Acht Andalusische anekdotes (epiloog)
Als je kijkt naar hoe veel woorden ik nodig had om ze te vertellen, dan waren het helemaal geen anekdotes. De serie had beter kunnen heten: Acht Andalusische avonturen. De avonturen liggen inmiddels alweer dik een half jaar achter ons. Nog altijd kijken we terug op een schitterende reis door Andalusië. ‘Reis door Andalusië’, dat klinkt alsof we alles hebben gezien, maar dat is natuurlijk niet zo. Dat kán ook helemaal niet in krap drie weken. Nee, onze treinreis begin juni 2025 voerde langs slechts drie Spaanse steden, maar het waren drie totaal van elkaar verschillende steden.
Granada ligt in een bergachtig gebied. Toen we de trein uit stapten, zag ik in de verte bergen met toppen vol eeuwige sneeuw, terwijl het op het perron zo’n vierendertig graden was.
Het centrum van Granada staat bol van de Moorse invloeden en die hebben we dan ook volop gezien en ervaren. We slenterden langs de witte huizen en door de smalle straatjes op de heuvelhelling van de wijk Albacaín, bezochten het Alhambra en snuffelden in de kleine winkeltjes vol Arabische meuk in de steegjes in het centrum rond de Catedral. Het kleine Monasterio de Cartuja vonden we het mooist; met open mond staarden we naar de uitbundig barokke plafonds, beelden en schilderingen.
Daar waar je in de rest van Andalusië struikelt over de tapasbars (net zoals hier in Nederland over de kebabzaken), daar puilt Granada uit van de Arabische mezzetenten. Nu vind ik – mits goed bereid – falafel best eens aardig, maar iedere avond hetzelfde frituurfood zou me tegen gaan staan. De échte mezze zijn er dan weer nauwelijks te vinden. Gelukkig vonden we, even buiten het centrum, voldoende eetgelegenheden met een andere keuken.
Málaga is totaal anders. Het ligt aan de Middellandse zee en kent die typisch Mediterrane sfeer. Doordat er veel hotels langs de kust staan, is het stadscentrum in de middag, avond en nacht overspoeld door luidruchtige strandtoeristen die met veel geschreeuw en lawaai laten blijken dat ze er zijn. We konden de vele terrassen in het centrum gelukkig omzeilen; ons appartement lag in een smal en rustig straatje, net buiten het drukke hart van de stad.
We bezochten het Alcazaba, de Catedral en het Museo Picasso. Het Centre Pompidou Málaga was helaas gesloten wegens wisseling van de collectie. We flaneerden langs de jachthaven en het strand van de Málagueta.
Voor ons was het hoogtepunt van Málaga echter de Jardim Bótanico, dat buiten de stadsgrenzen op de helling van een heuvel ligt en met de bus te bereiken is, een klein half uur vanaf het centrum. Wat een weelde van groen en kleur; je waant je in een andere wereld.
Sevilla is een stad van duizend gezichten. Mijn reisgids had het centrum van de stad verdeeld in vijf wijken of buurten en elk daarvan heeft een geheel eigen karakter. Rond de universiteit is het groen en La Plaza d’España heeft een van de mooiste gebouwen van de stad. Langs de rivier Guadalquivir is het slenteren en het uitzicht op de Torre del Oro fraai. In de wijk El Arenal mag je een bezoek aan het Museo des Bellas Artes eigenlijk niet missen; het museum is gevestigd in een oud klooster en het gebouw is een bezienswaardigheid op zich. Santa Cruz kent met de Catedral en de Real Alcazar twee toeristentrekkers van jewelste. Het voormalig koninklijk paleis met de tientallen binnenplaatsen en uitkijkjes al dan niet in de Moorse stijl is zeker de moeite waard en ik heb nooit eerder zo’n indrukwekkende en imbeciel grote kathedraal gezien als in Sevilla. De wijk Triana, aan de overkant van de Guadalquivir, is op het eerste oog niets bijzonders, maar bij nadere verkenning zijn er schitterende straten en verborgen pareltjes. Echter, wat mij betreft is La Macarena de mooiste en gemoedelijkste wijk van de stad, met z’n nauwe straatjes en schilderachtige gevels en kleine winkels en verstopte kerken.
En: Sevilla is heet. Heel heet. Zeker in juni. Veertig graden in de schaduw was niet uitzonderlijk. Niet voor niets vluchten de inwoners hun stad uit in de zomermaanden.
Wat in alle drie de steden hetzelfde is, is het allermooiste dat we hebben mogen ervaren: alle mensen die we hebben ontmoet en gesproken waren uiterst vriendelijk, behulpzaam, verdraagzaam en gastvrij.
Toen we stonden te wachten op een perron van Estación Córdoba vertelde een oudere heer dat we veel verderop op het perron moesten gaan staan als we naar Sevilla wilden; hier stopte een trein die heel ergens anders heen ging en als de trein naar Sevilla arriveerde, dan zou je die zeker gaan missen. In Málaga stond ik twintig tellen op een straathoek te puzzelen op een stadskaartje en een mevrouw kwam vragen waar ik naartoe wilde, ze kon het me wijzen. We waren nog geen uur in Sevilla of iemand sprak me aan. ‘Nice shirt,’ zei hij, wijzend op mijn Yes-T-shirt. Hij had de band in 1980 in Londen gezien. We babbelden een paar minuten over muziek en toen zei hij: ‘Wees voorzichtig hier tussen twee en zes, dan kan het echt gevaarlijk zijn in de hitte.’ Op het station in Sevilla bleek onze treinticket geannuleerd en alle medewerkers op het station en in de daarop volgende trein namen de tijd voor ons en hielpen ons uitermate vriendelijk verder, zodat we die dag uiteindelijk toch op de plaats van bestemming kwamen. Als je zelf iedereen vriendelijk benadert, dan krijg ik altijd een aardige reactie terug en krijg ik ook heel veel gedaan.
Als men vroeg waar ik vandaan kom, dan zei ik wel ‘Olanda’ en ik was blij dat ze gelijk over voetbal en Cruyff begonnen – ook al interesseert dat hele voetbal me geen reet – en niet over politiek. Want als het gaat om de politieke situatie in ons land, dan schaam ik me kapot. We hadden op dat moment een demissionair kabinet dat wetten aannam die verre zijn van vriendelijk, behulpzaam, verdraagzaam en gastvrij. Ik neem een voorbeeld aan de Spanjaarden: al eeuwenlang leven zij samen met allerlei mensen van verschillende oorsprong, met mensen met een ander geloof of huidskleur of afkomst. Zonder oordeel of zonder voorwaarde, gewoon omdat je hulp nodig hebt, wijzen ze je de weg, vertellen ze je welke mogelijkheden er wél zijn, vragen ze wat ze voor je kunnen doen. Daar wil ik van leren. En ach, dat de schoenpoetser daarna zijn hand ophoudt, dat vind ik eerder aandoenlijk dan vervelend; met veel plezier druk ik een zwik euro’s in zijn hand.
‘Ik hoor van iedereen dat jij zo vriendelijk bent,’ zei een bestuurder mij ooit, toen ik jaren geleden een nieuwe klus in onze organisatie ging doen. ‘Maar met vriendelijkheid red je het niet meer in deze maatschappij en in onze organisatie. We vragen wat anders van je.’ Het zal. Maar zo bot, de menselijke maat vergetend en over lijken gaand zoals hij, de lompe hork, zo wens ik niet te worden. Iedereen kotste hem uit. Met vriendelijkheid en met naar elkaar omzien krijg je veel voor elkaar en maak je deze wereld wél een beetje mooier dan met de wetten die Faber, Vermeer, Wiersma en Keijzer in Den Haag bedachten. en bedenken.
Dus: Spanje is een prachtland en de drie steden in Andalusië zijn zeker de moeite van een bezoek waard, al was het maar voor de mensen. Ach, die mensen: ik mis ze.
Wat een avonturen toch weer.
–
Apeldoorn, september 2025
Post scriptum:
De volgende reis is alweer in de planning. Houdt u zich maar vast vast.