bazbo – de wereld van Bas Langereis

Bas Langereis leest u voor!

17-04-2014

B-log: 12 t/m 18 april

Filed under: B-log 2014 — bazbo @ 12:31

Vrijdag 18 april:
Ik was om elf uur naar bed gegaan en ben om half een alweer wakker. Veel slaap ik niet meer, bij vlagen vluchtig en kort. Om half negen sta ik op. Ik voel me nog altijd leeg en er is wat druk in en op mijn hoofd. Verder ben ik moe en gespannen.
Wat huishoudelijke klusjes, ik maak verse koffie en ik doe de laatste (paasweekend)boodschappen in een supermarkt. Het is er in mijn beleving heel druk en ik weet niet hoe snel ik weer weg moet zijn.
We lunchen samen en dan stap ik op de fiets. Om drie uur ben ik bij Erna; voor haar heb ik vier jaar lang (tot mei 2013) de persoonlijk assistent, mede ondersteunend op inhoud, mogen zijn. Sinds mei 2013 heeft ze een andere baan bij een andere organisatie. Ze vertelt dat ze is geschrokken van mijn verhaal en situatie. Het is fijn en goed om haar even te zien. We kletsen bij. Ze kan natuurlijk niet echt iets voor me doen (dat had ik ook niet verwacht), maar haar woorden steken me een hart onder de riem. Ik houd haar op de hoogte.
Rond vijf uur ben ik weer thuis. Ik ben moe en warrig, schrik van alle plotse geluiden en dat zijn er nogal wat. De Vrouw heeft een mooie salade niçoise gemaakt.

140418 01 salade niçoise

Na het eten kan ik niet veel meer. Ik zit in de keuken en kan wat verder lezen; muziek lukt dan weer niet.

Donderdag 17 april:
Zowaar, ik sta monter en vrolijk op. Is er iets van mij afgevallen of zo? Ja, twintig kilo, maar verder? Niet dat ik weet.
Het is zonnig maar koud op de fiets. Op de markt achter de Anklaar haal ik mandarijnen en biologische kaas. Dan het laatste eindje naar het werk. Ga ik koffie drinken bij collega’s? Nee, ik ga niet koffie drinken bij collega’s. Vandaag geen zin. Toch voel ik me opgeruimd en helder. In het kantoor zet ik Satie aan en ga ik aan de slag met verschillende dingen. Plots staat er een mevrouw voor mijn neus met een boeket bloemen. Voor mij, zo blijkt. O. Als ik het kaartje erbij lees, ontdek ik dat het vandaag secretaressedag is. O. Verder lekker gewerkt. Een klus die er al ligt vanaf dat ik ziek ben, heb ik grotendeels gedaan. Het voelt goed.
Thuis neem ik nog een kopje koffie en draai ik Gone To Earth van David Sylvian. Sommige dingen zijn nu eenmaal noodzakelijk in dit leven. Het is zonnig buiten. Zal ik ’s kijken of ik in de tuin kan zitten? Weet je wat? Ik doe het. Ik kijk niet alleen, ik ga er nog zitten ook en houd het er zelfs een uurtje uit. Eet er een boterhammetje, lees wat, kijk voor mij uit. Dan weer naar binnen, want de wind is kil geworden. De Vrouw is er. Het boeket blijkt afkomstig van Herma, mijn huidige manager. Daarnaast zit er bij de post een pakket van mijn bestuurder: om me te ontspannen in deze ontregelende tijden schenkt hij de film Yo, También. Ik heb een burnout en ben niet mongloïde, mocht u dat denken. Ik denk dat de bestuurder dat ook niet denkt, of zelfs niet eens weet (dat ik een burnout heb). Ik stuur beiden (manager en bestuurder) een bedankmail (iemand moet het toch doen). Tim heeft een mooie mail gestuurd en ik beantwoord die graag; ook werk ik de blog bij.
De Vrouw gaat weer werken. Ik wil online Zappa’s Roxy by proxy bestellen, maar het lukt me niet met betalen. Deze tegenslag maakt me boos en verdrietig; ik voel me weer onmachtig en nutteloos. Dan ga ik maar eten koken: stamppot van pastinaak en pompoen met wortel erdoorheen. Erbij kebabballen in rodewijnjus en sla. Uit de stereo klinken de stemmen van Mayra Andrade, Fatoumara Diawara en Mor Karbasi.

140417 stamp van pastinaak pompoen en wortel met ballen in rodewijnjus

De dis pakt mooi uit. Echter, mijn stemming wordt minder goed en ik eet niet veel. Ik ben moe, schrikachtig en stil. Voel druk op mijn hoofd en leegte. Het lijkt wel of ik de plotselinge ‘drukte’ niet aan kan; ‘het hele gezin’ is om mij heen en ‘jaagt me op’. Onzin natuurlijk, maar mijn malle hoofd beleeft het zo.
Na het eten lukt het me na enige tijd om wat verder te lezen. Wat niet lukt, is muziek.

Woensdag 16 april – dagje Deventer:
Vandaag vijf maanden.
Nee, fijn geslapen heb ik niet. Maar we zijn op tijd op. De Vrouw moet vandaag voor controle naar Deventer en daar maken we een dagje van. Iets na negen uur hebben we de trein en ruim voor tien uur zijn we op de afspraak bij het RISO. Om half twaalf wandelen we door het centrum van Deventer. We struinen wat winkeltjes af en in een van die winkeltjes vind ik een dubbel-dvd met documentaire en liveopnames van Asia voor de schandalig hoge prijs van twee euro. We lunchen in De Waagschaal op de Brink.

140416 05140416 13 lunch

Dan wandelen we weer richting het station. We komen langs Plato. Even naar binnen. Niets gekocht. De afdeling is niet groot, maar er ligt heel veel waar ik erg hebberig van word. We hebben de trein van twee uur terug naar Apeldoorn. Lekker op tijd.
Vanaf het station fiets ik langs een supermarkt voor de bijna laatste paasboodschappen. Om drie uur zit ik in het zonnetje in de tuin. Ik lees Bezorgde ouders uit; bij vlagen vind ik het zeer grappig – vooral als de dubieuze standpunten en het drankgebruik van de hoofdpersoon aan de orde zijn – , bij andere vlagen word ik onwel van de onophoudelijke beschrijvingen van liefdessperen, contouren in strakke broeken en ronde jongensbillen.
De Vrouw gaat werken; ik ga eten maken. Het is weer eens tijd voor bamisoep. Hoop prei weer in het groentepakket, vandaar. Beetje Mozart en Sibelius en Steinway to heaven erbij kan nooit kwaad. Om iets na zeven uur kunnen we aan tafel en iets voor acht uur is alles op en opgeruimd. Ik ga lezen in Zappa door Barry Miles, al luisterend naar Zappa’s Civilization Phaze III. Ik houd van zijn synclavierwerk en zijn composities.

Dinsdag 15 april:
De wekker haalt me uit mijn slaap. Ik kom van ver, maar ik sta toch ‘goed’ op.
Op de fiets is het koud en ik heb wind tegen. Ik heb dan ook mijn handschoenen aan, maar de zon schijnt.
Op het werk open ik mail. Verhip, ik krijg van een grote directeur de vraag of ik per onmiddellijk allerlei inhoudelijke projecten kom ondersteunen. Leuk, mooi, fijn, maar ik moet het niet doen. Ik heb nog onvoldoende energie en overzicht om op mijn oude niveau te functioneren, laat staan dat ik nieuwe taken kan oppakken en me verder ontwikkel (hoe graag ik dat ook zou willen).
Daarnaast blijkt er onder collega’s allerlei commotie te zijn ontstaan over de aanvraag aan de OR door de Bestuurder. Ik heb die documenten nog niet goed doorgenomen, maar ik zie nu wel de verzamelde reacties van collega’s en lees voornamelijk angst en boosheid. Goh. Ik ben ook bang, heel bang, maar die komt alleen voort uit het feit dat ik me in de procedure die in mei en juni zou moeten plaatsvinden niet kan waarmaken.
Ik ga verder met opruimen en archiveren. Ondertussen klinken de pianowerken van Satie. Donderdag weer verder, dan heb ik nog een klein stapeltje archiefwerk en begin ik met het oppakken van een oude taak: actueel houden van een Digitaal Handboek (ligt sinds 16 november stil, omdat er kennelijk maar één iemand in de hele organisatie is die dit kan; goh).
Half een ben ik weer thuis. Nog wat koffie en een paar boterhammen. Dan fiets ik naar de huisarts.
Ik doe verslag van de intake bij de behandelaar en kaart mijn zorgen rondom de medicatie aan. Ze legt uit dat oxazepam als een pleister is: het werkt kort maar krachtig, en als de nood aan de man is moet je meerdere pleisters gebruiken. Een alternatief is om naar antidepressiva over te stappen, maar die werken alleen op langere termijn; geen optie, dus. De angstaanvallen van de afgelopen dagen zijn mogelijk veroorzaakt door spanning rondom de intake, maar vooral ook rondom de onzekerheid van mijn baan. Ik ga de komende tijd weer afbouwen en slik daarna alleen als het echt nodig is en kortstondig.
Dan doe ik wat (paas)boodschappen bij drie winkels. De fietstassen zijn vol. Hele klus, kost me veel energie. Weer thuis blijkt er post te zijn. De bestelling is binnen:

DSC_0005

Ik begin aan het avondeten: een Marokkaanse stoof van rundvlees met pompoen, gember, tomaten en doperwten, gekruid met ras-el-hanout. Erbij komt couscous en de fruitsalade.
Ik neem een halve oxazepam. Om kwart over zeven zitten we aan tafel en de dis is bijzonder goed gelukt.

140415 06 140415 07

Later op de avond, na de handafwas, kan ik iets verder lezen, met op de achtergrond Boulez conducts Zappa: The perfect stranger en Feeding the monkies at ma maison.

Maandag 14 april:
Ik heb geen goede nacht gehad. Van twee tot zes heb ik veel wakker gelegen. Om acht uur ga ik uit bed. Het is stil in huis; De Vrouw is al naar haar werk. Wat moet ik?
Ik ga achter de computer zitten en werk het document dat ik vanmiddag naar de behandelaar meeneem bij.
Dan – rond elf uur – neem ik een kop koffie. M’n eerste vandaag. Om half twaalf is De Vrouw weer thuis. We eten iets en stappen op de fiets. Bij vlagen is het zonnig, bij andere vlagen regent het stort. Op de markt haal ik kaas en dan rijden we door naar de behandelaar.
Mr. T. is een vriendelijke jongeman die van alles uitlegt (dat we gezien de zorgverzekeringswet maar vier uur hebben) en vraagt. Ik geef een samenvatting van wat er is gebeurd en wat er momenteel speelt. We gaan de komende tijd aan de slag. Ik ben blij dat De Vrouw erbij is; zij vult goed aan. Vrij urgent probleem is de medicatie: het ziet ernaar uit dat mijn lijf is gewend aan oxazepam en ik meer ervan nodig heb om hetzelfde effect te verkrijgen. Morgen overleggen met de huisarts. Ik merk na een uur dat ik inzak; ik kan het minder goed volgen en mijn energie is op. Volgens mij heb ik mijn verhaal goed kunnen vertellen, al twijfel ik of helder is overgekomen dat ik op het werk te maken heb met ‘onderstress’ en niet met te veel werk, en of de urgentie van mijn situatie (gezien de procedures op het werk aangaande mijn functie) duidelijk genoeg is. Nou ja, vrijdagmorgen 24 april volgende afspraak: ik heb ‘huiswerk’.
We fietsen terug via de supermarkt en de Turkse winkel. Thuis val ik echt stil; ik ben erg moe.
Ik maak wel het eten. Ik warm de overgebleven stoemp van gisterenavond op (gegratineerd), aangevuld met rookworst en een fruitsalade van aardbei, mango, komkommer, rucola (uit de tuin) en walnoot. Wel een succes, eigenlijk.

140414 01 rodekoolstamppot

Na het eten en de afwas neem ik gas terug. Ik lees wat. Op pagina 53 staat een leuk fragment. ‘De tafel waar je aan vreet, daar moet je ook aan kunnen schrijven. Het was een extreem standpunt, en was het wel oprecht? Nee, zeer onoprecht, moest hij zichzelve toegeven, maar wel waar, geloof ik. Laten we eerst maar eens iets gaan eten.’ (Bezorgde ouders, Gerard Reve)
Ik kijk een stukje van het journaal mee (zij het dat het geluid zo zacht staat dat ik het niet hoor, maar dat is niet erg) en daarna lees ik verder, ook in het grote MPFC boek. Muziek blijft uit; nu al vier dagen.
De Vrouw vertelt dat er net in een consumentenprogramma aan de orde is geweest dat veel patiënten die oxazepam slikken na enige tijd allerlei klachten krijgen: onrust, hoofdpijn, angstaanvallen; het is een teken dat de werkzame stof geen effect meer heeft en een hogere dosering nodig is om hetzelfde effect te verkrijgen. Goh.
Om half elf is alle energie toch echt op en ga ik naar bed.
De hele dag in mijn hoofd: mijn eigen ooit zevenentwintig jaar geleden geschreven liedje Welp. (Tekst is hieronder uit schaamte niet afgedrukt.)

Zondag 13 april:
Het is negen uur als ik beneden ben. Ik heb tot acht uur geslapen en diep ook. Koffie maken, wat opruimen en iets lezen. Ik begin in het eerste hoofdstukje van Bezorgde ouders door Gerard Reve. Buiten schijnt de zon.
Mijn gebruikelijke zondagmorgenloopje gaat langs de plastic-container, Matenpoort en het kanaal.

140413 01 kanaal 140413 02 langs het kanaal
140413 04 kanaal 140413 06 kanaal

Rond half twaalf ben ik weer thuis. Samen met De Vrouw drink ik koffie. Plots krijg ik een angstaanval. E is er snel bij en ik ben ook redelijk gauw weer rustig. Ik zeg: ‘Zo gaat het niet langer, hè?’ De Vrouw knikt en zegt dat zij het inmiddels ook doodmoe is. We nemen nog een koffie en ik maak ‘m met de maler en cafétière (da’s lang geleden). Dan ga ik lunch voorbereiden en alles lijkt oké.
Vlak voor de lunch maakt De Zoon een opmerking die me helemaal van slag brengt. Ik loop huilend naar buiten. De Vrouw loodst me weer naar binnen en zet me op een stoel in de woonkamer. Daar krijg ik opnieuw een grote angstaanval. Na een uurtje ben ik weer wat rustiger. Inmiddels heb ik niet gegeten. Ik moet naar buiten en loop een rondje door het Matenpark.

Thuis maak ik avondeten. Ik stoof geraspte rode kool in wat azijn en water, daarna bak ik shoarma en vervolgens kook ik een knolselderij. Plots krijg ik een nieuwe angstaanval. Ik voel de beklemming aankomen en moet gaan zitten. De Vrouw hoort me en komt naar de keuken. Eerst zegt ze dat het allemaal wel goedkomt, maar ik geloof haar niet. Ik ben bang dat ik mijzelf en een ander iets aandoe. Toch weet ze me te troosten en na een half uurtje gaat het. Wel ben ik voor de verdere dag helemaal kapot en uitgeput. De Vrouw denkt dat ik bang ben voor morgen, voor de behandeling. Volgens mij is dat niet zo, maar ik kan niet uitleggen waar ik dan wél zo bang voor ben. Ook kan ik niet zeggen hoe blij ik ben dat ze bij me is.
Ik pureer de knolselderij, meng de shoarma en kool erdoorheen en warm alles nog even goed door. Ernaast komen witlofblaadjes met blokjes rode paprika en blauwe kaas. Zelf kan ik niets eten.
Na de afwas ga ik aan de keukentafel zitten. Om acht uur begint het journaal en ik kijk even mee in de woonkamer. Daarna word ik gek van de reclame en ga ik terug naar de keuken. Ik lees een stukje in Bezorgde ouders, maar merk dat ik niets opneem. Sinds donderdagavond is het stil in huis.
Om tien uur kan ik niet meer en ga ik naar bed.

Zaterdag 12 april:
Ik ben rond half acht wakker nadat ik zeer diep heb geslapen. Ik kom van ver. Om acht uur ga ik er echt uit. Ik douche, doe beneden de noodzakelijke zaterdagochtendklussen, maar verder niet. Geen koffie, geen krant lezen, geen muziek, geen alles. Op een briefje heb ik gisterenavond geschreven: ‘ik ben het niet, je kijkt naar iemand anders, ver van binnenuit zijn pretparkpak, ik wil niet meer, alles is zinloos, zo leeg, ik wil niets, ik doe niets, ik beteken niets, jij bent alles, het enige dat ik wil is slapen, het enige dat ik doe is opstaan en denken: nog maar vijftien uur en dan mag ik slapen, het mag voorbij zijn en áls het voorbij is, als het afscheid daar is, dan wil ik stilte, geen beelden, geen woorden, geen muziek, alleen stilte’.
Half tien ga ik lopen. Huilend. Als mijn leven vandaag of morgen voorbij is, is dat niet erg. Ik wil en hoef niet meer; ik beleef geen vreugde; er is geen zin of betekenis. De wandeling gaat langs het kanaal en op de terugweg haal ik brood en wat kleine laatste boodschapjes.
Weer thuis hang ik de was op, zet een volgende aan en ga aan de keukentafel zitten. Ik ben alweer helemaal op en leeg. De Vrouw komt beneden en zowaar, we drinken samen koffie. Ik lees zelfs een krant en we gaan lunchen. Ik eet voorzichtig een boterham. Het is spannend; ik kan slecht tegen de wat bitse manier van reageren van De Zoon.
Als alles opgeruimd en afgewassen is (waar blijft het bericht van die monteur?), ga ik – het moet niet gekker worden – het gras in de achtertuin maaien. Daarna toch weer buiten wandelen. Deze keer via het Kanaalpark.

140412 01 tuin - gras net gemaaid 140412 02 Kanaalpark
140412 03 Kanaalpark 140412 04 Kanaalpark

Thuis lees ik de andere krant en begin ik aan het avondmaal. Het worden tonijnsteaks met gewokte groenten; de zoon eet de pasta van eergisteren op.

140412 05 tonijnsteak met gewokte groenten 140412 06 tonijnsteak met gewokte groenten

Na het eten voel ik me veel rustiger, veel rustiger dan vanmorgen. Muziek aan lukt me niet, maar ik kan wel een stukje van het journaal zien (via webtv op mijn mobiel – het moet toch niet gekker worden). Daarna lees ik verder in Het feest der liefde.
Op de eerste bladzijde van het boek staat overigens in mijn handschrift: ‘maart 1995, uitgeleend aan Hans, gemold door Hans en een nieuw exemplaar ontvangen van Hans op 22IX96’.
Het boek lees ik uit en dan is het elf uur. Eenentwintig weken.

• • •
 

Geen reacties »

No comments yet.

RSS feed for comments on this post.

Leave a comment