bazbo – de wereld van Bas Langereis

Bas Langereis leest u voor!

24-03-2014

B-log: 22-28 maart

Filed under: B-log 2014 — bazbo @ 10:00

Vrijdag 28 maart:
Onrustige nacht, weinig geslapen, veel wakker. Vraag niet hoe het komt.
Het voelt wat warrig, vanochtend. Ik kan niet al te veel hebben. Als de kranten uit zijn, ga ik in de achtertuin wat groen tussen tegels wegpeuteren. De Vrouw is beneden; ergens in het gesprek reageert ze iets kribbig op iets kleins, iets nietszeggends, iets niks. Ik schrik en krijg tranen in mijn ogen. Ik zal toch niet? Halverwege de ochtend ga ik boodschappen doen. Het is inmiddels schitterend zonnig weer en de temperatuur loopt op. De Vrouw en ik gaan verder met de achtertuin. Ik moet uitkijken; straks ga ik het nog leuk vinden ook.
Het afbouwen van oxazepam gaat voort. Vanaf vandaag neem ik ’s morgens een half, en ’s middags en ’s avonds een kwart tablet.
We lunchen en daarna stappen we op de fiets om te rijden naar een klein tuincentrum tussen Apeldoorn en Beekbergen. We kopen er weinig, een of twee kruiden en wat zaad.
Dan weer terug. Ik lees wat in de tuin. De Zoon komt thuis met twee grote zakken raapstelen die we snel zullen moeten gebruiken. (Ik zal een andere planning moeten maken.) Tegen een uur of vijf gaat de zon zakken en koelt het af. Naar binnen weer, dus.
Ik probeer kaarten te bestellen voor optredens in Gigant de komende tijd. Het lukt niet en ik geef het op. Er gebeurt iets met me. Het grijpt me aan. Ik weet niet wat het is. Het lijkt of het allemaal even te veel door elkaar is.
De Vrouw heeft eten gemaakt. Het is heel lekker, maar ik kan niet veel naar binnen krijgen. Als alles is opgeruimd, kijk ik op de klok. Het is kwart voor zeven. Ik denk: ‘Ik moet nog vier uren zitten.’ De muziek blijft uit, lezen lukt niet en ik zit aan de keukentafel. Ik schrik weer enorm van plotse geluiden, ben báng, heb het gevoel dat ik waardeloos, nutteloos, overbodig en onnodig ben. Er valt één traan op het tafelblad. Ik ben uitgeput, merk ik. Om kwart voor tien ga ik naar bed.

Donderdag 27 maart:
Paar keer wakker geweest, vannacht. De wekker wekt me uit diepe slaap. Ik sta op en het gaat goed. Op de fiets naar het werk is het koud, maar zonnig.
Eerst een overlegje met teamleider over voortgang. Komende week werk ik nog twee dagen van twee uur, daarna ga ik over op twee dagen van ieder drie uur. Dan kan ik wat verdiepender klussen aan. Er ligt nog steeds geen druk op en het voelt prima. Ik kan nog vooruit.
Thuis: koffie, kalm aan, lunch, klusjes in de tuin, digitale televisie bij onze internetprovider bestellen (!), vragenlijst van de psycholoog invullen, eten maken: ovenschotel van knolselderijpuree, zuurkool, appel en gebakken shoarma met daarnaast salade.
Mijn stuk voor FOK! leek vanmorgen verwijderd, maar na wat contact met de redactie is hij alsnog geplaatst. Reacties zijn goed, zie hier. In de avond verder lezen. Ondertussen hoor ik Transatlantic, Pat Metheny Group en Nosound.

Woensdag 26 maart:
Diep geslapen, maar om half negen ben ik echt wakker. De Vrouw is vroeg (en voor het grootste gedeelte van de dag) de deur uit. Voor mij is er koffie en Cage (cd 12 uit de doos van 18).
Tot mijn eigen stomme verbazing schrijf ik een verhaal. In de afgelopen weken had ik wat aantekeningen gemaakt en die contouren werk ik nu uit tot iets met de titel Het volgende slachtoffer. Ik plan het in voor FOK! en Apeldoorn Direct. Op FOK! blijkt de columnsituatie helemaal anders. Voor, met en na het afscheid van DriekOplopers zijn verschillende columnisten vertrokken, maar er zijn ook weer wat oude bekenden teruggekeerd, zie ik. Mijn vaste plek op donderdagmorgen is geloof ik bezet door een ander. Ben benieuwd wanneer mijn bijdrage een plaatsje krijgt. Op Apeldoorn Direct heb ik het ‘gewoon’ op zondagmorgen (aanstaande) neergezet.
Het allerbelangrijkste is dat ik merk dat ik heel veel plezier heb in het schrijven! Nee, ik ga niet gelijk nog veel meer maken. Ik doe het rustig aan. Hoewel, de plaat The Never Ending Way Of ORwarriOR van Orphaned Land knalt door het huis.
Na een lunch fiets ik naar de supermarkt dichtbij ons vorige huis. De winkel is geheel vernieuwd en ik ben benieuwd naar het biologische assortiment. Het valt niet tegen. Ik doe er wat boodschapjes en fiets weer terug.
Wat klusjes, lezen en koken. Ondertussen Verdi en Yes. Vanavond maak ik een chili ofwel bonenschotel, zonder vlees erin. Ik had nog wat tartaartjes liggen; die bak ik, vandaar. Fikse salade ernaast en klaar.
Post van de psychologiepraktijk: de bevestiging van de afspraak op 14 april. Daarnaast nodigt de bedrijfsarts me uit voor een gesprek op maandag 21 april; dan is het Tweede Paasdag. Grappig.
Na het eten lees ik verder. Het reizen vereist sterke zenuwen van Bob den Uyl komt uit. Over grappig gesproken; aangenaam lezen en zeer vermakelijk is het boek ook. Jammer dat zijn boeken momenteel alleen nog antiquarisch verkrijgbaar zijn, anders had ik er een nieuwe verslaving van gemaakt. Om de teleurstelling te vergeten begin ik in Een dode hand – Een moord in Calcutta door Paul Theroux; voorlopig het laatste werk van zijn hand dat op mijn stapel ‘Nog lezen’ ligt. De titel Een dode hand blijkt dubbelzinnig; niet alleen krijgt de ik-figuur letterlijk met een dode hand van een lijk te maken, ook heeft hij als schrijver te kampen met een writer’s block, een dode hand. Leuke dialoog: ‘Ben jij zo’n schrijver die vroeg opstaat en al zijn werk voor het ontbijt doet?’ ‘Nee, ik ben meer zo’n schrijver die niet meer schrijft.’ Treffend.

Dinsdag 25 maart:
Oef, opstaan is zwaar vanochtend. Hoofd vol en leeg tegelijk, alsof er een verstikkende deken overheen ligt. Gaat het goed? Mwoa, het gaat wel goed.
Om tien uur zitten we bij onze financieel adviseur. Ik had De Vrouw meegenomen, omdat er nog altijd momenten zijn dat ik niet goed kan volgen waar het over gaat. Maar dit jaar is de belastingopgave in nog geen vijf minuten gedaan. Geen bijzonderheden.
Dan door naar het werk. Daar handel ik mail af en draag ik een klus over aan een collega. Dan is het alweer gedaan.
Thuis lunchen en lezen. En aan het avondeten beginnen. Een tajine vol stoofvlees met tomaat, paprika, ui, knoflook en bouillon. Daarnaast een puree van pompoen en groene salade. Ondertussen Hergest Ridge en Ommadawn van Mike Oldfield beluisteren, plus Secrets van Allan Holdsworth. Altijd goed.
Minder goed is de nek- en hoofdpijn. Het zou de terugslag van het weekend kunnen zijn. Sinds gisterenavond weer een stapje oxazepam minder, en volgens de huisarts was het dat. Ibuprofen schijnt te helpen, maar helpt ook je maag om zeep. Moet ik niet doen met mijn zwakke maag. Dan maar ontspanningsoefeningen en/of ermee leren leven. Het wordt even dat laatste. Plus afleiding door middel van dingen doen: lezen, dit b-log bijhouden, in de tajine roeren.
De pot smaakt goed. Aansluitend lees ik PROG uit en wat verder in Bob den Uyl en het MPFC-boek. Dan is het bedtijd.

Maandag 24 maart:
Ik sta om half acht op met De Helm. Au. Na een kop koffie fiets ik naar de huisarts.
Op zich gaat het goed, na de terugval van drie weken geleden. Goed om toch naar de medicatie terug te grijpen. Als de behandeling bij de psycholoog start, zal vast aan de orde komen hoe ik eventuele angst/onzekerheid/etc in de toekomst beter te lijf zal kunnen gaan. Dat het afgelopen week en weekend zo goed is gegaan, is een teken dat ik zeker vooruit ga; waar ik me eerder zeer angstig en ongerust over maakte, daar is nu meer rust. Als ik vertel over afgelopen weekend, vraagt de huisarts hoe het gaat met muziek luisteren en is ze benieuwd naar welke muziek ik dan geweest ben. Ha! Ik ga verder met medicatie afbouwen (vanaf vandaag twee keer een half en ’s avonds een kwart tablet) en zie haar weer als de behandeling is gestart.
De apotheek heeft een probleem; ze kunnen geen etiketten printen. Ik wil geen etiket; ik wil mijn medicijnen. Of ik later op de dag terug kan komen. Dat kan ik.
Thuis zet ik ambient muziek van Brian Eno op, begin ik aan de was, lees ik de kranten van afgelopen weekend en bekijk ik mail. Dan op de fiets voor wat boodschappen. De Helm op mijn hoofd is bij vlagen zeer aanwezig. Weer thuis kan Wagner daar niet veel aan verhelpen. E komt thuis en we lunchen.
Ik wandel door het Matenpark naar de Eglantier en haal mijn medicatie. Weer thuis ga ik aan de slag met de foto’s die ik afgelopen weekend heb gemaakt met E’s oude telefoon. Er zit zowaar wat bruikbaar materiaal tussen. Het fotoverslag zie je hier, hier en hier. Tussendoor draai ik Ry Cooder en Caroline Lavelle en kook ik het avondeten: shoarma, witlof met ham en kaas uit de oven, een grote salade en voor De Zoon aardappelen uit de oven.
Dan gaat E weer even werken en kan ik de laatste hand leggen aan het fotoverslag. De plaat van Crimson ProjeKCt speel ik hard door de woonkamer. Lekker.
Ik maak voor E de lunch van morgenmiddag: pittig gekruide wortelsoep, een recept uit de krant. Gekker moet het toch niet worden. Later op de avond lees ik in PROG die ik gisterenavond bij thuiskomt vond; er staat een lel van een artikel in over Brain Salad Surgery van ELP! Tegelijkertijd: Follow van Fripp & Travis. Dan om elf uur naar bed met De Helm. Au.

Zondag 23 maart – van Antwerpen naar huis:
Ik ben een paar keer wakker. Krijg je van veel water drinken. Om half negen sta ik toch echt op. Het is zeer vol in de ontbijtzaal, maar we krijgen vlot een plekje. Roerei met spek, paar broodjes, kaas, sla, tomaat, veel koffie. Zo kunnen we er weer een tijdje tegenaan. We pakken de tas in, melden ons af en vertrekken. Het is kwart over elf. Per tram naar het station. Daar hebben we nog even voordat de intercity naar Roosendaal aankomt. We drinken koffie, bezoeken wat winkeltjes op het station en wandelen wat rond. Iets over half een is de trein er en we stappen in.
In nog geen uur tijd lees ik het boekje Kwantum. Geen meesterwerk helaas, maar toch onderhoudend. De reis verloopt uitermate voorspoedig. Goede aansluiting in zowel Roosendaal als Zutphen. Vóór vier uur staan we op het station in Apeldoorn. We halen de fietsen uit de stalling en rijden naar het huis van Auke. Daar is Sven en even later ook Annemarieke. Het is fijn om ze weer te zien en te spreken. De laatste keer was rond hun huwelijk in Stockholm, juni 2013. Annemarieke kookt een prima Mexicaanse hap en Lex en Hans van The Bottles komen in de woonkamer spelen en zingen. Het is gezellig en we zingen allen mee. Om tien uur blijk ik echt heel moe en moet ik naar huis. Dank jullie wel, allemaal!
Het is een geweldig weekend geweest. We hadden weinig plan, maar hebben toch veel gedaan. Antwerpen is een mooie stad, de concerten waren fantastisch en het was goed om al die mensen weer te zien en sommigen nog te spreken ook. Veel indrukken vragen veel energie en die heb ik nu niet meer.
Thuis stort ik zo goed als in. Ik merk dat ik de overgang moeilijk vind; De Zoon heeft de spullen die hij heeft gebruikt nog niet opgeruimd en ik ervaar het als een bende. Hier kan ik lastig mee overweg en de hoofdpijn zet in. Het lijkt me beter dat ik naar bed ga. Dat doe ik dan ook, nog geen kwartier na aanvang van de documentaire over de elpees Over-Nite Sensation en Apostrophe (‘) van Frank Zappa (!) die op de Belgische tv-zender te zien is. (De dvd van de documentaire staat in de kast, dus het geeft niet.) Maar eerst nog even op de weegschaal staan. Krap 66 kilo. Achttien weken. Het houdt niet op.

Zaterdag 22 maart – Antwerpen en festival Arf! Arf! Arf!:
Om negen uur al zijn we wakker. Douchen, aankleden en dan om tien uur naar de ontbijtzaal. Het is er redelijk druk, maar we krijgen een mooie tafel bij het grote raam; daar is het rustig. De koffie is goed en de rest van het buffet ook. We eten fiks.
Het is elf uur als we de tram richting het centrum nemen. Vanaf het Centraal Station wandelen we de Keyserlei en Meir weer in, om dan linksaf de Wapper in te gaan. Iets voor het Rubenshuis zien we een boekhandel. Ik vind Kwantum, het boekje dat Brusselmans schreef ter ere van het veertigjarig bestaan van ECI; ik had het nog niet en het kost een knaak, dus koop ik er twee. De Vrouw vindt een T-shirt met daarop de titel van de Brussemanscyclus Iedereen is uniek behalve ik en we kunnen hem niet laten hangen. Iets verderop vinden we café Oud Arsenaal; voor het raam zien we Daggie, Petter, Steffen en Danny al wuiven. We schuiven aan. Buiten hagelt het even. Na een kop koffie en een bier wandelen De Vrouw en ik over de Grasmarkt en even later sluit het viertal bij ons aan. We lopen via de winkelstraten en over de Groenplaats naar de Grote Markt. Het café ’t Elfde Gebod is snel gevonden. Het duurt even voordat we zijn uitgestaard op het interieur. Dan bestellen we drankjes en hapjes. Na een tijd aangenaam verpozen lopen we verder. De Sint Jacobskerk blijkt gesloten, dus missen we een Rubens. De tocht gaat verder langs de Scheldekaai en door de winkelstraten. Uiteindelijk eten we iets in een Brasserie aan de Meir. Het is mis met mijn darmen; ik moet voortdurend naar het toilet. De boerenomelet is desondanks zeer smakelijk. Na het eten is het maar een klein eindje naar het station. We pakken de tram en mooi op tijd zijn we in De Singel voor de tweede avond van het Arf!Arf!Arf!-festival.
Opnieuw mooie plaatsen, deze keer in de grote blauwe zaal, met goed zicht. Het podium is immens en dat maakt dat het geluid van The Wrong Object nogal galmt. Het spel van Michel Delville en de zijnen is echter geweldig; ik blijf de klezmerversie van Eat That Question formidabel vinden, maar eigenlijk is hun hele (zij het korte) set erg lekker. Minder lekker zijn de twee heren achter ons, die gedurende het hele optreden tamelijk hard door de muziek heen praten. Als het pauze is, draait De Vrouw zich om en vraagt of de heren tijdens de tweede helft stil willen zijn. De mannen zijn verbaasd: ‘We praten over de muziek; mag dat niet?’
Na de pauze zijn de heren niet op hun plaats. Op het podium honderdveertig muzikanten! Het Brussels Philharmonic orkest en het Vlaams Radio Koor hebben nogal wat ruimte nodig. Eerst krijgen we Edgar Varese’s Octandre voor acht blazers; zeer indrukwekkend. Vervolgens introduceert Robert Martin het volgende onderdeel: een uur durende suite uit 200 Motels van Zappa. Zelf vertolkt hij de rol van Ranz Mohammed. Er zijn twee Britse zangers die de partijen van Flo & Eddie voor hun rekening nemen; daarnaast korte rollen van jongelui tijdens I’m Stealing The Room en Penis Dimension. Ik amuseer me te pletter. Het orkest is fenomenaal en kolossaal, zeker met het koor erbij. Dat de twee zangers af en toe niet op het juiste moment invallen of inzetten is jammer, en dat de ‘rock’-delen ontbreken maakt het wel wat zware kost, maar echt storend vind ik het niet. Integendeel, ik ben enorm onder de indruk. Tijdens het slotdeel Strictly Genteel krijg ik het bijna te kwaad. Het publiek breekt de tent zowat af als het slotakkoord van de suite heeft geklonken. Als afsluiter is ons G-Spot Tornado beloofd en ik houd mijn hart vast: kan het grote orkest dit aan? Het grote orkest kan het aan! Het klinkt retestrak en ik ben onderstebovengeblazen. De staande ovatie duurt minutenlang en terecht!
Na afloop blijkt dat ik niet de enige ben die zo onder de indruk is. Bekenden die enkele maanden geleden naar de uitvoering van 200 Motels in Londen zijn geweest, zeggen unaniem: ‘Dit was beter dan Londen.’ Volgens mij wil dat wat zeggen. Dat het maar goed is dat we niet naar Londen zijn gegaan, bijvoorbeeld.
We nemen afscheid van velen en gaan terug naar het hotel. In de bar treffen we nog wat lui en we schuiven even aan. Opnieuw: ik kan mij niet goed vermaken met mensen die zeer veel hebben gedronken. Daar ben ik te nuchter voor, ben ik bang. Om half een zeggen we goedenacht.
De deur van onze hotelkamer blijkt op een kier open te staan. We kijken binnen en gelukkig ontbreken er geen spullen. Wel maken we bij de receptie melding. Waarschijnlijk hebben we zelf vanmorgen de deur niet goed achter ons dichtgetrokken, maar toch.

• • •
 

Geen reacties »

No comments yet.

RSS feed for comments on this post.

Leave a comment