bazbo – de wereld van Bas Langereis

Bas Langereis leest u voor!

18-02-2010

Ik kook – een culicolumn

Filed under: Publicaties voor FOK! - 2010 — bazbo @ 22:55

Zoals iedereen weet, doe ik graag boodschappen. Niet vanwege de boodschappen, maar vanwege de meisjes van de kassa. Uren kan ik naar ze staren. De rij bij de kassa kan mij niet lang genoeg zijn. Uiteindelijk voer ik een verlegen gesprekje bij het afrekenen en zucht ik diep als ik het winkelwagentje naar mijn fietstassen duw.
Ik rekende af bij Mandy. Leuke griet. Kijkt een beetje schaapachtig, alsof ze haar IQ kan tellen op haar vingers. Dat kan ze niet. Daar is ze te dom voor.

Hoe was de huisregel ook weer? ‘Wie het eerste thuis is, die kookt.’ Dat was ‘m. Ik was niet als eerste thuis, maar toch ging ik vandaag koken. Soms zijn de huisregels mij een biet. Ik ging koken, maar geen bieten.
Wat lag er allemaal nog in de verre groentelade van de koelkast? Eens kijken. Venkel en knolselderij. Die knolselderij kun je gebruiken voor een leuke puree. Weer eens wat anders dan die eeuwige aardappelen. Knolselderijpuree, dát kwam op het menu van vandaag! En die venkel dan? Die moest hoognodig op, want die lag er al een week of twee. Leuk, zo’n biologisch groentepakket, maar soms weet je van gekkigheid niet wat je moet beginnen met al die vergeten groente.

Een venkelsoepje, dat zou er wel in gaan. De bereiding is uiterst gemakkelijk. Hak een ui fijn en fruit die in de soeppan. Maak ondertussen de twee à drie venkelknollen schoon en snijd die in stukken. Bak de venkel even mee. Doe er dan een liter bouillon bij en laat tien minuten koken. Pureer de soep. Je kunt hem opleuken met uitgebakken spekjes, stukjes rode paprika of restjes prei. Wat of je maar leuk en lekker vindt, en wat of je nog in huis hebt. Uitgebakken spekjes, stukjes rode paprika of restjes prei had ik niet in huis, dus het werd een kale gladde soep.

Zo. En nu maar wachten op mijn drie Michelin-sterren.
De soep was klaar en hoefde ik alleen maar op een zacht vuurtje warm te houden. Ondertussen had ik ook de knolselderij geschild en in blokjes gesneden. Die stond nu op het fornuis in een bodempje water te koken. Hoe lang moest het ook weer? Vijftien tot twintig minuten. Ik had voor de zekerheid de kookwekker op de elektronische combioven gezet. Nee, ik had de kookwekker niet bovenóp de elektronische combioven gezet, maar een van de vele functieknopjes van de elektronische combioven wás een kookwekker en die had ik gezet. Laat ik daarover even duidelijk zijn. Over een minuut of wat ging het irritante piepje en dan zou ik de gare knolselderij kunnen afgieten.

Ik had er dorst van gekregen. “Laten we eens wat drinken,” dacht ik. Wat stond er allemaal in de koelkast? Bier, natuurlijk. Nu even niet. Het moet niet altijd van dat gezuip zijn. Water? Ben je gek? Als je weet wat vissen allemaal in water doen, dan hoef je het nooit meer. Eens kijken, wat hadden we nog meer in huis? Er stond een halfvolle fles cola. Een ware bazbo drinkt nóóit cola. Sinds men tijdens de Grote Drooglegging in Amerika begin vorige eeuw de cocaïne uit de cola heeft gehaald, hoef ik nooit cola meer. Wat dan wel? Een sapje. Waarom ook niet? Ik was nu toch al biologisch bezig. Kijk daar! Een pak tomatensap. Wie had dát nou weer gekocht? Ik. Dat kwam zo.

Zoals iedereen weet, doe ik graag boodschappen. Niet vanwege de boodschappen, maar vanwege de meisjes van de kassa. Uren kan ik naar ze staren. De rij bij de kassa kan mij niet lang genoeg zijn. Uiteindelijk voer ik een verlegen gesprekje bij het afrekenen en zucht ik diep als ik het winkelwagentje naar mijn fietstassen duw. Dit verhaal gaat niet over kassameisjes, hoor. Dit is een culi-column en geen aflevering van mijn eindeloze serie op FOK!: ‘Geile boodschappen’.

Ik moest tomatensap hebben. Iedere morgen, voordat ik de deur uit ga naar mijn nieuwe werkplek, drink ik een enorme beker tomatensap. Had ik al verteld dat ik een nieuwe werkplek heb? Nee? Nou, dan ga ik dat nu niet doen, hoor! Dat is iets voor een volgende keer. Heb ik dan óók iets om over te vertellen.
Waar waren we? In de supermarkt. Boodschappen doen. Tomatensap, welteverstaan. Tomatensap is gezond. Het wordt gemaakt van de tomaat.

De tomaat is afkomstig van de tomatenplant. De vrucht is culinair gezien een groente. De rijpe vrucht is erg gezond, vanwege de vitamines C, A, B1, B2 en B6, en de mineralen kalium, fosfor en magnesium, terwijl de rest van de plant uitermate giftig is. De plant behoort tot het geslacht ‘nachtschade’. De giftige stof in deze plant heet ‘tomatine’. Je verzint het niet. Maar volgens wikipedia is het zo.
Tomaten zijn oorspronkelijk afkomstig uit Meso-Amerika. De Inca’s en de Maya’s kweekten al kleine varianten van de tomaat zoals wij die nu kennen. Toen de Spanjaarden Mexico veroverden, ontdekten zij de tomaat en namen die mee naar Europa.
De tomaat wordt als groente gegeten, zowel rauw als gekookt. De toepassingen zijn onbeperkt: in salades, als borrelhapje, als snack en in soepen en sauzen. Ook worden ze verwerkt in tomatensap.
De tomaat staat ook bekend als afrodisiacum. De Fransen noemen de tomaat daarom ook wel ‘la pomme d’amour’. Geile lui, die Fransen. Over ‘nachtschade’ gesproken.
Daarnaast is het werpen van (rotte) tomaten een traditioneel wapen van protest tegen slechte prestaties van bijvoorbeeld podiumkunstenaars. Ai. Nooit meer columns voorlezen op het podium. Het risico is te groot.

Waar stonden de sappen ook al weer hier in de supermarkt? O ja, hier. In het sapschap. Allemensen, wat zijn er veel verschillende sapjes, zeg. Van druiven en bieten en wortel en appel en peren en ananas en mango en bessen en sinaasappel. Je hebt ook tweedrank. Van druif met biet en van wortel met appel en van peer met ananas en van mango met bes en van sinaasappel met alle mogelijke combinaties van al deze vruchten. Ik zou ze allemaal kunnen opnoemen. Maar zoveel tijd heb ik nu ook weer niet.
Waar was nou het tomatensap? Ik zag het nergens. Wacht! Daar! Daar stond nog één pak. Morgen zouden ze het schap vast weer bijvullen. Stik, dan zou ik morgen wéér naar de supermarkt moeten. Eigenlijk vond ik dat niet erg.

Ik rekende af bij Mandy. Leuke griet. Kijkt een beetje schaapachtig, alsof ze haar IQ kan tellen op haar vingers. Dat kan ze niet. Daar is ze te dom voor. Dom of niet, leuk is ze wel.
“Hoi,” zei ik geil. “Zeg, vertel mij eens: wanneer wordt het schap met tomatensap weer eens gevuld?”
“Niet,” antwoordde de trut gortdroog. “De tomatensap is uit het assortiment gehaald.”
“Het is HET tomatensap,” siste ik.
“In plaats daarvan staat er nu tomaten-groentesap,” blaatte het schaap geschrokken.
“Tomaten ZIJN groente!”
Ik zei het toch al? Niks geen geile boodschappen vandaag.

Ik ging dus tomatensap drinken. Terwijl de venkelsoep zachtjes pruttelde en de knolselderij gaar stond te koken, zette ik een groot leeg glas op het aanrecht. Ik pakte het pak tomatensap uit de koelkast. Het was nog onaangebroken. Een pak vruchtensap openmaken is tegenwoordig een hele onderneming.
Eerst moest het plastic klepje open. Dat ging nog. Toen moest ik het metalige fliepje eraf zien te peuteren. Gelukkig bijt ik al vijfentwintig jaar geen nagels meer, anders was het me nooit gelukt. Kijk, ik pakte het metalige fliepje beet en trok het naar me toe. Het ging maar half! Er bleef een doorzichtig kunststof filmpje over het schenkgat zitten. Ik prikte het in met mijn wijsvinger, drukte het door en schonk. Dat filmpje, daar zat nu dan wel een scheur in, maar het boog snel terug naar zijn oude positie. De dikke golf tomatensap werd plots een heel smalle en platte straal, die precies naast het glas terecht kwam. Gadverdamme! Alsof ik de tuin aan het sproeien was en mijn duim tegen de opening van de slang drukte. Of alsof ik stond te piesen met mijn wijsvinger voor mijn urogenitale buis. Héél het aanrecht zat onder en ook op de witte plavuizen lagen grote bloedrode plassen! Alsof er een moord gepleegd was. Een moord, nou, daar was ik nu wel toe in staat.
Wat was dit voor onzin? Vroeger knipte je een pak open met een schaar! Nu moet er een plastic schenktuit aan zitten en dan óók nog eens een metalig fliepje eronder dat een doorzichtig kunststof filmpje over de schenkopening achterlaat. Gék word je ervan!

Een irritant piepje klonk. Ah, de knolselderij was klaar en kon nu afgegoten. Ik liet de plas tomatensap op het aanrecht en de keukenvloer even voor wat het was. Van het fornuis pakte ik de pan. Ik schoof het deksel iets opzij en hield de pan op de kop boven de gootsteen. Spletsj! Al het vocht uit de pan verdween in het afvoerputje. Ik kneep mijn ogen dicht en wendde mijn hoofd af, want de hete damp sloeg me in mijn gezicht. Ik zette de pan rechtop en haalde het deksel er nu af. De pan was leeg.
“Hè?” riep ik uit. “Dat is raar. Hoe kan dat nou? Waar is mijn knolselderij?”
Ik draaide me om naar het fornuis. Daar stond de andere pan. Ik liep erheen en deed het deksel omhoog. In de pan was de knolselderij aan het koken.
“Maar wat zat er dan in die pan die ik net heb leeggegooid?” hoofdschudde ik verward. Toen viel er een kwartje. Kloenk. “Verhip! Heb ik mijn veel te goed gepureerde Michelinsterren het riool in gejaagd!”

Hoe was de huisregel ook weer? ‘Wie het eerste thuis is, die kookt.’ Dat was ‘m. Had ik me maar aan die huisregel gehouden. Ik was niet als eerste thuis, maar toch moest ik zonodig koken.
“Inderdaad!” brulde ik. “Ik kook!”

Apeldoorn, februari 2010

(Dit stuk beleefde de première tijdens de FOK!voorleesvoorstelling op zondagmiddag 24 januari 2010.)

Hier lees je ‘m op FOK!.

• • •
 

Geen reacties »

No comments yet.

RSS feed for comments on this post. | TrackBack URI

Leave a comment