Hoog tijd voor een kroegverhaal (41)
‘Zeg, loopt die serie van je nou nog steeds?’
‘Jazeker. Vandaar dat ik hier ben.’
‘Dat snap ik niet.’
‘Dat geeft niet. Snappen is niet jouw sterkste kant, dat is welbekend.’
Bart keek me niet-begrijpend aan.
‘Zie, dat bedoel ik,’ zei ik.
‘Je hebt me wel eens verteld,’ zei hij, ‘dat je in die serie beschrijft waarom je het niet meer leuk vindt om een café te bezoeken.’
‘Met je geheugen lijkt me niet zo veel mis, Bart.’
‘Dat begrijp ik niet.’
‘Met je begripsvermogen echter wel.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Hoe bedoel je: hoe bedoel je?’
‘Ik kan het niet meer volgen.’
Toch zei ik niet iets ingewikkelds, wist ik.
Bart was aan tafel erbij gaan zitten.
Ik vroeg: ‘Waarom kom jij hier eigenlijk nog?’
‘Om wat te drinken.’
‘Ga weg.’
‘En om te ontsnappen aan de gekte van alledag.’
‘Is hier geen gekte dan? En waarom ben je hier dan alle dagen?’ Het was een drukte van belang in café De Uitsmijter.
‘En om lekkere wijven te ontmoeten.’ Hij stak zijn tong uit een mondhoek.
Ik keek om me heen. Wijven zag ik niet en behalve de serveerster Charlotte was hier niemand aanwezig die je ‘lekker’ zou kunnen noemen.
‘Dag Charlotte,’ zei ik. ‘Deze meneer Bart hier die zegt dat hij hier komt om lekkere wijven te ontmoeten, maar ik zie geen wijven en de enige die ik ‘lekker’ zou willen noemen, dat ben jij.’
‘Hoi Bas,’ lachte ze. ‘Ik weet dat je het als compliment bedoelt. Dank je wel.’
‘Niets te danken, want het is de waarheid en ik kan niet anders dan de waarheid benoemen.’
‘Wil je iets drinken?’
‘Water graag. Liefst uit de kraan. Wist je dat deze meneer Bart hier, naast dat hij een café bezoekt om lekkere wijven te ontmoeten, dat hij hier ook komt om iets te drinken? Maar je vroeg het aan mij, dus het is eerst mijn beurt en daarna pas die van hem. Hij betaalt overigens zelf.’
‘Hahaha, komt goed, hoor.’
‘Hoe was je vakantie in Zweden?’
‘O mooi! Dat je dat nog weet. Lief dat je het vraagt. Ik heb heel veel gezien en gewandeld en het is er zo mooi en rustig.’
‘En leeg.’
‘En leeg.’
‘In tegenstelling tot dit café.’
‘Ja, het is druk vanavond.’
‘Je kunt niet lang blijven praten, dus.’
‘Klopt,’ knikte ze. ‘Ik ga je water halen.’
‘Fijn, dan wacht ik even.’
‘Wat zit jij hier die griet op te geilen?’ vroeg Bart. ‘Denk niet dat ik je niet doorheb.’
‘Heb jij zo vroeg op de dag al zo veel te veel gedronken?’
‘Klets d’r niet omheen. Ik zie je toch die meid versieren?’
‘Ik hoef haar niet te versieren,’ zei ik. ‘Ze is van zichzelf al mooi genoeg.’
‘Met zo’n opmerking krijg je haar het nest niet in, Bas.’
‘Dat was dan ook niet de bedoeling van de opmerking.’
‘Huh? Nee? Je zit dat wijf toch lekker te maken?’
‘Bart. Het is geen wijf en ik zit haar niet lekker te maken.’
‘Waarom niet? Zou je haar niet willen doen?’
‘Ze is lief en tof en knap, maar ik zou haar niet ‘willen doen’,’ zei ik. ‘Ik ben heel gelukkig gehuwd.’
‘Wou je zeggen dat jullie, jij en je vrouw, nog steeds eh …’
‘Kijk Bart, de vele vonken van het begin van onze relatie en de eerste jaren van ons huwelijk die zijn er wat vanaf. De frequentie van de geslachtelijke ommegang is in de loop van de jaren wat minder geworden en het hoeft vandaag de dag allemaal niet meer zo acrobatisch, maar ik heb toch nog altijd regelmatig dat ik na afloop denk: Was me dat neuken.’
‘Je water, alsjeblieft.’ Charlotte stond weer bij de tafel en zette een groot glas vol met een doorzichtige vloeistof neer. Ik keek haar aan. Ze leek geschrokken.
‘Je lijkt geschrokken,’ zei ik.
‘Eh nou, ik hoor wat je net zei.’
‘Excuus. Het was niet tegen jou, maar tegen die pief hier tegenover, die mij beticht van buitenechtelijk geflirt.’
‘Jij? Buitenechtelijk?’ Ze barstte in lachen uit.
‘Precies. Ongelofelijk, niet?’
‘Iedereen die jou ook maar een beetje kent, Bas…’
‘Charlotte, niets menselijks is mij vreemd. Ik heb een groot hart en wie zou niet warme gevoelens koesteren voor een lieve en knappe jongedame als jij? Maar om die warme gevoelens te gaan manifesteren in initiatieven of handelingen die je zou kunnen scharen onder ‘ontrouw’, dat gaat mij veel te ver.’
‘Scharen?’ vroeg Bart.
‘Is daar wat mis mee, met scharen?’ Ik keek hem geërgerd aan. ‘En kijk niet zo verlekkerd.’
‘Ik voel me hoogst geïntimideerd,’ zei Charlotte, enigszins wit weggetrokken.
‘Bart,’ zei ik hem, ‘had ik jou eigenlijk gevraagd, uitgenodigd, toestemming gegeven om hier aan tafel te komen zitten?’
‘Is hij opdringerig?’ vroeg Charlotte. Ze trok een pump uit en hield die in de aanslag, alsof ze Bart er ieder moment een mep mee kon geven. ‘En niks drinken ook nog? Het is hier een café, het is de bedoeling dat je hier iets te drinken bestelt, mocht je het nog niet weten.’
‘Kan ik…’ bibberde Bart.
‘Nee,’ zei Charlotte. ‘Je kan maar één ding en dat is oprotten voordat ik je er hier hoogst persoonlijk uit laat gooien.’
‘Oké oké, ik ga al.’ Hij ging.
‘Wat een avonturen toch weer,’ zei ik. ‘Of nee, die zin hoort in een andere serie.’
Charlotte reageerde niet. ‘Gaat het wel?’ vroeg ik.
‘Gudrun houdt niet van scharen,’ zei ze, in het niets voor zich uit starend.
‘Dat is jammer,’ zei ik. ‘Zeker als jij er wél van houdt en het graag met haar zou doen. Maar liefde overwint alles. Jullie vinden wel een andere manier om het lichamelijke verlangen te bevredigen die jullie allebei behaagt.’
‘Mooie woorden, Bas.’
‘Ja, ik zou ze moeten opschr…’
‘Ik weet het,’ onderbrak ze me. ‘Het is hoog tijd, hè?’
‘Heel hoog.’
–
Apeldoorn, juli 2026