Bas Langereis leest u voor!
14-07-2011
13-07-2011
Op (3)
Ze lachte. Ik vond haar mooi en leuk. Nu hoefde ik er alleen nog even achter te komen of ze ook lief en lekker en warm en geil was en mij dat allemaal óók vond. Seks met haar. Dat leek me wel wat. Zou het haar ook iets lijken? Ik hoopte het. Dan was het een hete troel. Ik probeerde me voor de geest te halen hoe het zou zijn om haar langzaam uit te kleden en de piemel in de gleuf te steken. Haar prachtige lichaam, daar kon ik van alles bij verzinnen. Of zou d’r iets mankeren?
12-07-2011
De weg kwijt
Met dat mooie weer is de dorst niet te lessen. Drinken is dan ook niet aan te slepen. Ik kan maar één kratje Dommelsch tegelijk vervoeren achterop de fiets. Volle, welteverstaan. Lege kratjes, daarvan durf ik er wel twee achterop te zetten, maar volle? Nee.
07-07-2011
De man van nergens (5)
Hoe heet ze ook weer? Ik vind haar heel mooi. Ze heeft lange steile donkerblonde haren en een leuk gezichtje met een leuker lachje. Vaak draagt ze zo’n strak grijs jurkje, waarin haar meesterlijke set tieten goed vol uitkomen, en zijn haar benen gestoken in een zwarte legging. Mooi, hoor. Eronder draagt ze dikke suède winterlaarzen à la Uggs. Da’s dan weer jammer. Maar je moet ’s zien hoe lief ze aan haar cola met een rietje lurkt. Vandaag had ze een zwarte jurk aan. Ook mooi. “Nog iets drinken?” vroeg ze.
06-07-2011
Help! Ze kennen me!
“Hallo Bas,” kwam hij erbij zitten. “Ik heb op internet het een en ander over jou gelezen.” Ik had deze meneer nog nóóit gezien. Wie was hij?
“Misschien is dit wel een impertinente vraag, hoor. Maar jij hebt een zoon, hè? Wat me opvalt is dat je nooit over hem schrijft.”
“O jawel, hoor. Dat doe ik heus wel. Lees mijn stukjes voor FOK! maar eens. Maar ik wil niet dat hij op straat wordt aangesproken als ‘de zoon van’.”
“Ach zo. Hij heeft toch een of andere aandoening?”
“Het is een bijzondere jongen,” zei ik.
De vent lachte. “Dat zegt iedereen van zijn kind.”
“Maar ik ken de kinderen van anderen niet, dus die vind ik niet zo bijzonder. Ik ken alleen mijn eigen kind. En zijn moeder.”
“Wil jij iets van mij drinken?”
Kijk. Nu gaat het ergens over. “Graag. Lekker. Een Korenwolf, alsjeblieft.”





























































































































































































































































