Alles bij het oude
Plots komt er een meid van in de twintig op een sportfiets voor mij rijden. Ze draagt een zwarte wielrenbroek en een strak groen truitje. Haar blonde haren heeft ze in een staart. Achter haar oren zie ik twee grijsgekleurde dingetjes. Het zijn niet de pootjes van een bril; het zijn gehoorapparaatjes. Het meisje is doof of slechthorend en heeft op zadelhoogte mooie rondingen van achter. Ze rijdt flink door; ik kan haar nauwelijks bijhouden zonder dat het opvalt.














































































































