Kijk ook op http://www.webkip.com/ – check http://www.webkip.com/
Bas Langereis leest u voor!
16-12-2007
15-12-2007
13-12-2007
10-12-2007
Ovenschotel met boerenkool in roomsaus
Ingrediënten:
750g aardappels, geschild
300g boerenkool
1 ui, gesnipperd
250g champignons
100g roquefort
2,5 dl melk
nootmuskaat
70g boter
25g bloem
2 dl crème fraîche
100g gezouten cashewnoten
Verwarm de oven voor op 200C.
Kook de aardappelen en de boerenkool gaar, ieder in een afzonderlijke pan. 20 minuten is een mooie tijd.
Maak ondertussen de champignons schoon en snijd ze in plakjes.
Verhit 30g boter en bak hierin de ui en de champignons gedurende 10 minuten op laag vuur. Breng ze op smaak met peper en zout.
Giet de boerenkool af.
Giet de aardappels af. Roer er een scheut melk doorheen. Pureer de aardappels. Strooi er nootmuskaat, peper en een scheut olie doorheen. Roer goed door.
Vet een ovenschaal in met olie of boter.
Doe de puree onder in de schaal en bekleed zo mogelijk de wand ook met puree.
Doe vervolgens het ui/champignonmengsel erbovenop.
Laat de rest van de boter smelten in een pan. Doe de bloem erbij en laat dit gedurende 1 minuut bakken.
Doe dan de rest van de melk in scheutjes erbij. Blijf roeren tot het een egale saus wordt. Voeg dan de crème fraîche toe en roer ook deze goed door.
Giet dit mengsel bij de afgegoten boerenkool. Doe dit mengsel bovenin de ovenschaal.
Verkruimel de roquefort en strooi deze over het gerecht heen.
Strooi de cashewnoten er ook overheen.
Zet de schaal afgedekt in de oven en laat hem in 25 minuten door en door warm worden.
06-12-2007
05-12-2007
Ook al ben ik stout, ik krijg lekkers

Het was een paar dagen voor 5 december. Met het personeel stonden we te wachten op de viering van het feest dat door de baas was georganiseerd. Ik werkte net bij de supermarkt en ik kende nog niet iedereen. De enige met wie ik wel eens praatte, was Rachid. Hij was rond dezelfde tijd als ik begonnen met het werken in de supermarkt. Hij had amandelvormige ogen en lieve krulletjes. Normaal heb ik niet zoveel met dit soort bedrijfsfeestjes. Zeker niet als het in een beetje melige, flauwe sfeer wordt gedaan. Dat zogenaamd lollige, daar kan ik slecht tegen.
Iedereen moest bij de Sint op schoot komen. Er waren twee Pieten. Eentje strooide af en toe pepernoten. Van die harde, blokkige snoepjes die pijn deden omdat er zo hard mee gegooid werd. Een aantal magazijnjongens en caissières was al op schoot geweest. De seksueel getinte en stompzinnige opmerkingen waren niet van de lucht. Maar het bleef redelijk binnen de perken. Sommige dingen toverden zelfs een hele kleine glimlach op mijn gezicht. Of was het Rachid, die ik steeds stiekem naar mij zag kijken?
Toen zijn naam genoemd werd, zag ik dat hij nog even een blik mijn kant op wierp, alsof hij zocht naar steun of bevestiging. Hij was de een na laatste. Hierna moest alleen ik nog. Mijn hart smolt. Ik wist hoe hij zich voelde. Een beetje onwennig ging hij bij de roodgemijterde man op schoot zitten. De Sint begon aan een imposante serie denigrerende opmerkingen over Rachid. Het ging van flauw via vervelend, naar niet leuk meer. Ik wist niet wie de Sint was, maar ik vond het een enorme lul.
De Sint baste: “Rachid heeft hier het minst te vertellen omdat hij nieuw is, maar ook omdat hij donker is. Niet donker genoeg om een Pieterman te worden. Het enige dat hij hier beter doet dan elders, is het verbloemen van zijn diefstallen. Een jongen zoals hij moet leren bevelen op te volgen, want zonder ons zal hij in de goot eindigen.” Ik vond het een schoftenstreek.
En toen was het mijn beurt. Op het moment dat ik bij de Sint op schoot ging zitten, herkende ik hem pas. Het was niemand minder dan onze filiaalmanager. Ik rook het aan de alcohol in zijn adem. Zijn hand lag op mijn middel.
“Zo, meisje,” zei hij. “Ik hoor dat je heel goed je best doet achter de kassa. Met dat lekkere lijf van je.” Hij duwde zijn hand langzaam omhoog in de richting mijn borst.
Ik drukte zijn hand weer terug naar een acceptabele plaats. “Nou Sint, bent u niet een beetje vrijpostig?”
“Ik lees gewoon voor wat er in mijn grote boek staat,” was het antwoord. Tegelijkertijd kneep hij mij met zijn andere hand in mijn kont.
“Kijk Sint,” flapte ik eruit, “als u dit soort dingen doet, dan haak ik af!” Ik stapte van zijn schoot en ging weer bij de andere mensen staan.
Even was iedereen verbaasd en keek verwachtingsvol naar mij. Toen er verder niks gebeurde ging het feestje gewoon door met pieten die pepernoten smeten, veel alcohol voor de Sint en het gebruikelijke gefoezel tussen de schappen.
Toen het feestje een beetje voorbij was, belandde ik met Rachid in het emballagehok. Het duurde niet lang voordat mijn shirt open hing. We stonden net een beetje te zoenen, toen de Sint binnenkwam. Hij stak een sigaret op.
“Weet u, meneer de goedheiligman,” zei ik, “dat u hier niet mag roken?” Ik pakte de sigaret uit zijn mond en zwaaide er mee voor zijn ogen. “Roken is heel slecht voor u, en het is een slecht voorbeeld voor de kindertjes. U moet wel onthouden dat u een voorbeeldfunctie heeft.”
“Ach wat,” zei hij met onvaste stem. Hij had iets teveel sintsherry’tjes gehad. “De pot op met die voorbeeldfunctie. Kom eens hier, lekker ding, dat ik je eens stevig op je bek pak.”
Hij kwam met wijd open gesperde armen op mij af. In een flits stak ik de sigaret in de baard van de sint. Hij keek me aan en werd kwaad, maar kon even niks doen nu zijn baard begon te smeulen.
“Rachid, help me!” Hij begon wild met zijn armen te zwaaien. Zag ik het goed? Hij raakte in paniek!
Rachid keek het eens koeltjes aan. Toen draaide hij zich om naar mij en zei: “Goed meneer de Sint, ik help u!” Hij pakte een plastic fles uit een kratje en begon op de baard te slaan. “Ik probeer de vlammen te doven!” Hij kirde van plezier, elke keer als hij met de fles op de Sint insloeg.
“Hier, Rachid, misschien gaat het beter zo!” riep ik. Ik pakte een kratje en begon de Sint op zijn hoofd te timmeren.
De jammerende goedheiligman viel neer op de grond. “Snappen jullie niet dat ik jullie ga ontslaan?” tierde de Sint met zijn brandende baard.
“Volgens mij snapt u het niet, o kindervrind!” Ik trapte hem vol in zijn jurk. “Volgens mij zijn wij aan het slaan nu, vieze racist!”
“En hee, Sint! Nu eindigt u zelf in de goot.” Rachid keek naar me, terwijl ik de roodbejurkte man bleef slaan met het kratje. Ik werd er warm van. “Wat zouden we met z’n allen krijgen voor de kerst, denk je, Priscilla?”
Ik stopte met slaan en duwde mijn hitsig warme lijf tegen Rachid aan. “Maak me wild, lekkere knul! Vertel het me,” zei ik terwijl ik hem in zijn nek zoende.
Rachid pakte een van de zware pallets van de grote stapel en hief die boven zijn hoofd. Met een lachje naar mij zei hij: “Een nieuwe filiaalmanager!” En met een klap liet hij de pallet op het hoofd van de Sint terecht komen.
Samen liepen we weg van de steeds groter wordende rode vlek in het emballagehok. Fijn als de dingen toch nog goed komen. Ik ben toch meer een kerstmens.
December 2007
27-11-2007
Bijzondere boerenkoolstamppot
Ingrediënten:
100-200 gram gerookte spekblokjes
300 gram rundergehakt
1- 2 tenen knoflook, schoongemaakt, fijn gehakt
1 grote rode peper, schoongemaakt, in reepjes gesneden
1 rode ui, schoongemaakt, in reepjes gesneden
1 kleine knolselderij, geschild, in reepjes gesneden
300 gram boerenkool, schoongemaakt en gesneden
1 deciliter bouillon
zout en peper
Bak de gerookte spekblokjes uit in een pan.
Voeg het rundergehakt toe en bak het rul.
Doe dan het knoflook, de rode peper, de ui en de knolselderij erbij en bak dit een paar minuten mee.
Doe dan ook de boerenkool erbij en laat het wat slinken.
Giet de bouillon erbij en breng het aan de kook.
Doe de deksel op de pan en laat alles op laag vuur in 30 minuten gaar pruttelen.
Breng de stamppot op smaak met (veel) peper en zout.
Lekker met een worst of ribbetjes.
Eet smakelijk.
(De grap zit hem erin dat er geen koolhydraten aan dit gerecht te pas komen. Dus ook geschikt voor Montignac-adepten!)
22-11-2007
Sofia Karlsson – Visor Fran Vinden
Potjandosie, het kostte me heel wat tijd om uit te vinden hoe ik dat kleine cirkeltje op die ‘a’ moet zetten en nog is het niet gelukt. Ik ben het Zweeds dan ook niet machtig. Maar allemensen, wat ziet deze dame er op de hoesfoto schoon uit. En dan heb ik het nog niet eens gehad over wat ze op deze cd doet.
Ik heb Visor Fran Vinden (Liederen Van De Zolder) nu twee keer gedraaid en ik ben bijzonder onder de indruk. Sofia Karlsson maakt stemmige folkliederen. Ze heeft een prachtige, wat breekbare, maar heldere en indringende stem.
Het openingslied is een Zweedse vertaling van Charles Baudelaires Les Vin Des Amants en zet de toon voor de rest de cd. Het hele album is trouwens nogal poëtisch. De instrumentatie is bijna geheel akoestisch. Sofia speelt fluiten, bouzouki, Hammond en traporgel. De overige muzikanten staan haar bij met citer, strijkinstrumenten, basklarinet en slagwerk.
We horen vrolijke folkliedjes, maar ook stemmige ballads. Opvallend is de bijdrage van pianiste Sofie Livebrant, die ook veel van de muziek schreef.
Dit is een bijzonder sfeervolle plaat die niet alleen op zondagochtend prettig aandoet!
Damn, it took me quite some time to find out how to put that small circle on top of the ‘a’, and I still haven’t succeeded. Swedish is not my language. But lawd, does this lady look beautiful on the cover picture! And I haven’t said anything yet on what she does on the cd itself.
I’ve played Visor Fran Vinden (Songs from the attic) twice now and I’m very impressed. Sofia Karlsson performs moody folksongs. She has a gorgeous, bit fragile, but clear and intense voice.
The opening song is a Swedish translation of Charles Baudelaire’s Les Vind Des Amants and sets the tone for the rest of the cd. By the way, the whole album is kind of poetic. The instrumentation is almost completely acoustic. Sofia plays flutes, bouzouki, Hammond and harmonium. The other musicians support her with citer, string instruments, bass clarinet and percussion.
Happy folktunes but also moody ballads are to be heard. There is a major contribution of piano player Sofie Livebrant, who also wrote a lot of music on this album.
This is a remarkably atmospheric album that isn’t only nice to be heard on a Sunday!
21-11-2007
In de Turkse winkel
De Turkse winkel bij mij om de hoek is een echte Turkse winkel. Precies zoals ik me een Turkse winkel zou voorstellen, als je me het gevraagd zou hebben toen ik nog in mijn Brabantse dorpje woonde. Net als een kind een huis tekent, had ik me een heel typische voorstelling van een Turkse buurtsuper. Compleet met een mooi meisje met hoofddoek. Nu woon ik in de grote stad en heb ik er eentje om de hoek. De schappen staan dicht op elkaar en zijn overvol gevuld met kleurige producten. Ik vind het heerlijk om er rond te lopen en de exotisch aandoende potjes te kopen. En omdat ik vaak geen idee heb wat er in zit, eet ik na een bezoekje aan de Özturk Market ook nog eens heel avontuurlijk. En vaak lekker.
Wat ik ook altijd zo mooi vind, is het meisje dat achter de kassa staat. Zeker weten of het nog een meisje is weet ik eigenlijk niet. Ze zal iets ouder zijn dan ik. Aan haar hoofddoek te zien is ze waarschijnlijk al getrouwd. Ze gaat traditioneel gekleed in een wijde lange broek en een wijd vallende tuniek eroverheen. Haar hoofddoekje past altijd perfect bij de kleur van haar kleding, en laat haar prachtige gezicht beter uit komen. Altijd als ik naar haar kijk ben ik gefixeerd op haar schitterende amandelkleurige ogen. Ik vond dat altijd een stomme uitdrukking, maar zij heeft ze.
Op een rustige ochtend was ik op zoek naar een bepaald soort honing, zo’n potje met nootjes erdoor. Erg lekker, maar nergens te vinden.
“Is er nog van die lekkere notenhoning? Ik kan het nergens vinden.” Toen ik het Turkse kassameisje aansprak, leek het alsof ik haar wakker maakte uit een overpeinzing. Ze keek me aan en leek meteen te begrijpen wat ik bedoelde.
“Ik denk het wel, hoor. Ik moet even achter kijken. Loop je mee?” Ze wenkte. Blijkbaar was het zo rustig, dat ze blij was met wat afleiding. Ik ging er gretig op in.
“Altijd leuk om eens bij een andere winkel in de keuken te kijken.”
“Werk jij ook in een winkel?” We liepen in het magazijn, daar waar bij ons de spannendste dingen gebeurden.
Ik keek haar aan. Licht viel door een hoog venster op haar rug, terwijl ze hoog reikte naar een pallet met potten honing. Voorzichtig pakte ik haar bij de heupen om haar te ondersteunen.
“Ik werk ook in een winkel, ja. Bij mij in het dorp. Het is soms lekker om elkaar te helpen, als je even iets hoger moet reiken dan je alleen kan. Vooral in een magazijn.”
Met een pot honing in haar hand draaide ze zich om. Mijn ene hand viel van haar af en met de andere streelde ik in de beweging haar billen.
“Ik vind het prettig om met een collega zoals jij ervaringen uit te wisselen,” zei ze. “Jij lijkt te zien dat het werk hier niet altijd makkelijk is.”
“Ik kijk graag naar je.”
“Ja, dat weet ik. Ik merk het elke keer als je de winkel binnen komt.” Ze glimlachte en legde haar hand losjes in mijn zij.
“Je hebt van die mooie donkere ogen,” zei ik. Ik bracht mijn handen naar haar hoofd en sloeg de hoofddoek wat naar achteren. Er kwam lang zwart haar onder vandaan. “Ik ben jaloers op je haar. En wat een schitterend sieraad heb je om je hals hangen. Mag ik het eens bekijken?” Ik legde mijn handen op haar hals en haar borst en betastte de ketting. Langzaam gleden mijn handen naar beneden langs de rondingen van haar borsten. “Meid,” zei ik zachtjes, “je hebt prachtige vormen. Zonde om die zo verborgen te houden.”
Haar hoofd boog iets achterover toen ik door haar haren streek. Ze zette de pot honing weg en legde haar hand in mijn nek. Langzaam bracht ze haar lippen naar de mijne. We zoenden langzaam en lekker. Een moment was ik echt betoverd. Toen was het voorbij.
“Neem de honing maar mee; het is een cadeautje van mij.” Met een twinkeling in haar ogen deed ze haar hoofddoek weer om en liep verder naar achter. Ik keerde terug in de winkel, en in de werkelijkheid. Het was hier gewoon dag, en ik moest weer verder met mijn beslommeringen.
Aan de kassa stond nu een oudere meneer. Hij werkte hier ook altijd.
“Heeft u börek?” vroeg ik. De man keek mij niet-begrijpend aan. “Börek, u weet wel. Van dat baksel met kaas- of vleesvulling.”
De man brabbelde iets in zijn Arabische taaltje.
“Ik was deze zomer op vakantie in Turkije,” ging ik verder. “Ik was ook een paar dagen in Istanbul. Istanbul. Kent u die stad?”
“Ja, die ken ik,” was het antwoord. Gelukkig. Hij keek me aan op een manier die ik nog niet goed kon inschatten.
“Mooie stad, hoor. Bent u er wel eens geweest?”
“Ja, een paar dagen.” Zijn blik zakte af omlaag, naar mijn vrouwelijke rondingen. Er begon iets te glinsteren in zijn ogen. Ik zuchtte. Het was weer eens zover.
“En wat vond u ervan?”
“Heel druk. Ik hield het maar een paar dagen uit.” Die viezerik stond me gewoon uit te kleden met zijn ogen. Zag ik dat nou goed, of kwam er een dun straaltje vocht uit zijn mondhoek lopen?
“U komt niet uit een stad?”
“Ik ben helemaal geen Turk.” Hij zei het mij iets te triomfantelijk. “Ik kom uit Iran.”
“Maar dat vroeg ik toch helemaal niet?” Deze meneer begon me danig op de zenuwen te werken. “Ik vroeg of u uit de stad komt! En of u börek heeft. Of kennen ze dat niet in Iran?”
“Wij kennen van alles,” zei hij. “Maar niet dat vrouwen zo praten tegen een man.”
“O, maar u bent hier niet in Iran, hoor.”
“U bent hier wel in mijn winkel. Ik ben hier de baas. In mijn cultuur doet de vrouw wat de man zegt.” Hij keek erbij alsof hij mij à la minute wilde nemen, hier op de toonbank.
“Meneer, u gaat hier toch niet de strenge moslim uithangen die neerbuigend doet naar dames, hè? U bent hier in Nederland, en u moet zich wel een beetje aanpassen aan de gewoontes van dit land.”
“Is vrijheid van godsdienst!” riep de man ineens uit. “Als ik mijn geloof niet mag belijden, dan is dat discriminatie!”
“Discriminatie, me reet,” ontsnapte me. “U kunt gewoon uw ongelijk niet toegeven. U wilt mij de les lezen, en omdat ik een vrouw ben, accepteert u niets van mij.”
“Mevrouw, jij geen respect hebben voor mijn cultuur!” fulmineerde hij. “Discriminatie!”
Ik kreeg ontzettend veel zin om te zeggen: “Kijk, dan haak ik af.” Maar ik deed het niet. “Barst,” zei ik. Ik liet het mandje met alle boodschappen op de band staan. “Doe je eens belangstellend naar je medemens, krijg je dit. Ik wil gewoon eens weten hoe het er aan toegaat in een Turkse winkel, wat van jullie artikelen zien en een praatje maken met de medewerkers. Dan verwacht ik niet zo’n brutale bek. Dan is die jongedame achter in de winkel wel wat vriendelijker. Mooie ogen en lekkere tieten. En zoenen als de beste. Heerlijk. Voor haar kom ik nog wel een keer terug. De ballen.”
Terwijl ik de meloen, de paprika’s en het Turkse brood in het mandje achter liet, draaide ik me om en verliet ik de winkel. Ik zag nog net dat de man naar adem hapte en in alle haast naar achteren de winkel in rende. Vuile Küttürk.
November 2008
19-11-2007
Bieten-geitenkaastaart
Ingrediënten:
500g bieten
2 uien
100g volkorenmeel
2 dl melk
150g geitenkaas (smeerkaas of zachte kaas)
1 el Provencaalse kruiden
zout
boter/olie
Verwarm de oven voor op 175C.
Schil de rauwe bieten en rasp ze.
Pel de uien en rasp ze of snipper ze.
Doe de ui en biet in een kom en meng ze met het meel, de melk, de geitenkaas, de kruiden en het zout.
Vet een springvorm in met de boter of de olie. Ikzelf gebruik een ovenschaal met bakpapier erin. Dat scheelt afwas 🙂
Bak de taart in de oven. Eerst 30 minuten op 175C, dan nogmaals 30 minuten op 200C.
Lekker met mosterdsaus en salade. (Wij aten er ook nog een stew van rundvlees bij.)
O, en bij mij zakte de taart in. Het was geen stevige punt, maar een zachte brij. Zag er niet uit, maar was wel lekker. Iedere goede tip om te voorkomen dat de taart een zachte hap wordt is welkom!
