Bas Langereis leest u voor!
11-11-2007
10-11-2007
08-11-2007
Avondje FOK!ken
(Je kent het wel. Je wil, zo vlak na het weekend, wel even een rustige avond. Geen avond zonder spanning, maar wel eentje die je lichamelijk niet zo sloopt als een stapavond die om vijf uur in de shoarmatent eindigt. Eentje zonder belofte van een kater. En wat doe je dan? Je gaat met een lekker glaasje gerstenat achter je computer zitten om een avondje te FOK!ken. Geen opwinding, maar lekker rustig ouwehoeren…
Een waarschuwing.
Een column door tuvokki én bazbo.)
Het is een doordeweekse avond. Ik zit achter mijn computer en open FOK! Uiteraard open ik FOK! Ik wil FOK!ken! Mijn hele leven draait om de commentaren op commentaren op OP’s die het forum maken wat het is. Mijn leven dus. Het gaat lekker. We hebben een paar diepgaande discussies in WFL, een juichtopic over Frank Zappa in MUZ en de gebruikelijke pulp in ONZ. Ik bedenk me een briljant idee! Ram op de reageer-knop en …
Sorry, onze databaseservers zijn momenteel te druk. Schenk even wat te drinken in en probeer dan de pagina eens te herladen.
“Schenk even wat te drinken in?” vraag ik me hardop af. “Goed idee.”
Ik loop naar de keuken. Daar staat de koelkast. Als ik de deur opendoe, merk ik tot mijn opluchting dat er een fikse voorraad bierflesjes in ligt. Maar goed dat ik gisteren even die kratjes ging halen. Deze keer was ik niet te lam en heb ik alles al koud gelegd. Je weet immers maar nooit wanneer je koud bier nodig hebt.
Ik pak een flesje en giet mijn glas vol. Ondertussen loop ik terug naar de pc in de woonkamer. Ik ga zitten en zet het flesje naast me. Na drie ferme slokken druk ik op F5. Het briljante idee dat ik had begint al te vervormen. Snel leeg ik mijn glas, en ja hoor:
Sorry, onze dasabaseservers szijn momenteel te druk. Szchenk even wat te driknen in en probeer dan de pagina eens te herladhen.
Wederom, trouw als ik ben, ren ik naar de koelkast voor een nieuw biertje. Inschenken en meteen de dorst lessen. Voor de zekerheid neem ik een nieuw biertje mee. Er staat alleen dat je het moet inschenken, niet dat je je voorraad niet naast je computer mag hebben staan. De reply die ik in mijn hoofd had wordt steeds korter. Van eloquent verhaal met prachtige bijzinnen is het verworden tot een statement met een simpele clou. De essentie is er gelukkig nog. F5 …
Slorry, oonz dasabaseserevers szijn meentomeel ze druk. Szchenk heel wat te driknen in en probeer dasn de vagina eens te herladhen.
“Sjesus, waar zijn die klotedataservers in gotsnaam te druk mee? Wie sit hier de boel klem te houwen? Zóó leuk is het hier op FOK! toch ook niet? Laten al die lui eens lekker aan hun pieleman gaan zjorren en mij efen de gelegenheid gefen om te FOK!ken! ja!” Ik ren nog maar een keer naar de koelkast en pak mijn zoveelste bruine buis.
Ik plemp snel het biertje in mijn glas. Gulzig hap ik met schuim en al de inhoud in mijn keelgat. Mijn statement is zijn clou inmiddels ook al kwijt. Ik denk erover om alles wat nog is blijven hangen in hoofdletters te typen om het belang aan te geven. Na een lange boer ram ik wanhopig weer op F5:
Slorry, oonz dasabaseserevers szijn meentomeel ze drunk. Szchenk heel wazza driknen en en pr .. probier dasn de vagina eens te herlikken eh!
“FOK! FOK! FOK!” roep ik en ik sla met mijn vlakke hand op het bureau, vlak naast het toetsenbord. De flesjes naast mijn monitor rammelen tegen elkaar. Het kan me niks schelen. Mijn briljante antwoord is verworden tot een enkel woord: “FOK!” oh, nee: “KUT!”
Deze keer weet ik het zeker, F5 gaat me redden van mijn twaalfde biertje van deze avond!
“Godzallahmachtig,” lispel ik. “En dan steets die lekkere tieten in dat topje bofen in beeld … je sou er gijl van worre…”
Slorry, oozzah dasabarasesereversz szijss meentomseels ze drunk. Szchenk nogmeer bierzz wazza driknen en en pr .. probier dasn de vagina eens te herlikken eh! *buurp*
“Goffedomme, da’s nou al de feertiende keer dat ik wat te drinken moet pakken … dat gaat nooit goet so op een afond.”
Vooruit dan maar. Nog eentje dan. Als ik terug kom met mijn twaaldduizenddriehonderdvierenvijftigste biertje druk ik op een toets. F5. Hoop ik.
Szgenk heef wa te drinkeh hinn … *hik* whaa!
Ik ram wat op mijn toetsenbord in de hoop dat het iets zinnigs is. In welk forum zit ik eigenlijk? ‘Keiharde porno voor Danny 18+’. “Ah, fijn. Danny is folwazzen. Kan mij het schelen. Iedereen gedraagt zig hier als een klein kind. Wat? Kun je hier je piemol laten zien?”
Ik sta op en trek mijn broek naar beneden. Ik moet meteen even pissen. Het lucht op. Heerlijk klatert het vocht van mij af. Het spettert op mijn toetsenbord en vooral tegen het beeldscherm. Wat een ontspanning, zeg. Alleen uitkijken dat ik zelf niet nat word.
Ineens begint mijn pc nogal rare geluiden te maken. Er springen vonken uit mijn toetsenbord.
Met mijn eikel sla ik random op de F5 toets. Ik heb al geen idee meer of ik ‘m raak.
Een schok gaat door mijn liezen, maar ik wil herladen. Mijn ogen tranen van de rook uit mijn pc. Dan voel ik even niks. Een drukgolf slingert me tegen de muur van mijn kamer. Ik hoor de klap als ik tegen de muur kwak. Overal om me heen zie ik scherven, stukken plastic en toetsen van mijn ontplofte computer. Ik ben dizzy. Alleen mijn beeldscherm flikkert nog zachtjes in het duister:
Sorry, onze databaseservers zijn momenteel te druk. Schenk even wat te drinken in en probeer dan de pagina eens te herladen.
Ik geloof dat ik even wat te drinken ga inschenken.
Eindhoven en Apeldoorn, september 2007
(Deze is geschreven door tuvokki en mijzelf, in ongeveer veertig minuten tijd … uiteindelijk is hij hier geplaatst op 14 september 2007!)
06-11-2007
Schoolliefde
Bart was op zich wel een leuke jongen. Een beetje dom. Ik wond hem zo om mijn vinger. Wat ik ook voorstelde, hij ging er gretig op in. Nu zag ik er in die tijd ook wel uit om te grijpen. Ik droeg veel korte rokjes en luchtige topjes. Ik accentueerde mijn ogen met veel mascara. Op jonge leeftijd had ik al een boel rondingen. Ik was er vroeg bij met de tietjes. Bart kon zijn blik niet van mij af houden. Toch durfde hij nooit echt initiatief te nemen. Dat kwam vast door zijn nogal streng religieuze opvoeding. Zijn ouders zaten bij een of andere afsplitsing van de hervormde kerk. Hij droeg nog net geen zwarte kousen.
In de pauzes liep hij steeds achter mij aan. Ik vond die aandacht wel grappig. Hij kocht cola en chocolade voor me.
“Wat zie je toch in mij?” vroeg ik eens.
Hij schrok en begon te stotteren. “Eh, nou, eh … je ziet er l-lief uit… e-en je b-bent c-cool.”
“Je bent geen kwaaie, Bart,” zei ik. “Maar verwacht niet teveel. Nu nog niet. Later, misschien.”
Er verscheen een hoopvolle blik in zijn ogen. Zijn pupillen werden wijd. Hij stond wat ongemakkelijk op zijn benen te draaien. Toen ik naar zijn broek keek, wist ik voldoende. Deze knul kon ik laten doen wat ik wilde. En dat wond mij dan weer op.
Mijn moeder vond het echter minder spannend. Die hing af en toe de bezorgde ouder uit.
“Waar ga je vanavond heen?” vroeg ze onder het eten.
“Naar het park, een beetje hangen met de anderen,” zei ik.
“Niet te laat thuis, hoor!” klonk haar angstige stem.
“Mam, ik ben veertien. Ik loop niet meer in zeven sloten tegelijk.”
“Toch wil ik niet dat je alleen door het park fietst. Zeker niet in het donker.”
“Hoezo niet? Er gebeurt toch nooit iets?”
“Meid, je hoort soms verhalen. Van meisjes die van hun fiets af getrokken worden. Ik moet er niet aan denken dat zoiets met jou zou gebeuren.”
“Ik ga niet alleen. Ik ben met Daniëlle. Die is al vijftien. Wij kunnen best voor ons zelf zorgen!”
“Toch wil ik het niet hebben. Want wie zijn er allemaal daar bij jullie in het park?”
“Ik. Daniëlle. Bart. En een paar andere jongens van school.”
“Meid, meid. Pas toch op. Die jongens van tegenwoordig willen maar een ding. Zeker die bruin gekleurde knullen. Laat je toch niets wijsmaken.”
“Ma-ham, die jongens zijn leuk om mee te kletsen. Verder niet.”
“Joh, voor je het weet laat je in een roes een heleboel gebeuren. Ik zou niet willen dat je dingen gaat doen waar je achteraf spijt van hebt.”
Kijk, dan haak ik af. Ik gooide mijn mes en vork in mijn bord. “Mens, maak je nou niet zo druk. Ik ben niet zoals jij. Ik zorg er heus wel voor dat ik niet zwanger word als tiener, zoals jij.”
Dat was niet aardig van mij om te zeggen. Mijn moeder werd dan ook heel boos. Ik mocht die avond niet weg. Pissig stond ik op van tafel. Ik ging op mijn kamer zitten en bedacht manieren om de boel eens flink op te kloten.
Gefrustreerd over het gesprek stond ik de volgende ochtend op. Ik wist wat me te doen stond. In de klas kon ik nergens aan denken. Bart voelde dat ik iets van plan was. Hij wist dat soort dingen. En ik was botergeil door de gedachte. Mijn hoofd stond absoluut niet naar lessen volgen. Toen eindelijk het laatste uur geslagen had, knipoogde ik naar Bart. Hij had de hele middag zitten kijken en ik keek terug. Wat moest die arme jongen geil zijn. Elke keer dat we oogcontact maakten likte ik over mijn lippen of knipoogde ik. Het is niet moeilijk om een jongen het hoofd op hol te brengen. Die wetenschap zou ik later in mijn leven nog vaak gebruiken.
Zonder aarzeling toornde ik hem mee naar het stille plekje achter het fietsenhok waar ik wel vaker had staan zoenen met een andere jongen. Meteen toen we er waren, ging ik tekeer. Al snel sloten onze lippen zich in een innige kus. Ik voelde wat ik al eerder bij hem gevoeld had. Zijn piemel stond keihard in zijn broek. Ik fluisterde in zijn oor: “Hee, is dat een zaklamp in je broekzak, of ben je gewoon blij me te zien?” Hij hijgde alleen maar. Een lichte kreun kwam over zijn lippen, toen ik mijn hand in zijn broek stopte. De arme stakker. Nadenken kon hij niet meer. Waren alle mannen zo?
Snel trok ik mijn hand terug. Zijn zaad had een doel vandaag. Ik knoopte zijn broek los en zag het ding hangen. Door de plotselinge kou was-ie even wat slapper geworden. Bart keek me aan met ogen die alle kanten opdraaiden. O, wat was die jongen geil. Ik voelde me machtig. Zijn ogen puilden zowat uit zijn hoofd toen ik mijn broek los deed. Meteen wilde hij me betasten, maar met een gedecideerde handbeweging duwde ik hem van me af. Ik liet mijn broek een heel klein beetje zakken. Mijn slip hield ik aan. Er was net genoeg ruimte voor wat er te gebeuren stond. Met zijn dinges in mijn hand draaide ik me om. Zachtjes trok ik hem naar me toe. Ik hoorde hem kreunen toen ik het topje van zijn piemel met kleine rukjes in de richting van mijn achterkant drukte. Wat ik al hoopte, gebeurde meteen. Met een zucht moest Bart het laten lopen. Heel mijn onderbroekje zat onder zijn zaad. Het dikke stuk stof was helemaal doorweekt.
“Godverdomme, kun je niet even wachten, klootzak? Mag een meisje ook plezier hebben?” Ik trok hard aan de nog nadruipende piemel. Met mijn hand draaide ik de ballen van Bart een flinke kwartslag. Hij viel neer en huilde. Niet van geluk, neem ik aan. “Je begrijpt hoop ik dat ik hier niet zo van gediend ben?”
“Ik … ik … kon er echt niks aan doen, laten we … ” Verder kwam hij niet.
“Denk je nou echt dat ik nog iets met je wil nu?” Mijn hak kwam ongenadig hard in zijn buik terecht. Het gaf me een goed gevoel om hem te zien lijden.
“Hmmpf … ik wil je wel likken.” Hij stak zijn tong uit.
“Getver, ik wil je nooit meer zien. Ik wil dat je me nooit meer aankijkt en ik wil dat je met je handen van me af blijft! Anders weet morgen de hele school dit!”
Met een grote stap liep ik richting de uitgang van het fietsenhok. Mijn doordrenkte slipje zat glibberend rond mijn kont. Die ging vanavond lekker in de was, bovenop in de wasmand! Mama kon lekker de was doen morgen! Probleem opgelost.
November 2007
04-11-2007
Ozric Tentacles – Willemeen, Arnhem – November 3, 2007
Setlist:
O-I
Loom (?)
Ayurvedic (?)
S… Jam (?)
Erpland
White Rhino Tea
Spyroid
Snakepit
D=Jam
Sunscape
The Throbbe
Tidal Convergence
Kick Muck
Splooosh! (encore)
03-11-2007
The Steel Breeze – Gigant, Apeldoorn – November 2, 2007
The Steel Breeze is een Apeldoornse Pink Floyd cover band. Ze spelen materiaal van ‘Meddle’ (‘Echoes’!), ‘Dark Side Of The Moon’, ‘Wish You Were Here’, ‘Animals’ (‘Dogs’ in z’n geheel!) en ‘The Wall’.
The Steel Breeze is an Apeldoorn based Pink Floyd cover band. The band plays material from the albums ‘Meddle’ (‘Echoes’!), ‘Dark Side Of The Moon’, ‘Wish You Were Here’, ‘Animals’ (the complete ‘Dogs’!) and ‘The Wall’.
30-10-2007
Winkelwagentjes
Het werk in een supermarkt is helemaal niet zo saai als veel mensen denken. Tuurlijk, je hebt van die dagen dat je urenlang achter de kassa zit te gapen, maar het werk is ook wel afwisselend. Ikzelf doe niet alleen de klus van caissière, maar ook allerlei andere werkzaamheden. Zo sta ik net zo vaak achter de balie bij de klantenservice en de tabakverkoop. Dan krijg je de vreemdste vragen. Mij maakt het niet uit.
Soms is er even een tekort aan vakkenvullers en dan assisteer ik in de winkel. Of ik help bij het ordenen van de boodschappenkarren. Gut, wat kunnen de klanten er een rommeltje van maken, zeg. Je zou denken dat het statiegeldprincipe van een wagentje ertoe zou leiden dat iedereen zijn of haar karretje weer netjes terugbrengt, maar niets is minder waar. Ik heb al eens tot aan mijn oksels in de brandnetels hier op de hoek van het plantsoen gestaan om zo’n ding uit het struikgewas los te rukken. Iedere week maakt een medewerker van ons filiaal een uitgebreide tocht door de buurt en die vist ook vaak meerdere karren uit tuinen, groenstroken en flatportalen. Ze laten die krengen echt op de gekste plaatsen achter.
Laat ik het niet erger maken dan dat het is. Gelukkig zijn de meeste mensen zo beleefd om hun winkelwagentje terug te rijden naar de speciaal daarvoor geplaatste verzamelplekken. Maar ja, die bevinden zich meestal niet bij de ingang van de supermarkt zelf. En dus moeten twee medewerkers een paar keer per dag rijen met karren van de parkeerplaatsen terugbrengen naar het entree van de winkel.
Laatst was er een tekort aan vakkenvullers. Je weet wel, die jonge jongens die zo heerlijk slungelig in hun lijf zitten en hun haren zo pubersprieterig omhoog hebben gestyled met iets teveel gel. Er zijn een paar lekkere knullen bij, hoor, maar de meesten zijn toch echt veel te jong voor mij. Maar daar wilde ik het niet over hebben. Die vakkenvullers halen vaak ook de rijen winkelwagentjes weer naar de ingang van de supermarkt. Dus moest ik met Jurgen de karren van de parkeerplaatsen terughalen. Jurgen is een spetter. Als vrouw loop je daar graag naast. Maar het is wel een beetje domme spetter. In zijn vrije tijd doet hij aan krachttraining en bodybuilding. Zijn uniformshirt zit dan ook altijd strak rond zijn borst. Als er zware klussen zijn, vragen ze altijd hem. Hij is nogal een dommekracht, maar ook dat heeft zijn charmes.
Het was heel stil op de parkeerplaats. Er was geen kip te zien. Alleen bij de rij karren stond zo’n gehandicaptenscooter. Ik zie ze wel eens vaker. Van die driewielers, een wiel voor en twee achter. De voorkant lijkt op een scooter, maar de bestuurder zit op een soort bureaustoel. Vaak hebben ze zo’n rekje voorop hangen. Er komen wel eens klanten in de winkel en die halen hun boodschappen uit dat rekje en leggen het op de band. Nadat ze betaald hebben help ik dan die boodschappen weer terug te doen in dat rekje. Tja, als je in zo’n ding moet zitten, kun je niet met een kar of mandje door de winkel. Zo’n scooter neemt van zichzelf al een boel plaats in. Sommigen kunnen maar net langs de kassa.
Nu stond er zo’n gehandicaptenscooter voor de rij met winkelwagens die Jurgen en ik terug moesten halen. In de scooter zat een wat oudere man. Hij had zijn ene been over zijn andere geslagen en zat rustig in het zonnetje een sigaretje te roken. Zijn overhemd zat scheef dichtgeknoopt. Hij had grijs haar, dat aan een kant van zijn hoofd weg was. Hij had een grote kale plek, waar een boogvormig litteken in te zien was. Ik schrok een beetje. Jurgen verzamelde moed.
“Meneer?” vroeg hij. “Sorry, maar mogen wij er even bij? Wij moeten even wat winkelwagens terugbrengen.”
“Fluska betroebie kazzammul da wommiebil,” antwoordde de man. Jurgen en ik keken elkaar aan.
“Eh, pardon?” durfde ik. “Ik kon u niet goed verstaan. Wat zei u precies?”
“Gama hoo! Fan daagvin kallus piema.”
“Ik vind het heel vervelend,” zei ik. “Maar ik begrijp echt niet wat u zegt. Kunt u het nog een keer zeggen, maar nu iets langzamer?” Ik heb wel eens eerder mensen met een spraakprobleem in de winkel aan de kassa gehad. Met een hoop geduld kom je een heel eind.
Ineens zag ik dat de man met zijn half lamme hand in zijn kruis ging graaien.
“Sommige van die mongolen hebben constant een stijve,” zei ik met een knipoog tegen Jurgen. “Heb jij misschien ook een chromosoompje teveel? Dan wil ik wel met je spelen.”
Jurgen bloosde een beetje. Lief hè, als jongens blozen.
“Ik vind het een beetje aso, hoor,” zei hij. “Ook al kan die vent niet fatsoenlijk praten, hij kan toch wel van zijn zaakje afblijven als er een dame in de buurt is?” Jurgen noemde me een dame. Kijk, dat vind ik nou schattig.
“Hee, viezerik!” zei ik en ik gaf de man een duw. “Doe ’s effe normaal! Ga thuis maar op de Wehkampgids zitten geilen.”
“Maaf, maaf, fwal hullie mmwiefje szsien.” Hij greep weer in zijn kruis en maakte wrijvende bewegingen.
Ik keek Jurgen in zijn reebruine ogen en gaf de man een klap vol in het gezicht. Jurgen schrok.
“Samenie, kep biefie moe lees,” mompelde de man.
“Lekkere boom van me,” zei ik tegen Jurgen. “Je weet: een gewaarschuwd man telt voor twee. En ik heb hem toch echt gezegd dat-ie moest kappen met zijn seksuele intimidatie.”
Jurgen keek me aan. Nu zag ik het vuur in zijn ogen. Ineens gaf hij de man ook een klap in zijn gezicht.
“Hmmm …” Ik liet een kreun over mijn lippen komen toen ik de vuist van Jurgen tegen het geschrokken gelaat van de man zag kletsen.
“Mwaaaht, mek been spaak, bwief bwief!” De man bleef met zijn hand in zijn kruis wrijven.
Ik liep op hem af. Met mijn knie raakte ik hem vol in zijn maag. Het was makkelijk om hem zo te raken. Het karretje bood hem geen enkele bescherming.
Jurgen ramde met zijn elleboog het sleutelbeen van de gehandicapte aan gort. Zag ik een bobbel in zijn broek? Zou hij het echt leuk vinden? Ik knipoogde naar Jurgen. Zijn lach was veelbetekenend. Hij genoot hier echt van. Met een forse duw gooide ik de man uit zijn karretje.
“Ouwe geilbak, als je ons gewoon ons werk had laten doen was dit nooit gebeurd. In plaats daarvan ga jij een beetje zitten masturberen op de parkeerplaats.” Ik schopte hem tegen zijn hoofd. De geluiden die hij constant maakte, waren te irritant voor woorden.
Jurgen begon de man in zijn kruis te trappen. “Wat denk je wel, oude viezerd? Ik zal ervoor zorgen dat je je mijn kassameisje nog herinnert als je straks het ziekenhuis uit komt.”
Ik werd nu echt nat van Jurgen. Sterk, jongensachtig en nog galant ook. Hij nam het voor me op. Ik stapte over de man heen en kroop tegen mijn held aan. Wild begon ik hem in zijn nek te zoenen. Jurgen pakte me bij mijn borsten. Even keek hij opzij. Toen verslapte zijn aandacht voor mij.
“Hee, moet je kijken,” zei hij. Hij maakte zich van mij los en boog over de man heen. “Volgens mij wilde hij dit uit zijn broekzak pakken.”
De kreunende man hield met zijn bloederige hand een stukje papier vast. Ik pakte het en las: “Ik heb hersenletsel en kan niet praten. Wilt u mijn scooter alstublieft aan zetten als ik in de weg sta? Mijn begeleider komt mij zo helpen. Ik kan niet zelf de scooter besturen.”
“Haha, dat is grappig!” zei Jurgen. “Het was helemaal niet nodig om zo tegen die man tekeer te gaan.”
Weer wat geleerd. Het werk in een supermarkt is echt niet saai.
Oktober 2007
29-10-2007
Posteleintaart met Turkse geitenkaas
Ingrediënten:
zes of zeven blaadjes bladerdeeg
spekjes
1 ui, gesnipperd
300 gram postelein (of spinazie of andere bladgroente)
(Turkse) geitenkaas (of Griekse feta)
1 ei
ovenschaal
bakpapier
olie
Verwarm de oven voor op 200 graden.
Laat de vellen bladerdeeg ontdooien.
Bak de spekjes in een pan.
Voeg de gesnipperde ui toe.
Was de postelein zorgvuldig en hak fijn.
Doe de postelein ook in de pan en laat slinken.
Neem een ovenschaal en vet die in. Ik gebruik eerst bakpapier, dat scheelt een hoop geboen bij de afwas.
Bekleed de ovenschaal met het bladerdeeg. Plak de vellen aan elkaar door ze met een vochtige hand/vinger aan elkaar te strijken.
Snijd de geitenkaas in kleine brokjes en doe de helft ervan in de ovenschaal.
Giet het groentemengsel af en doe het bij de ovenschaal in. Doe dan de rest van de geitenkaas erbovenop.
Vouw het bladerdeeg dicht en dek af met het laatste vel. Zorg ervoor dat de vellen goed blijven plakken door ze met water aan elkaar vast te strijken.
Splits het ei. Strijk de helft van het eigeel op de taart.
Doe de taart in de oven en bak hem 25 minuten.
Draai de taart om, bestrijk hem opnieuw met eigeel en bak hem nogmaals 25 minuten.
Eet smakelijk!
23-10-2007
Hij is lief voor mij
Iedere morgen ga ik naar mijn stage. Als ik het kantoor binnenkom, dan zit hij daar achter zijn pc. Er liggen allerlei papieren om hem heen. Zijn vingers gaan snel en zelfverzekerd over het toetsenbord. Naast de computer staat een rij boeken met vakliteratuur en daarnaast weer een draagbare radio-cd-speler. Hij neemt altijd zijn eigen muziek mee. Een klein stapeltje cd’s ligt bij de speler. Vaak komt er vreemde muziek uit het apparaat. Klanken van over de hele wereld, of hippiemuziek. Soms hoor ik ook ellenlange gitaarsolo’s of juist weer meditatiemuziek.
Als ik binnenkom, zeg ik: “Goedemorgen.” Onmiddellijk kijkt hij op van zijn werk en kijkt hij me aan.
“Hoi, goeiemorgen,” zegt hij. Hij knippert met twee ogen tegelijk en glimlacht. Ik lach naar hem terug en hang mijn jas op.
Ik kijk naar hem. Hij is weer verder gegaan met zijn werk. Zo ontspannen als hij daar zit. De rust die er van hem uitgaat. Het maakt dat ik me hier thuis voel, ook al ben ik pas een paar dagen hier op deze stageplek.
Hij is niet echt een knappe man. Maar hij straalt iets uit. Hij ziet er niet oogverblindend uit. Zeker niet. Eerder bijzonder. Hij heeft een wat bol gezicht en een beginnend buikje. Op zijn leeftijd mag dat wel, ook al kan ik moeilijk inschatten hoe oud hij precies is. Zijn haar hangt op zijn schouders en is grijzend. Hij heeft zijn baard kort geschoren. Ook in zijn kledingkeus is hij wel opmerkelijk. Vanwege zijn werk moet hij in pak lopen. Hij kiest voor zwarte kostuums, maar draagt vaak een knalgele stropdas.
Hij is de manager van de afdeling. ’s Morgens vroeg gaan we met het team om de tafel zitten en verdelen we de taken voor die dag. Er is koffie en thee. Hij drinkt zijn koffie zwart; ik heb thee. Medewerkers praten door elkaar heen. Rustig bespreekt hij de zaken die besproken moeten worden. Als collega’s boos worden of geïrriteerd, dan luistert hij geduldig. Hij laat zich niet van de wijs brengen. Hij knikt en zegt dat hij het probleem begrijpt. Dan nodigt hij de betrokken medewerker uit om het probleem met hem onder vier ogen te bespreken, of om het als agendapunt voor een teamoverleg voor te bereiden. Het lijkt wel of niets hem kan opwinden of in de stress laten raken. Knap, hoor.
Na tien minuutjes is er besproken wat nodig is. Dan staat hij op en gaat weer achter zijn computer zitten. Het is voor de anderen een teken dat ze ook aan het werk gaan, lijkt het wel. Langzaam staat iedereen op en gaat naar zijn eigen werkplek.
Gedurende de dag zie ik hem op bepaalde momenten. Bijvoorbeeld tijdens de koffiepauze in de kantine. Meestal komt hij luid zingend binnen. Dan moet iedereen wel naar hem kijken. Ik ook. Hij vindt mij ook altijd snel en dan hebben we oogcontact. Weer die knipoog. Hij komt meestal niet bij mij aan tafel zitten; zijn pauze gebruikt hij vaak voor informeel overleg met collega’s. Toch zegt hij altijd iets vriendelijks tegen mij als ik langs kom lopen.
Hij ziet echt alles. Mij ook. We kijken elkaar vaak aan. Nu vallen mijn ogen ook wel op, denk ik. Ik accentueer ze met mascara. Volgens mij kijkt hij graag in mijn ogen. Verder ben ik niet zo’n opzichtig type. Ik heb mijn blonde haren wat sprieterig omhoog staan en ik kleed me nogal onopvallend.
Als het nodig is, komt hij naar mij toe. “Hee, ik zie dat je dit en dat doet,” zegt hij dan. Hij vraagt waarom ik dat zo doe. Of hij legt uit dat dat hier niet de gewoonte is. Altijd op een respectvolle manier. Ik ben de stagiaire, en hij neemt dat heel serieus. Voortdurend vraagt hij hoe ik handel en hoe ik het de volgende keer zou doen. Hij zorgt ervoor dat ik kan leren.
Hij maakt de hele dag door grapjes, tegen alles en iedereen. Hij plaagt veel. Mij ook. Als ik eens struikel of iets laat vallen, dan begint hij een heel verhaal over hoe dom sommige vrouwen kunnen zijn. Hij lokt het uit: ik ga er vrolijk tegenin. En dan ontstaat er vaak een grappige discussie.
“Vergeet niet,” zei hij gisteren met die knipoog, “ik had je vader kunnen zijn. Als je moeder maar gewild had.” Ik moest lachen. Alle andere collega’s om mij heen ook.
De ellende is: hij heeft gelijk. Hij is heel wat ouder dan ik. En leeft in een heel andere wereld dan ik. Hij heeft veel meegemaakt in het leven; ik sta pas aan het begin. Maar toch heb ik ook het idee dat dat niet veel uitmaakt.
Aan het eind van de dag haal ik mijn tas op uit het kantoortje waar we elkaar vanmorgen gezien hebben. Hij zit er weer, druk bezig achter de computer. En opnieuw met bijzondere muziek uit de stereo. Als ik binnenkom, kijkt hij op.
“Hoe gaat het?” vraagt hij. “Voel je je hier al een beetje op je plek?”
Ik knik. “Het gaat goed, hoor.”
“Hoe vind je het hier?”
“Leuk.”
“Leuk? Is dat alles?” vraagt hij. “Wat is er dan precies leuk?”
Zijn vraag is zo rechtstreeks. Hij kijkt me vriendelijk aan. Ik weet niet goed wat ik moet zeggen. Intuïtief haal ik mijn schouders op. “Gewoon. Leuk.”
Hij lacht. “Dat is geen antwoord, hoor. Maar je hoeft er ook niet meteen op te antwoorden. Het is wel goed om je de komende tijd eens af te vragen wat dit werk voor jou nou leuk maakt.”
“Ja.” Ik moet giechelen. Ik weet echt niet wat ik moet zeggen. Als hij nou maar niet denkt dat ik een oppervlakkige muts ben of zo.
“Nou,” gaat hij verder, “als je verder nog vragen hebt, of je wilt iets weten, of als je wilt dat ik je met iets ondersteun, dan mag je mij altijd vragen, hè?”
Ik knik. “Ik weet het.”
“Doen, hoor!” Hij knipoogt voor de zoveelste keer naar me.
Als ik het gebouw verlaat, verlang ik alweer naar morgen. En stiekem naar meer.
Hij is lief voor mij.
Oktober 2007
22-10-2007
Gemengde groenteschotel
Ik moest voor het vak biologie een kookopdracht doen. Dat is op zich niet erg, maar ik moest er ook een verslag over schrijven, en dat vind ik minder.
Voor de liefhebbers staat hieronder het recept dat ik moest maken.
Ingredienten:
2 aubergines
2 vleestomaten
2 courgettes
2 paprika’s
1 deciliter olijfolie
1 teen knoflook
zout en peper
1 blaadje laurier
1 takje tijm
peterselie
1 deciliter koud water
Dit is voor een weeshuis. Ik was samen met mijn vader en wij hebben iets minder dan de helft van de ingrediënten gebruikt. We hadden ook geen takje tijm en verse peterselie, dus dat hebben we gewoon uit een potje gehaald. De hoeveelheid knoflook hebben we wél hetzelfde gehouden.
Pel de aubergines en vleestomaten. (Ik heb de aubergine niet gepeld. Dat is een heel gedoe boven de gaspit, of in de oven. Bovendien heb ik de aubergine pas als laatste gesneden, omdat het vruchtvlees heel snel bruin wordt.) Snijd ze in blokjes.
Snijd de courgettes en paprika’s in blokjes. Verwijder van de paprika’s wel eerst de zaadlijsten.
Doe alles in een ruime bakpan.
Giet de olijfolie erover.
Pers de knoflookteen en doe die ook in de pan.
DOe er zout, peper, blaadje laurier, tijm en peterselie bij.
Voeg dan het water toe.
Breng alles aan de kook.
Laat de schotel drie kwartier stoven.
Wij aten het met rijst en een koteletto. Eet smakelijk!



