bazbo – de wereld van Bas Langereis, het middelpunt der aarde

Bas Langereis leest u voor!

10-08-2019

Het vuur ontketend (12)

Filed under: Publicaties voor FOK! - overig — bazbo @ 07:15

“Murat was een hond!” Het waren de eerste woorden die ik wist uit te brengen. Ik kon nog steeds niet helemaal scherp zien, maar ik wist wel dat Ahmed in de ruimte was.
“Ik maak je kapot, kankerlijer,” was het gesiste antwoord.
“Dat zei die hond van een dealer van je ook.” Ik kon zijn woede haast voelen. Dat is lekker. Alsof de kokende hitte tegenover je direct jouw eigen energie voedt, is het niet? Even kwam er een glimlach op mijn lippen.
“Jij hebt hem kapot gemaakt,” lispelde Ahmed. “Daarvoor maak ik jóú kapot!”
“Waarom heb je dat dan nog niet gedaan?”
“Ik wil weten wat je hier deed. En waarom je mijn hoer dood hebt gemaakt. Daarna snijd ik je ballen kapot en stop ik ze in je leugenachtige kankerbek.”
“Dat was ik niet.” Je gelooft het zelf. “Maar die hoeren van jou verdienden het te sterven,” zei ik. Ik was nu helemaal bij mijn positieven en zocht een weg om los te komen. Potdomme, ik zat stevig vast.
“Waarom dan? Het zijn toch gewoon hoeren, man? Waar maak je je eigenlijk druk om?”
“Ze hebben het meisje aan die hond van een broer van jou verpatst omdat hun eigen stinkende kutten te weinig opleverden.”
Ahmed was geschokt. “Wat?” Hij keek naar de jongen die naast hem stond. Goed bezig, zo. Het duurt niet lang meer. Toen die geen reactie gaf zei hij nogmaals: “Wat?”
“Vraag maar aan je zoontje.” Ik knikte naar de jongen. “Die weet wel waar ik het over heb. Kimberley is door hem en die kuthoeren deze verrotte business in gesleept. En dat terwijl ze nog minderjarig is. Die hoeren hebben er niks aan gedaan. Rachid heeft haar de drugs in geholpen. Dat zal niet zonder gevolgen zijn.” Ik pauzeerde even. Zie ze staan. Ze weten niet wat te doen. Maak het af. Ik ging verder. “Dus wat ik me druk maak? Nu niks meer. Ik heb geen problemen met jou of met je zoon. De enige die hier volgens mij ook vanaf wist is Rein, de cafébaas. Maar dat is mijn probleem, niet het jouwe.”
Tarkan knikte wederom bevestigend. Ahmed begon te ijsberen. Hij zei iets in het Turks, waarop de jongen naar beneden ging. “Even schoonmaken,” zei Ahmed haast verontschuldigend.
“Volgens mij ben jij de grote winnaar hier, Ahmed.”
“Hoezo?”
“Je bent in elk geval van die verlepte hoeren af, als je mannetjes hun werk een beetje verstaan en een paar lijken kunnen laten verdwijnen. En jij kan verder met het uitbouwen van je kleine drugsimperium naar iets groters. Je broer Rachid loopt je niet meer voor de voeten.”
“Hoezo? Hoe bedoel je? Wat is er met Rachid?”
“Die wordt opgepakt voor de moord op twee kassameisjes in de supermarkt. Hij heeft het leuk gedaan. Eerst uitgekleed en seks met ze gehad; toen de keeltjes doorgesneden.”
“Hou op.”
“Zie het positief. Je handel in pilletjes is veel makkelijker en lucratiever dan te lopen pooieren met die luizendozen van je.”
“En ik moet je zeker bedanken? In plaats van je ballen pletten tussen twee bakstenen?” schamperde Ahmed.
“Ik snap dat je boos bent.” Ik draaide een beetje, zodat ik Ahmed aan kon kijken. “Jij had toch belangstelling voor nieuwe leveringen?”
“Allemaal leuk en aardig, maar Murat is dood en straks zit Rachid achter de tralies.” Even leek Ahmed besluiteloos. Toen zei hij: “Wacht..” Hij liep weg.
Alsof ik iets anders kon dan wachten.
Daar was hij weer. “Jij bent niet bang, hè?” vroeg hij, terwijl hij een mes tevoorschijn haalde.
– Franco was nooit bang. Hij niet; hij zorgde er wel voor dat de ander het in zijn broek deed van angst. Dat gaf hem alle gelegenheid om de regie te nemen. Niet veel later vloeide dan het bloed. En – Ik gaf geen kik. Mijn ogen volgden het mes. Ahmed stak toe, langs mijn arm. Hij sneed door het laken waarmee ik vast zat. Zijn doodvonnis. Ik bleef stil zitten. Heel even had ik de kans om Ahmed uit balans te brengen en hem het mes afhandig te maken. Nog heel even geduld. Ik deed het niet. Wie weet stonden de twee jongemannen achter de deur. Nu niets stoms doen. Tevreden trok Ahmed de laatste boeien los.
Ik stond op. “Wat moet je?”
“Pillen. Wat anders? Jij weet waar je ze kunt krijgen.”
“Waar is Kimberley?”

– altijd weer; het verlangen om te vluchten. Te vluchten waarin? Weg, ver weg. Als het maar ver is. De gedachte dat Franco bezit van mij nam, leek steeds dichterbij te komen. “Als je niet doet wat ik wil, neem ik wraak. Je hebt dierbaren om je heen. Nog wel.” Zijn stem sneed in mijn ingewanden. Het laatste beetje ziel en geweten –

“Die is veilig. Je hoeft je geen zorgen te maken. Tarkan weet wel hoe hij haar rustig krijgt.” Hij lachte vilein. “Ze blijft even bij mij. Eerst zorg jij voor de juiste levering.”
“Oké. Maar als haar één haar wordt gekrenkt, ga je eraan.” Dat ga je evengoed wel. “Je hoort van me.” Ik liep de deur uit. Ik bedoel: ik liep gewoon de deur uit! Ahmed liet me gaan.
Buiten was het net licht geworden. Het regende. Eerst maar eens naar Rein.

De deur klemde.
“Johan,” zei Rein. Hij stond zijn vloer te dweilen. “Ik ben dicht.”
“Geef me koffie.”
“Zenuwachtig?”
Eerder gewelddadig. “Kom, geef me koffie.”
“Vooruit.”
“En leg me uit waarom je nooit verteld hebt dat je weet wat hiernaast plaats heeft gevonden.”
“Hoe bedoel je?”
“Hiernaast. Ahmed. Tarkan. Kimberley. Moet ik je meer tips geven?”
“Johan, …”
“Bespaar me je verontschuldigingen. Wist Muriël ervan?”
“Nee.” Hij zette me een kop koffie voor. Die begon ik snel te slurpen.
“Je hebt haar niet gewaarschuwd?”
“Ik heb een zaak te runnen, Johan.” Genoeg. “Dat lukt me al half. Dan kan ik daar geen gezeur bij hebben.”
Ik zette het half leeggedronken kopje neer en boog over de toog naar Rein toe.

– in het begin leek het ze allemaal heel spannend. Ze waren nog gewillig ook. Hij nam ze mee naar het magazijn. Gretig namen ze de pillen van hem aan. Franco wist dat dit een van zijn hoogtepunten werd. De twee meisjes hingen giechelend om zijn nek. Hij zoende ze in hun hals. Hun heerlijke hals. Zijn handen gleden over de jonge lichamen. Hij kleedde ze uit en gooide hun werkkleren van zich af. Geil wachtten ze op wat er komen ging. Of ze elkaar wilden strelen. Dat wilden ze wel. Ze likten elkaars tepeltjes. Franco opende zijn broek. Ze nodigden hem uit. Hij ging erbij zitten en aaide hen langs de wangen. Met zijn toompje. Dat vonden ze leuk. Hun tongen vochten; ze kregen bijna ruzie wie er het eerst mocht. Hij haalde een condoom tevoorschijn. Zo voorzichtig was hij wel. Zijn handschoenen hield hij ook aan. Dat wond ze nog meer op. De meisjes kropen op elkaar. Franco wreef zijn neus langs de natte sleuven. Toen knielde hij tussen hun benen. Grinnikend gleed hij naar binnen. Wie had hij als eerste te pakken? Straks de ander. De meisjes kronkelden. Om beurten gaf hij ze een paar stootjes. Hun gehijg werd luider. Zijn handen vonden de hals van het ene meisje. Gekreun. En daar was die andere. Gegil van genot. In iedere hand een heerlijke hals. Hij begon zachtjes te knijpen. Ze kregen het benauwd, maar leken het lekker te vinden. Zo klonken ze wel. “Kassa!” gromde hij. Franco spoot het condoom vol. Toen pakte hij zijn grote mes. Weg heerlijke hals. Bloed. Er gorgelde wat lucht uit de wonden. Het wond hem nog meer op. De meisjes waren nog nat tussen de benen. Lang ging hij niet te keer op de betonnen vloer. Weer spoot hij. Erna sleepte hij de slappe lijven naar de koelcel. Zo koud –

Ik liet het lichaam van Rein achter de toog liggen zodat het vanaf de straat niet te zien was. Ik pakte de sleutels van Rein en sloot de deur netjes af en verliet het café. Buiten regende het nog harder. Het stormde in mijn kop. Even later was ik thuis.
Uit het plastic zakje haalde ik een pilletje. Het was een van de laatste. Ik spoelde hem weg met een grote slok whiskey. In de slaapkamer opende ik de klerenkast. Onderin stond mijn weekendtas. Ik deed er wat kleren in.
Ik dacht aan Kimberley. Waar zou ze zijn? Het meidje had al heel wat moeten meemaken. Ik miste haar. Ze verdiende een leven als dit niet. Ik gunde haar een onbezorgd bestaan. Het was haar fout niet dat het allemaal zo gelopen was. Ik moest haar redden. De verlossing nabij.
Uit haar kamer haalde ik nog een aantal kledingstukken. Ik wist niet meer precies wat. De vermoeidheid en pillen van de afgelopen uren deden zijn werk. Ik voelde mezelf wegglippen, alsof ik keek naar iemand anders die dingen uit mijn naam deed. En ik wist héél goed wie die persoon was. Nadat ik het paspoort van Kimberley had gevonden, maakte ik de tas dicht. Beneden moest ik me even vasthouden aan de deurpost. Het duizelde me nog een keer. Uit de keuken haalde ik een broodmes. Lekkere kartels. Had ik verder alles? Volgens mij wel. Mijn pet en bivakmuts zaten in de tas, mijn paspoort in de binnenzak van mijn jasje.
Op de salontafel lag het zakje met de laatste pillen. Ik schudde het leeg in mijn hand. Mijn zucht was diep. Toen bracht ik mijn hand naar mijn mond. Met het laatste beetje uit de fles slikte ik alles door.
Toen ging de bel. Ik deed niet open. De bel ging nog een keer. Toen klonk er geklop op de deur.
“Johan Huiskamp!” hoorde ik een mannenstem. “Politie. We weten dat u thuis bent.”
Ik graaide mijn tas en mijn jas en liep naar het balkon. Daar was de brandtrap.

Hier lees je ‘m op FOK!.

• • •
 

Geen reacties »

No comments yet.

RSS feed for comments on this post.

Leave a comment