bazbo – de wereld van Bas Langereis, het middelpunt der aarde

Bas Langereis leest u voor!

13-08-2026

Fles – Lotgenoten (0082)

Filed under: Publicaties voor FOK! - 2026 — bazbo @ 01:00

Lotgenoten,

Beweging. Vanuit mijn ooghoek. Ik kijk. Mijn blik glijdt vanaf het balkon naar beneden, naar de straat en dan naar het fietspad en het voetpad onder mij. Daar. Er staat een jongeman uitziend iemand voor de deur van ons appartementencomplex. Die deur is twee verdiepingen lager en een woning of vier verderop. Ik kan de deur niet zien, maar hem wel. Hij draagt donkere kleding en een baseballpet en hij houdt iets tegen zijn oor gedrukt. Een telefoon, een zilverkleurige telefoon. Terwijl hij een paar passen naar achteren heeft gedaan en kennelijk belt, kijkt hij omhoog, speurt de gevel af of hij iets of iemand ziet. Heeft hij een afspraak met iemand? Heeft hij aangebeld en doet de bewoner bij wie hij heeft aangebeld niet open? Zou goed kunnen. Terwijl hij blijft telefoneren, heeft hij in zijn andere hand iets vast waarmee hij zwaait. Een langwerpig iets, lichtgekleurd. Een lege fles? Ik kan het niet goed zien, want het is nog wat donker buiten. Bovendien heeft de jongeman een heel donkere huid. Het is half zes.

Vandaag is het vrijdag en vrijdag is mijn thuiswerkdag. Ik had de wekker op de gebruikelijke tijd gezet en dus ging die af om vijf uur. Mijn hardloopkleding heb ik aangetrokken en een klein ontbijt heb ik al op. Nu alleen nog de sportschoenen aan. Die staan hier naast me op de balkonvloer. Ik buig voorover. Het is heerlijk buiten, een fris windje waait de hitte van de afgelopen dagen weg.
Dat de aanbeller niet zomaar het gebouw binnen kan, heeft iets te maken met veiligheid. Er zijn in het verleden nogal wat ongenode bezoekers in het appartementencomplex aangetroffen. Kinderen die ruw met de lift speelden waardoor die defect raakte, jongeren die kwamen hangen en vernielen op het dak, dak- en thuislozen die sliepen in de centrale entree, dat werk. Er zijn nu twee voordeuren. Vanaf de straat kom je eerst in een halletje. Daar bevinden zich de brievenbussen. Daarna is er een tweede voordeur, die je van buitenaf alleen met een sleutel of tag kunt openen. Het is de toegang tot de grote entree waar de lift en de trappen zijn. Overdag kan de postbode vanaf de straat met een beetje kracht de eerste voordeur openduwen om vervolgens post in de brievenbussen te doen. Die buitendeur gaat van half acht ’s avonds tot zes uur ’s morgens op het nachtslot en dan kun je alleen maar in het halletje komen als je een sleutel of tag hebt.

Ik heb mijn hardloopschoenen aangetrokken en wil naar buiten, klaar voor mijn ronde. Hoe zal ik eens lopen vanmorgen? Een eindje langs de Grift die door het centrum van ons zo majestueuze Apeldoorn stroomt en dan langs het kanaal weer terug? Dat zal het zijn. Ik sta op.
Buiten op straat staat de donkere jongeman nog altijd omhoog te kijken, te wachten tot iemand de deur open doet. Als ik straks beneden kom, dan moet ik natuurlijk de deur van binnenuit open doen. Wat als hij dan naar binnen wil? We hebben in de Vereniging van Eigenaren afgesproken dat we niemand van buitenaf laten ‘meeliften’ als we de deur openen. Iedereen moet aanbellen en de bewoner moet dan vanaf boven de buitendeur voor de bezoeker openen. Ik zal hem moeten zeggen dat ik hem niet binnen zal laten. Hij ziet er groot en sterk uit. Straks heeft hij kwaad in de zin. Wie weet wat hij mij aandoet. Ik haal diep adem, pak mijn huissleutel en ga de deur uit.

Als ik de laatste trap af kom, gaat in de entree automatisch het licht aan. Ik kijk door het glas van de twee voordeuren heen en zie dat de jongeman op de bank in het bushokje aan de overkant van de straat is gaan zitten. Nu het licht in de hal aan is gegaan, staat hij op en begint hij de straat over te steken.
Ik druk op de ellenboogschakelaar en doe daarmee de twee voordeuren open. De donkere jongeman komt naar de voordeur toegesneld, zwaaiend met wat hij bij zich heeft. Hij grijnst. Zijn tanden zijn wit en zijn ogen glimmen. Ik zie dat hij mij ontwijkt, hij wil langs mij heen glippen en naar binnen. Ik stop om hem tegen te gaan houden en houd mijn hart alvast vast, maar dan zie ik wat hij in zijn hand heeft. Een krant. Daarna valt mijn oog op de fiets met de grote rode fietstassen die naast de voordeur tegen de gevel staat.
‘Hoi,’ zeg ik lachend. ‘Je bent vroeg, te vroeg. De deur gaat om zes uur van het nachtslot. Dan kun je bij de brievenbussen. Maar je hebt mazzel. Nu kun je er ook al bij.’
‘Dank u,’ zegt hij, terwijl hij mij passeert en naar de brievenbussen loopt.

Wat een avonturen weer.
En wat een vooroordelen toch ook.


Apeldoorn, juli 2026

Hier lees je ‘m op FOK!.

• • •
 

Geen reacties »

No comments yet.

RSS feed for comments on this post.

Leave a comment