klein
De mok met verse koffie zette hij op het bureau. Hoe of het met hem was en of hij goede dagen had gehad. Ze had hem begroet in het voorbijgaan. Voor hij het wist was ze uit zijn zicht verdwenen; toch zei hij iets terug. Nog geen twee tellen later was ze zijn kamer binnengelopen. Hij draaide zijn bureaustoel naar haar toe en loog dat het goed ging.
Terwijl hij iets over de afgelopen dagen vertelde, gingen zijn gedachten verder terug. Bijna drie jaar geleden was ze zijn collega geworden, ze werkten nu op dezelfde afdeling. Hij bewonderde haar om hoe snel ze zich zaken eigen had gemaakt, hoe ze nu het voortouw nam in complexe projecten. Ze was een intelligente jonge vrouw en hij had inmiddels diep respect voor haar gekregen. Haar lach was zo meisjesachtig, zo misleidend, zo bakvis – hij had haar vader kunnen zijn -, maar wat ze zei zo verstandig.
Hij stelde de vraag terug. Hoe of het met haar ging, wat zij de afgelopen tijd had meegemaakt en gedaan. Ze begon te vertellen. Al pratende keek ze iets van hem weg, alsof ze zich moest concentreren op wat ze wilde zeggen. Met ieder klein stapje in haar verhaal glimlachte ze iets breder. Ze keek hem niet aan, maar hij wist dat haar ogen glommen.
Hij vond haar innemend, lief, op de bijna vaderlijke manier hád hij haar ook lief. Hij vond haar ook mooi, aantrekkelijk en stelde zich van alles voor. Haar zachte handen aanraken met de zijne, zijn vinger over haar lachende lippen, zijn hand door haar lange haren. Hoe graag wilde hij haar in zijn armen nemen en toch was het geen lust of iets sensueels wat hij voor haar voelde. Hij wilde haar slechts vasthouden, dicht tegen zich aan klemmen, haar beschermen tegen alles, tegen de boze wereld en de slechte mensen met de kwade bedoelingen, tegen iedereen behalve hemzelf, dat was alles. Meer niet.
Plots betrok haar gezicht. Wat of er was, vroeg hij haar verschrikt. Ze deed een stap naar hem toe en boog bijna over hem heen. Hij rook haar parfum, hij hield er niet van, nee hij hield van… verder kwam hij niet. Ze reikte naar zijn telefoon die op zijn bureau lag. Met een snelle beweging drukte ze op de powerknop. Hij hield zijn adem in. Intiem voelde het, dat hij het oplichtende vergrendelscherm met haar deelde. Ze zag hoe laat het was, zei dat ze te laat zou komen voor haar volgende overleg en rende bijna weg.
Hij snoof haar warme geur na, wist dat ze zijn bescherming helemaal niet nodig had en wat kende hij haar nou helemaal? Maar toch: toen ze zijn kantoor uit was en ook uit zijn zicht was verdwenen, ging hij een heel klein beetje dood. De koffie was koud geworden.
–
Apeldoorn, januari 2026
–
Een zkv is een zeer kort verhaal, ook wel ‘flitsverhaal’ genoemd.
A.L. Snijders (pseudoniem van Peter Cornelis Müller, 1937-2021) was de ware ambassadeur van het genre.