bazbo – de wereld van Bas Langereis, het middelpunt der aarde

Bas Langereis leest u voor!

12-03-2026

Wegdek – Lotgenoten (0076)

Filed under: Publicaties voor FOK! - 2026 — bazbo @ 01:00

Lotgenoten,

Bam. Au.
Tot op dat moment had ik blessureloos drie keer in de week mijn rondje hardgelopen. Ja, u leest het goed: uw favoriete auteur loopt drie keer in de week een rondje hard. Geen groot of lang rondje. Geen idee trouwens hoe groot de afstand is die ik ren. Ik loop dik een half uur, soms drie kwartier. Hoe kwam dat zo? Dat kwam zo.

In een tijd dat het leven voor mij zeer ingewikkeld was, vroeg de psycholoog bij wie ik onder behandeling was: ‘Bas, wanneer ga jij eens bewegen?’ Als antwoord op die vraag kocht ik elf jaar geleden goede loopschoenen en goedkope sportkledij en vond op het internet trainingsschema’s voor beginners. Na drie maanden kon ik een kwartier onafgebroken rennen; nog weer vier maanden later lukte dat een half uur lang. Ik heb een paar vaste routes om en buiten het centrum van ons zo majestueuze Apeldoorn en drie keer in de week ga ik ’s morgens vroeg vóór zes uur de deur uit, met slechts mijn huissleutel in de zak van mijn hardloopbroek. Mensen die horen dat ik hardloop vragen wel eens of ik ook aan wedstrijden meedoe en dan antwoord ik: ‘Nee.’ Het gaat me niet om de prestatie. Ik vind hardlopen nog altijd niet leuk, maar ik weet dat me goed doet. Ik kijk er wél naar uit dat ik mijn hoofd om de dag mag leegmaken.

Bam. Au. Hier keek ik dan weer níét naar uit.
Op vrijdagmorgen gaat mijn route meestal langs het kleine water de Grift, dat vanuit het Orderbos door het centrum van ons zo majestueuze Apeldoorn loopt. Het stroomt zo ongeveer bij ons voor de deur door de straat en gaat dan langs plantsoen en door park. Ernaast is een wandelpad en zeker ’s morgens vroeg is het daar aangenaam hardlopen. Je passeert het voormalige landgoed Marialust en vervolgens stroomt de Grift naar het kanaal. Vanaf Apeldoorn-Noord loopt de Grift enkele meters parallel aan het kanaal, tot het bij Hattem in het kanaal en IJssel uitmondt. Zo ver loop ik echter nooit.
Ik was achter Marialust langs gelopen en rende nu over het zopas gerepareerde asfaltweggetje dat achter nieuwgebouwde woningen in de richting van de Laan van Kerschoten slingerde. Onlangs lag de Laan van Kerschoten helemaal open en moest ik via de nieuwe woonwijk een omweg maken. Nu was de weg weer vrij voor verkeer. Ik sloeg er rechtsaf om vijftig meter verder de Vlijtseweg over te steken en zo via het Zwitsalterrein naar het kanaal te komen. Vanaf daar was het een fijn stukje over het fietspad langs het kanaal tot ik weer thuis was.

Bam. Au.
Een oneffenheid in de weg, ik wist dat die er was, maar was er op het belangrijke moment niet alert op. Het was er nogal donker; de straatlantaarn stond wat verderop. Het nieuw gelegde asfalt van de Laan van Kerschoten lag vijf centimeter lager dan het oude asfalt op de kruising met de Vlijtseweg. In volle vaart struikelde ik over de verhoging. Dit ging fout. Ik ving mijn lijf met beide handen op, maar kennelijk was mijn snelheid hoger dan ik inschatte.

Bam. Au. ‘Kut.’
Met mijn handen, knieën en mijn snuit lag ik voorover op het wegdek. Ik voelde de structuur van het asfalt op mijn kin, bovenlip en neus. Dit was niet goed, wist ik. Ik rolde opzij, greep naar mijn gezicht en duwde mijn handen over mijn neus en bovenlip. Snel probeerde ik op te staan. Ik lag midden op straat. Er kwamen geen auto’s aan, zag ik. Twee tellen later stond ik op het smalle trottoir. Had ik pijn? Ik drukte mijn handen nog steeds stevig in mijn gezicht. Er was nog geen pijn. Oei, mijn gebit. Met mijn tong voelde ik voorzichtig naar mijn voortanden. Gelukkig, geen beschadiging, alles zat nog op z’n vertrouwde scheve plek. Nu had ik pijn. Vooral op mijn bovenkaak.
Wat moest ik doen? Ik was net op het verste punt van mijn hardlooproute. Ik stapte naar de lantaarnpaal en haalde mijn rechterhand van mijn gezicht. De zwarte sporthandschoen was doorweekt en op de mouw en borst van mijn hardloopshirt zaten grote rode vlekken. Het bloedde als een rund. Met mijn twee handen weer tegen mijn gezicht aan gedrukt, liep ik de Vlijtseweg af in de richting van huis.

Daar trok ik mijn hardloopschoenen uit en ging ik naar de badkamer. Nu pas zag ik de schade. Op mijn neus, bovenlip en kin zat een fikse schaafwond, aan de binnenkant van mijn bovenlip een snee die nog altijd bloedde, met dank aan mijn scheve voortand. Dikke bek. Toen realiseerde ik mij dat mijn knieën ook pijn deden. Ik trok mijn lange hardloopbroek uit en inderdaad. Dat hardloopshirt leek op de werkkleding van een slachter. Mijn lijf en de wonden moesten schoon. De douchepartij werd dit keer nogal wat langer dan normaal.
Voor de zekerheid belde ik de huisarts. De assistente kon in de archieven geen datum vinden van de laatste keer dat ik een tetanusinjectie had gehad. Twee uur later zat ik bij haar in de spreekkamer en joeg ze de naald in mijn bovenarm. Ik kon er weer tien jaar tegen.

Bam. Au. Als ik die psycholoog ooit nog eens tegen kom, dan sla ik hem op z’n snufferd, zodanig dat hij een net zo dikke bek heeft als ik.
Gelukkig, nu na een week zie je al bijna niets meer van de verwondingen in mijn gezicht, al zullen de dikke korsten op mijn knieën en de zwelling in mijn lip nog langere tijd merkbaar blijven. Als ik erop druk doet het zeer.

Wat een avonturen toch weer.


Apeldoorn, februari 2026

Hier lees je ‘m op FOK!.

• • •
 

26-02-2026

klein

Filed under: Publicaties voor FOK! - 2026 — bazbo @ 01:00

De mok met verse koffie zette hij op het bureau. Hoe of het met hem was en of hij goede dagen had gehad. Ze had hem begroet in het voorbijgaan. Voor hij het wist was ze uit zijn zicht verdwenen; toch zei hij iets terug. Nog geen twee tellen later was ze zijn kamer binnengelopen. Hij draaide zijn bureaustoel naar haar toe en loog dat het goed ging.
Terwijl hij iets over de afgelopen dagen vertelde, gingen zijn gedachten verder terug. Bijna drie jaar geleden was ze zijn collega geworden, ze werkten nu op dezelfde afdeling. Hij bewonderde haar om hoe snel ze zich zaken eigen had gemaakt, hoe ze nu het voortouw nam in complexe projecten. Ze was een intelligente jonge vrouw en hij had inmiddels diep respect voor haar gekregen. Haar lach was zo meisjesachtig, zo misleidend, zo bakvis – hij had haar vader kunnen zijn -, maar wat ze zei zo verstandig.
Hij stelde de vraag terug. Hoe of het met haar ging, wat zij de afgelopen tijd had meegemaakt en gedaan. Ze begon te vertellen. Al pratende keek ze iets van hem weg, alsof ze zich moest concentreren op wat ze wilde zeggen. Met ieder klein stapje in haar verhaal glimlachte ze iets breder. Ze keek hem niet aan, maar hij wist dat haar ogen glommen.
Hij vond haar innemend, lief, op de bijna vaderlijke manier hád hij haar ook lief. Hij vond haar ook mooi, aantrekkelijk en stelde zich van alles voor. Haar zachte handen aanraken met de zijne, zijn vinger over haar lachende lippen, zijn hand door haar lange haren. Hoe graag wilde hij haar in zijn armen nemen en toch was het geen lust of iets sensueels wat hij voor haar voelde. Hij wilde haar slechts vasthouden, dicht tegen zich aan klemmen, haar beschermen tegen alles, tegen de boze wereld en de slechte mensen met de kwade bedoelingen, tegen iedereen behalve hemzelf, dat was alles. Meer niet.
Plots betrok haar gezicht. Wat of er was, vroeg hij haar verschrikt. Ze deed een stap naar hem toe en boog bijna over hem heen. Hij rook haar parfum, hij hield er niet van, nee hij hield van… verder kwam hij niet. Ze reikte naar zijn telefoon die op zijn bureau lag. Met een snelle beweging drukte ze op de powerknop. Hij hield zijn adem in. Intiem voelde het, dat hij het oplichtende vergrendelscherm met haar deelde. Ze zag hoe laat het was, zei dat ze te laat zou komen voor haar volgende overleg en rende bijna weg.
Hij snoof haar warme geur na, wist dat ze zijn bescherming helemaal niet nodig had en wat kende hij haar nou helemaal? Maar toch: toen ze zijn kantoor uit was en ook uit zijn zicht was verdwenen, ging hij een heel klein beetje dood. De koffie was koud geworden.


Apeldoorn, januari 2026



Een zkv is een zeer kort verhaal, ook wel ‘flitsverhaal’ genoemd.
A.L. Snijders (pseudoniem van Peter Cornelis Müller, 1937-2021) was de ware ambassadeur van het genre.

Hier lees je ‘m op FOK!.

• • •
 

12-02-2026

Acht Andalusische anekdotes (epiloog)

Filed under: Publicaties voor FOK! - 2026 — bazbo @ 01:00

Als je kijkt naar hoe veel woorden ik nodig had om ze te vertellen, dan waren het helemaal geen anekdotes. De serie had beter kunnen heten: Acht Andalusische avonturen. De avonturen liggen inmiddels alweer dik een half jaar achter ons. Nog altijd kijken we terug op een schitterende reis door Andalusië. ‘Reis door Andalusië’, dat klinkt alsof we alles hebben gezien, maar dat is natuurlijk niet zo. Dat kán ook helemaal niet in krap drie weken. Nee, onze treinreis begin juni 2025 voerde langs slechts drie Spaanse steden, maar het waren drie totaal van elkaar verschillende steden.

Granada ligt in een bergachtig gebied. Toen we de trein uit stapten, zag ik in de verte bergen met toppen vol eeuwige sneeuw, terwijl het op het perron zo’n vierendertig graden was.
Het centrum van Granada staat bol van de Moorse invloeden en die hebben we dan ook volop gezien en ervaren. We slenterden langs de witte huizen en door de smalle straatjes op de heuvelhelling van de wijk Albacaín, bezochten het Alhambra en snuffelden in de kleine winkeltjes vol Arabische meuk in de steegjes in het centrum rond de Catedral. Het kleine Monasterio de Cartuja vonden we het mooist; met open mond staarden we naar de uitbundig barokke plafonds, beelden en schilderingen.
Daar waar je in de rest van Andalusië struikelt over de tapasbars (net zoals hier in Nederland over de kebabzaken), daar puilt Granada uit van de Arabische mezzetenten. Nu vind ik – mits goed bereid – falafel best eens aardig, maar iedere avond hetzelfde frituurfood zou me tegen gaan staan. De échte mezze zijn er dan weer nauwelijks te vinden. Gelukkig vonden we, even buiten het centrum, voldoende eetgelegenheden met een andere keuken.

Málaga is totaal anders. Het ligt aan de Middellandse zee en kent die typisch Mediterrane sfeer. Doordat er veel hotels langs de kust staan, is het stadscentrum in de middag, avond en nacht overspoeld door luidruchtige strandtoeristen die met veel geschreeuw en lawaai laten blijken dat ze er zijn. We konden de vele terrassen in het centrum gelukkig omzeilen; ons appartement lag in een smal en rustig straatje, net buiten het drukke hart van de stad.
We bezochten het Alcazaba, de Catedral en het Museo Picasso. Het Centre Pompidou Málaga was helaas gesloten wegens wisseling van de collectie. We flaneerden langs de jachthaven en het strand van de Málagueta.
Voor ons was het hoogtepunt van Málaga echter de Jardim Bótanico, dat buiten de stadsgrenzen op de helling van een heuvel ligt en met de bus te bereiken is, een klein half uur vanaf het centrum. Wat een weelde van groen en kleur; je waant je in een andere wereld.

Sevilla is een stad van duizend gezichten. Mijn reisgids had het centrum van de stad verdeeld in vijf wijken of buurten en elk daarvan heeft een geheel eigen karakter. Rond de universiteit is het groen en La Plaza d’España heeft een van de mooiste gebouwen van de stad. Langs de rivier Guadalquivir is het slenteren en het uitzicht op de Torre del Oro fraai. In de wijk El Arenal mag je een bezoek aan het Museo des Bellas Artes eigenlijk niet missen; het museum is gevestigd in een oud klooster en het gebouw is een bezienswaardigheid op zich. Santa Cruz kent met de Catedral en de Real Alcazar twee toeristentrekkers van jewelste. Het voormalig koninklijk paleis met de tientallen binnenplaatsen en uitkijkjes al dan niet in de Moorse stijl is zeker de moeite waard en ik heb nooit eerder zo’n indrukwekkende en imbeciel grote kathedraal gezien als in Sevilla. De wijk Triana, aan de overkant van de Guadalquivir, is op het eerste oog niets bijzonders, maar bij nadere verkenning zijn er schitterende straten en verborgen pareltjes. Echter, wat mij betreft is La Macarena de mooiste en gemoedelijkste wijk van de stad, met z’n nauwe straatjes en schilderachtige gevels en kleine winkels en verstopte kerken.
En: Sevilla is heet. Heel heet. Zeker in juni. Veertig graden in de schaduw was niet uitzonderlijk. Niet voor niets vluchten de inwoners hun stad uit in de zomermaanden.

Wat in alle drie de steden hetzelfde is, is het allermooiste dat we hebben mogen ervaren: alle mensen die we hebben ontmoet en gesproken waren uiterst vriendelijk, behulpzaam, verdraagzaam en gastvrij.
Toen we stonden te wachten op een perron van Estación Córdoba vertelde een oudere heer dat we veel verderop op het perron moesten gaan staan als we naar Sevilla wilden; hier stopte een trein die heel ergens anders heen ging en als de trein naar Sevilla arriveerde, dan zou je die zeker gaan missen. In Málaga stond ik twintig tellen op een straathoek te puzzelen op een stadskaartje en een mevrouw kwam vragen waar ik naartoe wilde, ze kon het me wijzen. We waren nog geen uur in Sevilla of iemand sprak me aan. ‘Nice shirt,’ zei hij, wijzend op mijn Yes-T-shirt. Hij had de band in 1980 in Londen gezien. We babbelden een paar minuten over muziek en toen zei hij: ‘Wees voorzichtig hier tussen twee en zes, dan kan het echt gevaarlijk zijn in de hitte.’ Op het station in Sevilla bleek onze treinticket geannuleerd en alle medewerkers op het station en in de daarop volgende trein namen de tijd voor ons en hielpen ons uitermate vriendelijk verder, zodat we die dag uiteindelijk toch op de plaats van bestemming kwamen. Als je zelf iedereen vriendelijk benadert, dan krijg ik altijd een aardige reactie terug en krijg ik ook heel veel gedaan.

Als men vroeg waar ik vandaan kom, dan zei ik wel ‘Olanda’ en ik was blij dat ze gelijk over voetbal en Cruyff begonnen – ook al interesseert dat hele voetbal me geen reet – en niet over politiek. Want als het gaat om de politieke situatie in ons land, dan schaam ik me kapot. We hadden op dat moment een demissionair kabinet dat wetten aannam die verre zijn van vriendelijk, behulpzaam, verdraagzaam en gastvrij. Ik neem een voorbeeld aan de Spanjaarden: al eeuwenlang leven zij samen met allerlei mensen van verschillende oorsprong, met mensen met een ander geloof of huidskleur of afkomst. Zonder oordeel of zonder voorwaarde, gewoon omdat je hulp nodig hebt, wijzen ze je de weg, vertellen ze je welke mogelijkheden er wél zijn, vragen ze wat ze voor je kunnen doen. Daar wil ik van leren. En ach, dat de schoenpoetser daarna zijn hand ophoudt, dat vind ik eerder aandoenlijk dan vervelend; met veel plezier druk ik een zwik euro’s in zijn hand.
‘Ik hoor van iedereen dat jij zo vriendelijk bent,’ zei een bestuurder mij ooit, toen ik jaren geleden een nieuwe klus in onze organisatie ging doen. ‘Maar met vriendelijkheid red je het niet meer in deze maatschappij en in onze organisatie. We vragen wat anders van je.’ Het zal. Maar zo bot, de menselijke maat vergetend en over lijken gaand zoals hij, de lompe hork, zo wens ik niet te worden. Iedereen kotste hem uit. Met vriendelijkheid en met naar elkaar omzien krijg je veel voor elkaar en maak je deze wereld wél een beetje mooier dan met de wetten die Faber, Vermeer, Wiersma en Keijzer in Den Haag bedachten. en bedenken.

Dus: Spanje is een prachtland en de drie steden in Andalusië zijn zeker de moeite van een bezoek waard, al was het maar voor de mensen. Ach, die mensen: ik mis ze.

Wat een avonturen toch weer.


Apeldoorn, september 2025

Post scriptum:
De volgende reis is alweer in de planning. Houdt u zich maar vast vast.

Hier lees je ‘m op FOK!.

• • •
 

29-01-2026

Dichtsels (3)

Filed under: Publicaties voor FOK! - 2026 — bazbo @ 01:00

Dit zijn drie dichtsels in het kader van de nationale gedichtendag en de poëzieweek.

=

1

[ze schijnt]

ze schijnt er al lange tijd op te hebben zitten
de taal is wat de dichter denkt, of omgekeerd
ik verwerp de woorden van de wereld
weet je nog, weet je nog?

van verre komt een zilte zon
transformeert de sneeuw in mijn hoofd
om van die witte ruis maar niet
herinner je, herinner je?

het wachten steekt de wind op
uren klagen van de koude grond
onthoud het, Bert – onthoud het

vergezicht, neerwaarts niet zo nauw
waarop de zee zich moedig voorwaarts
je weet het weer, je weet het

nou dan


Apeldoorn, 2025

=

2

velpon in je oor

zo’n titel verzin je niet zomaar.
daar moet een diepere gedachte achter zitten.
dat kan niet anders.

want wie weet nog wat velpon is?

gluton dan?


Apeldoorn, augustus 2022

=

3

[ik ben links]

ik ben links.
ik ben links.
enz
ik ben links
georiënteerd.
ik ben links.
ik ben links.
enz
ik ben links.
ik geef om jou
ik geef om me heen
om alles wat kwetsbaar
de mens
het dier
de natuur
de planeet
om de ander
om wie dan ook
ik geef
ik ben links.
enz
misschien wel woke
ja, dat ook
ik ben links.
enz
ik ben links.
we gaan hier rechts
maar ik ben links.


Apeldoorn, januari 2026

Hier lees je ‘m op FOK!.

• • •
 

15-01-2026

Acht Andalusische anekdotes (8) (Slot)

Filed under: Publicaties voor FOK! - 2026 — bazbo @ 01:00

Het is al heel benauwd. Het is ook al bijna zeven uur. In de ochtend, ja. Gisterenavond liepen we na een etentje om half tien over straat en we passeerden een display met de temperatuur: 41°C. Het is vannacht nauwelijks afgekoeld.
De wekker ging om kwart voor vijf en na wat koffie, koffers inpakken en ontbijt zijn we om 06.45 op pad gegaan. Ruim op tijd. We doen een half uurtje over de voettocht naar het station Santa Justa. Daar hebben we een dik uur om uit te zoeken van welk perron onze trein vertrekt, om koffie te leuten en om door de bagagecontrole te komen.
We hebben een reservering voor de trein van 08.36 naar Barcelona en om 08.00 uur staan we in de rij in de grote centrale stationshal. De juffrouw scant onze reserveringsticket en we lopen naar de bagagecontrole. Koffers, tassen, riem en riembuidel gaan op de band. Een medewerker wil eerst nog een keer onze stoelreservering zien en scannen en alles is in orde. Dat is fijn. De eerste hobbel lijkt genomen. Beneden op het perron moeten we nogal een eindje lopen tot we plots bij wéér een balie staan en daar zit iemand die voor de derde keer onze tickets gaat controleren.

Piep. Rood. Nogmaals. Piep. Rood.
‘I’m sorry, sir, but your tickets are canceled.’
‘Excuse me? Canceled? But … howcome? Can you please explain? Why are the tickets canceled?’
Hij weet het niet, maar we kunnen de trein niet in.
‘Maar we moeten met de trein mee. We hebben betaald, zijn twee keer goed door de scanner heen gekomen en als we de trein niet halen, dan missen we zo goed als zeker de aansluiting in Barcelona.’
‘I’m sorry sir, but you can’t take this train.’
We kijken elkaar nerveus aan.
‘Wat adviseert u ons om te doen?’
De beambte glimlacht begrijpend. Hij raadt ons vriendelijk aan om terug naar de kaartverkoopbalie te gaan en daar reserveringen te kopen voor een trein later, die van 09.36.
Ach zo. We zien onze geplande trein wegrijden. Ik krijg een vlaag van paniek.

De medewerker achter de kaartverkoopbalie is uiterst behulpzaam. Er is nog plek in de trein van een uur later, maar alleen in de stiltecoupé. Die nemen we maar al te graag. In Barcelona zouden we twee uur overstaptijd hebben, maar onze aansluiting wordt daar nu dus krapper.
De trein van 09.36 uur vertrekt op tijd uit Sevilla. We zuchten van opluchting.

‘Gaat dit goed?’ vraag ik me na een half uur hardop af. Oeps, we zitten in de stiltecoupé. Gelukkig kijkt niemand op of om.
Het eerste uur rijden we zeer langzaam en we staan ook een paar keer lang stil.
‘Als we maar niet nóg meer vertraging krijgen,’ word ik weer bang. ‘Anders wordt het te krap. Dat betekent een nieuw probleem.’ Ik kijk op allerlei apps en zie dat deze trein een iets andere route rijdt. ‘In Madrid hebben we een stop van dik een kwartier, misschien valt er wat in te halen?’
Helaas. De stop in Madrid duurt geen kwartier, maar vijfentwintig minuten.

‘We hebben inmiddels al meer dan veertig minuten vertraging,’ piep ik. ‘Het lijkt erop dat we in Barcelona de laatste trein van vandaag naar Montpellier missen.’
‘Och jee,’ zegt De Vrouw.
‘Gestrand in Barcelona.’
Dat zal betekenen dat we een nieuwe route voor morgen moeten plannen, dat we in Barcelona nieuwe stoelreserveringen moeten kopen voor een rit van Barcelona naar Apeldoorn voor morgen (als die er zijn), dat we ons hotel in Montpellier moeten annuleren (geen geld terug) en dat we voor vannacht een hotel in Barcelona moeten zoeken. En dan hopen dat we morgen geluk hebben met de aansluitingen en ’s avonds thuis komen.

Vanaf Madrid maken we een alternatief reisplan voor morgen. De hoofdconducteur komt door het gangpad.
‘Excuse me,’ zeg ik in mijn beste Spaans, dat nog steeds veel op Engels lijkt. ‘We willen graag in Barcelona de aansluiting halen op de laatste trein naar Montpellier. Kunt u iets voor ons regelen?’
De conducteur kijkt op zijn telefoon, scrolt wat en schudt zijn hoofd. ‘I’m sorry, sir. Die trein is van een andere vervoersmaatschappij en dan kan ik niets voor jullie doen.’
‘Oei. Hoe moet dat nu? Dan gaan we stranden in Barcelona.’
‘Maar er is hoop,’ weet hij. ‘Het laatste uur hebben we geen tussenstops en doorgaans kunnen we daar flink tempo maken en halen we daar veel tijd mee in. Wie weet…’
Hij zegt nogmaals ‘I’m sorry’, knikt ons vriendelijk toe en loopt door.

We hebben de alternatieve route voor morgen al uitgestippeld en een eventueel hotel voor vannacht in Barcelona gevonden dat én betaalbaar is, én niet al te gek ver weg van het station is én nog plek heeft ook. Pfff. Klauwen met geld gaan we weggeven, maar dan hebben we een hoge hobbel genomen.
Toch blijven we rillen van de zenuwen.

Maar! De trein haalt langzaam iets van de achterstand in en we zijn om vier uur in Barcelona.
‘We hebben twintig minuten om bij de aansluitende trein te komen,’ zeg ik als we uitstappen.
De Vrouw heeft de afgelopen dagen veel pijn in haar voet en ze loopt niet gemakkelijk. We zijn aangekomen helemaal aan het eind van het perron en de roltrappen zijn nog niet in beeld.
‘We gaan rustig aan lopen,’ zeg ik. ‘Als we het halen, is het fijn. Als we het niet halen, dan hebben we ons alternatieve plan.’
De tocht over het perron naar de roltrap kost ons meer dan tien minuten.
‘We hebben nog krap acht minuten,’ concludeer ik overbodig.
Als we boven in de hal aankomen, zie ik gelijk een overzichtsbord met de vertrekkende treinen. ‘Spoor 6 moeten we hebben,’ zeg ik.
Zoals we weten is het station van Barcelona nogal onoverzichtelijk en enorm druk, dus we zijn bang. Heel bang.
‘Waar is spoor 6?’ roep ik uit, wild om mij heen kijkend. ‘Wacht!’
Nog geen twintig meter verderop staat een grote meute te wachten bij een poortje. Er hangt een bordje boven dat poortje. Het is de toegang tot het perron 6. Wat een mazzel. We redden het! En die trein vertrekt ook weer wat later dan gepland. De opluchting is groot.

Het hotel in Montpellier ligt nog geen honderd meter van het stationsplein vandaan. Het blijkt een superklein en knullig hotel te zijn: de administratie is op losse vellen half afgescheurd papier, de dienstdoende medewerker schrijft onleesbaar onze namen op een snipper papier en op een ander mijn pasnummer. De hotelkamer is op de eerste verdieping, maar als we daar met de lift aankomen moeten we een lange gang door en dan een trap af en dan komen we bij de kamer. Het toilet doet het niet. Het deert ons allemaal niet, want we zijn blij dat we vandaag op de geplande plek zijn beland. We installeren ons en gaan naar het ons bekende dichtbijgelegen Indiaas restaurant om wat te eten: pakora, samosa, paneer palak en kipcurry. Smakelijk, zeer smakelijk. Dan wandelen we nog even naar het Place de la Comédie, daar kijken we wat rond en eten we ijs en vervolgens gaan we terug naar het hotel. We lopen langs een display met de tijd en de temperatuur. Het is half elf geweest en met dik 32°C is het hier heerlijk koel. Morgenavond zijn we thuis.

Wat een avonturen toch weer.


Apeldoorn, augustus 2025

Hier lees je ‘m op FOK!.

• • •
 

01-01-2026

Lijstje (2)

Filed under: Publicaties voor FOK! - 2026 — bazbo @ 01:00

Wéér geen oliebol eten
Kerstversiering verwijderen
Starten bij het nieuwe toneelgezelschap
De cd-kast uitbreiden, zodat de stapels cd’s die er nu niet in passen niet meer in de weg liggen
De vakantiereis door Schotland plannen, accommodaties reserveren en busritten boeken
Nieuw paspoort aanvragen ipv ID-kaart, want Schotland
Lamento (Campert) uit het hoofd
Minimaal drie liefdevolle aanrakingen op een dag
Pistachetiramisu
De tweeënnegentigste verjaardag van Onze Vader vieren en zijn Oorlogswinterverhaal schrijven
Sowieso schrijven
Buikje eraf > krachttraining gaan doen
Iets met zeewier maken (pakje is al een jaar over de datum)
Helemaal stuk gaan
Concert van Pat Metheny’s Side-Eye meemaken
Die vakantiereis door Schotland maken
Tekst monoloog leren voor de speciale voorstelling rondom Keti-Koti
Afwijken van alle malle routines
Winwood zien
De internetkabel die langs de muur in de woonkamer loopt wegwerken
Pianoskills oefenen
Nieuwe schoenen
Vakantie 2027 plannen: met de trein naar Turkije om Arie te ontmoeten
Nóg minder boeken aanschaffen
Nóg meer herlezen
Balkonplafond witten
Helemaal van Twitter af (en alles van Meta); Firefox inruilen voor Vivaldi
Mezelf nóg plantaardiger voeden
Rijksmuseum bezoeken
Op werkdagen meer drinken dan alleen die paar koppen koffie ’s morgens
Dordrecht
Tijd maken
Met Kerst weer het land uit, maar waar heen? (Plannen.)
Zeggen dat ik van haar houd
Nog zeker een jaar blijven schrijven voor FOK!
Geen oliebollen kopen
Aftellen tot vervroegd pensioen
Dit lijstje herzien
Alle trouwe lezers een goed en gezond nieuw jaar wensen

Een goed en gezond nieuw jaar gewenst, trouwe lezers!


Apeldoorn, 31 december 2025

Hier lees je ‘m op FOK!.

• • •