DeWolff – Gigant, Apeldoorn – 3 mei 2014
Pictures taken with Sony Xperia cell phone camera.
Pictures taken with Sony Xperia cell phone camera.
Vrijdag 9 mei – naar De Stadsakkers en een fotosessie:
En op tijd weer op, want om half tien moeten we op de fiets zitten. Maar eerst is er nog mail van Willem. De foto vanmiddag is om half vier en die vrijdagmiddag 16 mei wil nóg iemand ons in huis halen voor een optreden. Moohooi.
Een korte zitting bij de psycholoog. Het gaat goed, het gaat knap. Mooi dat ik in staat blijk om mijn momenten van spanning te ‘parkeren’. Dit helpt goed. Nu aan de slag om de fases van mate van spanning te bekijken: waar kan ik zelf iets aan doen en in welke gevallen kunnen anderen er iets aan doen en wat? Ook kaart ik de situatie rondom mijn functie op het werk aan. Eigenlijk zou ik gewoon de hele procedure in moeten, zo lang men maar goed doordrongen is van het gegeven dat ik ziek ben. Even de bedrijfsarts ook voorleggen.
Vervolgens fietsen we naar De StadsAkkers. Daar krijgen we een rondleiding door De Zoon. Mooi om te zien wat hij er zoal doet en gedaan heeft.
Via de aspergeboerderij aan de Deventerstraat rijden we terug naar huis. We houden het droog, zowaar! Na de lunch is oma er. Ik moet echter gelijk weg. Op naar Chateau Het Loo. Het regent stort, maar halverwege klaart het op en wordt het zelfs zonnig!
In de wijnwinkel tref ik Mirka en Willem; ook klant Paul is er. Niet veel later komt Stentorfotograaf Cees erbij. Kunstjournalist David is er niet, maar had de wens uitgesproken dat Willem en ik ‘liederlijk’ op de foto zouden staan.
De echte foto staat hier natuurlijk (nog) niet bij.
Op de terugweg schijnt de zon volop. Ik ben om half vijf weer thuis en pik nog wat mee van het bezoekje van oma. Als ze vertrokken is, nemen we even rust. Ik merk dat ik zeer moe ben.
Toch beginnen we aan het avondeten. De Vrouw bakt bacon ’n eggs en ik kook de asperges.
Dan is het ook alweer een uurtje of acht. Ik begin te lezen in Onder het plaveisel het moeras, boek 2 van De tandeloze tijd 3. Ha, ik wil al weken ook weer eens een filmpje of dvd’tje kijken op mijn pc, maar ik kom er niet toe, omdat ik zo graag lees! Wel hoor ik nog wat Little Feat, Things Buried van Richard Barbieri en My Hotel Year door Tim Bowness. Dan is het wel weer welletjes voor vandaag.
–
Donderdag 8 mei:
Tralala. Ik weet niet wat ik heb. Of toch wel. Ik heb last van opgewektheid.
Op het werk kan ik van alles doen: ik schiet op. Straks heb ik niets meer. En ik zit er nu juist over te denken om mijn uren uit te gaan breiden of wat op loonwaarde te gaan werken. Nou ja!
Thuis is er telefoon: Willem. Hij heeft contact gehad met de kunstjournalist van Stentor; morgenmiddag maakt een fotograaf een plaat van ons tweetjes in Chateau Het Loo, ter promotie van ons optreden tijdens het evenement Cultuur bij je Buur, vrijdag 16 mei. Leuk!
Dan maak ik lunch (groentetaartjes) voor De Vrouw; aansluitend doen we wat boodschappen op De Eglantier. Ik maak mijn ‘huiswerk’ voor de afspraak bij de behandelaar morgen en kook eten. Puree van zoete aardappel, met daarbij een curry van bloemkool, ui, courgette, aubergine en peper, plus een salade van komkommer, bosui, tomaten en mozarella.
In de avond kan ik Het Hof van Barmhartigheid uitlezen; gedurende de hele dag kunnen we luisteren naar Tuomas Holopainen’s (Music inspired by) The Life And Times Of Scrooge, Andrew Gold. Little Feat, Jansen Barbieri & Karn en Jim Hall & Pat Metheny.
–
Woensdag 7 mei:
Acht uur ben ik eruit. Ik doe de gebruikelijke klussen en begin ook alvast aan het eten van vanavond. Om tien uur kan de gaspit uit en is het voorbereidende werk gedaan. De Vrouw is nog rustende; ze heeft het nodig.
Half twaalf loop ik naar de bushalte. Vroeg in de middag ben ik op het Centraal Bureau van het werk. Ik zie wat mensen en kan bijpraten. Dan is er een informatiebijeenkomst over het traject de komende weken rondom mijn functie. Veel nieuws hoor ik niet, maar toch is het goed om alles nog eens uitgebreid uitgelegd te krijgen. Het kost me energie om aandachtig te luisteren. Als er zo tegen het eind iemand heel plotseling en luidruchtig alsnog binnenkomt, schrik ik me een hoedje. Even ben ik in paniek, maar ik kan het al snel ‘parkeren’. Ha! Het gaat goed met mij. Na afloop zie ik de manager onder wie ik van mei tot januari viel. Hij schrikt van het feit dat ik vermagerd ben. ‘Ja, dat kwam erbij,’ zeg ik. ‘Of beter: dat ging eraf.’
Ik heb de bus van vier uur en uiteindelijk ben ik om half zes thuis. ‘We hebben nog geen bericht van KPN,’ zegt De Vrouw. Op het modem knippert niets meer; alle lampjes die moeten branden, branden. We hebben weer een internetverbinding! En we eten bamisoep.
Na acht uur kan ik veel verder lezen. Ook hoor ik Metheny’s filmmuziek voor A Map Of The World en wat werk van Jansen Barbieri & Karn en Pulse.
–
Dinsdag 6 mei:
Moet je zien wat ik vanmorgen onderweg naar het werk tegenkom:
Op het werk zet ik het gisterenavond doorgemailde bestand op een stick en maak ik mijn begeleidende brief en CV af. Daarna volop andere werkzaamheden. Collega’s vragen me of dat mijn zoon is die vandaag in de krant staat. Wacht, De Zoon vertelde afgelopen woensdag dat er een fotograaf bij De StadsAkkers is geweest. Verder kan ik een boel werkklussen doen en ik ga tevreden naar huis. Op de terugweg haal ik de krant. (Wacht, dat is raar uitgedrukt: ik kóóp de krant van vandaag.)

Thuis is De Vrouw. Zij heeft de krant ook gekocht. Daarnaast is ze moe en voelt ze zich niet goed; ze heeft zich op haar werk voor de rest van de week afgemeld. Ook voor haar is het de afgelopen weken zwaar geweest. Nu het met mij wat vrolijker gaat, krijgt zij de klap.
Ik zet het bestand op de harde schijf. Na de lunch probeer ik het modem op te waarderen. Dat lukt niet; het modem herkent het bestand niet als iets waar hij iets mee kan. Stik. Dan is het op het werk met de oude versie van Windows niet gelukt om het bestand goed op te slaan.
Ik laat me niet gek maken en ‘parkeer’ mijn spanning (met dank aan de psycholoog). De Vrouw moet eens gaan kijken of ze het bestand uit de mail vanaf haar telefoon in een map in diezelfde telefoon kan opslaan. Dan kan ik mooi een rondje lopen langs Turkse winkel, theedoekenzaak en supermarkt.
Als ik weer terugkom, zit De Vrouw nog steeds met haar telefoon te pielen. Ze krijgt het niet voor elkaar. Ik stel voor dat ze naar de provider belt en de situatie nog eens uitlegt. Een week of wat geleden hebben we een totaalpakket (internet, telefoon en televisie) afgenomen en daar hoorde eigenlijk een nieuw modem bij. Dat hoefden we niet, want we hebben al een modem. Nu blijkt ons modem wat ‘verouderd’ te zijn, dus komen ze maar mooi alsnog met de nieuwe aan. Ze belt. Nee, het moet echt lukken met dat bestand, want het nieuwe modem is wel nieuw, maar lang zo goed niet en met lang zo veel aansluitmogelijkheden niet als het oudere model. De medewerker loodst me deels door de procedure heen en dan kan ik het verder zelf wel, zeg ik. Goed, hoe krijgen we het bestand uit de mail in de telefoon op onze harde schijf? Freek! Die is handig in dat soort dingen. De Vrouw gaat contact met hem zoeken; ik ga eten maken. Witlof in ham en kaas uit de oven, tartaartjes en forse salade.
Rond half zes loopt De Vrouw met extern geheugen naar de buurjongen. Binnen vijf minuten is zij terug. Mooi! Alleen: zelfde geval als vanmiddag: het modem herkent het bestand niet als iets waar hij iets mee kan. Rhaaa! Nee: ‘parkeren’. Dat lukt.
Na het eten is Freek er; hij heeft een vriend op sleeptouw. Freek is handig, ziet snel wat er wel en niet werkt. Voor mijzelf is de situatie nogal onoverzichtelijk. Er staan vier mensen om mij heen en allemaal vertellen ze wat er zou moeten gebeuren. Ik moet er dan ook even uitstappen en ga in de keuken zitten. Voor inlogcodes ben ik wel even nodig en dan kan ik in alle rust achter het apparaat zitten. Freek heeft alles gecontroleerd; het zou gewoon moeten werken, dus de storing ligt niet bij ons. Top, Freek! Gaaf dat je hebt willen meekijken en meedenken. Dank je wel!
Wederom contact met de helpdesk. ‘Ach zo. Uw modem is nu wel geüpdated. Er moet nu iets bij KPN gereset en dan heeft u weer verbinding. Morgenochtend ontvangt u een sms wanneer het zover is.’ Fijn. Laat ons bidden.
Dus moeten we deze avond nog door zien te komen zonder internet, telefoon of televisie. Voor mij geen probleem – ik lees me suf, weet u nog wel? -, maar De Vrouw heeft slechts een halve kast vol dvd’s. Ze ruimt een of ander bakje leeg. Wat komen we tegen?
Ik lees verder in Het Hof van Barmhartigheid en hoor nog twee cd’s uit het oude Kaipa-platendoosje.
–
Maandag 5 mei:
Acht uur ben ik op. Na de koffie lees ik de stapel van mijn werk nog eens. Ik ruik kansen. Het levert me geen spanning op, eerder gezonde spanning en goede energie. Ik baal alleen dat ik ziek ben. Zorgvuldig maak ik een mail aan mijn nieuwe leidinggevende; de snelheid van de procedure heeft onze afspraken ‘ingehaald’ en ik stel voor dat ik gewoon mijn wensen instuur met een begeleidende brief waarin ik mijn situatie uitleg.
Vervolgens maar eens naar de markt voor kaas en mandarijnen. Als ik weer terug ben, ga ik het belangstellingsregistratieformulier invullen. Er is ook al mail terug. De baas adviseert me vooral te handelen zoals ik zelf voorstel: open en eerlijk zijn. Ik maak een opzet voor de begeleidende brief. De rest van de dag zal ik vaak even achter de computer gaan zitten om de opzet bij te werken. Ik krijg er energie van!
We lunchen en daarna is het buiten in de tuin zo lekker, dat ik er uitgebreid ga zitten lezen. Ik omhels je met duizend armen is uit en ik begin in Weerborstels, een intermezzo uit De tandeloze tijd. Half vijf ontdek ik dat ik mijn medicatie van twee uur niet heb ingenomen. Ik mis het ook niet; het voelt nog altijd goed.
Om half zes blijkt dat onze internetverbinding er niet is. Ik doe alle bekende kunstjes (modem opnieuw opstarten en zo), maar: geen resultaat. Het dsl-lampje knippert: geen verbinding.
De Vrouw maakt avocadosalade en ik prepareer witlof in ham en kaas, bak tartaartjes en voor De Zoon aardappelen. Alles smaakt voortreffelijk.
Om half acht nog steeds geen internetverbinding. De Vrouw belt de helpdesk van de provider. Er is geen storing bekend; mogelijk is de software van het modem niet up-to-date. Dat is vreemd; waarom gaat alles dan wel goed tot half zes vanmiddag? We krijgen een bestand gemaild (via de telefoon van De Vrouw), maar het lukt niet om het op de pc te krijgen. Het mailtje sturen we door naar mijn werk; morgen zal ik het op een extern geheugen zetten. Het betekent dat we geen telefoon, geen televisie, geen mail en geen internet hebben. De Vrouw kijkt een dvd in de woonkamer en in de keuken schrik ik verschrikkelijk van alle plotselinge geluiden (geschreeuw, schoten, e.d.).
De hele toestand ervaar ik als spannend. Ik merk dat ik gespannen en trillerig ben. Het is druk die ik herken. Toch kan ik het ook ‘parkeren’: goed, dit is spanning, maar ik hoef en kan er nu niets mee; morgen zien we verder. Met dank aan de psychologische behandeling.
Ik lees Weerborstels uit, begin in Het Hof van Barmhartigheid (De tandeloze tijd 3, boek 1), hoor nog een oude Kaipa-plaat en _ism van Jansen Barbieri & Karn.
–
Zondag 4 mei:
Ik ben dan ook pas om half tien uit bed. Pas na een uur bemerk ik dat ik medicatie niet heb ingenomen. Ik loop naar buiten voor het gebruikelijke zondagmorgenrondje langs de plasticcontainer, Matenpoort en het kanaal.




Dan is er samen koffie. We bespreken hoe het met mij gaat. Er zijn momenten van spanning (de brief van het werk is binnen, ik lees die brief, ik moet ermee aan de slag, plotse plannen, enz), maar kan in mijn hoofd goed schakelen: oké, dit ligt er nu, dit moet ik nu niet doen, nu ben ik te gespannen, ik ga er dan en dan goed voor zitten, dat betekent dat ik het nu los kan laten. Ik heb mijn ‘huiswerk’ van de psycholoog nog niet gemaakt op papier, maar voer de theorie in de praktijk al uit.
De Vrouw heeft het voorjaar in het hoofd en is bezig met koper poetsen. Zoek de verschillen.

Na de brunch loop ik nog even naar buiten, een rondje door het Kanaalpark.




Ik lees aan de keukentafel De gevarendriehoek uit en begin aan het eten. Het wordt een schotel van chorizo, ui, paprika, kikkererwten en het blad van paksoi. Ik hoor PMG en DeWolff, maar onder het eten is het stil. Het gaat goed, maar ik voel me wel gespannen en schrikachtig.
De rest van de avond lees ik in Ik omhels je met duizend armen van Ronald Giphart en hoor ik de eerste twee Kaipa-platen uit de jaren zeventig en Beginning To Melt en Seed van Jansen, Barbieri & Karn. Dan is het kwart over elf en … nou ja.

–
Zaterdag 3 mei – DeWolff in Gigant:
Tussen twee en vier ben ik wakker. Dan slaap ik weer. Om zeven uur lukt het niet meer en ik stap iets na acht uur uit bed. Ik neem vanaf vandaag drie keer een kwart tablet oxazepam en merk gelijk dat alles anders is. Er is beklemming, ik heb bij veel vlagen pijn in de spieren rond mijn nek en hoofd, en ik heb het voortdurend koud.
Ik lees kranten en doe de eerste was. Ook open ik de brief van het werk. Ik moet de komende week laten weten of ik meedoe en voor welke functie en het sollicitatieformulier insturen. Zoals ik me nu voel, moet ik het even van me af leggen; ik ga er maandag in alle rust eens goed voor zitten en bekijk dan hoe het valt in het perspectief van wat ik donderdag met mijn baas heb besproken.
Halverwege de ochtend fiets ik naar de markt. Bij de kruidenkraam is het druk en ik merk dat ik die drukte en opdringerige mensen lastig vind. Snel weer weg. In de Turkse winkel en de supermarkt gaat het wel.
De Vrouw en ik drinken samen koffie. Dan lunchen we. ’s Middags doen we wat klussen in de tuin. Ik maai het gras, bind de druif op en steek gras af; De Vrouw verpot planten. Als ik het resultaat wil vastleggen, merk ik dat de camera geen mooie foto’s maakt. Ik mopper al een tijdje op de nieuwe aankoop, vooral bij donkerte én bij fel licht ben ik niet tevreden. Ik piel wat in het menu en ontdek dat het apparaat al tijden op een hoge lichtcompensatie ingesteld staat. Ik stel het bij en: kijk, dat is al veel beter.


Aan het eind van de middag draai ik de nieuwe van DeWolff nog een keer. We bereiden het avondeten voor. De Vrouw maakt een salade van garnalen en komkommer. Ik merk dat ik gespannen ben, last heb van prikkels om me heen, ‘ertegenaan zit’ en schrik van plotselinge geluiden. Daarom wacht ik tot De Vrouw in de keuken klaar is; dan ga ik aan de slag. Groentetaartjes en rosbieffiletlapjes. De Vrouw is in de woonkamer bezig een nieuwe ringtone in te stellen op haar telefoon; het geluid maakt me bijna gek. Toch gaat het goed. Het eten is prima gelukt en smaakt geweldig; de handafwas is samen zo gedaan.
Om half negen zit ik op de fiets en nog geen half uur later ontmoet ik Peter, Reinier en Gea in Gigant. In het café is het voor mij goed te doen en we kunnen wat bijpraten. Een kwartier later gaan we naar de zaal.
Het voorprogramma heet Deaf Charley en klinkt als Beefheart. Best leuk. Het hoofdprogramma blijkt helemaal te gek. De jongens spelen zo’n beetje de hele laatste plaat en het nieuwe materiaal komt geweldig goed uit de verf. Een paar oudere stukken en die vullen goed aan.
Het geluid is mooi, maar luid. Ik heb mijn oordoppen in en het lukt me om geconcentreerd te blijven luisteren. In de zaal is het niet druk, er is alle ruimte en ik sta goed vooraan. Eén water drink ik.
Na afloop spreek ik de jongemannen. Als ik vertel dat ik de plaat gisteren in Amsterdam heb gekocht (op de dag dat hij uitkwam), hem al een paar keer heb gehoord en hem zeer mooi vind, kijken ze op en bedanken ze me. ‘Wat leuk dat je dat zegt.’ Het lijkt of ze zelf verbaasd zijn over hun succes. Mijn cd is voorzien van handtekeningen.

Ik ga gelijk naar huis. Daar is De Vrouw in de woonkamer een film aan het kijken. Als we even bijkletsen, val ik op de bank bijna in slaap. Het is half een en ik ben doodmoe. Vierentwintig weken.
Vrijdag 2 mei – dagje Amsterdam:
Op tijd op, weer. Vandaag een ‘uitje’ op het programma. Om half negen zitten we op de fiets en om negen uur in de trein naar Amsterdam.
Half elf precies ontmoeten we Rikus in de Coffee Company in De Pijp. Het is fijn hem te zien en te spreken; we kunnen flink bijkletsen. Mooi dat het zo goed met hem gaat. Hij heeft zijn eigen columnsite opgezet en vraagt me zo ongeveer om – als ik weer voldoende hersteld ben – daaraan bij te gaan dragen. Da’s lief van hem.
Aan het begin van de middag lopen we over de Albert Cuyp. We lunchen in café Schilder en daarna wandelen we naar de Utrechtsestraat. In Concerto koop ik Roxy by proxy (FZ), Grand Southern Electric (DeWolff), La Tsadika (Mor Karbasi) en Unity Village, een goedkope (bootleg)concertcd van de vroegste Pat Metheny Group.
Eigenlijk heb ik het dan wel gehad; ik merk dat ik moe word. We besluiten terug te gaan naar Apeldoorn. Iets over vier staan we op het station en de intercity naar Deventer komt om half vijf op perron 10b. Iets voor half vijf krijgen we het bericht dat de intercity naar Deventer een half uur vertraging heeft; door een kapotte goederentrein is er geen treinverkeer mogelijk tussen Sloterdijk en Amsterdam Centraal. Wat gaan we doen? Op het perron zijn geen borden, dus terug naar de stationshal. Aha, we kunnen via Utrecht; de trein naar Maastricht vertrekt om tien over half vijf vanaf perron 5b. Op perron 5b blijkt dat de trein naar Maastricht – door vertraging van andere treinen – vertrekt vanaf perron 8a. Op perron 8a stappen we in de trein naar Maastricht. Die zit klemvol, maar toch vinden we een plaatsje. Om tien over half vijf roept de conducteur om dat in verband met een technisch probleem deze trein niet rijdt. Oké, we gaan terug naar perron 10b, waar de trein naar Deventer misschien toch komt, weliswaar vertraagd. Om vijf uur komt daar de intercity naar Hannover. Veel passagiers stappen in; de trein lijkt overvol. Op aanraden van een conductrice wandelen we naar de eerste twee wagons; die zijn helemaal leeg. Om zes uur komen we aan op het station in Apeldoorn. We fietsen via de supermarkt naar huis.
Er is post van mijn werk: het zal de brief zijn waarin staat hoe mijn functie gewijzigd wordt en waarop ik kan solliciteren. Morgen zal ik hem eens gaan bekijken. Nu even niet. Niet dat het me nu veel spanning geeft, maar de dag is vermoeiend geweest en ik wil de brief op m’n gemak tot me nemen. Dat kan ik nu niet.
De Zoon wilde net pizza’s in de oven stoppen en dat vinden we een goed idee. Na het eten en de afwas ben ik alleen in de keuken. Mijn nieuwe plaatjes spelen. Vooral Mor Karbasi ontroert me, maar dat deed ze altijd al wel. Ik lees ook nog wat en het is elf uur als ik erg moe naar bed ga.
–
Donderdag 1 mei:
Wel geslapen, maar in fragmenten. Ik sta op tijd op. Om half tien loop ik de deur uit en neem ik een bus naar Arnhem. Daar stap ik over op een lijn naar Velp. Ik ben om elf uur al bij het kantoor van de nieuwe baas, terwijl ik een afspraak heb om half twaalf. Geen nood, er is een pc’tje en ik kan even mail controleren en dergelijke.
Dan: een goed gesprek. De nieuwe baas is iemand met wie ik kan praten. Zij ook met mij. Ik vertel hoe het momenteel gaat. Dat ik eindelijk erken dat ik ziek mag zijn en dat ik daardoor veel rust in mijn hoofd en de dag ervaar. Wat nog wel een zorg is, is de toekomst: de ontwikkelingen in de (re)organisatie. ‘Hoe gaan we dat doen?’ vraagt ze. Kijk. Ik ga volgende week naar een informatiebijeenkomst over de procedure rondom de nieuwe functie(s), zij organiseert een nieuw gesprek waar de personeelsadviseur ook bij is, ik kaart alles aan bij de behandelaar met de vraag: hoe ga ik in de sollicitatieprocedure het beste te werk, zeker nu ik in een re-integratieproces zit. Ikzelf kies wel voor openheid: ik wil graag meedoen en een kans maken, maar kan op dit moment niet functioneren op professioneel niveau en een sollicitatiegesprek voeren of assessment doen. Ik ga met een goed gevoel het gesprek uit. Dit komt wel goed.
Om half vier ben ik thuis. Het is mooi weer, dus dat wordt buiten zitten. De Vrouw gaat met een clubje mensen uit eten. Ik speel We live here en Quartet van Pat Metheny Group (over verslavend gesproken!) en kook voor De Zoon en mijzelf: spaghetti met forse pastasaus van gehakt, uien, gele paprika, pepers, prei, gezeefde tomaten en Italiaanse kruiden. Met Parmesan.
Na de handafwas kan ik in alle rust verder lezen en luisteren. Little Feat tijdens Pinkpop 1976, bijvoorbeeld. Het is na elven als ik naar bed ga.
–
Woensdag 30 april:
Vreemde nacht, weer. Ik ben om een uur wakker, om zes uur ook en iets voor acht uur gaat de telefoon. Ik kom van ver, maar begrijp dat het de reparateur van de vaatwasser is. De Vrouw neemt de telefoon van De Zoon over.
Half negen ben ik beneden. Het voelt allemaal wel oké. Ik begin met het eten, want De Vrouw werkt vandaag vreemde tijd: van half vijf tot negen. De bamisoep is om elf uur klaar; tweederde van de Strange Cargo-trilogie door William Orbit heb ik er dan ook al doorgedraaid.
Ik wandel even naar buiten en loop via het kanaal naar een supermarkt.
Het is mooi weer! In de tuin begin ik te lezen in Het hijgend hert van Gerard Reve. Tegen een uur of twee is de soep klaar. Zelf eet ik een paar boterhammen met kaas en sla.
Nog steeds mooi weer. Lezen in de tuin. Ook fiets ik even naar een andere supermarkt en koop een tomaten-, een paprika- en een komkommerplant.
In de tuin lees ik het boek uit. Dan begint het te druppelen. Even later regent het. De Vrouw gaat werken. Om zeven uur eten De Zoon en ik. Bamisoep. Verrassend, niet? Er is muziek van Kadaver en de resterende drie plaatjes uit de Genesis Archive 1969-75 box. Fijn. Ik begin te lezen in De gevarendriehoek, het tweede deel uit De tandeloze tijd. Verslavend, deze cyclus. Zeer verslavend. De beschrijving van de hoofdpersoons jeugd sleept me mee. En er zijn zo veel toevalligheden of overeenkomsten: ik heet ook Albert, mijn vader werkte ook bij Philips, de scouting, het ervaren (of juist niet) van de tijd, ga zo maar door.
Over tijd gesproken: het is inmiddels alweer elf uur geworden en ik ga naar bed.
Is dit allemaal nog interessant? Ik lees terug en vraag het me af. Er gebeurt weinig tot niets. Nu zijn er schrijvers die hun hele oeuvre hebben gevuld met niets, maar zo’n schrijver wil ik toch niet echt zijn. Ik heb niet eens het idee dat ik schrijf, momenteel.
–
Dinsdag 29 april:
Om zes uur wakker. Wel goed en diep geslapen. Kwart over zeven uit bed. Het gaat goed!
Ik fiets door de (stromende) regen naar het werk. Niet erg. Daar allerlei dingen doen die ik wil doen; lekker.
In de middag kan ik kalm aan doen. Een enkel boodschapje, een mailtje, een telefoontje (over een kapotte vaatwasmachine), een cd’tje. Of nee, twee. Drie.
Er is contact met Rikus; we gaan hem vrijdagmorgen ontmoeten in Amsterdam, als alles goed gaat.
Dan eten maken. De ovenschotel van bieten, witlof en peer, een andere pan van misome met blauwe kaas, ten derde gehaktballen en erbij een salade. Lekkâh.
Ook lekker is de avond. Ik kan veel lezen (Vallende ouders is uit) en ondertussen heb ik mooi de platen van Crimson ProjeKCt en The Crimson Jazz Trio, het album Wall Street Voodoo (Roine Stolt) en Stories Across Borders (Jansen Barbieri) gedraaid.
–
Maandag 28 april:
Tussen vier en zes lig ik wakker; geen idee waarvan en waarom. Ik slaap wel weer in en ontwaak iets voor half negen. De Vrouw gaat aan het werk en vertrekt.
Ik doe huishoudelijke klussen (planten water, toiletten schoonmaken, was vouwen, de eerste twee symfonieën van Gustav Mahler door de kamer draaien) en een paar noodzakelijke boodschapjes.
Verder is het lekker rustig. Ik werk de webstek wat bij terwijl Mozart en Bach hun werk doen.
Om drie uur komt mijn vader op bezoek. We kletsen samen bij en het is goed. Zo tegen half vijf gaat hij weer naar huis.
Ik maak het eten: stamppot van zoete aardappel en raapstelen met kerrie, daarnaast verse worst en een sla.
In de avond lees ik verder in Vallende ouders en hoor ik King Kong (Jean-Luc Ponty), Hydrophonia (Roine Stolt), de oude demo’s uit de Genesis-box en Changing Hands (Jansen Barbieri Takemura).
Een kalme, maar goede dag vandaag!
–
Zondag 27 april:
Het regent lichtjes als ik om een uur of negen beneden kom. Geen ramp. Ik neem eerst maar eens een kop koffie.
Als ik naar buiten ga, regent het niet meer lichtjes. Niet erg. Ik loop mijn gebruikelijke zondagmorgenrondje langs de plasticcontainer, Matenpoort en het kanaal.
Als ik terugkom, drinken we koffie; daarna is het lunchtijd en dan is er rust in de keuken.
Ik begin in De tandeloze tijd, met De slag om Blauwbrug, de proloog. Het is zo uit. Even De voorzitter van Giphart ertussendoor. Ondertussen spelen de laatste Transatlantic en Ayreon en Moonflower van Santana en maak ik avondeten: een stoof van sucadelappen, wortel, paksoi en ras-el-hanout met daarnaast salade. Zo op.
In de avond lees ik Giphart uit en begin ik aan Vallende ouders, DTT1. Het is mooi, het is goed! Waarom heb ik dit nooit eerder gelezen? Het werk grijpt me en ik laat me fiks in het verhaal zuigen. PMG draait op de achtergrond, daarna Everything is healing nicely van Zappa en Gabriel’s filmmuziek Passion.
Een goede dag. Het is elf uur en ik ben weer erg moe.
–
Zaterdag 26 april – Koninginnesdag:
Paar keer wakker geweest vannacht, maar ook een paar keer goed diep geslapen. Om kwart over acht wil ik er echt uit.
Koningsdag, vandaag. Ga ik mee de drukte in? Ga ik dat redden? Ik weet het nog niet; ik zie wel.
Na koffie wandel ik naar de Turkse winkel en koop aardbeien en brood. We lunchen. Tegen twee uur gaan we hidihi ophalen en dan fietsen we naar het centrum van Apeldoorn.
Vrij snel zitten we op het terras bij het ACEC-gebouw. Net als vorig jaar is er een Duitse bierstube. Robert en Marja komen er ook bij. Op zich is het er niet heel druk en vind ik het goed te doen, maar na een tijdje begin ik alle geluid als lawaai te ervaren. Gesprekken kan ik niet meer volgen en ik merk dat ik het niet leuk meer vind en het niet lang meer red. Ik neem afscheid van een ieder, zoek mijn fiets op en ben om kwart over vijf thuis.
De kalmte in huis doet me goed. Ik doe nog wat was en lees. Het lukt me om iets te eten: de spaghetti van donderdag. De rest van de avond breng ik in alle rust door; ik lees verder aan de keukentafel, met de blazende wasdroger in mijn rug.
(‘Drank four cups of tea this morning and have peed the equivalent of seven cups. Isn’t the human body marvellous? I might try eating 1 pound coins next.’ – Rick Wakeman)
De was is gedaan, de PROG is uit, het is kwart over elf. Ik ga naar bed. Drieëntwintig weken. Hatseflats.
Ingrediënten:
1 flinke bos basilicum
2 teentjes knoflook, gesneden
2 eetlepels pijnboompitjes
olijfolie
pak ‘m beet 50 gram parmesan (ik zou 100 gram nemen, maar ik houd van parmesan)
1 Doe de blaadjes basilicum, de gesneden knoflook, de pijnboompitjes en de geraspte kaas in een kom of maatbeker.
2 Pureer het met staafmixer of in de blender.
3 Voeg kleine scheutjes olijfolie toe totdat de pesto de gewenste dikte heeft.
4 Schep in een goed afsluitbaar potje.
5 Giet er nog wat olijfolie over zodat alles onder staat.
6 Deze pesto is zo minstens een maand houdbaar.
Ingrediënten (voor drie personen):
1 aubergine
1 courgette
2 tomaten
6 eetlepels olijfolie
1 teen knoflook geperst
2 eetlepels verse basilicum, gehakt
halve eetlepel gedroogde oregano
Het vele werk:
1 Verwarm de oven voor op 200 graden. Bekleed een ovenschaal met bakpapier.
2 Meng de olijfolie, knoflook, basilicum en oregano in een kom.
3 Snijd van de aubergine zes dunne plakken en leg deze in de ovenschaal. Besprenkel met wat oliemengsel.
4 Snijd van de courgette zes (of twaalf) dunne plakken en leg deze erbovenop. Besprenkel met wat oliemengsel.
5 Snijd van de tomaat zes (of twaalf) dunne plakken en leg deze erbovenop. Besprenkel met wat oliemengsel.
6 Herhaal stap 3, 4 en 5.
7 Zet de schaal vijfentwintig minuten in de oven.
Joe Cocker
(20 May 1944 – 22 December 2014)
–
Jack Bruce
(14 mei 1943 – 25 oktober 2014)
Legendarische zanger/bassist, o.a. van de band Cream. Hij maakte een paar goede soloplaten (Songs For A Tailor!) en speelde een gastrolletje op het titelnummer van Frank Zappa’s album Apostrophe (‘).
–
Marnix Rueb
(11 april 1955 – 23 oktober 2014)
Marnix Rueb is de man achter Haagse Harry.
–
Glenn Cornick
(23 april 1947 – 28 augustus 2014)
Cornick was de eerste bassist bij Jethro Tull en speelde op de eerste drie platen van de band.
–
Don Pardo
(22 februari 1918 – 18 augustus 2014)
Pardo was aankondiger bij Saturday Night Live en vertolkte ‘sophisticated narration’op het album Zappa in New York.
–
Robin Williams
(21 juli 1951 – 11 augustus 2014)
–
Charlie Haden
(6 august 1937 – 11 july 2014)
–
Rik Mayall
(7 March 1958 – 9 June 2014)
–
H.R. Giger
(5 februari 1940 – 12 mei 2014)
Zwitserse kunstenaar, ontwerper van o.a. de platenhoes van Brain Salad Surgery door Emerson Lake & Palmer
–
Sue Townshend
2 april 1946 – 10 april 2014
–
Dieter Röder
9 december 1951 – 1 april 2014
(Zappateer #1)
–
Billy Mundi
25 september 1942 – 29 maart 2014
(Frank Zappa drummer 1967-1968)
–
Hugo Brandt Cortius
29 augustus 1935 – 28 februari 2014
–
Paco de Lucia
21 december 1947 – 26 februari 2014
–
Pete Seeger
3 mei 1919 – 27 januari 2014
–
Phil Everly
19 januari 1939 – 3 januari 2014
–
Herman Pieter de Boer
9 februari 1928 – 1 januari 2014