bazbo – de wereld van Bas Langereis

Bas Langereis leest u voor!

01-02-2014

B-log: 1-7 februari

Filed under: B-log 2014 — bazbo @ 09:51

Vrijdag 7 februari – De krant gehaald en het boek Bas, Willem en ik is verschenen
Het regent pijpenstelen. Kan ik mooi iets langer in bed blijven liggen. Het hoofd is moe; het is nodig. Als ik dan ben opgestaan, blijf ik het rustig aan doen. Koffie, de krant, verder lezen in een boek. Dolf de Vries is alweer uit en ik begin aan Dark Star Safari van Paul Theroux.
Als E in een gesprek wat kribbig reageert, merk ik dat het me heel erg raakt. Het gaat nergens over; ze zei iets en ik had het niet gehoord; het is de plotse overgang van het ene onderwerp naar het andere; ik ben van slag. Ik weet het weer: ik ben er nog niet, er is nog volop werk aan de winkel.
Ik loop naar de sigarenboer op de hoek; we staan in de krant!
We lunchen. Om half vier fietsen we in de richting van het centrum. In Art café Sam Sam ontmoeten we Reinier en Willem. Het boek is er! We maken afspraken over de voortgang en over zondagmiddag. Het is leuk, prettig, niet al te druk. Na een uur wordt het druk in mijn hoofd. Verroest, ik ben mijn medicatie van vanmiddag vergeten. Uitkijken, dus. Toch houd ik het vol. Uiteindelijk schuiven Heidi en Auke ook aan. Ik lurk water. Geen probleem. Het kost me veel moeite mijn aandacht bij een gesprek te houden.
Als we naar huis fietsen, zie ik op de klok bij het station dat het half negen is. Allemensen. Ik rijd naar de frietenboer op de hoek. Het diner bestaat uit frieten (goh), nasischijven, frikadel, kroket en kaassoufflé. Het vult, maar bevredigt niet.
Laat op de avond lees ik het boek Bas, Willem en ik. Het is een prachtig boek geworden. Het ziet er goed uit (glossy!), het leest heerlijk weg en het geeft een mooie beeld van hoe aanvullend onze stijlen en stukken op elkaar zijn. Ik heb zin in zondag.

Donderdag 6 februari – Voor het eerst weer aan het werk
De wekker gaat om tien voor half acht. Ik sta op; heb er zin in. Koffie, krant, mandarijnen. Om half negen stap ik op de fiets en rijd ik naar het werk. Ik zet mijn tas in het kantoor en loop naar het gebouw ernaast. Daar drink ik koffie met wat (oud)collega’s. Ze zijn blij me weer te zien en nog blijer als ik vertel dat ik kom werken. De een na de ander komt even praten en uiteindelijk ben ik pas om half elf terug in het kantoor. Ik doe de pc aan en log in. Het eerste dat ik doe is een bedankmail maken aan alle mensen die mij in de afgelopen tijd een hart onder de riem hebben gestoken. Dan maak ik een mail aan de teamleider van het naastgelegen gebouw om een afspraak te maken. Ik zie allerlei berichten binnenkomen als antwoord op mijn zojuist gestuurde bedankmail. Het is inmiddels al elf uur. Dinsdag verder. Ik sluit af en trek mijn jas aan.
Via een supermarkt op winkelcentrum Anklaar rijd ik terug naar huis. Corsendonk-kaas! Thuis neem ik nog een kop koffie. Mijn hoofd voelt ‘vol’. Het ging goed, vanochtend. Ik heb nog bijna niets gedaan en aan de andere kant voel ik niet te veel druk. Dit was prima zo.
Thuis een boterham met Corsendonk-kaas. Ik orden wat foto’s. Dan ga ik naar buiten. Mijn hoofd zit weer ‘vol’. Ik moet nog even naar de huisartsenpraktijk, een boodschap voor E. Het is lekker buiten. Ik kan weer een half uurtje achter de pc met foto’s bezig. Weet je wat? Het is klaar! Jammer dat ik de grote versies van juni 2011 tot en met begin november 2013 kwijt ben, maar het is niet anders.
Ik maak het avondeten: bamisoep weer een keer. Voor E geen bami, maar omeletreepjes. Het is zo’n gerecht dat we blijven maken en het is iedere keer weer een succes.
Om acht uur ben ik echt moe. Ik moet rust hebben en vind die in het boek dat ik lees.

Woensdag 5 februari
Laat ik kalm beginnen. Dat lukt. Met koffie, de krant en het boek Australië in een rugzak van Dolf de Vries (wie?). Ook orden ik nog wat foto’s.
Bericht van Reinier: ons boek is klaar!
We lunchen. Ik schrik van sommige plotselinge geluiden die ze maakt. Ze zegt dat ze zich eraan ergert. Dit raakt me; ik baal zelf zo erg dat ik nog steeds zo schrik. Kwetsbaar, ben ik nog. Ik weet het.
Als E aan het werk is, neem ik een boterhammetje kaas. Waarom ook niet. Daarna wandel ik door het park naar de Eglantier. Net scheen de zon nog; nu lijkt het bewolkt. Ik moet even naar buiten en haal E’s medicijnen en de laatste boodschappen voor morgen.
Thuis toch weer met die foto’s bezig. Lang achter het (nieuwe) beeldscherm zitten kan ik niet. Het schiet wel op met de foto’s. Ik hoef nu alleen nog maar die van juni 2011 tot en met maart 2012. Het valt mee.
Ik maak eten: schorseneren in roomkaassaus, de preitaart van maandag en flink veel sla. Natafelen duurt lang; we spreken met Luuk over werk, vrijwilligers, Wajong, uitkeringen, politiek. Voor mij is het na enige tijd te veel en val ik stil.
Lezen gaat goed. Om elf uur ga ik naar bed. Ik ga altijd om elf uur naar bed. Echt.

Dinsdag 4 februari
Ik wacht de wekker niet af. Onder de koffie maak ik mail naar vrienden en bekenden, waarin ik de voorleesvoorstelling van zondag (met boekpresentatie) aankondig.
De dokter is blij om me zo te zien en tevreden met hoe het gaat en wat mijn plannen voor het werk zijn. Ze adviseert om langzaam wat meer prikkels op te zoeken. ‘Ik ben afgelopen donderdag naar IKEA geweest, telt dat ook?’ Het telt. Ik vertel dat ik langzaam meer aankan. Toch ben ik nog kwetsbaar en het verschilt ook wel per dag. De oxazepam ga ik nog verder afbouwen, maar ik moet ze wel bij de hand houden voor als het een keer minder goed gaat. Pas als de kalmeringsmedicatie helemaal weg is, kan ik ook denken aan stoppen met de slaappillen. Omdat de komende periode best spannend is (met werk starten e.d.), wil ik die trezepam zelf ook nog niet stoppen.
Thuisgekomen plaats ik mijn laatste deel van De Schrijver in op FOK! en Apeldoorn Direct. Op FOK! en AD deel ik achter de schermen mede dat het mijn laatste stukje is, voorlopig. Ik orden nog een mapje foto’s en dan ga ik een IKEA-kast in elkaar zetten. Ook erg. Toch lukt het goed.
Ik lunch met Luuk en even later is E ook thuis. (De kaasboer had een editie met peper, knoflook, ui en gember. Zoet en pittig. En goed.) We puzzelen op de nieuwe kast: waar zetten we hem neer? Naast de glazenkast? Dan moet die eerst een stuk leeg, zodat we hem kunnen verplaatsen. Resultaat: veel glazen door de vaatwasser en een boel wegmikken. Als de eerste lichting draait, is het me even te onrustig en te onoverzichtelijk: ik moet naar buiten, de zon in. Mijn tochtje gaat langs het kanaal naar de supermarkt; ik moet nog gehakt kopen. Ik neem alle tijd.
Weer thuis kan de tweede lading glazen in de vaatwasser. Inmiddels hebben we besloten de nieuwe kast op een heel andere plek neer te zetten: in de keuken. De glazenkast kan weer terug naar z’n oude plaats. Uit het onderste schap van de glazenkast komt een schat aan drankassessoires, miniaturen en restjes buitenlands gedestilleerd tevoorschijn. Dit is nostalgie; dit is leuk.
Pas om half acht kan Luuk koken: hij maakt saus uit een pakje met fusilli; ik bak kastanjechampignons voor E in plaats van pasta. Na het eten kan ik weer wat lezen en om half elf is Paul Theroux’ De gelukkige eilanden uit. Net geen 700 pagina’s in vier avonden. Niet slecht.
Inmiddels heeft E een aankondiging voor Bas, Willem en ik (zondagmiddag) op fecesboek gezet. Er zijn veel reacties. Dat is mooi. Het is het eind van een vermoeiende dag, maar het voelt goed.

Maandag 3 februari
Vroeg op en ik voel me goed. Als E naar het werk is, handel ik wat mail en dergelijke af. Zo plan ik een aankondiging van de voorstelling Bas, Willem en ik (aanstaande zondag) in op Apeldoorn Direct. Dan stap ik op de fiets naar het centrum. Bij de Xenos haal ik weckpotten voor de thee van E, op de markt kaas en mandarijnen. In mijn hoofd: Holiday door (niet lachen, mijn jeugdzonde – ach, in hoeverre kan mijn jeugd zonde zijn?) the Bee Gees. Waarom?
Via de supermarkt rijd ik weer terug en ik lunch met Luuk. Onder het eten belt de IKEA aan: de kast is er. Dat wordt knutselen, van de week.
Om half drie stap ik opnieuw op de fiets en rijd ik naar het werk. Om drie uur heb ik een gesprek met Herma, mijn nieuwe leidinggevende. Nee, geen nieuwe werkplek, maar wel een nieuwe baas. Ik kan mijn verhaal goed vertellen en krijg een luisterend oor. We spreken af dat ik vanaf donderdag weer ga beginnen: twee uur per dag, twee dagen in de week. Eind februari heb ik dan een intakegesprek met haar én een loopbaancoach, zodat het traject gelijk op kan lopen met mijn behandeling van de psycholoog. De afspraken voelen goed, ik heb er zin in en als het niet gaat, dan kan ik ook het werk neerleggen en stoppen. Per dag en week kan ik bekijken en beslissen of het wel of niet lukt. Ik weet dat ik kwetsbaar ben.
Buiten is het prachtig weer en ik rijd in de felle zon naar huis. Daar is E. En het nieuwe beeldscherm. Als het is geïnstalleerd, neem ik alle rust. Ik warm de soep op (bah) en dan maak ik een preitaart, waarbij ik de deegbodem vervang door spek. Smakelijk.
Om acht uur is alles klaar en ik lees.

Zondag 2 februari – Tim op bezoek
Als ik om tien uur beneden ben, start ik met het nieuwe patroon medicatie. Ik zit nu op drie keer een kwartje oxazepam. Mijn hoofd voelt ‘vol’; ik doe rustig aan. Van lezen komt het even niet; ik ‘zit’ ouderwets.
Half een lunchen we met Turkse broodjes, tosti en sla. En dan is het twee uur. Tim is er.
Tim is er en ik vind het geweldig. We kletsen over van alles en het is goed, het is fijn en het is zoals het moet zijn. Na een uur zitten we met z’n vieren aan tafel en gaan gesprekken door elkaar en worden ze luider. Dit is voor mij zeer vermoeiend en het kost me veel energie om het te volgen. Tim vertrekt helaas al om half vijf. Dank je wel, goede vriend. Ik waardeer het zeer dat je er even was. Weet dat je betekent. (Hij heeft meer dan drie uur moeten reizen om naar Apeldoorn te komen en meer dan drie uur om weer thuis te zijn.)
Dan zit ik even alleen aan tafel. Ik ben moe, onrustig. Het stormt in mijn hoofd. Bijna huil ik. Ik zit op het randje. Maar het zakt.
Ik maak de boerenkoolsoep af. Het is maar goed dat Tim die gemist heeft. De soep is niet lekker. Het was een prutrecept uit een blad van een supermarkt. Met een boel sambal lijkt het nog wat. Nu nog maar anderhalve liter weg zien te werken.
Om zeven uur zijn we klaar en ben ik alleen in de keuken. Ik voel me verslagen. Wel kan ik veel lezen. Gelukkig.
In mijn hoofd: Try again van de allereerste elpee van Supertramp, toen niemand ooit nog van ze gehoord had.

Zaterdag 1 februari
Het regent en ik vind het niet erg. Ik fiets naar het centrum. In een supermarkt haal ik puntpaprika, ham en sla. Ik betaal met mijn pinpas en loop naar buiten. Op de hoek van de straat voel ik automatisch of mijn pas op de juiste plek zit. Dat zit-ie niet. Oeps. Ik loop terug naar de kassa van de supermarkt en pak mijn tas uit. Dan controleer ik de binnenzak van mijn jas, daar waar ik mijn tas uitgehaald heb. Oef, daar is-ie. Ik was niet in paniek. Goede zaak. Op de markt koop ik vis, cranberry’s en voor E kaneel-rozenthee. Inmiddels is het weer droog. Ik rijd via de supermarkt en de Turkse winkel terug naar huis. Daar drink ik koffie. Het is druk in mijn hoofd.
We lunchen met haring en broodjes. Ik doe de was en lees de kranten. Toch moet ik even naar buiten; ik ben onrustig. Onderweg bedenk ik me: ik heb mijn medicijnen weer eens vergeten.
Als ik weer thuis ben, zit ik aan de keukentafel. De wasdroger ruist in mijn nek; de afgelopen tijd maakte dit mij rustig. E kijkt iets op de computer, een serie of zo, en heeft het geluid aan staan. Het klinkt heel hard in mijn oren, ik raak in paniek en herinner mij dat ik de hele dag al geen medicatie heb ingenomen.
Ik maak een curry van kip en mangold, met peper en rode ui. Daarnaast is er salade en Turks druivensap. Na het eten maak ik de soep voor morgen: met boerenkool. Dan ga ik weer verder met lezen en de was vouwen. Het is vandaag elf weken geleden.

• • •
 

Geen reacties »

No comments yet.

RSS feed for comments on this post.

Leave a comment