, The Deathless Horsie, Pink Napkins en Canard Du Jour. Dat laatste stuk is de enige studio-opname: een duet tussen Zappa op bouzoukigitaar en Jean-Luc Ponty op viool. Bijna twee uur gitaarvertier. Later zou Zappa het nog eens overdoen met de dubbelcd Guitar en Trance-Fusion. Alsof er nog niet genoeg gitaarwerk op zijn ‘reguliere’ platen stond. Van de pot gerukt. Maar lekker.
Ja, ik draai al mijn vinylplaten. Iemand op het FOK!forum was op 4 juni 2018 een project begonnen: hij draaide alle grammofoonplaten uit zijn kast van voor naar achter. Dat wilde ik ook! Maar ik had veel bezwaren. Op vrijdag 17 augustus gooide ik alle bezwaren aan de kant. Hieronder zie je welke platen ik draaide en bij iedere plaat vertel ik iets.
Yep, I’m playing all my vinyl records. Someone on the forum of the website FOK! started a project on June 4, 2018: he was playing all the records from his shelves in chronological order. I wanted to do that too! But I could only think of many, many objections. On Friday, August 17 2018, I threw all these objections aside. Below, you can see which records I played and I’m telling something with every record (in Dutch).
–
bazbo 0580: Frank Zappa – Tinsel Town Rebellion In 1980 kwam er geen Zappaplaat uit. Meneer lag weer eens overhoop met de zoveelste platenmaatschappij. Van 1981 tot en met 1984 maakte hij dat goed door met een ongelofelijke hoeveelheid materiaal te komen, het meeste uitgebracht door zijn eigen bedrijf. Tinsel Town Rebellion is (grotendeels) een liveplaat, met materiaal van de bands uit 1980. In die bands spelen dan onder andere zangers Ike Willis en Ray White, drummer Vinnie Colaiuta, bassisten Arhur Barrow en Patrick O’Hearn, toetsenisten Tommy Mars, Bob Harris en Peter Wolf, én gitaristen Denny Walley, Warren Cuccurullo en Steve Vai. Inderdaad, men wisselde nogal van samenstelling. De plaat start in de studio met een lekker seksistisch lied Fine Girl, dat overloopt van de vocale overdubs. Daarna komt Easy Meat, een mix van studio en live, waarin vooral de ‘orkestsectie’ en de randdebiele studiogitaarsolo opvalt. Daarna volgt een hele serie korte livestukken, waaronder klassiekers als Love Of My Life, I Ain’t Got No Heart en Tell Me You Love Me, in sneltreinvaart gebracht. Er is een gitaarsolo, een danswedstrijd en een uitgebreide oproep aan de dames in het publiek om hun onderbroek het podium op te gooien. Het titelnummer is een aanklacht tegen de muziekindustrie en de maakbaarheid van bandjes. Bamboozled By Love handelt over een man die zijn hem bedriegende vrouw om het leven brengt. Ook leuk. Helemaal aan het eind horen we een knappe en moderne versie van Brown Shoes Don’t Make It en een hippe Peaches En Regalia. Dit is een leuke plaat met een hoog meebrulgehalte. Slechts één exemplaar op vinyl hier: een Europese uit jaar van verschijnen 1981.
0580
–
bazbo 0579: Frank Zappa – Joe’s Garage – Acts II & III Ook in 1979 verscheen deze dubbelelpee. Ik zei toch dat het van de pot gerukt was? Op Acts II & III gaat de Joesaga verder en het wordt steeds absurder. Een van de absolute hoogtepunten is de moogsolo in Sy Borg, voorstellende een pijpbeurt door een stofzuiger. Die stofzuiger gaat uiteindelijk kapot doordat Joe het ding iets te hard afranselt tijdens een SM-sessie en hierdoor belandt Joe in de bak. U begrijpt het: Zappa op zijn best. Nog beter zijn de gitaarsolo’s. Op deze dubbelaar staan er nogal wat en ze zijn allemaal uitgevoerd volgens de ‘xenochrony’-techniek: het gitaarspoor van een nummer heeft Zappa geplakt over de basistracks van een heel ander nummer, liefst ook nog eens in een heel andere maatsoort. Het resultaat is verbazingwekkend. Enige uitzondering is de solo in Watermelon In Easter Hay, een van de allermooiste solo’s die Zappa ooit heeft gemaakt. Daarnaast andere prachtstukken: Keep It Greasey, Outside Now, Packard Goose; her en der strooit hij met bandfolklore en maatschappijkritiek en er zitten malle fratsen in: zo is Stick It Out een liedje dat Zappa al in 1971 op het podium speelde (tijdens de Sofa-routine). Ik heb ook van deze plaat exemplaren: Die uit de Ankcollectie is een Europese versie uit 1979; daarnaast heb ik zelf ooit ook eens een exemplaar gekocht (op een beurs vermoed ik, gezien het plasticfolie) en dat is exact eenzelfde.
0579
–
bazbo 0578: Frank Zappa – Joe’s Garage – Act I In 1979 was Zappa nogal van de pot gerukt. Niet alleen bracht hij een karrevracht aan muziek uit, ook verscheen dit album, een vertelling over muzikant en uitvreter Joe die een band begint in een land waar muziek bij wet is verboden. Allerlei bizarre figuren spelen weer een rol: een homoseksuele stofzuiger, een sekteleider, een groupie en The Central Scrutinizer, een soort Big Brother. Ultieme gekte met een boodschap, dus. Veel klassieke Zappanummers hier die veelvuldig live te horen waren: het titelnummer, Catholic Girls, Crew Slut, Wet T-Shirt Nite, Why Does It Hurt When I Pee en Lucille. Inmiddels was zanger Ike Willis aangesloten en hij is jarenlang dé stem voor Zappa’s muziek geweest. Ook rollen voor Warren Cuccurullo, Denny Walley, Tommy Mars, Vinnie Colaiuta, Ed Mann en anderen. Leuke plaat. Ik heb hem twee keer, twee Europese versies uit 1979. De ene zat in de Ankcollectie, de andere heb ik van een vriend gekregen die zijn exemplaar ging opruimen en hem mij voor mijn verjaardag gaf, enige jaren geleden.
0578
–
bazbo 0577: Frank Zappa – Orchestral Favorites Derde ‘Panter’-album. Deze komt uit 1979 en ik heb een orginele Duitsche versie uit dat jaar in de Ankcollectie, compleet met de spelfauten in de titels op de labels. Op deze plaat staan de orkestrale stukken (goh) die eigenlijk op Läther hadden moeten staan. Opener Strictly Genteel komt uit 200 Motels en is gelijk een binnenkomer van jewelste. Prachtige melodie, het lijkt of hij steeds herhaald wordt, maar het is echt iedere keer weer anders met een hoofdrol ook voor percussie. Pedro’s Dowry is wat abstracter en Naval Aviation In Art? is kort maar hemels. Kant twee begint met Duke Of Prunes, een melodie uit Absolutely Free (1967) en daarna klinkt het magistrale Bogus Pomp, dat een suite is van melodieën uit (alweer) 200 Motels. Naast het orkest horen we her en der wat andere instrumenten: Bozzio op drums, Bruce Fowler op trombone en een enkele gitaarsolo van Zappa zelf (Duke Of Prunes). Beetje vergeten pareltje uit de Zappacollectie, dit.
bazbo 0576: Frank Zappa – Bobby Brown (12″ single) Deze is mal. De single (van Sheik Yerbouti) die het vooral in Duitschland goed deed en nog altijd goed doet. Ik heb twee versies van de maxisingle. De eerste is een originele Duitsche uit 1979, die ik ooit kocht op het jaarlijkse Zappafestival in Bad Doberan, Duitschland. Deze maxisingle moet op 33 toeren en de uitloopgroef is bijna langer dan het (titel)nummer zelf. Op kant 2 staat Baby Snakes en dat liedje is mogelijk nóg korter: slechts 1 minuut en 50 seconden. De tweede is een Duitsche heruitgave uit 1991 op Zappa Records. Deze mag op 45 toeren en op de B-kant staan twee andere albumnummers: I Have Been In You en Dancing Fool (verkeerd gespeld). Ik heb een tijdje gretig alle singleversies van dit nummer verzameld (ik heb er dus ook een paar op 7″). Waarom? In 1997 ontdekte ik dat we hier in ons zo majestueuze Apeldoorn een band hebben die het werk van Zappa spelen: The FoolZ. Een jaar later ontdekte ik ook dat ze hun leadzanger kwijt waren. Kijk. Niet lang daarna stond ik in de oefenruimte een auditie te doen. Voor de grap. Ik weet dat ik helemaal geen goede stem heb en daar kwam de band ook achter, maar ze waren onder de indruk van mijn Bobby Brown. Heel lang reisde ik met de band mee naar optredens, hielp mee met sjouwen en opbouwen en als hun en mijn hoofd ernaar stond, speelden ze Bobby Brown en zong ik het op het podium. Nu al ruim tien jaar niet meer, hoor. Ik ben me steeds meer bewust van mijn tekortkomingen.
0576
–
bazbo 0575: Frank Zappa – Sheik Yerbouti Het is begin 1979. Ik ben dertien jaar en zie op televisie bij Toppop een mal clipje waarin (in mijn herinnering; ik weet helemaal niet of het echt zo was) een vent met een duidelijk neppe kaalkop en een bijzondere snor een gek lied zingt over disco. Veel begrijp ik niet, maar ik hoor duidelijk dat hij de draak steekt met het genre en met de mensen die er helemaal in mee gaan. Ik vind het uitermate grappig en denk: ‘Onthouden.’ Het liedje dat ik hoor is Dancin’ Fool van Frank Zappa en het staat op deze dubbelelpee uit 1979. Enkele liedjes hiervan stonden ook op Läther, zij het in een andere versie of mix. Bijzonder is hoe de plaat is opgenomen: de basisopnames zijn van liveoptredens uit 1978 in Hammersmith in Londen. Zappa heeft er later wagonladingen overdubs aan toegevoegd. Rubber Shirt is weer helemáál uitzonderlijk tot stand gekomen: een bassolopartij in 11/4 heeft hij geplakt over de drumpartij in 4/4 van een gitaarsolo uit een heel ander concert: een knap staaltje ‘xenochrony’, zoals Zappa de techniek zelf noemde. Zo staan er meer bijzondere uitkomsten op deze plaat. Wat is gebleven is de losse ‘feel’ en de live-energie. En wat een materiaal, zeg. De band is dan ook een van de besten die hij ooit heeft gehad (en hij heeft zeer veel zeer goede bands gehad): Terry Bozzio (drums), Patrick O’Hearn (bas), Adrian Belew (gitaar), Tommy Mars (toetsen), Peter Wolf (toetsen) en Ed Mann (percussie). I Have Been In You is een parodie op Peter Frampton’s elpee I’m In You, Flakes bezingt de middelmatige kwaliteit van de middenstand (‘The toilet went crazy yesterday afternoon, the plummer he said: ‘never flush a tampoon’, this great information cost me half a week’s pay, and the toilet blew up later on the next day’), er zijn volop liedjes over de belachelijkheid van de homo- en punkbeweging, drugsgebruik en meer van dat soort spul. En ja, Dancin’ Fool staat er ook op; het maakt de discoganger belachelijk. De titel van de elpee is een verbastering van ‘Shake your body’, een hitje van KC & The Sunshine Band. Daarnaast enkele geniale instrumentaaltjes. Hoogtepunt is Yo Mama met daarin een lange gitaarsolo, die weer van een heel ander nummer in een heel andere maatsoort uit een heel ander concert komt en het resultaat is debiel goed. Kortom: meesterwerk. Ik kocht de plaat uiteindelijk pas op 23 juni 1987, een Europese digitaal geremasterde heruitgave uit 1985, made in Holland. Daarnaast heb ik een exemplaar uit de Ankcollectie: een Britse versie uit 1979.
0575
–
bazbo 0574: Frank Zappa – Sleep Dirt Tweede ‘Panter’-album, deze komt uit 1979 en is volledig instrumentale (jazz-)rock. Hoewel, toen in de jaren negentig zijn platen op cd verschenen, meende Zappa van deze elpee een compleet andere versie te moeten uitbrengen. Drie instrumentale stukken hadden ineens zangmelodiën, verzorgd door Thana Harris. Heel mooi, overigens. Maar de fans vonden het geschiedvervalsing. In 2012 kwam de gehele catalogus opnieuw uit op cd en toen heeft het familiebedrijf wel de originele mix zonder zang uitgebracht. Ik heb hier een originele Duitsche versie uit de Ankcollectie. Mooi werk, vooral Filthy Habits blijf ik geweldig vinden. De drie stukken die later door Thana Harris zijn ingezongen, blijken onderdeel te zijn van het sprookje Hunchentoot, dat Zappa schreef toen hij heel 1972 in een rolstoel zat. Het is nooit in zijn geheel uitgebracht (heel jammer), maar deze drie werkjes geven een mooi beeld van hoe het compositorisch had kunnen zijn. Het titelnummer is een duet tussen Zappa en James ‘Bird Legs’ Youman op akoestische gitaren. Ook bijzonder is The Ocean Is The Ultimate Solution, waarin Zappa een lange rhythmguitarsolo speelt. Fijne plaat.
0574
–
bazbo 0573: Frank Zappa – Studio Tan Warner Brothers bracht (tegen Zappa’s zin) al het studiomateriaal van Läther uit op drie losse elpees, die bekend zijn geworden onder de ‘Panter’-albums, vernoemd naar hoesontwerper Gary Panter. Studio Tan uit 1978 was de eerste. Op kant 1 vinden we The Adventures Of Greggary Peccary, een plaatkantvullend onzinverhaal over Greggary Peccary, een groot knaagdier dat de kalender uitvindt. Zeer veel ‘conceptual continuity’ in dit stuk (waaronder allerlei verwijzingen naar Billy The Mountain) en muzikaal is het erg gelinkt aan het werk van The Grand Wazoo-band. Kant 2 begint met het melige Lemme Take You To The Beach en vervolgens horen we een stuk dat op deze plaat is getiteld REDUNZL, maar verder in de FZ-catalogus RDNZL heet. Het begint met een duizelingwekkende openingslick en ontpopt zich als een prachtig vehikel voor een uitgebreide gitaar- en pianosolo (George Duke!). Het loopt over in Revised Music For Guitar And Low Budget Orchestra. Dit is een voorbode van orkestraal werk dat verderop in Zappa’s carrière ruim aan bod komt. Ook bijzonder: in 1971 was de opening van dit stuk gebruikelijk ook de opening van Billy The Mountain (het is in die vorm ook te horen op Playground Psychotics). Wat we op Studio Tan voorgeschoteld krijgen, is een avontuurlijke en bonte mix van klassiek, jazz, complexe rock en malle stemmen. Ik heb twee exemplaren op vinyl. Die uit de Ankcollectie is een originele Duitsche uit 1978; de andere kreeg ik van een oud-collega die zijn vinyl opruimde en dat is ook een Duitsche uit 1978 en werkelijk exact dezelfde. De oud-collega kocht hem bij de keten Elpee en hij betaalde er destijds F17.90 voor.
bazbo 0572: Frank Zappa – Zappa In New York Ook weer een van mijn favoriete Zappaplaten. Ik heb hier een eerste Duitsche uitgave uit 1978; de plaat verscheen origineel een jaar eerder. Rond Kerst 1976 gaf Zappa een serie concerten in de Felt Forum in New York met zijn band (Bozzio, O’Hearn, Jobson), plus Ray White (de stem!), Ruth Underwood en een hele blazerssectie, waaronder de Brecker Brothers en een deel van de Saturday Night Live band. Zappa wilde opnames van deze concertserie aanvankelijk mengen met allerlei studio-opnames als één grote vierdubbelelpee (getiteld Läther), maar daar wilde zijn platenmaatschappij niet aan. Zappa was furieus, draaide in een halfdronken bui alle acht plaatkanten op een regionale radiozender en nodigde alle fans uit om het op te nemen. Warner Brothers bracht het vele studiomateriaal van Läther op een andere manier uit: het studiowerk kwam terecht op de drie ‘Panther’albums (genoemd naar de hoesontwerper) Studio Tan, Sleep Dirt en Orchestral Favourites; voor het livewerk maakte men Zappa In New York. Vooruit, aan de laatste wilde Zappa dan nog wel meewerken. Probleem was het stuk Punky’s Whips, waarin hij drummer Terry Bozzio nogal expliciet zijn liefde voor Punky Meadows, de gitarist van de groep Angel, liet uiten. Vermeende seksueel getinte teksten konden natuurlijk niet en Warner Brothers censureerden de plaat door het nummer van de elpee af te halen. Er bestaan enkele persingen met het nummer er wel op en dat zijn ware verzamelobjecten. Mijn versie heeft het nummer niet. Het maakt de eerste twee plaatkanten extreem kort. Niettemin is het materiaal van grote hoogte. The Illinois Enema Bandit gaat over [vul zelf in] en heeft de wonderschone stem van Ray White in de hoofdrol. The Black Page is een onspeelbare drumsolo, die Zappa speciaal schreef voor Bozzio; later bedacht hij een melodie erbij en de twee versies (ook in disco-variant, haha) zijn hier te horen. Ook prachtig; een felle versie van het bloedmooie Sofa. Volop verder instrumentaal vertier ook: I Promise Not To Come In Your Mouth heeft een hoofdrol voor de Moogsolo van Eddie Jobson en The Purple Lagoon is het vehikel voor veel (al dan niet overdubde) solo’s. Toen de eerste cd-versie verscheen, stond Punky’s Whips er gelukkig wel op, samen met wat (zeer goed) extra materiaal. Eind deze week verschijnt (als het goed is) een box met vijf cd’s vol met al het materiaal van alle avonden. Ben benieuwd! Wacht! Ik ontdek nu dat ik van Zappa In New York TWEE exemplaren heb. Ze stonden op verschillende plekken in vak 4. De ‘extra’ versie heb ik gekocht van de Oostenrijkse fiel uit zijn verzameling. Het is dan ook een Oostenrijkse uitgave uit 1978 (de enige die er bestaat) en daarmee best bijzonder.
0572
–
bazbo 0571: Frank Zappa – Zoot Allures Vanaf Zoot Allures gebruikt Zappa de naam The Mothers Of Invention niet meer. Een teken dat het vanaf nu volledig om hem draait. Niet erg. Bijzondere plaat dit. De diepdonkere stem zit helemaal vooraan in de mix. Er staan wat luchtige songs op, maar ook wat interessant gitaarwerk. Opvallend is Friendly Little Finger, waarin de gitaarsolopartij van een concert is gemixt met de bas/drumpartij van een heel ander nummer uit een heel ander concert. Dit is voor het eerst dat Zappa deze techniek, die hij zelf ‘xenochrony’ noemde, gebruikte; op latere platen zullen we het vaker terughoren. The Torture Never Stops is een slome, lange nachtmerrie en het verhaal gaat dat Gail, Zappa’s vrouw, de erotische geluiden maakte. Black Napkins is een van die solo’s die tot het beste gitaarwerk van Zappa horen. MsPinky gaat over een seksspeeltje voor mannen, Disco Boy beschrijft het bestaan van een sneue versierder en het titelnummer is ook weer een van de mooiste melodieën uit het Zappaoeuvre. De plaat verscheen in 1976, net toen Zappa de samenstelling van zijn band had verwisseld. Bozzio bleef; bassist Patrick O’Hearn en toetsenist/violist Eddie Jobson. Dit kwartet staat op de hoes en dat terwijl O’Hearn en Jobson niet op de plaat spelen. Op de hoes ook aandacht voor de erectie van Frank Zappa. Ik heb maar drie versies van dit album. Een originele Nederlandse persing uit 1976 uit de Ankcollectie, een Japanse (compleet met een inlegvel met Japanse teksten) (geen idee meer hoe ik hieraan kwam) en een allereerste Britse versie die ik ooit van de Oostenrijkse fiel kocht.
–
bazbo 0570: Frank Zappa & The Mothers Of Invention & Captain Beefheart – Bongo Fury Gloeiende, wat een gitaargeluid had Zappa toch. Op deze plaat hoor je hem heerlijk tekeergaan. In 1975 durfde Zappa het eindelijk aan om met Beefheart op tournee te gaan. Daarvóór bleek de Captain te onbetrouwbaar. Heel veel goede herinneringen heeft Zappa niet aan deze tour (ook weer vanwege de onvoorspelbaarheid van Van Vliet), vandaar dat dit album het enige is dat hij ooit met werk ervan uitbracht. De band is geweldig: Terry Bozzio, George Duke, Denny Walley, Napoleon Murphy Brock en dan ook nog eens de waanzinnige stem en teksten van Don van Vliet. Twee nummers komen uit de studio en die vind ik niet zo heel interessant; de rest is live opgenomen. De plaat begint bijna provocerend met een schreeuwstuk: Debra Kadebra. Je zou verwachten dat het van Beefheart is, omdat hij de abstracte tekst brult, maar het is geschreven door Zappa. Erna komt Carolina Hard-Core Ecstacy, een lied over een vrouw die (letterlijk) graag over zich heen laat lopen, een hoogtepunt van de plaat. Iets verderop het lange Advance Romance, waarin alles zit wat een goed Zappastuk in zich moet hebben. Wat een gitaargeluid. Ook de slide van Denny Walley giert hier heerlijk. Afsluiter Muffin Man is een soort ‘klassieker’, het intro komt uit de studio en zo gauw de reuzenriff start, zitten we weer live. Gave plaat. Ik heb in de Ankcollectie een Duitsche heruitgave uit een onbekend jaar. Klinkt als een tiet.
0570
–
bazbo 0569: Frank Zappa & The Mothers Of Invention – One Size Fits All Een soort sleutelalbum in het oeuvre van Zappa, dit album uit 1975. Alleen al in de hoes zitten ik weet niet hoe veel verwijzingen (conceptual continuity) en de plaat zelf bevat enkele van de allersterkste stukken die Zappa ooit heeft gemaakt. Veel van dit materiaal had hij live uitgetest. Meesterstuk Inca Roads is opgenomen in de studio, behalve dan de gitaarsolo, die komt van een concert uit 1974 in Helsinki (de complete versie van dat concert is te vinden op You Can’t Do That On Stage Anymore Volume 2). De hoofdmelodie van de solo zelf is weer een melodie die al in 200 Motels te horen was. En ga zo maar door. Alleen maar sterke nummers op dit album. Voor mij zijn naast Inca Roads ook Po-Jama People en Florentine Pogen twee hoogtepunten. Wat me daarin vooral opvalt, is hoe fenomenaal zijn gitaargeluid was in die tijd (1974-1976, maar eigenlijk was zijn gitaargeluid altijd goed), uit duizenden herkenbaar. Sofa kent een van de mooiste Zappamelodieën die er zijn; vooral in de instrumentale versie Sofa No. 2 is te horen hoe zeer Zappa beïnvloed is door Stravinsky: een prachtige melodielijn krijgt aan het eind een bizarre en uitermate geestige wending. Ik vind het schitterend en raak er nooit op uitgeluisterd. Op de plaat spelen George Duke, Napoleon Murphy Brock, Chester Thompson, Ruth Underwood, Beefheart en Johnny ‘Guitar’ Watson mee. Dit album heb ik twee keer: een orginele Italiaanse uit 1975 en een Argentijnse (!) versie (getiteld Una Medida Adecuada A Todo en ook de andere songtitels zijn in het Spaans) die ik ooit eens kocht van een Oostenrijkse fiel met een megacollectie. Beide platen zijn tientallen euro’s waard, zie ik.
bazbo 0568: Frank Zappa & The Mothers Of Invention – Roxy & Elsewhere Over meesterwerken gesproken. Ook deze behoort tot mijn meest favoriete Zappaplaten. FZ had in 1974 een geweldige band om zich heen: George Duke op toetsen, Tom en Bruce Fowler op resp. bas en trombone, Napoleon Murphy Brock op sax en vocalen, plus de drummers Ralph Humphries en Chester Thompson. Deze plaat uit 1974 is opgenomen tijdens drie avonden in de Roxy in L.A. Er was ook een cameraploeg aanwezig (en we hebben uiteindelijk meer dan veertig jaar moeten wachten tot de concertfilm verscheen). Het klinkt allemaal fantastisch, of je erbij bent, ook al zijn er nogal wat overdubs. Veel nieuw materiaal horen we, maar ook een paar oude bekenden. Pygmy Twylyte valt op, evenals de stamper Cheepnis en de Bebop Tango vol malle wendingen en improvisatie. Absoluut geniaal is de hele tweede plaatkant, die begint met het nostalgische Village Of The Sun en dan doorgaat in Echidna’s Arf (Of You) en Don’t You Ever Wash That Thing?. De loopjes, tempo- en maatwisselingen volgen elkaar in duizelingwekkend tempo op en tegelijkertijd is het bijna onmenselijk retestrak. Waanzin. Mijn exemplaar komt uit de Ankcollectie en ik heb een Duitse heruitgave uit een onbekend jaar. Had ik al gezegd dat dit een meesterwerk is?
0568
–
bazbo 0567: Frank Zappa – Apostrophe (‘) Een alleraardigste verrassing uit de Ankcollectie. Ik heb een Italiaanse versie uit 1974, het jaar dat deze plaat verscheen. Het is een ‘klassieke’ Zappaplaat. De Yellow Snow-suite opent het album. De zin ‘Watch out where the huskies go and don’t you eat the yellow snow’ zal iedereen wel kennen. En er staan meer Zappaklassiekers op: Cosmik Debris en Stinkfoot, bijvoorbeeld. Tekstueel is het allemaal nogal geestig, al zit er ook weer flink veel venijn in. In het titelnummer wilde Zappa een keer Creampje spelen: hij nodigde Jack Bruce en Jim Gordon uit en jamde met hen een instrumentaal monument. Allerlei andere groten spelen ook weer mee: Duke, Ponty, Aynsley Dunbar en Zappa-bekenden Ray Collins, Ruth Underwood, Don Guerin en Sal Marquez. Dit is het eerste album waarop Napoleon Murphy Brock meedoet, de man met de elastieke benen en stembanden, die Zappa op Hawaii ontdekte en uit een andere band wegkaapte. Hij zou een paar jaar lang hét vocale geluid van Zappa zijn en vooral zijn stem-pel drukken op het volgende album. Meesterwerk dit, overigens.
0567
–
bazbo 0566: Frank Zappa & The Mothers Of Invention – Over-Nite Sensation Na de Grand en Petit Wazoo tours had Zappa een beetje genoeg van de intelligente muzikanten die tijdens een tournee schaken leuker vonden dan het ruige rock&rollleven (achter de groupies aan). Hij boekte maar weer eens een studio en nam op wat een van zijn populairste platen zou worden. Waarschijnlijk omdat het op het eerste gehoor ‘gewone’ rocksongs bevat. Nadere beluistering doet anders beseffen: ze zitten geweldig goed in elkaar, zijn complex van arrangement en er komen tamelijk ingewikkelde passages voorbij. De muzikanten die meespelen zijn ook geen kleintjes: George Duke, Jean-Luc Ponty, Tina Turner en meer van dergelijke lui. Camarillo Brillo en Dirty Love zijn de bekendste stukken, maar mijn favorieten zijn I’m The Slime, Fifty-Fifty en Zomby Woof. Zappa werd later zelf een beetje moe van steeds maar weer die publiekslievelingen (Dinah-Moe-Hummm!) spelen, dat hij ze helemaal achter in het concert plaatste en dan ook nog eens op topsnelheid uitvoeren. Deze plaat is belangrijk, want het opende de poort naar nog beter werk, dat terecht kwam op het volgende en nog weer volgende album. Hoes van de plaat is van David B. McMacken en bevat allerlei verwijzingen naar bandleden, songteksten en zaken die al eens eerder aan de orde kwamen; kortom: Conceptual continuity. Over-Nite Sensation kwam uit in 1973. Mijn exemplaar uit de Ankcollectie is wederom een Duitsche heruitgave uit een onbekend jaar.
bazbo 0565: Frank Zappa & The Mothers – The Grand Wazoo Beetje onduidelijk waarom deze plaat dan weer onder de Mothersvlag is en de vorige niet. Op dit album, ook uit 1972, trekt Zappa de lijn van Waka/Jawaka met nagenoeg dezelfde sessiemuzikanten verder door. De plaat opent nogal vreemd: For Calvin (And His Next Two Hitch-Hikers) lijkt een soort nachtmerrieverhaal. Daarna volop de stijl met de grote big band. Het titelnummer is zo’n heerlijk stuk met grandioze tetterdetet. Toen de plaat op cd uit kwam, had Zappa de twee stukken van de eerste plaatkant in omgekeerde volgorde gezet. (Zo ken ik het album dan ook van oudsher; voor mij voelt deze ‘oorspronkelijke’ volgorde raar.) Op de tweede plaatkant horen we Cleetus-Awreetus-Awrightus, een kort proggy intermezzo. Eat That Question zit vol solo’s over een aanstekelijke riff en Blessed Relief is de lieflijke afsluiter met de kippenvelmelodie. Na deze plaat was Zappa weer op de been en formeerde hij een gigantische Grand Wazoo en een paar maanden later de afgeslankte Petit Wazoo band om het materiaal live uit te voeren. Er zijn opnames van die tour, maar het duurde dertig jaar voordat we daar iets van zouden horen. Ik heb hier uit de Ankcollectie een Duitsche heruitgave van The Grand Wazoo uit een onbekend jaar.
0565
–
bazbo 0564: Frank Zappa – Waka/Jawaka Zappa goes jazz. Niet heel vreemd. Er zat al zeer veel improvisatie in zijn werk en zeker in zijn concerten. Heel 1972 zit hij in een rolstoel. Niet dat hij stilzit. Verre van dat. Hij schrijft een getikt soort sprookje Hunchentoot, ordent de concertopnames van 1970/1971 en brengt Just Another Band uit. Daarnaast schrijft hij nieuwe muziek en nodigt hij een arsenaal studiomuzikanten uit voor jams en opnames. Het resultaat is Waka/Jawaka. Tony Duran speelt slideguitar en Don Preston mag tekeer gaan op zijn Moog modular. Daarnaast heel veel koperblazers; vooral het titelnummer zit er vol mee. Your Mouth en It Just Might Be A One Shot Deal zijn de twee korte vocale stukken, die ook gelijk het minst interessant zijn. Naast het titelnummer is Big Swifty een klapper: een plaatlang stuk dat overal heen springt, vol met solo’s zit en toch swingt. Mijn versie uit de Ankcollectie is een Duitsche heruitgave uit een onbekend jaar. Klinkt uitstekend. De muziek is dan ook lekkâh.
0564
–
bazbo 0563: Frank Zappa & The Mothers Of Invention – Just Another Band From L.A. Deze verscheen in 1972. Opnames van een concert van de Veaudevilleband uit de Pauley Pavillion in LA. We horen het bizarre verhaal Billy The Mountain op kant 1. Het is een soort soundtrack bij een tekenfilm die nooit is verschenen en het zit vol met verwijzingen naar en citaten van reclames, personen, gebeurtenissen uit die tijd en regio. Op kant twee een nieuw arrangement van Call Any Vegetable, dat aanvankelijk lekker wegrockt, maar later toch complexer blijkt. Eddie Are You Kidding? is het wat luchtiger lijkende liedje. Magdalena is tekstueel misschien wel het meest controversiële stuk van Zappa, omdat het ogenschijnlijk incest verheerlijkt. De plaat sluit af met een meesterlijke versie van Dog Breath Variations. Flo en Eddie zijn op hun top op deze plaat. Ik heb twee exemplaren: die uit de Ankcollectie is een Duitsche heruitgave uit 1976 en ik had zelf ooit eens een originele Britse uit 1972 van iemand overgekocht. Beroemde hoes door Cal Schenkel. Zitten veel ‘verborgen’ aanwijzingen in. Zappa noemde die aanwijzingen en steeds terugkerende thema’s en motiefjes ‘Conceptual continuity’: alles is onderdeel van een groter geheel. Op de hoes zien we een gipsbeen uit de auto steken. Op 4 december 1971 stak een fan tijdens het concert in Montreux een vuurpijl af, waardoor het casino in de fik vloog en de band alle instrumenten en apparatuur verloor. (Deep Purple maakte er nog een leuk liedje over.) Een week later speelde de band in het Rainbow Theatre in Londen met gehuurde spullen. Tijdens de toegift kwam er een boze fan het podium op en die duwde Zappa van het podium af. Die viel in de orkestbak, brak zijn been en een paar ribben en raakte bewusteloos. Zappa moest de rest van de tour afzeggen en zat bijna een jaar in een rolstoel. De band overleefde het niet. Tijdens zijn jaar in de rolstoel toerde Zappa niet, maar hij vond de tijd en gelegenheid om een zwik platen uit te brengen, waaronder deze. Ik vind ‘m wel weer gaaf.
0563
–
bazbo 0562: Frank Zappa – 200 Motels Dit vind ik een van de meest intrigerende werken van Zappa. In 1970 had hij een compleet filmscript klaar. Filmopnames vonden plaats in Londen. Hoofdrolspelers: Ringo Starr, Theodore Bikel, Keith Moon en de band zelf. Het gaat allemaal over het bizarre leven van een rockmuzikant. Uiteindelijk kreeg Zappa nog niet de helft van het script op film, maar het eindresultaat is al indrukwekkend genoeg. De film is een briljante, bizarre en kaleidoscopische gewaarwording. Voor de soundtrack liet hij een compleet orkest aanrukken (dat ook in de film te zien is) en op de plaat wisselen de orkest- en bandnummers elkaar af. Veel ‘klassieke’ Zappamelodieën zijn terug te horen. Hoogtepunten zijn voor mij nauwelijks te noemen, omdat de hele plaat als een geheel klinkt. Noemenswaardig zijn de ouverture, de Sealed Tuna Sandwich-suite, Centreville (‘A real nice place to raise your kids up!’), Lonesome Cowboy Burt, Magic Fingers en vooruit: de waanzinnig mooie afsluiter Strictly Genteel! Ik heb een Franse versie, een heruitgave uit 1981. Volgens mij komt hij uit de Ankcollectie, maar ik weet het niet zeker.
056
–
bazbo 0561: Frank Zappa & The Mothers Of Invention – Fillmore East – June, 1971 Ik heb twee versies van deze plaat. Uit de Ankcollectie komt een Duitsche heruitgave uit 1978, die ik nu draai en weer her en der blijft hangen. Zelf had ik al een Britse heruitgave uit 1972 gekregen van een oud-collega die hij voor F16,95 kocht bij Diskorama hier in het zo majestueuze Apeldoorn. Zappa tourde in 1970 en 1971 volop met zijn nieuwe Mothers, ook bekend onder de Veaudevilleband. Hoofdrollen voor Flo&Eddie en hun ‘comedyshit’. Mudsharks, groupies, a dick that is a monster en meer van dat soort gedoe. Je moet ervan houden en ik houd ervan. De band zelf is retestrak en toch losjes. Hoogtepunten voor mij zijn opener Little House I Used To Live In, Latex Solar Beef, Happy Together (jaja) en Tears Began To Fall. Veel melodieën die op de plaat zijn te horen, komen ook weer terug in de orkestrale stukken van 200 Motels. Ook leuk om te weten: tijdens deze concerten, opgenomen in de Fillmore East in 1971, waren er twee gastmuzikanten. De opnames daarvan staan helaas niet op de plaat. Die kwamen pas veel later uit op Playground Psychotics. De gastmuzikanten zelf brachten het wel uit en wel op hun plaat Some Time in New York City. Inderdaad, het waren John en Yoko.
0561
–
bazbo 0560: Frank Zappa – Chunga’s Revenge Deze plaat uit 1970 heb ik ook maar drie keer op vinyl. Een Italiaanse heruitgave uit 1978 uit de Ankcollectie, een Britse versie uit 1971 met de olijfkleurige hoes (was een cadeautje van Giles voor mijn vijftigste verjaardag en die op Discogs zo honderd ballen oplevert) en een Amerikaanse promoversie uit 1970 met witte labels (die ook tientallen euro’s kost) die ik voor twee tientjes kocht van een enorme fiel met groteske verzameling. Ik draai de plaat uit de Ankcollectie en laat die nou net vaak blijven hangen… Ook dit album is een collectie van opnames uit 1969/1970. Zo is er Twenty Small Cigars (een outtake van Hot Rats), Transylvania Boogie en het titelnummer, allen instrumentale gitaarnummers. Inmiddels had Zappa een andere band om zich heen, met George Duke, Ian Underwood, Ainsley Dunbar en Flo en Eddie (Howard Kaylan en Mark Volman, bekend van The Turtles). De hoes vermeldt dat de teksten en vocalen een voorbode zijn van de soundtrack voor de film 200 Motels, waarover later meer. Road Ladies is een lekker bluesje, The Nancy & Mary Music een liveopname met hoofdrol voor Dunbar en Duke, Tell Me You Love Me de schreeuwrocker en Sharleena is een gewoon een goede song. Het titelnummer is overigens nog eens gecovered door Gotan Project in tangostijl. Veel mensen vinden de bijdragen van Flo&Eddie niet zo leuk; ik kan het hoogst waarderen. Fijne plaat weer.
bazbo 0559: Frank Zappa – Hot Rats Ik zie nu dat ik een faut in de volgorde heb gemaakt. Hot Rats verscheen al in 1969 en hoewel het materiaal van Burnt en Weasels uit de jaren ervoor stamt, bracht Zappa ze pas in 1970 uit. Ik heb twee versies van Hot Rats op vinyl: een onofficiële Franse picturedisc uit 2005 en een Italiaanse heruitgave uit 1975 uit de Ankcollectie. Dit is de Zappaplaat die zelfs mensen die niet van Zappa houden goed vinden. Het staat vol met een soort aanstekelijke instrumentale jazzrock, in zijn stijl vrij ongekend in die tijd. Opener Peaches En Regalia is zo’n beetje de herkenningstune van Zappamuziek. Willie The Pimp is het enige nummer op de plaat met zang. Tenminste: als je dat wat Captain Beefheart doet ‘zang’ wilt noemen. Ik wel. Het is voor mij een van de allerbeste Zappastukken; in de gitaarsolo hoor je hem fouten maken en weer oplossen en het gaat maar door en gaat maar door en ik kan er geen genoeg van krijgen. Son Of Mr. Green Genes is een instrumentale variant van Mr. Green Genes (van Uncle Meat). Op de tweede kant de wat luchtiger lijkende Little Umbrellas en It Must Be A Camel, plus de lange jam The Gumbo Variations. Hoofdrollen voor de violen van Don ‘Sugarcane’ Harris en Jean-Luc Ponty en natuurlijk de gitaar van de meester zelf. Op de eerste cd-versie begin jaren negentig voegde Zappa veel extra partijen toe die hij destijds opgenomen had, maar die vinyl toen niet aankon. Het maakt die cd-versie tot een wat druk maar toch interessant iets; de vinylversie (die in 2012 ook op cd verscheen) is wat ruimtelijker en biedt al volop gelaagd vertier. Een van de vele hoogtepunten in het Zappaoeuvre, dit album. Uiterst verslavend.
0559
–
bazbo 0558: Frank Zappa & The Mothers Of Invention – Weasels Ripped My Flesh Leek Burnt een wat bonte verzameling stukken en opnames van allerlei tijden, Weasels Ripped My Flesh is helemaal een allegaartje. Studio- en liveopnames, verschillende bandsamenstellingen en stijlen lopen op dit album uit 1970 in elkaar over. Zappa had in 1969 zijn Mothers Of Invention al opgedoekt en van de vele opnames die hij (nog) had, stelde hij Burnt en Weasels samen. Ik heb hier een Duitse heruitgave uit een onbekend jaar uit de Ankcollectie. De hoes van dit album is gemaakt door Neon Park, de man die ook alle covers van de eerste platen van Little Feat maakte. De plaat opent genadeloos met het grotendeels geïmproviseerde Didja Get On Ya?. ‘Geïmproviseerd’ is niet het goede woord; Zappa had een heel systeem van handgebaren ontwikkeld waarmee hij de bandleden aanwijzingen gaf wat te doen of spelen of in welke stijl. Hoe dat klonk, hoor je in dit stuk. De cover van het bluesmonster Directly From My Heart To You kent een gastoptreden van Don ‘Sugarcane’ Harris op (elektrische) viool. Prelude To The Afternoon Of A Sexually Aroused Gas Mask kent weer allerlei musique concrète. Dan is er de rocker My Guitar Wants To Kill Your Mama, het mooie Oh No en de plaat sluit af met het titelnummer: twee minuten lang lawaaifeedback. Ook een leuke plaat!
0558
–
bazbo 0557: Frank Zappa & The Mothers Of Invention – Burnt Weeny Sandwich Ook een grote favoriet hier. Ik heb twee versies van dit album uit 1970: die uit de Ankcollectie is een Britse heruitgave uit een onbekend jaar, de andere is ook een Britse heruitgave maar uit 1971. Ik draai die uit 1971, die ik ooit eens kocht van een grote Zappafiel die een monsterlijk grote verzameling heeft. Op de plaat staat materiaal dat is opgenomen tussen augustus 1967 en juli 1969. Vooral wordt duidelijk hoe groot de inbreng van Ian Underwood is; zijn bijdragen vallen ook al op Money en Uncle Meat op. Plaatkant een heeft vooral studiomateriaal, beginnend met een cover van WPLJ (The Four Deuces), een heerlijk doowopnummer. Dan volgt een serie instrumentale stukken, waarvan vooral de melodie van Holiday In Berlin (dat Zappa later nog een paar keer zou hergebruiken op 200 Motels) en het supermooie Aybe Sea in het oor springen. Op plaatkant twee staat Little House I Used To Live In (een mix van studio- en liveopname), een lang stuk met een rustig intro, complex thema en uitgebreide solo’s. De plaat eindigt met Valerie, ook weer een cover van een doowopnummer (van Jackie & The Starlites). Ondanks het materiaal van verschillend karakter en tijdstip van opname, is dit misschien wel een van de meest consistente platen van FZ. Ik vind ‘m heerlijk.
0557
–
bazbo 0556: Frank Zappa & The Mothers Of Invention – Uncle Meat Waren de vorige platen al ‘raar’; deze is nog bizarder. Bijna orkestrale muziek, zij het gespeeld door de band, met veel ‘opgevoerde’/versnelde blazers- en toetsenpartijen, malle koortjes, prachtige percussie- en marimbagerammel, dialoogfragmenten en vooral wonderschone melodieën. Het openingsstuk, Uncle Meat Main Title Theme is gelijk al geweldig, maar er staan meer ‘klassieke’ Zappastukken op: Pound For A Brown (On The Bus), The Dog Breath Variations, Mr. Green Genes en ga zo maar door. Het almachtige King Kong beslaat de hele vierde plaatkant. De dubbelelpee komt uit 1969 en ik heb hier een Canadese herdruk uit de Ankcollectie. Niet de klaphoes, maar twee platen in een enkele hoes, plaatkant 1+4 op de ene en 2+3 op de andere. Het bijbehorende inlegvel ontbreekt, helaas. Dit is een briljante plaat.
0556
–
bazbo 0555: Frank Zappa & The Mothers Of Invention – Cruising With Ruben And The Jets Ank liet zich wel bedonderen, zeg. Dit is opnieuw een nepperd. Maar hij klinkt goed én hij heeft de originele bas- en drumpartijen. Ook hier liet Zappa begin jaren negentig die partijen opnieuw inspelen, omdat hij het geluid niet zo goed vond. Toegegeven, de drums klinken als kartonnen dozen en de bas is wat stoffig, maar ik vind het wel wat hebben; het is een mooi tijdsbeeld. Dit album (óók uit 1968) is Zappa’s grote ode aan de doowopmuziek. Tegelijkertijd is het een parodie: alle clichés komen voorbij: de akkoordenreeksen, het timbre van de stemmen, de koortjes, de instrumentatie en de teksten van debiel niveau. Op de voorkant van de hoes kon je niet zien dat het een Zappa/Mothersplaat was. Verhaal gaat dat er een Amerikaanse discjockey was die de plaat geweldig vond totdat hij ontdekte dat Ruben niet bestond en het Frank Zappa was, toen spoelde hij ‘m door de plee. Hij had beter kunnen weten: er staan versies op van liedjes die eerder op Freak Out! staan en af en toe hoor je achter de falsetto’s ook duidelijk de stem van Zappa. Er zitten ook allerlei (verborgen) verwijzingen in: her en der spelen instrumenten fragmenten of lijntjes van klassieke werken of andere liedjes en meer van dat soort grappen. Ik vind het een heerlijke plaat vol meebrulliederen. Aan het eind van het allerlaatste lied (Stuff Up The Cracks, waarin iemand zelfmoord pleegt) zit dan eindelijk iets dat iets van de ware identiteit van de maker verraadt: een gitaarsolo in de stijl waarmee Zappa later furore onder de fans ging maken. Leuk werk, dit.
0555
–
bazbo 0554: Frank Zappa & The Mothers Of Invention – We’re Only In It For The Money Kijk, ik heb maar drie exemplaren van deze plaat: een originele Duitsche uit 1968, een namaak uit de Ankcollectie en een heruitgave uit 1995 (met de originele bas- en drumpartijen; op de eerste cd-uitgave begin jaren negentig meende Zappa die partijen opnieuw in te moeten laten spelen, dat is hier dus niet het geval). Voor mijn originele uit 1986 kan ik zo tientallen euro’s vragen, blijkt. Dit album nam Zappa op tegelijkertijd met Lumpy Gravy en waarschijnlijk startten de opnames voor Money nog eerder dan die van Lumpy. De plaat is vooral beroemd om het hoesontwerp: een parodie op Sgt. Pepper. Andersom gevouwen, met een enorme fotocollage binnenin en een inlegvel met uitknipzappasnor en uitkniptiet. En dan de muziek: meesterlijk. Opnieuw veel knip- en plakwerk, versnelde stemmen, psychadelische gitaren, akoestische fragmenten en hemelse melodiën.De teksten van die liedjes zijn één grote aanklacht tegen de maatschappij vol hippies, militair geweld op straat, mislukte ouders, idiote gewoontes, trotsdoenerij en meer van dat fraais. Ook horen we weer allerlei geluidscollages tussen de liedjes door, uiteindelijk leidend naar The Chrome Plated Megaphone Of Destiny. Zappa was de koning van de editing. Er staan zo veel schitterende nummers op met prachtmelodieën: Concentration Moon, Mom & Dad, The Idiot Bastard Son, Take Your Clothes Off When You Dance, noem ze maar op. Een van de allermooiste stukken is Absolutely Free (dat niet te vinden is op de elpee met die titel). Dit is een van mijn (vele) favoriete Zappaplaten: nog altijd relevant.
0554
–
bazbo 0553: Frank Zappa – Lumpy Gravy ‘The way I see it, Barry, this should be a very dynamite show.’ In 1968 nam Zappa dit album op, zijn eerste officiële soloplaat. Hoewel, ‘solo’ is niet het goede woord. Er spelen tientallen gasten op. Een heel orkest, verschillende muzikanten en allerlei stemmen. Zappa had een microfoon in het binnenwerk van een grote piano gemonteerd en vroeg her en der willekeurige en onwillekeurige mensen om iets in het binnenwerk van de piano te zeggen, al dan niet naar aanleiding van wat onderwerpen en thema’s die hij aandroeg. Vervolgens knipte en plakte hij alle orkest-, band en stemopnamen tot een kaleidoscopisch en bizar geheel. De elpee kent officieel maar een stuk, dat in twee plaatkanten uiteenvalt. Er zijn wel verschillende secties te onderscheiden. Zo is er het openingsdeuntje Theme From Lumpy Gravy (dat later ook op 200 Motels terug te horen is), een wonderschone orkestversie van Oh No en het afsluitende Take Your Clothes Off When You Dance. Ook deze zit in de Ankcollectie. Er zitten grote deuken in het vinyl en soms blijft hij hangen. Grappig genoeg past dat prima in het bric-à-brac-karakter van de plaat. Mijn blik op Discogs bevestigt mijn vermoeden: ook dit is een ‘counterfeit’, in dit geval een Italiaanse namaak uit van een Britse heruitgave uit 1972.
bazbo 0552: Frank Zappa & The Mothers Of Invention – Absolutely Free De volgende uit de Ankcollectie. The Mothers zijn niet langer een rockkwintet, maar bestaan uit een man of zeven, acht: Zappa, Roy Estrada (bas), Jimmy Carl Black (drums), Ray Collins (zang), Billy Mundi (ook drums), Don Preston (toetsen), Bunk Gardner (saxen en klarinetten en fluiten) en Motorhead Sherwood (tamboerijn en saxofoon). Waanzinnige stukken hier, vol laagjes en orkestraties. Zappa heeft veel ervaring met opnametechnieken opgedaan voordat hij de Mothers startte: in Studio Z nam hij met allerlei artiesten wagonladingen nummers op en bracht hij tientallen singles uit. Veel van die stukken had hij zelf geschreven, gearrangeerd en geproduceerd. Plaatkant een bevat een suite van drie stukken: Plastic People, Call Any Vegetable en Duke Of Prunes. Op de tweede plaatkant een suite van een paar kortere liedjes en de fenomenale mini-opera Brown Shoes Don’t Make It. De plaatkant opent en eindigt met America Drinks en America Drinks And Goes Home, nogal vrije jazzachtige loungeimprovzooi, ware het niet dat er een magistrale melodie aan ten grondslag ligt. Op deze plaat is Zappa op zijn best en dat al zo vroeg in zijn Motherscarrière. Ank heeft F24.90 voor dit album betaald en dat doet me wederom vermoeden dat ze deze elpee niet in 1967 heeft gekocht. Even zoeken op Discogs: ha, inderdaad! Het is een Italiaanse nepperd, nagemaakt van een Britse versie op het Vervelabel.
0552
–
bazbo 0551: Frank Zappa & The Mothers Of Invention – Freak Out! Dan zijn we nu beland bij een zeer uitgebreide en interessante sectie. Het moet ergens tussen 2010 en 2013 zijn geweest. In de kroeg kwam een mevrouw op mij af. Ik had de mevrouw wel vaker gezien en zij mij. We hadden wel eens een vriendelijke begroeting uitgewisseld, maar nooit uitgebreid met elkaar gesproken. ‘Jij bent toch een liefhebber van Zappa?’ vroeg ze nu. Ik knikte met grote ogen. Welnu, ze had een rijtje Zappaelpees en die stonden ergens in een doos in een schuur en of ik die wilde hebben? Dat wilde ik wel. Ik heb natuurlijk het complete oeuvre op cd in de kast staan en heb een paar vinyls, maar wie weet zit er in haar rijtje wat bijzonder spul: altijd leuk. Een klein tijdje later kwam ze ze bij me thuis brengen. Ik was haar zeer dankbaar en de volgende keren dat ik haar in het café zag, gaf ik haar volop te drinken. Het rijtje elpees zette ik in de platenkast. Ze zijn er sindsdien één keer uitgekomen: toen ik verhuisde naar mijn huidige woning. Dit is dus de eerste keer dat ik ze draai! Ik had al wel een paar platen op vinyl, maar lang niet alles compleet. Sommige platen heb ik dubbel, sommige drie of vier keer, we zullen nog zien. Freak Out! was de allereerste ‘officiële’ plaat van Zappa, uit 1966. Het was ook de allereerste dubbelelpee, geloof ik. De plaat staat vol parodieën op de toenmalige popcultuur en maatschappij, in combinatie met allerlei musique concrète en avant-gardegedoe. Er is veel maatschappijkritisch spul (Trouble Everyday over de Watts-riots, bijvoorbeeld) en het hoogtepunt is de vierde plaatkant, die spontaan is ontstaan toen Zappa een club halfdronken freaks van de straat plukte en loos liet gaan op een batterij aan voor honderdtallen dollars gehuurde orkestpercussie. Er valt bij iedere Zappaplaat verschrikkelijk veel te vertellen, dus dat laat ik verder na. Wat ik hier nu in mijn poten heb, blijkt goddomme een van de allereerste Amerikaanse persingen op het Verve-label te zijn. Er zit echter nog een prijsstickertje op de hoes en die zegt F34.90. Dat lijkt me wat veel geld voor 1966, dus ik vermoed dat Ank hem wat later heeft aangeschaft. Deze plaat is en blijft een klassieker.
0551
–
bazbo 0550: Dweezil Zappa – My Guitar Wants To Kill Your Mama 19 december 2002. Er is een bestelling voor mij binnen bij Plato Apeldoorn. Deze plaat dus. Op de achterzijde van het plasticfolie zat en zit een sticker met mijn bestellingsgegevens én de prijs: €3,99. De rechterbovenhoek van de hoes is rigoureus afgeknipt. Deze komt vast uit de rams. Met dank aan Niek, de vaste medewerker van Plato destijds. Hij wist dat ik een Zappafiel was en hield me op de hoogte van wat er zoal te verkrijgen was. Het exemplaar dat ik heb is een eerste Amerikaanse versie. Dit is de eerste soloplaat van Dweezil, de zoon van. De plaat is uit 1987, toen Dweezil zeventien/achttien jaar oud was, en hij staat vol luchtige hardrocknummers, in de stijl van Van Halen en dergelijken. Niet wereldschokkend, niet erg. Interessant is het titelnummer, een cover van een lied van zijn vader uit 1969. Het lied was de single destijds en er is een heuse videoclip van. Toen ik op 19 december thuis kwam, heb ik de elpee een keer gedraaid. Verder niet meer. Leuk om weer te horen dus!
0550
–
bazbo 0549: Yes – Love Will Find A Way (12″ single) Tweede single van Big Generator uit 1987. Ik heb de Britse versie en ik kocht ‘m op 9 oktober van dat jaar. Geen idee waarom, want de extended mix van kant A is totaal overbodig, de ‘rise and fall mix’ op kant B is ronduit belachelijk en het studionummer Holy Lamb – Song For Harmonic Convergence staat ook al op Big Generator. Hierna kocht ik mijn Yesplaten alleen nog maar op cd, dus hiermede is deze Yessectie afgelopen.
0549
–
bazbo 0548: Yes – Rhythm Of Love (12″ single) Twee compleet overbodige remixen op de eerste kant van deze maxisingle uit 1987. Toch kocht ik ‘m, een Europese versie, op 2 februari 1988, omdat er op de tweede kant, naast nóg een belachelijke remix van het titelnummer, een live versie staat van City Of Love. U is liefhebber of niet, hè.
0548
–
bazbo 0547: Yes – Big Generator Vanaf 1986 bezocht ik wekelijks de plaatselijke Plato om te vragen of de nieuwe Yes al uit was. Halverwege 1987 vroeg ik er niet meer naar; die plaat leek er nooit meer te komen. Tot 1 oktober van dat jaar. In de bakken ‘nieuw binnen’ stond-ie. Hebbes! Anderson-Kaye-Rabin-Squire-White hadden er lang over gedaan. De plaat ligt in het verlengde van voorganger 90125, maar klinkt nog wat moderner. Rabin heeft duidelijk een nóg dikkere vinger in de pap. Mijn favoriete stukken zijn Shoot High Aim Low, Final Eyes en I’m Running. Hitjes zijn er ook. Alles bij elkaar klinkt het allemaal erg gelikt en gepolijst en laten we wel wezen: hij valt tegen. Ondertussen drukte Rabin een zo grote stempel op de muziek en het geluid, dat Anderson het welletjes vond. Hij stapte uit de band en begon een nieuwe, met Bruford, Howe en Wakeman. De Yessoap was nog lang niet afgelopen. Mijn versie van deze elpee is een originele eerste Britse.
0547
–
bazbo 0546: Yes – Domino Een illegale, die ik kocht op 11 februari 1986. Duitsche makelij en verscheen in 1984. Opgenomen ergens in Duitschland, onbekend wanneer in 1984 en waar precies. Of wacht: ergens zingt Anderson: ‘Thank you, Dortmund’. Op de eerste plaatkant staat de eerste plaatkant van 90125, op de tweede plaatkant een goede versie van City Of Love (ook van 90125), dat overgaat in Starship Trooper. Vooral in dit laatste stuk gaat Trevor Rabin helemaal over de top met zijn gitaar. De geluidskwaliteit van deze plaat is mono en prut met een rietstengel, maar dat zijn we wel gewend van publieksopnames. Paar keer gedraaid, daarna nooit meer.
bazbo 0545: Yes – 9012Live – The Solos Na 90125 kwam er natuurlijk een wereldtour. En daarna werd het stil. De band werkte aan een opvolger, maar die deed lang op zich wachten. In 1985 kwam dit tussendoortje, duidelijk een poging om de fans stil te houden. Een mini-album, godbetert. Waarom niet gewoon een compleet liveconcert? In 1984 kwam nog wel de video van een concert uit en deze miniplaat laat slechts een heel klein stukje horen, waaronder de solos die men tijdens concerten speelde en die solos staan dan weer niet op de video 9012Live. Verwarrend, allemaal. De plaat opent met Hold On (mooie versie), daarna drie solostukjes. Een wazig toetsenstukje van Kaye (die duidelijk helemaal niet zo’n goede toetsenist is, al vind ik zijn Hammondspel op de eerste drie Yesplaten prima), het akoestische gitaarfiedelsstuk Solly’s Beard van Rabin en een korte liedversie van Soon door Anderson. De tweede kant start met Changes dat live duidelijk wat iel is, vervolgens horen we de bassolo Amazing Grace en daarna komt een lange bas- en drumjam onder de titel Whitefish, waarin we fragmenten horen van The Fish, Sound Chaser en Tempus Fugit. Leuk om te horen allemaal, maar ik zat er niet op te wachten. Want waar bleef de nieuwe plaat die ons beloofd was? Toch kocht ik ‘m toen hij verscheen: op 9 december 1985, een van de eerste Europese versies.
0545
–
bazbo 0544: Yes – Leave It (12″ single) En op 16 augustus 1985 vond ik bij Free Record Shop in de uitverkoop deze maxisingle, een Duitsche uit 1983. Op de voorzijde een vervelende ‘Hello-Goodbye-mix’ van het titelnummer. Op de tweede zijde een singleversie en een acapella versie. Die laatste is dan wel zeer geinig. De clip ook wel. Voor die tijd, dan.
0544
–
bazbo 0543: Yes – Owner Of A Lonely Heart (12″ single) Zoals gezegd: dit is de wereldhit. Met superclip. Dit is een maxisingle met daarop een ronduit stuitende ‘Red & Blue mix’. Op de tweede zijde een singleversie van OOALH en het albumnummer Our Song. Ik kocht een Amerikaanse versie van deze maxi pas op 1 maart 1986, toen ik hem vond in de uitverkoopbakken.
0543
–
bazbo 0542: Yes – 90125 Het is het najaar van 1983. Op de radio hoor ik iets. Een hip nummer, pakkend, met duizelingwekkende gitaar en tetterdetetuitbarstingen. Maar wat me het meest opvalt: de stem! Jon Anderson! Eind van het nummer noemt de discjockey de naam van de band. Yes! In de week dat de elpee uitkomt, koop ik hem: 11 november 1983. Een Europese versie is het. Wat was er met de band gebeurd? Eind 1981 willen Squire en White een band beginnen met Jimmy Page, onder de naam XYZ (eX-Yes-Zeppelin). De drie heren willen graag samenwerken, maar de verschillende managementbedrijven niet. Dan schuift iemand van de platenmaatschappij een cassette onder Squire’s neus. Het zijn demo-opnames van ene meneer Trevor Rabin, een van origine Zuid-Afrikaanse gitarist die in dat land furore maakte met zijn band Rabitt. Op de cassette staat de basis van drie nummers, waaronder Changes en Owner Of A Lonely Heart. Squire vindt het materiaal goed en vraagt zijn oude vriend Tony Kaye (van de eerste drie Yeselpees uit 1969-1971) om toetsen te komen spelen. Geruime tijd speelt de band in de studio onder de naam Cinema, maar de opnames willen maar niet naar ieders tevredenheid worden. Dan komt producer Trevor Horn om de hoek kijken. Hij doet de suggestie eens contact op te nemen met Jon Anderson. Die hoort de stukken en besluit dat hij erop wil zingen. Hij brengt allerlei veranderingen aan en zegt dat deze muziek alleen naar buiten mag onder de naam Yes. Zulks geschiedt en de rest is geschiedenis. OOALH is de hit van formaat, maar er staat meer prachtspul op. De productie van Horn is zoals de wereld van hem gewend gaat zijn. Rabin blijkt de nieuwe impuls die de band nodig heeft en Anderson zorgt voor die zo kenmerkende zangmelodieën. Voor mij zijn It Can Happen, Changes en Hearts de hoogtepunten van de plaat. Ondanks het wat typische jaren tachtiggeluid vind ik het album toch veel tijdloos’ in zich hebben.
bazbo 0541: Yes – Yesshows In 1980 toert Yes met de ingelijfde Buggles. Een groot succes is die tour niet; tijdens meerdere gelegenheden jouwt het publiek de nieuwelingen uit. Begrijpelijk: Downes is geen Wakeman en Horn klinkt niet als Anderson. De poging om ook de oudere stukken te vertolken is moedig, maar mislukt. En dus besluit de band in 1981 dat het zo niet langer kan. Howe en Downes starten de band Asia (met John Wetton en Carl Palmer) en Horn wordt producer van wereldformaat. Squire en White blijven hopeloos achter. In 1981 nemen ze nog een kerstsingle op (Run With The Fox) en Squire buigt zich over het archief. Er verschijnt een verzamelaartje (Classic Yes, die ik niet op vinyl heb) en in 1980 een livealbum. Squire heeft dubbelaar Yesshows gevuld met opnames uit 1974 (met Moraz) en 1977/1978 (met Wakeman) en er staat debiel goed spul op. De opener is vreemd genoeg Parallells, een Squirenummer, dat heel wat beter en feller uitpakt dan het origineel (met een fenomenale moogsolo van Wakeman) en is opgenomen in Ahoy, Rotterdam. Daarna volgt Time And A Word, dat tijdens concerten deel uitmaakte van wat later bekend werd als The Big Medley. Going For The One rockt de bocht uit en Don’t Kill The Whale klinkt puntig en beter dan het origineel. In de uitgesponnen versie van Ritual (van Tales From Topographic Oceans) is de bassolo van Squire heel lekker en het afsluitende Wonderous Stories voegt weinig toe, zij het dat het ook weer afkomstig is van het 1977-concert in Ahoy. Maar het absolute hoogtepunt is de agressieve versie van The Gates Of Delirium. Allemensen, wat een energie, wat een kracht; de gitaar giert waar hij moet gieren, de toetsensolo’s knallen door de kamer en de apotheose Soon met de coda is een van de grotere Yeskippenvelmomenten. Dit was overigens de eerste Yesplaat die ik kocht, op 13 augustus 1982, tweedehands in Concerto, Amsterdam. Het is een Duitsche versie uit 1980. Compleet grijsgedraaid, deze. Hoewel, eigenlijk klinkt hij nog heel goed.
0541
–
bazbo 0540: Yes – Drama En dus zaten Howe, Squire en White eind 1979 zonder zanger en toetsenist. Nogal moedeloos gingen ze de studio in om wat opnames proberen te maken. Manager Brian Lane liet de drie kennismaken met het tweetal dat in de studio ernaast bezig was. Voor iedereen het zelf goed doorhad, waren Trevor Horn en Geoffrey Downs (beter bekend als The Buggles en van hun monsterhit Video Killed The Radio Star) volwaardig lid van de groep. In 1980 kwam Drama uit. Toen ik de plaat voor het eerst (in 1981 op een geleende voorbespeelde cassette) hoorde, vond ik dat de titel aardig weergaf hoe hij klonk; ik was dan ook een echte Anderson-en-Wakeman-adept. Tegenwoordig denk ik er heel anders over. Ik kocht de plaat zelf op 17 juli 1983, een Europese versie uit 1980. Nu vind ik opener Machine Messiah een almachtig hoogtepunt: scherp, punky, vol onverwachte wendingen en ja, zelfs de zang van Horn is krachtig. Does It Really Happen? vind ik ook nu nog een fijne stamper en ik baal nu nog steeds van de fade-out. Kant twee kent Into The Lens, een springerig progstuk, dat ook een plek kreeg op de tweede Bugglesplaat (zij het zonder alle Yesgefiedel erin). De overige stukken zijn aardig, maar mijns inziens niet wereldschokkend. Achteraf een fijne plaat, dit. In 2016 tourde Yes met een show waarin ze deze hele plaat van voor naar achteren speelden; ik zag ze in Utrecht en het was niet al te best: invaller Billy Sherwood wist beter hoe de deunen gingen dan de originele uitvoerenden en moest hen aanwijzingen geven. Vorig jaar rond deze tijd zag ik Yes in The Palladium in London en wie kwam daar Tempus Fugit meezingen? Precies: Horn. En het was nog goed ook.
0540
–
bazbo 0539: Yes – The Affirmative – The Great Lost Yes Tapes Dit is een illegale, die ik kocht op 4 april 1986, bij een goede platenzaak ergens in het centrum van Enschede. Het is een rete-interessante. Want wat gebeurde er in 1978, na Tormato en de daarop volgende In The Round-tour? Yes stapte in 1979 een studio in Parijs binnen met een zwik demo’s onder de arm. Roy Thomas Baker zou de nieuwe plaat gaan produceren. De stemming was echter niet goed, de producer viel uit de gratie en tot overmaat van ramp brak drummer Alan White zijn enkel bij een rondje rolschaatsen. Anderson en Wakeman zaten zich te bezatten in een Parijse kroeg en besloten ermee te kappen. Zij hadden (zo te horen) het meeste demomateriaal aangeleverd en stapten uit de band. De Parijsplaat is er nooit gekomen. Op deze bootleg (die verscheen in 1984) staan de demo’s, aangevuld met een liveversie van Awaken opgenomen in 1978 tijdens de Tormatotour. En het demomateriaal is schitterend. Ik weet zeker dat als de opnames wel gelukt waren, dat het een geweldige plaat geworden was. Opener Dancing Through Light kwam later terug op Drama (de volgende Yesplaat), Everybody Loves You en elementen van The Golden Age zijn terug te horen op de tweede soloplaat van Anderson (Song Of Seven uit 1980). The Golden Age bevat ook zo’n typische Wakemanstampmelodie. Tango is een lang nummer vol malle wendingen en met een bizar Middeleeuws verhaal. ‘Opvuller’ Awaken laat nog eens horen wat een grandioos stuk het is, hoe goed het live uit de verf kwam en wat een gigantisch gave liveband Yes destijds was. Geluidskwaliteit is natuurlijk prut, maar wat dondert het? Mij niet. Ik heb deze al meer dan twintig jaar niet meer gehoord en zit hier te genieten.
0539
–
bazbo 0538: Yes – Tormato 1978. Onder invloed van de opkomende punk besluit de band om meer kortere stukken op te nemen. Resultaat is deze plaat, niet de allerbeste van de band, al staat er veel goed spul op. De openingssuite Future Times / Rejoice is alleraardigst, Squire’s Don’t Kill The Whale een rechttoerechtaanrocker, Madrigal het prachtige klassiekerige Howe/Wakemankunststukje, Release Release de stadionrocker (al hebben ze het nooit live in een stadion gespeeld). Op de tweede kant vinden we het wazige Arriving UFO, het zweverige Circus Of Heaven, de iets te stemmige ballad Onward en de afsluitende klapper On The Silent Wings Of Freedom. Opvallend zijn de voor die tijd hypermoderne toetsengeluiden (weg piano en Hammond). Bespeur ik ook een gebrek aan inspiratie en bevlogenheid? Alles uit zich in het hoesontwerp en dan vooral de fotomontage op de achterkant. De bandleden willen niet gezien worden en krijgen een boel viezigheid over zich heen. Nee, de allerbeste Yesplaat is het niet. Toch kocht ik hem. Op 15 februari 1983, welteverstaan, en ik heb een Amerikaanse versie uit 1978.
0537
–
bazbo 0537: Yes – Going For The One Eind 1976, na allerlei soloalbums en veel lange tours met Moraz, gaat de Zwitserse toetseneur toch weg. De band heeft dan allerlei demo’s gemaakt en manager Brian Lane laat deze aan Wakeman horen. Die is enthousiast en wil graag meewerken. Eerst als sessiemuzikant, maar al snel is hij weer voltijds bandlid. Het resultaat is dit album uit 1977, opgenomen in Zwitserland (!), waar Wakeman op dat moment woont (ivm zijn werk voor de soundtrack van de officiële documentaire over de Olympische Winterspelen aldaar). Wat we horen zijn vijf prachtstukken. Opener is het titelnummer, een Andersonlied dat binnenkomt als een moker: gierende gitaar (pedalsteel van Howe) en scherpe zang. Turn Of The Century is een klein klankschilderij, met een nogal Renaissance-achtig verhaal en instrumentatie (akoestische gitaar en piano). Parallells is Squire’s lied, waarin vooral het kerkorgel bepalend is. Wonderous Stories het schitterende kleine klassieke lied. En de absolute klapper is Awaken, een soort ultiem Yessymfonietje, bestaande uit meerdere delen, waarin de band alles uit de kast trekt wat er maar in de kast kan staan. Meanderend, fel, melodieus, hectisch, ruimtelijk, vol: alles, zei ik toch? Opnieuw veel kerkorgel, de gierende pedal steel en de prachtstem. Ik kocht deze plaat op 31 oktober 1983 en heb een Duitse heruitgave uit een onbekend jaar, wel met de prachtige driepaneelsuitklaphoes. Mooi album, dit.
0537
–
bazbo 0536: Yes – Relayer Daar is-ie! Dit is misschien wel mijn favoriete Yesplaat. In 1974 heeft Yes nogal een probleem: hun toetsenist Rick Wakeman is ermee gestopt uit onvrede met de richting die de band op wil en kiest voor een solocarrière. Eerste poging om ene Vangelis bij de band te voegen mislukt (Vangelis is nogal een vreemde einzelgänger, maar gaat uiteindelijk wel veel samenwerken met Anderson onder de naam Jon & Vangelis) en uiteindelijk vindt de band Patrick Moraz. Zijn levendige toetsenwerk geeft de band een heel ander geluid. Tijdens de eerste repetities samen knutselen ze al Sound Chaser in elkaar en het pianointro daarvan is tamelijk verbluffend. Howe zit in een waanzinnige gitaarperiode, zijn instrument giert werkelijk alle kanten op. Daartegenover staat To Be Over, een bijna lieflijk lied vol prachtmelodieën; het is een rustpunt, maar bevat toch een boel verrassende wendingen. Hoogtepunt is het plaatkantlange The Gates Of Delirium. Verhaal gaat dat Anderson de studio binnenkwam, achter de piano ging zitten en alle ideeën die hij voor dit nummer in zijn hoofd had van zich af hengstte en zong. Anderson kan geen piano spelen, dus ik bedoel maar. Het stuk is gebaseerd op Tolstoj’s Oorlog en vrede en halverwege is er dan ook een complete oorlog aan de gang, inclusief geluidseffecten (die de band op allerlei percussie, metaal, afval en dergelijke ramde). De gitaar- en toetsensolo’s wisselen elkaar af. Aan het eind volgt dan de ‘oplossing’ in de vorm van het deel Soon. Enige minpunt van dit album vind ik wederom de volgorde. Als de twee plaatkanten omgewisseld waren, was de opbouw van het album echt werkelijk super geweest. Ik gaf de plaat mijzelf cadeau voor Sinterklaas op 1983. Ik heb potdomme een originele Duitsche versie uit 1974, met gecensureerde (zwart doorgehaalde) credits aan de binnenzijde van de klaphoes, die op Discogs tientallen neuros oplevert. Die klaphoes, ontworpen door huiskunstenaar Roger Dean is overigens waanzinnig. Meesterwerk, dit.
0536
–
bazbo 0535: Yes – Yesterdays Vreemde verzamelaar uit 1974. Zes stukken van de eerste twee platen (1969/1970), één outtake (B-kant single) van Time And A Word (1970) en America, een cover van het Paul Simonnummer, gespeeld in de bezetting met Howe en Wakeman ten tijde van Fragile, die eerder verscheen op een Atlanticverzamelaar. Voor die tijd een mooi hebbeding, later zijn Dear Father en America in volle glorie verschenen op diverse cd-heruitgaven van Time And A Word en Fragile. Ik kocht deze op 15 december 1983, een Duitsche versie uit 1974!