bazbo – de wereld van Bas Langereis, het middelpunt der aarde

Bas Langereis leest u voor!

15-02-2014

B-log: 15-21 februari 2014

Filed under: B-log 2014 — bazbo @ 10:00

Vrijdag 21 februari – Amsterdam
DV heeft de wekker op iets na achten gezet. We douchen en gaan naar het ontbijt. Ik kom de ruimte binnen en schrik van de luide muziek. Helemaal achterin is het lawaai wat minder. Het ontbijt is eenvoudig, maar prima.
We wandelen via de Warmoesstraat naar het Rokin en dan over het Rembrandtplein naar de Amstel. De eerste stop is in café Langereis. Dan pakken we Concerto aan de Utrechtsestraat. Ik koop Joe’s Camouflage (FZ), Kaleidoscope (Transatlantic) en de doos met daarin de elf eerste elpees van Ry Cooder. ‘Ik moet niet te lang in deze winkel zijn,’ zeg ik tegen DV als we in de winkel aan de koffie zitten. Ze schrikt. ‘Te veel lawaai?’ ‘Nee, te veel dingen die ik wil hebben en kopen.’
We gaan verder. Op de boekenmarkt van het Spui vind ik een tweede druk van Brusselmans’ Heden ben ik nuchter. In De Brabantse Aap eten we een broodje en in boekhandel Atheneum ontdek ik dat Brusselmans een nieuw boek uit heeft: Poppy en Eddie. Het is half drie. Nog een drankje in een café en dan pakken we een tram naar het station. Om half zes zijn we thuis. Pfff.
Ik warm soep op. Daarnaast zijn er crackers en loempia’s. Moe, dat is wat ik ben. Ik lees de eerste twee hoofdstukken uit Poppy en Eddie. Dan is het elf uur en kan ik niet meer. Het waren twee leuke dagen, dat wel.

DSC_0786 DSC_0800

Donderdag 20 februari – Ensemble musikFabrik in Amsterdam
Na de koffie ben ik even alleen. Kan ik mooi symfonie 6 en 7 van Sibelius als behangetje opzetten. Lekker.
Aan het eind van de morgen fiets ik naar het station. Daar tref ik DV en we nemen de trein naar Amsterdam.
Het Prins Hendrik-hotel is tegenover het station. Mooi. Als we door de gangen naar onze kamer gaan, komen we langs de Chet Baker room. Over roem niet te klagen. We krijgen ‘appartement 1′: een woonkamer met keuken en zithoek op de derde verdieping en een trap hoger een slaapkamer met badkamer.
We wandelen via de rosse buurt naar De Dam; daar eten we een broodje (kaaskroketten). Vervolgens zoeken we de Kolksteeg. In taverne In de Wildeman vinden we notpedro, later ook Hoops en Laura en ten slotte is daar TPS. Danny, Rob, Laura en Clint, dus. Het is vol in het café, maar toch kan ik alles goed volgen. Hoe komt dat? Wacht, ik weet het: er staat hier helemaal geen muziek aan! Zo kan het dus ook. Laura zeurt om donuts, dus na een paar drankjes verhuizen we naar een Spaans restaurant aan de Warmoesstraat. Donuts hebben ze er niet, maar wel afschuwelijke entrecotes, weinig frieten en kale slablaadjes tegen schandalige prijzen. In Amsterdam moet je zijn, dat zie je dan maar weer.
We lopen door de stromende regen en zijn nog op tijd in het Muziekgebouw aan ’t IJ. Daar treffen we Eric en even later ook Jos. We moeten de zaal al in. We zitten op rij 5 in stoelen 3 en 5.
Het Ensemble musikFabrik geeft ons voor de pauze het betere piep- en knorwerk te verstouwen. Ionisation van Edgar Varèse is indrukwekkend, scherp en nauwkeurig. Zeer indrukwekkend vind ik het materiaal van John Cage: het vierdelige Amores, voor prepared piano en percussie, en Credo in Us voor prepared piano, percussie en elpee. Wat zal ik ervan zeggen? Subtiel, dynamisch, gevoelig, verrassend, hilarisch, precies, adembenemend, kippenvel. Het geluid in de zaal is fantastisch, zeer goed uitgebalanceerd. Na veertig minuten is het pauze en ik heb al genoten voor tien.
Na de pauze staat het volledige ensemble op het podium voor datgene waar velen op wachten: Zappa! Als de ploeg vol inzet, schrik ik. De balans is weg, het geluid is voor mij veel te hard, het doet zelfs zeer. Mij komt het niet over. Waarom vijf strijkers en drie houtblazers als je ze toch niet hoort? Een vloedgolf van noten en geluid, dat is het. Na The Black Page (alle versies) en RDNZL wordt de balans gelukkig wat beter; Echidna’s Arf (Of You) en Don’t You Ever Wash That Thing? laten vooral het spelplezier van de muzikanten zien. En dan is het afgelopen. Er is nog een toegift in de vorm van Peaches En Regalia.
We verzamelen weer in de foyer. De Schotten zijn helemaal onder de indruk van het ensemble en roemen de uitvoering van het Zappa-materiaal. Ik begrijp wat ze bedoelen, maar bewaar mijn beste herinneringen aan de bijzondere muziek van de eerste helft.
Op de Prins Hendrikkade vinden we een redelijk rustig café en daar drinken we nog wat. Ondanks de achtergrondmuziek is het er aangenaam. Dat komt vooral door het gezelschap. Rob en Laura kibbelen over donuts en een washer-dryer die binnenkort aangeschaft moet. Het is een uur na middernacht als we naar het hotel gaan.

Woensdag 19 februari
Eerste dag helemaal zonder oxazepam kalmeringstabletten. Eerst maar eens het huis in de fik en de buurman overhoop steken. Dan op zoek naar een trechter voor op mijn kop. Wacht, ik was gestopt met schrijven, zeker met het schrijven van fictie.
Op het werk kan ik in alle rust de rest van de honderden ongelezen mails opruimen. Ook bericht ik allerlei mensen dat ik hun aangeboden klussen voorlopig niet kan doen. Gas terugnemen, anders komt het niet goed. Zo. Dat lucht op. En dan? Dan naar huis.
Koffie, mail, dit hier. DV komt thuis lunchen; ik eet boterhammen met kaas en sla. Plots is De Zoon (DZ) er ook. Ik volg gesprekken maar half, heb moeite met schakelen, het gaat voor mij van de hak op de tak. En dan is er weer rust. Tijd voor muziek? Tijd voor muziek. De symfonieën 2, 5, 1, 3 en 4 van Jean Sibelius, waarom ook niet? Het is warm behang. Ondertussen pruttelt de runderstoofpot. Aan het eind garen de wortelpeterselie en groene kool een halfuurtje mee. Erbij komen gebakken champignons, want die moeten op.
Na het eten lees ik in één ruk Bonita Avenue verder uit. Wat een waanzinnig boek! Ik word volkomen meegesleept in de draaikolk van het verhaal, de personen, de vertelstijl en de broeierige humor. Echt een van de beste en meest meeslepende werken van de laatste jaren die ik de afgelopen tijd heb mogen lezen. Aanrader!

Sibelius - Complete Symphonies

Dinsdag 18 februari
‘Doffe nacht.’ Mooie uitdrukking. Wat betekent het? Ik sta op, heb zeker acht uren geslapen (niet aaneengesloten), maar ben niet wakker. Het voelt vol. Alles drukt. Ik doe te veel, ik wil te veel. Volop planning in de kop. Vandaag: ’s morgens kleren kopen, op de terugweg boodschappen doen, op tijd aan de maaltijden beginnen zodat E om 15.30 uur kan eten, dan koken voor Luuk en mij (ander gerecht). Woensdagmorgen werken (ik wil er wat klussen doen en er ligt nog zo veel), donderdag naar Amsterdam en Muziekgebouw aan ’t IJ (en ik wil naar café Langereis en naar Concerto), daarna overnachten in hotel. Vrijdag: als we nog niet naar café Langereis en Concerto zijn geweest, wil ik naar café Langereis en Concerto, dan weer terug naar huis, eten koken. Zaterdag: Luuk nog vragen of hij ons naar oma wil rijden. En dan wil ik nog altijd heel graag muziek gaan luisteren; ik wil dat plannen.
Aan de keukentafel kijk ik voor mij uit. Zo was het in de eerste weken ook. Dit is niet goed. Het is te veel. Het is te veel. Ik wil te snel. Ik moet gas terugnemen.
Na de koffie stap ik op de fiets. Ik ben al wat rustiger en ga naar het centrum. In een groot warenhuis zijn (nog) niet veel mensen; ik kan er op mijn gemak rondkijken. Ik pas een broek (tegenwoordig heb ik maatje 30, blijkt), neem er twee van mee en vind een schandalig jasje voor een geweldige prijs.
Terug naar huis. Koffie. Even zitten. Boterham eten. En dan: muziekje aan. Het wordt Alina door Arvo Pärt. Het is niet storend, aanvullend juist. Precies goed. Ik braad een rollade. De Vrouw (DV) komt thuis en vraagt wat er aan de hand is. Ha, ze liet me vanmorgen achter toen ik de tranen in de ogen had. Nu is het anders. Mijn jasje valt in de smaak. Ik kook het eten af voor DV. Rollade, bieten in room en de overblijfselen van gisterenavond. Als het op is, loop ik naar de muziekkast en kies ik Lovely Difficult van Mayra Andrade; we kochten het op 20 december in Amsterdam en pas nu hoor ik het. Mooie plaat.
DV gaat naar het werk. Ik geef me over aan mijn jeugdzonde (niet dat mijn jeugd zonde was) en beluister The Beegees 1st en iets van Oldfield. Dan moet het ook weer even stil zijn.
Voor Luuk en mijzelf warm ik de rollade, de overgebleven pot van gisteren en de stamppot van zaterdag op. Daarna is het tijd voor een bietenrisotto. Waarom ook niet?
Na de muziek is de pieptoon genadelozer dan ooit. Kan ik lezen? Ik kan lezen en beleef wederom een paar genoeglijke uurtjes met het meeslepende boek.

DSCN3853
alinaMayra Andrade - Lovely Difficult

Maandag 17 februari
Naar het werk vanochtend. Onderweg op de fiets is het als vanouds: er schieten mij schitterende ideeën te binnen voor toekomstige verhalen of zelfs een boek. Als ik in het kantoor kom, moet ik die snel even vastleggen. Dan buig ik me over mijn taken. Nog altijd bezig met mail lezen en opschonen. Ik krijg van verschillende mensen verschillende vragen of ik verschillende klussen voor ze wil doen. Uitkijken. Doseren. Het tolt. Aan het eind van de morgen een overleg met een teamleider om praktische afspraken te maken. Nog meer klussen? Nee. Uitkijken. Doseren.
Op de fiets naar huis tolt het nog wel. Ook bedenk ik me met hoeveel plezier ik de boeken van Paul Theroux heb gelezen. Meer van dat. Hoognodig.
’s Middags naar buiten. Ook dat is hoognodig. Wederom druk op mijn kop. Het is mooi weer, zonnetje erbij: eerder vond ik het altijd dom gezwets als dergelijke woorden voorbijkwamen, nu lijkt het van belang. Tijdens het lopen verzin ik nieuwe personages en omgevingen: het is ontspannend, het is leuk, het vrolijkt me op.
Thuis weer wat lezen. Ik maak een gerecht dat ik vond in een tijdschrift dat we gisteren aan Ingrid gaven. Snel had ik in steekwoorden het recept genoteerd: chorizo bakken, ui en knoflook, rode paprika, 2x kikkererwten, 300g spinazie, p+z, zachte geitenkaas. Resultaat: zeer gemakkelijk gerecht, bovendien zeer smaakvol. Ook al vervang ik de spinazie door postelein.
In de avond, onder het lezen, zit ik allerlei aantekeningen te maken en werk ik ideeën van de wandeltocht ’s middags uit. Is dit goed? Om te doen? Ik doe het graag, dat is het niet. Maar levert me het niet te veel druk op? In mijn hoofd is het een chaos. Er gebeurt zo veel. Ik moet zo veel. Druk. Pressure. Het doet zeer. Alsof mijn brein weer te groot is voor mijn hoofd. Dat.
Het boek dat ik lees, is zeer vermakelijk. Ik zal het woord meesterwerk niet gebruiken, maar het begint erop te lijken. En ik ben nog niet eens halverwege. Het leesplezier maakt de rotzooi in mijn hoofd draaglijk. Toch vroeger naar bed dan anders; ik trek het niet.

DSCN3852

Zondag 16 februari
De zon schijnt. Ik wil naar buiten en doe het gewoon.
Het lijkt goed, maar eigenlijk is het dat niet. Ik voel niet druk in mijn hoofd, maar erop. Alsof een plank schuin van rechts mijn hersens perst. Mijn zicht is alsof er een waas voor mijn ogen is, alsof ik in een verkleedpak zit, alsof ik niet mijzelf ben, maar van binnenuit een robot aanstuur. Drie maanden.
We lunchen uitgebreid en maken ons klaar voor vertrek. Ik neem mijn medicatie, zit op één kwart tablet oxazepam per dag. Luuk rijdt ons naar Radio Kootwijk. Ingrid is jarig. Er komt nog meer volk, er zijn honden in huis en de tv staat aan ter gelegenheid van schaatswedstrijden op de Olympische Spelen. Zowaar, ik red het. Er zijn momenten dat het gespreksvolume naar ‘geschreeuw’ gaat, maar ertussendoor is het zelfs kalm. Om acht uur brengt Luuk eerst een oma naar huis in Zuidbroek en dan onszelf naar de rust. Wat rijdt die jongen toch goed en beheerst, óók in het donker.
Ik ben wel bekaf. Lees met enige moeite, maar toch ook met veel plezier, twee hoofdstukken in Bonita Avenue.

Zaterdag 15 februari
Buiten giert de wind rond het huis. Onzin, want we vertoeven in een geschakelde rijtjeswoning. De zon schijnt, dat wel.
Ik ben redelijk op tijd op. Koffie, mail, dit blog, krant. Dan op de fiets wat boodschapjes doen.
Na de lunch een huis-tuin-en-keukenklus die al een tijdje lag. We pakken een van de carrouselkasten in de keuken uit, want die loopt al een tijdje niet meer zo vloeiend. Hij staat dan ook vol met kruiden, specerijen, oliën, meel, broodbeleg en dergelijke. Alles eruit, schoonmaken, sorteren, veel wegdoen, dan kijken hoe het mechaniek werkt en zowaar, hij draait weer lekker. Ten slotte alles weer inruimen en zie: trots op het resultaat. Nu die tweede carrousel nog…
Ik loop even naar buiten, de zon in. Langs kanaal en stukje door Kanaalpark.
Vanavond kookt De Vrouw. Het wordt een stamppot van rode biet en shoarma, dat is altijd een succes. Een succes om van je bieten af te komen. We hadden gele en rode liggen. Nu is zeker de helft weg. Erbij: ananassap.
Na het eten lees ik de PROG uit en begin ik Bonita Avenue. Eerste hoofdstuk is veelbelovend: ik herken Lanoye en Irving in verhaalverrassingen, verteltrant en onderliggende humor.

DSCN3841

 

• • •
 

11-02-2014

(baz)boek 4 – ‘Bas, Willem en ik’ – 6 februari 2014

140207 02 Boekomslag

Bas Willem en ik
Door: Willem Bierman, Reinier Groenendijk en Bas Langereis
Verschenen op: 6 februari 2014
Uitgeverij: Prado
ISBN 978 90 74301 09 1

Bas, Willem en ik. Onder die naam durven de Apeldoornse schrijvers Willem Bierman, Reinier Groenendijk en Bas Langereis wel eens op te treden. Zij lezen dan voor uit eigen werk. Bas, Willem en ik is ook de titel van dit boek. In dit boek staat een selectie van stukjes die zij tijdens die voorstellingen voorlazen. Het staat, zoals zij zelf zeggen, ‘vol verhalen en gedichten, humor en ernst, vaststaande feiten en onverwachte zaken.’

Lees hier een aankondiging van het boek op de website eigenapeldoorn.nl

• • •
 

10-02-2014

De schrijver (8)

Filed under: Publicaties voor FOK! - 2014 — bazbo @ 11:01

De schrijver bleef staren naar het nog altijd lege beeldscherm.
Eindelijk. Daar waren eindelijk de letters, de woorden en de zin die hij zo lang had gezocht.

(more…)

• • •
 

Bas, Willem en ik: boekpresentatie – Art café Sam Sam, Apeldoorn – zondag 9 februari 2014

Deze foto is gemaakt door Peter Vroon:

140209 01

Peter maakte meer foto’s. Die zie je onderin dit bericht. Het filmpje, dat je ziet als je hier klikt, heeft hij ook gemaakt.
Constance Zwerus heeft ook foto’s gemaakt en die staan eveneens onderin dit bericht.

Programma:
1 Reinier Groenendijk: Overpeinzing (1) + Godsdienstles
2 boekpresentatie – uitreiking eerste exemplaar van het boek Bas, Willem en ik aan vormgever Klaas Hofland
3 Bas Langereis: Het grote geheim van meneer Van Veen
4 Willem Bierman: Schrijvers op straat + Vrouwenbrommer + Fotobijschriften + Splinter (1) & (2)
5 Reinier Groenendijk: Twee korte sintgedichtjes + Armand viert Sinterklaas
6 Bas Langereis: De schrijver (8)
7 Willem Bierman: De papegaai + Winterspelen + Apeldoorns Kanaal + Dit is het kanaal + Brief van de VVV

Publiciteit:

Hieronder foto’s, gemaakt door Peter Vroon:

Hieronder foto’s, gemaakt door Constance Zwerus:

• • •
 

08-02-2014

B-log: 8-14 februari 2014

Filed under: B-log 2014 — bazbo @ 09:25

Vrijdag 14 februari – Valentijnsdag
Na de koffie loop ik in het zonnetje naar onze huisarts. Met mij is niets aan de hand; ik heb een handtekening nodig voor een document van De Zoon. Buiten is het heerlijk. Ik heb het nodig.
Als ik weer thuis kom, is E aan de telefoon. Ze spreekt de bank en de mogelijkheden voor extra aflossen van de hypotheek. Er kan van alles en ze legt het me uit. Helaas. Ik kan het niet volgen en begrijp er geen fluit van. Dat grijpt me aan. Eerder was ik degene die dit soort zaken uitzocht en regelde; nu kan ik het niet. Pijn, verdriet. Ik snap het niet. Heb moeite met schakelen, de overgang van het een naar het ander intensieve in mijn hoofd. Paar keer diep adem halen. Dan gaat het weer.
Na de lunch fietsen we naar het centrum. We hebben een cadeau nodig voor een jarige. Bij de grote boekhandel koop ik Bonita Avenue door Peter Buwalda. Hem mocht ik ontmoeten anderhalf jaar gelezen, maar ik heb zijn (schijnbaar verpletterende) debuut nooit gelezen. Foei. Nu gaat het ervan komen.
Dan even wat tijd kapot maken. Een drankje in De Graaf? Eentje maar. Niet omdat we weinig tijd hebben, maar omdat de akoestiek vreemd is: alles galmt, waardoor stemmen van normaal volume mijn hoofd binnenkomen als luid geschreeuw.
We fietsen naar herberg Het Oude Loo. Daar heeft De Vrouw een tafeltje gereserveerd. Het is er kalm. Er komt volk binnen, maar door de huiselijke aankleding en de warme uitstraling voelt het vertrouwd. We eten biefstuk met gebakken uien en champignons. Goed voer.
Gaan we daarna nog ergens heen? Ik moet het niet doen; het is niet verstandig. Toch al veel voor vandaag. Buiten regent het stort. Nou ja. We nemen de kortste weg naar huis en zijn redelijk op tijd weer binnen.
Ik heb ‘dode vingers’. Het bloed is eruit weggetrokken en ze zien spierwit. Vroeger had ik er vaak last van in de herfst en winter; de afgelopen tien of vijftien jaar heb ik het niet meer gehad. Het zal te maken hebben met het feit dat ik nogal ben afgevallen. Tot halverwege de dertig woog ik altijd onder de zestig kilo; daarna kwam er nogal wat gewicht bij. Met dank aan de alcohol en vooral bier. In de afgelopen dertien weken ging ik van tweeëntachtig naar zevenenzestig kilo. Tel uit. Ik hoef mijn broeken niet meer open te knopen om ze uit te kunnen trekken. Aan mijn riem kun je zien dat ik steeds andere gaatjes moest gaan gebruiken en eigenlijk moet ik nu gaatjes bijmaken.
Als we opgedroogd zijn, lees ik het boek van Dolf de Vries uit en begin ik in de PROG, die vandaag arriveerde.

P1040031
‘Zit jij een foto van mij te maken? Je zet hem toch niet op Twitter, hè?’
(Peter Buwalda tegen mij – CODA, Apeldoorn – 23 maart 2012)

Donderdag 13 februari
Mijn vader is vandaag tachtig jaar geworden. Van harte gefeliciteerd, pa! Op naar de volgende tachtig.
Zelf fiets ik naar de wijk Zevenhuizen. Op winkelcentrum Anklaar is er markt. Bij de kaasboer haal ik kaas (goh) en bij de groenteboer koop ik mandarijnen (goh). Ik ben ook nog op tijd in het kantoor. Ik spreek met drie mensen en werk nog wat mail af.
Mijn oud-leidinggevende stelt voor dat ik allerlei plannen voor hem ga uitschrijven. Ik vind het geweldig dat hij aan mij denkt. Het is ook dé klus voor mij, maar ik vraag me af of ik het nu al moet doen. Het is allemaal nog zo kwetsbaar en het is juist fijn dat ik mijn twee uren per dag zonder druk kan werken. Maandag zal ik er verder over spreken met mijn nieuwe leidinggevende.
Dan is het alweer elf uur. Op de terugweg koop ik een boek voor mijn vader. Thuis merk ik dat ik goed moe ben. Even rustig aan, dus.
Op FOK! staat vanochtend geen verhaal van mij, maar wel over mij. Van mijn FOK!collega’s moet ik het hebben. Dank jullie wel!
Door de regen fiets ik naar mijn oude vertrouwde wijk Orden. Er is (nog) niemand bij opa. We kunnen een uur lang samen kletsen. Vader heeft altijd goede verhalen die hij graag vertelt en waar ik graag naar luister. Hij is blij met mijn cadeautje. Ook mijn zus is er, met haar zoon, maar ik wil niet al te laat weg.
Inmiddels is het droog. Mijn route gaat langs de grote Turkse supermarkt in Orden. Ik bekijk het assortiment. Dat is goed en uitgebreid, men heeft er bijzondere dingen, maar ik kan ook prima terecht bij de Turkse winkel bij ons in de buurt.
Thuis maak ik eten. Ik kook knolselderij en wortelen en maak daar een soort stamppot van. Die doe ik in de ovenschaal bij de overgebleven gevulde spitskool. Daarnaast bak ik verse worst en prepareer ik een enorme sla.
Na het eten ben ik echt moe. Ik lees weer een flink stuk en ga op de gebruikelijke tijd naar bed.

Woensdag 12 februari
Flink slaap ingehaald, denk ik. Het was kennelijk nodig.
Krant, mail, rust. Lezen. Hoofdpijn en snotneus. Vannacht wakker van geworden.
Mijn poging tot salade voor E tussen de middag mislukt. Er moet dijonmosterd in en die heb ik niet. Dan maar wat Engelse, maar die blijkt heel veel te scherp. Resultaat: vies. Heel vies.
’s Middags even naar buiten, de zon in. Paar boodschapjes. Dijonmosterd, bijvoorbeeld.
Ik maak avondeten: de Turkse gehaktschotel, maar die rol ik in spitskoolbladeren. Dan tomatensaus maken, die eroverheen gieten en hopla in de oven. Forse knoflookyoghurt erbij en klaar. Het is weer eens te veel, dus morgen de restanten opwarmen (behalve die knoflookyoghurt, die serveer ik koud, goed?).
Dark Star Safari is uit en daarmee ook mijn collectie Paul Theroux. Toch maar eens gaan kijken in de boekwinkel naar het vervolg op dit intrigerende Afrikaboek. Vanavond begin ik in Nieuw-Zeeland in een rugzak van Dolf de Vries (wie?) en rag hem tot halverwege.

Dinsdag 11 februari
Weinig slaap gehad, vannacht. Toch op tijd op. Op naar het werk, weer. Deze keer krijg ik meer gelegenheid om mail te bekijken dan afgelopen donderdag. Het is rustig, het is goed, het voelt ook in orde. Een collega, die zelf al vanaf april ziek is, komt iets voor elven het kantoor binnen stuiven en daarom lukt het me niet om me aan de afgesproken tijd te houden. Het is wel fijn om even bij te praten. Als mijn hoofd écht zeer gaat doen, schop ik hem het kantoor uit en ga ik naar huis, twintig minuten ‘over tijd’.
Thuis: koffie, mail, boterhammen met kaas, lezen.
Luuk bakt shoarma, kookt bonen en maakt sla. Best oké. Ik kijk het journaal een stukje mee en lees verder. Ik word steeds snotteriger.

Maandag 10 februari
Goed geslapen, lang ook. Daarom sta ik laat op. De gebeurtenissen en indrukken van gisterenmiddag zitten nog volop in mijn hoofd. Mijn keel voelt rauw. Verkoudheid op komst, misschien zelfs een griepje?
Uiteindelijk is het niet zo’n goede dag. Vreemd, ik zit voortdurend tegen huilen aan.
Peter heeft mij foto’s gestuurd van gisterenmiddag. Zelf heb ik er geen gemaakt. Ik zet ze op de webstek. Dank je, Peter! Dit waardeer ik zeer.
In de middag moet ik echt naar buiten. Ik doe wat boodschapjes. Eerst op de fiets, later ook nog lopend.
Het eten wordt gemakkelijk: ik kook venkel en wortelen en aardappelen. Die doe ik in een ovenschaal en overgiet ik met een mengsel van room, geraspte oude kaas, peper en zout. Na een kwartier gratineren kunnen we aan tafel. Ook heb ik lamsbiefstuk gebakken en een ferme salade ernaast geserveerd. Prima voeding, al zeg ik het zelf.
Om acht uur kijk ik met E mee naar het journaal. Ik maak echt vorderingen. Eerder wilde ik niets van de tv weten. Nog niet echt, eigenlijk. Toch is het goed om het nieuws te zien.
Pas later op de avond kom ik tot rust. Ik lees en voel me prettiger.

Zondag 9 februari – Boekpresentatie en voorleesvoorstelling Bas, Willem en ik in Art café Sam Sam
Ik ben om negen uur op. Klaar voor Bas, Willem en ik. De ochtend breng ik in alle rust door. Wat lezen, veel koffie. Ik ben gespannen, merk ik. Voor een optreden heb ik altijd de welbekende spanning, maar deze keer is het meer. Het liefst sluit ik me op in mijn gedachten, maar dat kan niet als je met z’n drieën in een huis woont. Ik doe mijn best ‘normaal’ onderdeel te zijn van dit gezin, maar vraag me af of het lukt.
Om drie uur fietsen we naar Art café Sam Sam. Even later zijn Willem en ook Reinier er, naast allerlei andere mensen die naar ons komen luisteren. Het is redelijk volle bak. Mooi!
Iets na vier uur trapt Reinier af met wat korte stukken en dan presenteert hij ons boek. Het eerste exemplaar overhandigt hij aan Klaas Hofland, die de vormgeving heeft gedaan. ‘Ik ben nog nooit zo mooi opgemaakt,’ zeg ik. Willem blijft voor mij de sterkste in het gezelschap, zowel qua materiaal als qua voordracht. Ik moet voortdurend grinniken, maar word ook geraakt door zijn woorden. Zelf lees ik Het grote geheim van meneer Van Veen en het laatste deel van De Schrijver (8). Het gaat me goed af; volgens mij maak ik indruk op het luisterende publiek. Onze voorstelling duurt een uur. Precies goed. Ik blijf erbij: we vullen elkaar mooi aan in stijl en vorm van materiaal, maar ook in manier van voordracht. Eerdere voorstellingen hadden een pauze halverwege; toen ging het publiek lopen en werd het later, waardoor we aandacht verloren. Nu houden we iedereen in de greep. Krachtig.
Als we klaar zijn, blijven we nog geruime tijd op het podium zitten. Luisteraars komen ons boek kopen en we krijgen veel complimenten. Daar ben ik erg blij mee. Na afloop spelen Lex, Bruno en Hans hun aanstekelijke songs. Normaal gesproken ben ik gek op de muziek en als ze ergens spelen, wil ik erbij zijn. Ik merk nu dat ik het lawaai vind, storend zelfs. Het zegt niets over de muziek en de muzikanten; het zegt alles over dat ik er nog lang niet ben. We ‘vluchten’ naar een rustige plek in het café, voorin bijvoorbeeld. Maar daar praat iedereen luid door elkaar en kan ik een gesprek ook niet volgen. Als de muzikanten zich ook verplaatsen naar voor in het café, gaan we weer naar achteren. Inmiddels ben ik moe, erg moe. Het is half acht en we gaan.
We eten in een grilltent bij het station en zijn om negen uur thuis. Daar praten we aan de keukentafel na. De voorstelling was een succes. Ik ben er trots op dat het zo goed gelukt is en dat het met mij ook goed ging.
Het is half elf als ik naar boven ga om te slapen.

Peter Vroon maakte een filmpje. Je ziet het hier.
Een foto, ook genomen door Peter Vroon:

140209 01
Dank je, Peter!

Hieronder de tekst van De schrijver (8):

De schrijver bleef staren naar het nog altijd lege beeldscherm. Al meer dan drie kwartier zat hij nu al zo. Het was voor het eerst sinds weken dat hij het apparaat had aangezet. Zeven jaar lang had hij geschreven als een bezetene. Zeven jaar lang iedere week een nieuw verhaal en nog veel meer. Hij was waanzinnig productief geweest. Waar haalde hij het allemaal vandaan? vroeg hij zich wel eens af. Maar de laatste tijd: niets. Helemaal niets. Zijn hoofd voelde zwaar van leegheid.
Er klopte wel meer niet. Vier weken lang kon hij de energie en de aandacht niet opbrengen om ook maar één letter te lezen. Tot op de dag van vandaag had hij geen muziek aan zijn hoofd kunnen verdragen. Geen muziek? Hij? Ondenkbaar. De Vrouw had in de eerste week een lief cadeautje voor hem gekocht: een cd waarvan ze wist dat hij die graag wilde hebben. De schrijver nam het geschenk aan, zei: ‘Snap je dat ik hem even niet kan draaien?’ en barstte toen in snikken uit. De cd ligt nog altijd onbeluisterd naast de speler.

Die huilbuien, daar begon het mee. Zomaar. Op een zaterdagochtend had ik ze opeens en ze hielden niet meer op. Meevaller: tijdens het koken hoefde ik de gerechten niet op smaak te brengen en bij het wegwerken van een stapel strijkgoed bleek onze oude bout plots te fungeren als stoomstrijkijzer.
De huilbuien bleven. Net als de totale desinteresse, de beklemmende angst, het gevoel waardeloos en overbodig te zijn, de gedachten aan mijn moeder en de paniek dat ik net als zij kapot zou gaan aan iets als een beroerte: er was iets helemaal niet goed in mijn hoofd. Ik stond op uit bed en stapte een wereld in die de mijne niet was. Huisartsenpost, eigen dokter, ziekenhuis, neuroloog, met mijn kop in een ct-scanapparaat: lichamelijk bleek er uiteindelijk niets aan de hand.
‘O,’ dacht ik, ‘dus ik ben gewóón gek geworden.’

‘Minimaal drie weken volkomen rust,’ was het dringende advies van de huisarts. ‘Ga leuke dingen doen. Doe net of het vakantie is.’
‘Weet je wat dat kost?’ wilde ik vragen.
‘En ga vooral naar buiten. Ik wil dat je gaat lopen. Maak iedere dag een of meerdere wandelingen.’
‘Leuke dingen doen?’ vroeg ik me hardop af. ‘Dan heb ik een probleem. Want alle dingen die ik leuk vind, vind ik op dit moment helemaal niet leuk.’
‘Je zult er over een tijdje vast mooi over kunnen schrijven,’ wist De Vrouw.
Ik wist wel beter.
‘En ik wil je iedere week even zien,’ zei de dokter.
Ik trok mijn jas weer aan, stond op en liep naar de deur.
‘Maar wat heeft hij nu eigenlijk?’ vroeg De Vrouw.
‘Zwaar overspannen. Totale burn-out.’
Ik draaide me om en zei: ‘Dat kan niet.’

Dat lopen ben ik gaan doen en het leverde wel degelijk wat op. Niet alleen bracht het rust in mijn hoofd; ook deed ik kennis op die ik normaal nooit zou hebben opgedaan. Dingen die ik anders nooit te weten zou zijn gekomen. Bijvoorbeeld:
* In de karretjes die straten schoonvegen zit de bestuurder aan de rechterkant. Echt: nooit gezien, nooit geweten.
* Bij ASV Apeldoornse Boys voetballen meisjes.
* Op 22 november zijn er mensen in de wijk Apeldoorn-Zuid die in de woonkamer de kerstboom hebben opgetuigd. En op 22 januari staat hij er nog steeds.
* Om half tien op zondagmorgen in het Matenpark barst het van de mensen die hardlopen. En ik dacht dat ík gek was.
* Hockeymeisjes hebben de naam, maar willen helemaal niet met iedere kerel neuken. Althans, niet met mij. Ze zagen mij niet eens staan. Nu moet ik er wel bij zeggen dat ik hun spel stond te bekijken van tweehonderd meter afstand.
* Dames en heren hondenbezitters, u weet toch wat helemaal hip is als u het huisdier ‘s avonds in het donker gaat uitlaten? Uw hond moet een lampje om de halsband. Het liefst een fel flikkerend fluorescerend groene of roze!
* De wereld ziet er totaal anders uit als je je oude vertrouwde wandelroute eens loopt aan de andere kant van de straat.
* Als je tijdens het lopen wordt ingehaald door twee dames van eind tachtig met ieder een rollator, dan zul je waarschijnlijk de eerstvolgende trein niet halen.

‘Ga leuke dingen doen.’ Tijdens een van de vele wandelingen kwam ik door een park. Er stond een grote witte gans te grazen bij de oever van een vijver. Ik liep er vlak langs. Ze stond met haar achterkant naar me toe en moest bukken om bij het gras te komen. Dat ik dichterbij kwam, had ze niet in de gaten.
‘Zou dit leuk zijn?’ vroeg ik me af. Ik nam een klein aanloopje en gaf de domme gans een enorme schop onder haar kont. Het beest vloog met een boogje door de lucht en kwam met een doffe plons in de vijver terecht. Kuh-loenk! Even was ze helemaal onder; toen kwam ze wild fladderend en luid gakkend weer boven water.
Was dit leuk? Nee, het was niet leuk. Het was wel leuk verzonnen. Dat wel. Ik liep verder. Een grote zwerm meeuwen schrok en vloog op. ‘Toe maar,’ fluisterde ik naar de kudde vogels. ‘Ga maar. Ik begrijp het wel. Vlucht voor mij.’
Was dit nu wat je noemt met je ziel onder je arm lopen? Was het maar waar, dan flikkerde ik ‘m nu met beide handen de vijver in.

Wie had dit nou ooit gedacht of verwacht? Zwaar overspannen, totale burn-out. Van mij, de eeuwige nuchterheid zelve? Alles kan kapot, dat zie je dan maar weer. Het was een tijdje écht slecht gegaan. Zo slecht zelfs, dat ik op zeker moment tegen De Vrouw had gehuild: ‘Schat, ik ben zo moe. Ik ben alles zo moe. Mag ik slapen? Mag ik slapen en hoef ik dan niet meer wakker te worden?’ Ja, Zelfmoord is een optie. Maar gelukkig voor deze serie was het zo ver niet gekomen. Dagen gingen voorbij. Lege dagen, waarin niets gebeurde. De ene dag ging het goed; de andere dag was het heel donker, inclusief boze buien, smijten met spullen en zelfverwonding. Afzonderlijke geluiden kwamen mijn hoofd niet binnen als afzonderlijke geluiden, maar als één brij, één soep, één bagger van lawaai die zeer deed tot in het diepst van mijn ziel. Ik wilde zó graag muziek luisteren, maar ik kon het niet. Frustratie, boosheid, verdriet en pijn. Mijn muziek, mijn troost, mijn toevluchtsoord, mijn thuis. Angst dat het niet goed zou komen. Maar we leven nog. Het is vandaag de dag vallen en opstaan; ik val steeds minder diep en sta steeds sneller op. Er is licht aan de horizon, maar ik ben er nog lang niet. Die horizon is vaak oneindig ver weg. Dat heb je zo met de horizon.

Inderdaad, wie had dit nou ooit verwacht? Als u het weet, mag u het zeggen. Of nee, u moet uw bek dichthouden. Want de hoeveelheid goedbedoelde thuisdokterij, gezelfhulpklazien, kwakgezalf, zweefgeteef, mindfoolish en vooral mallotige reacties die ik heb moeten aanhoren: ik zou er gek van worden. Wacht. Nee, gek wás ik al.

‘Ha Bas, hoe gaat-ie?’
‘Ja, kut. Met jou dan?’
‘Ook goed.’

‘Ha Bas, hoe gaat-ie?’
‘Niet zo goed. Geluid komt mijn hoofd binnen als één smurrie van herrie die heel zeer doet.’
‘Trek het je niet zo aan. En zet gewoon een lekker muziekje op.’
‘Ik ga nú de grijze container naar binnenrijden. Die zet ik in de woonkamer voor de platenkast en met één beweging veeg ik al die lp’s, cd’s en dvd’s erin. Oké?’

‘Ha Bas, hoe gaat-ie?’
‘Niet zo goed.’
‘Nou, dan zullen we daar binnenkort wel een grappig verhaal over te lezen krijgen.’

‘Ha Bas, hoe gaat-ie?’
‘Niet zo goed. Ik ben al drie weken niet aan het werk.’
‘Zwaar overspannen? Totale burn-out? Heb ik ook gehad. Maar dan veel erger. Ik zat vier maanden thuis. Toen ging ik weer werken en was het meteen over.’

Maar we leven nog.

De schrijver keek op van zijn nog altijd lege beeldscherm. Iets verderop in de woonkamer zaten De Zoon en De Vrouw, ietwat zorgelijk naar hem te kijken. Hij glimlachte naar hen en plots gebeurde er iets. Nu zag hij ze wérkelijk. Hij wist het weer: zij zijn de reden dat ik besta. Toen legde hij langzaam zijn vingers weer op het toetsenbord. En zie, daar waren ze. Eindelijk. Daar waren eindelijk de letters, de woorden en de zin die hij zo lang had gezocht. Achttien letters, vier woorden en één zin.
De schrijver zuchtte en jawel, hij huilde. Deze keer niet van diep verdriet, beklemmende angst, paniek of totale ontreddering. Nee, deze keer was het een zucht van opluchting en huilde hij vanuit een intens gevoel van allesoverweldigende bevrijding. Het waren dan ook de meest essentiële letters, woorden en zin die ik ooit heb ingetikt: Ik stop met schrijven.

EINDE

(voor Aar, Auke, Heidi, Jolande, Peter, Plonia, Reinier, Tim, Willem en natuurlijk Luuk en Evelien)

Zaterdag 8 februari
Niet echt heel goed geslapen. Halverwege de nacht een paar keer wakker geweest. Ik ben om half negen beneden. Mijn hoofd voelt ‘zwaar’. Niet vreemd, na een drukke vrijdagmiddag. Toch ben ik niet diep in de put; ik heb er vertrouwen in dat het goed gaat.
Wasgoed, koffie, dit B-log, krant. Dan een boodschappenrondje op de fiets door de regen. Uitgebreide lunch en daarna werk ik voor het eerst sinds 16 november mijn baard eens bij. Vervolgens rustig aan doen door veel te lezen.
In de woonkamer kijkt E naar de televisie. Ik merk dat het geluid me stoort: het is een Duits gesproken serie. Moet je zien, de tranen springen me in de ogen. Ik ben er nog niet, nog lang niet. Het geluid doet me pijn. Toch wil ik doorzetten. Na een kwartier staat de televisie op een andere zender en is de rust in mijn hoofd terug.
Ik maak het avondeten: rundvlees met uien en wortel en knolselderij en bleekselderij en knoflook en gember uit de tajine. Na het avondeten weer rust en veel lezen.

• • •
 

06-02-2014

Apeldoorn Direct – februari t/m december 2014

Filed under: Publicaties voor ApeldoornDirect — bazbo @ 13:50

14 december: Kartelmes (S001)

30 november: Graag een beetje meer begrip

2 november: Lang wachten op de bus: erg?

november: The FoolZ live in het Schaffelaartheater te Barneveld

19 oktober: Dan weer wel

12 oktober: Een harde plasser

21 september: Grijs gebied

7 september: Uit een pakje – Een culicolumn

10 augustus: Link

mei: Bas, Willem en ik niet – nóg een gratis voorleesvoorstelling

mei: Bas, Willem en ik niet – een gratis voorleesvoorstelling

30 maart: Het volgende slachtoffer

9 februari: De schrijver (8)

4 februari: Bas, Willem en ik presenteren: ‘Bas, Willem en ik’ – (Het boek)

2 februari: De schrijver (7)

• • •
 

01-02-2014

B-log: 1-7 februari 2014

Filed under: B-log 2014 — bazbo @ 09:51

Vrijdag 7 februari – De krant gehaald en het boek Bas, Willem en ik is verschenen
Het regent pijpenstelen. Kan ik mooi iets langer in bed blijven liggen. Het hoofd is moe; het is nodig. Als ik dan ben opgestaan, blijf ik het rustig aan doen. Koffie, de krant, verder lezen in een boek. Dolf de Vries is alweer uit en ik begin aan Dark Star Safari van Paul Theroux.
Als E in een gesprek wat kribbig reageert, merk ik dat het me heel erg raakt. Het gaat nergens over; ze zei iets en ik had het niet gehoord; het is de plotse overgang van het ene onderwerp naar het andere; ik ben van slag. Ik weet het weer: ik ben er nog niet, er is nog volop werk aan de winkel.
Ik loop naar de sigarenboer op de hoek; we staan in de krant!
We lunchen. Om half vier fietsen we in de richting van het centrum. In Art café Sam Sam ontmoeten we Reinier en Willem. Het boek is er! We maken afspraken over de voortgang en over zondagmiddag. Het is leuk, prettig, niet al te druk. Na een uur wordt het druk in mijn hoofd. Verroest, ik ben mijn medicatie van vanmiddag vergeten. Uitkijken, dus. Toch houd ik het vol. Uiteindelijk schuiven Heidi en Auke ook aan. Ik lurk water. Geen probleem. Het kost me veel moeite mijn aandacht bij een gesprek te houden.
Als we naar huis fietsen, zie ik op de klok bij het station dat het half negen is. Allemensen. Ik rijd naar de frietenboer op de hoek. Het diner bestaat uit frieten (goh), nasischijven, frikadel, kroket en kaassoufflé. Het vult, maar bevredigt niet.
Laat op de avond lees ik het boek Bas, Willem en ik. Het is een prachtig boek geworden. Het ziet er goed uit (glossy!), het leest heerlijk weg en het geeft een mooie beeld van hoe aanvullend onze stijlen en stukken op elkaar zijn. Ik heb zin in zondag.

Donderdag 6 februari – Voor het eerst weer aan het werk
De wekker gaat om tien voor half acht. Ik sta op; heb er zin in. Koffie, krant, mandarijnen. Om half negen stap ik op de fiets en rijd ik naar het werk. Ik zet mijn tas in het kantoor en loop naar het gebouw ernaast. Daar drink ik koffie met wat (oud)collega’s. Ze zijn blij me weer te zien en nog blijer als ik vertel dat ik kom werken. De een na de ander komt even praten en uiteindelijk ben ik pas om half elf terug in het kantoor. Ik doe de pc aan en log in. Het eerste dat ik doe is een bedankmail maken aan alle mensen die mij in de afgelopen tijd een hart onder de riem hebben gestoken. Dan maak ik een mail aan de teamleider van het naastgelegen gebouw om een afspraak te maken. Ik zie allerlei berichten binnenkomen als antwoord op mijn zojuist gestuurde bedankmail. Het is inmiddels al elf uur. Dinsdag verder. Ik sluit af en trek mijn jas aan.
Via een supermarkt op winkelcentrum Anklaar rijd ik terug naar huis. Corsendonk-kaas! Thuis neem ik nog een kop koffie. Mijn hoofd voelt ‘vol’. Het ging goed, vanochtend. Ik heb nog bijna niets gedaan en aan de andere kant voel ik niet te veel druk. Dit was prima zo.
Thuis een boterham met Corsendonk-kaas. Ik orden wat foto’s. Dan ga ik naar buiten. Mijn hoofd zit weer ‘vol’. Ik moet nog even naar de huisartsenpraktijk, een boodschap voor E. Het is lekker buiten. Ik kan weer een half uurtje achter de pc met foto’s bezig. Weet je wat? Het is klaar! Jammer dat ik de grote versies van juni 2011 tot en met begin november 2013 kwijt ben, maar het is niet anders.
Ik maak het avondeten: bamisoep weer een keer. Voor E geen bami, maar omeletreepjes. Het is zo’n gerecht dat we blijven maken en het is iedere keer weer een succes.
Om acht uur ben ik echt moe. Ik moet rust hebben en vind die in het boek dat ik lees.

Woensdag 5 februari
Laat ik kalm beginnen. Dat lukt. Met koffie, de krant en het boek Australië in een rugzak van Dolf de Vries (wie?). Ook orden ik nog wat foto’s.
Bericht van Reinier: ons boek is klaar!
We lunchen. Ik schrik van sommige plotselinge geluiden die ze maakt. Ze zegt dat ze zich eraan ergert. Dit raakt me; ik baal zelf zo erg dat ik nog steeds zo schrik. Kwetsbaar, ben ik nog. Ik weet het.
Als E aan het werk is, neem ik een boterhammetje kaas. Waarom ook niet. Daarna wandel ik door het park naar de Eglantier. Net scheen de zon nog; nu lijkt het bewolkt. Ik moet even naar buiten en haal E’s medicijnen en de laatste boodschappen voor morgen.
Thuis toch weer met die foto’s bezig. Lang achter het (nieuwe) beeldscherm zitten kan ik niet. Het schiet wel op met de foto’s. Ik hoef nu alleen nog maar die van juni 2011 tot en met maart 2012. Het valt mee.
Ik maak eten: schorseneren in roomkaassaus, de preitaart van maandag en flink veel sla. Natafelen duurt lang; we spreken met Luuk over werk, vrijwilligers, Wajong, uitkeringen, politiek. Voor mij is het na enige tijd te veel en val ik stil.
Lezen gaat goed. Om elf uur ga ik naar bed. Ik ga altijd om elf uur naar bed. Echt.

Dinsdag 4 februari
Ik wacht de wekker niet af. Onder de koffie maak ik mail naar vrienden en bekenden, waarin ik de voorleesvoorstelling van zondag (met boekpresentatie) aankondig.
De dokter is blij om me zo te zien en tevreden met hoe het gaat en wat mijn plannen voor het werk zijn. Ze adviseert om langzaam wat meer prikkels op te zoeken. ‘Ik ben afgelopen donderdag naar IKEA geweest, telt dat ook?’ Het telt. Ik vertel dat ik langzaam meer aankan. Toch ben ik nog kwetsbaar en het verschilt ook wel per dag. De oxazepam ga ik nog verder afbouwen, maar ik moet ze wel bij de hand houden voor als het een keer minder goed gaat. Pas als de kalmeringsmedicatie helemaal weg is, kan ik ook denken aan stoppen met de slaappillen. Omdat de komende periode best spannend is (met werk starten e.d.), wil ik die trezepam zelf ook nog niet stoppen.
Thuisgekomen plaats ik mijn laatste deel van De Schrijver in op FOK! en Apeldoorn Direct. Op FOK! en AD deel ik achter de schermen mede dat het mijn laatste stukje is, voorlopig. Ik orden nog een mapje foto’s en dan ga ik een IKEA-kast in elkaar zetten. Ook erg. Toch lukt het goed.
Ik lunch met Luuk en even later is E ook thuis. (De kaasboer had een editie met peper, knoflook, ui en gember. Zoet en pittig. En goed.) We puzzelen op de nieuwe kast: waar zetten we hem neer? Naast de glazenkast? Dan moet die eerst een stuk leeg, zodat we hem kunnen verplaatsen. Resultaat: veel glazen door de vaatwasser en een boel wegmikken. Als de eerste lichting draait, is het me even te onrustig en te onoverzichtelijk: ik moet naar buiten, de zon in. Mijn tochtje gaat langs het kanaal naar de supermarkt; ik moet nog gehakt kopen. Ik neem alle tijd.
Weer thuis kan de tweede lading glazen in de vaatwasser. Inmiddels hebben we besloten de nieuwe kast op een heel andere plek neer te zetten: in de keuken. De glazenkast kan weer terug naar z’n oude plaats. Uit het onderste schap van de glazenkast komt een schat aan drankassessoires, miniaturen en restjes buitenlands gedestilleerd tevoorschijn. Dit is nostalgie; dit is leuk.
Pas om half acht kan Luuk koken: hij maakt saus uit een pakje met fusilli; ik bak kastanjechampignons voor E in plaats van pasta. Na het eten kan ik weer wat lezen en om half elf is Paul Theroux’ De gelukkige eilanden uit. Net geen 700 pagina’s in vier avonden. Niet slecht.
Inmiddels heeft E een aankondiging voor Bas, Willem en ik (zondagmiddag) op fecesboek gezet. Er zijn veel reacties. Dat is mooi. Het is het eind van een vermoeiende dag, maar het voelt goed.

Maandag 3 februari
Vroeg op en ik voel me goed. Als E naar het werk is, handel ik wat mail en dergelijke af. Zo plan ik een aankondiging van de voorstelling Bas, Willem en ik (aanstaande zondag) in op Apeldoorn Direct. Dan stap ik op de fiets naar het centrum. Bij de Xenos haal ik weckpotten voor de thee van E, op de markt kaas en mandarijnen. In mijn hoofd: Holiday door (niet lachen, mijn jeugdzonde – ach, in hoeverre kan mijn jeugd zonde zijn?) the Bee Gees. Waarom?
Via de supermarkt rijd ik weer terug en ik lunch met Luuk. Onder het eten belt de IKEA aan: de kast is er. Dat wordt knutselen, van de week.
Om half drie stap ik opnieuw op de fiets en rijd ik naar het werk. Om drie uur heb ik een gesprek met Herma, mijn nieuwe leidinggevende. Nee, geen nieuwe werkplek, maar wel een nieuwe baas. Ik kan mijn verhaal goed vertellen en krijg een luisterend oor. We spreken af dat ik vanaf donderdag weer ga beginnen: twee uur per dag, twee dagen in de week. Eind februari heb ik dan een intakegesprek met haar én een loopbaancoach, zodat het traject gelijk op kan lopen met mijn behandeling van de psycholoog. De afspraken voelen goed, ik heb er zin in en als het niet gaat, dan kan ik ook het werk neerleggen en stoppen. Per dag en week kan ik bekijken en beslissen of het wel of niet lukt. Ik weet dat ik kwetsbaar ben.
Buiten is het prachtig weer en ik rijd in de felle zon naar huis. Daar is E. En het nieuwe beeldscherm. Als het is geïnstalleerd, neem ik alle rust. Ik warm de soep op (bah) en dan maak ik een preitaart, waarbij ik de deegbodem vervang door spek. Smakelijk.
Om acht uur is alles klaar en ik lees.

Zondag 2 februari – Tim op bezoek
Als ik om tien uur beneden ben, start ik met het nieuwe patroon medicatie. Ik zit nu op drie keer een kwartje oxazepam. Mijn hoofd voelt ‘vol’; ik doe rustig aan. Van lezen komt het even niet; ik ‘zit’ ouderwets.
Half een lunchen we met Turkse broodjes, tosti en sla. En dan is het twee uur. Tim is er.
Tim is er en ik vind het geweldig. We kletsen over van alles en het is goed, het is fijn en het is zoals het moet zijn. Na een uur zitten we met z’n vieren aan tafel en gaan gesprekken door elkaar en worden ze luider. Dit is voor mij zeer vermoeiend en het kost me veel energie om het te volgen. Tim vertrekt helaas al om half vijf. Dank je wel, goede vriend. Ik waardeer het zeer dat je er even was. Weet dat je betekent. (Hij heeft meer dan drie uur moeten reizen om naar Apeldoorn te komen en meer dan drie uur om weer thuis te zijn.)
Dan zit ik even alleen aan tafel. Ik ben moe, onrustig. Het stormt in mijn hoofd. Bijna huil ik. Ik zit op het randje. Maar het zakt.
Ik maak de boerenkoolsoep af. Het is maar goed dat Tim die gemist heeft. De soep is niet lekker. Het was een prutrecept uit een blad van een supermarkt. Met een boel sambal lijkt het nog wat. Nu nog maar anderhalve liter weg zien te werken.
Om zeven uur zijn we klaar en ben ik alleen in de keuken. Ik voel me verslagen. Wel kan ik veel lezen. Gelukkig.
In mijn hoofd: Try again van de allereerste elpee van Supertramp, toen niemand ooit nog van ze gehoord had.

Zaterdag 1 februari
Het regent en ik vind het niet erg. Ik fiets naar het centrum. In een supermarkt haal ik puntpaprika, ham en sla. Ik betaal met mijn pinpas en loop naar buiten. Op de hoek van de straat voel ik automatisch of mijn pas op de juiste plek zit. Dat zit-ie niet. Oeps. Ik loop terug naar de kassa van de supermarkt en pak mijn tas uit. Dan controleer ik de binnenzak van mijn jas, daar waar ik mijn tas uitgehaald heb. Oef, daar is-ie. Ik was niet in paniek. Goede zaak. Op de markt koop ik vis, cranberry’s en voor E kaneel-rozenthee. Inmiddels is het weer droog. Ik rijd via de supermarkt en de Turkse winkel terug naar huis. Daar drink ik koffie. Het is druk in mijn hoofd.
We lunchen met haring en broodjes. Ik doe de was en lees de kranten. Toch moet ik even naar buiten; ik ben onrustig. Onderweg bedenk ik me: ik heb mijn medicijnen weer eens vergeten.
Als ik weer thuis ben, zit ik aan de keukentafel. De wasdroger ruist in mijn nek; de afgelopen tijd maakte dit mij rustig. E kijkt iets op de computer, een serie of zo, en heeft het geluid aan staan. Het klinkt heel hard in mijn oren, ik raak in paniek en herinner mij dat ik de hele dag al geen medicatie heb ingenomen.
Ik maak een curry van kip en mangold, met peper en rode ui. Daarnaast is er salade en Turks druivensap. Na het eten maak ik de soep voor morgen: met boerenkool. Dan ga ik weer verder met lezen en de was vouwen. Het is vandaag elf weken geleden.

• • •
 

30-01-2014

De schrijver (7)

Filed under: Publicaties voor FOK! - 2014 — bazbo @ 23:23

De schrijver bewoog zich voetje voor voetje door het donker.
Nee, het ging even niet zo goed.

(more…)

• • •
 

25-01-2014

B-log: 25 – 31 januari 2014

Filed under: B-log 2014 — bazbo @ 09:41

Vrijdag 31 januari
Ik sta op met een ‘vol’ hoofd. Gisteren veel gedaan, veel indrukken en veel te verwerken. Gelukkig hoef ik vandaag niet zo veel en kan ik kalm aan doen.
Vanmorgen verwerk ik wat mail en lees ik. India is al uit. De reacties op De schrijver (7) op FOK! zijn mooi en goed. Het maakt kennelijk nogal indruk. Ik maak een lunch voor E: falafel van een mix die we ooit eens in Oostende kochten (is nu ver over de datum) en voor mijzelf panini.
Dan fietsen we samen naar de grote nieuwe elektronicawinkel. Nee, ik ben toch niet gek. Maar ik word het er wel. Na tien minuten moet ik snel weer naar buiten. We rijden langs de Turkse winkel voor wat eerste weekendboodschappen. Het is zonnig, koud en eigenlijk heel mooi buiten.
Weer thuis bestelt E een nieuw beeldscherm online. En dan: ze heeft ook nog een andere computervraag en of ik het antwoord weet. Plots is daar weer iets van de beklemmende angst terug, het prikt achter mijn ogen en ik zit te trillen aan de keukentafel. Het is de druk, de druk dat ik iets moet? Nee, ik ben er nog niet. Gelukkig is het computereuvel snel verholpen en voel ik opluchting. Maar toch… Ik wil niets met een pc moeten, maar aan de andere kant zou ik het wel weer willen kunnen. Dillema.
Er zijn hapjes: kaas, worst en walnoten. Later maak ik sla en bak ik braadworsten. Dat zal vullen. Er bij komt perensap en appel-bessensap van IKEA.
De rest van de avond lees ik in De gelukkige eilanden van Paul Theroux. Ik ben wel verslingerd aan zijn manier van vertellen. Ook de (zelf)spot is intrigerend. Hoe hij in een paar zinnen de Australiërs typeert als een zeer onbeschoft volk, dat vind ik wel vermakelijk. ‘Welcome in Smellbourne.’

Donderdag 30 januari – naar IKEA en een avondje uit
Op tijd op, maar weer. Er staat ons een volle dag te wachten. Na de koffie stappen we in Luuks auto. Op naar Amersfoort, op naar IKEA. (Echt waar.)
We tanken langs de Europaweg; de eerste keer voor Luuk. Ook op de snelweg rijdt hij keurig, beheerst, precies volgens de regels. In een half uur zijn we op de plaats van bestemming.
Gelukkig is het niet al te druk in de grote winkel. De indeling vind ik rommelig en onoverzichtelijk, maar de muren komen niet op me af en ik voel me er niet ongemakkelijk. E is op zoek naar een kast voor haar sieradenspullen. Tussendoor vinden we wat kleine keukenmaterialen, een strijkplank en nachtkastlampjes. Als we gaan lunchen is het nog altijd niet vol in de zaak. Tegen half drie hebben we alle boodschappen verzameld en afgerekend. Nu nog in de auto zien te krijgen. Ai, die kast is écht te groot. Dat wordt laten bezorgen. Voor de rest komt alles goed mee. Om half vier zijn we weer thuis en kan het grote uitpakken beginnen.
Het avondeten is eenvoudig: restjes van gisteren. De soep komt op en ook de courgettesalade smaakt nog altijd prima.
Om half acht stappen E en ik op de fiets. We halen Plonia op en fietsen naar CODA. Daar opent een tentoonstelling van Claartje Keur. Zij heeft een bijzondere collectie halssieraden samengesteld, vervaardigd door zeer verschillende kunstenaars en edelsmeden. Bij de opening zijn zo’n honderd mensen. Gelukkig houden ze allemaal hun mond dicht en zijn de sprekers nauwelijks te verstaan. Lekker rustig.
Na afloop even naar Sam Sam. In het ‘middendeel’ is het niet al te lawaaierig, tenminste: als de band niet speelt. Normaal vind ik Threesome Jazz met Benjamin, Hans en Lex zeer aangenaam, maar op dit moment kan ik nog niet tegen al te veel achtergrondgeluiden. De groep mensen aan tafel groeit en het is een mooi stel bij elkaar. Ik krijg veel goede wensen en medeleven. Dat is fijn. Na dik een uur moet ik toch echt weg; het is me te druk. Om elf uur ben ik thuis. In slaap komen kost me geen moeite.

Woensdag 29 januari
Eens wat computerklussen doen. Het persbericht voor de voorstelling en boekpresentatie van Bas Willem en ik naar de redactie van De Stentor sturen, bijvoorbeeld. En foto’s sturen naar Burkhard. Burkhard had ik ontmoet bij Georg, afgelopen september in Gebhardshain. Hij maakt een boek over Zappanale en wil graag mijn foto’s van de afgelopen jaren hebben. Nu had ik een probleem: ik was ze kwijt. Inmiddels is veel weer terug, maar ik moet het allemaal nog ordenen. In de chaos vind ik de foto’s die hij zoekt en ik stuur ze via wetransfer.com. Na een uurtje krijg ik hoofdpijn. Ik kan nog niet te veel inspannend werk aan. Daar komt nog bij: ons beeldscherm is een ramp en aan vervanging toe. Doodmoe ben ik.
Ik maak de lunch voor E: courgette-‘noedels’ met marinara van rode ui, zoete puntpaprika, tomaten, dadels, zongedroogde tomaten, dadels, kaneel en oregano. Zeer lekker, al zeg ik het zelf. En zelf, zelf eet ik een tosti.
Dan maak ik een begin met het uitzoeken van de foto’s die ik naar de webstek heb ge-uploaded en die ik begin november met de grote hardeschijframp ben kwijtgeraakt. Aar heeft ze me gestuurd, een week of wat geleden. Eerst maar eens de laatst gemaakte foto’s ordenen en zo terugwerken tot en met juni 2011. Wat het lastig maakt, is dat foto’s per maand in één map terecht zijn gekomen. Op alfabet. Dus niet chronologisch. In augustus 2013 had ik niet alleen de foto’s van Zappanale 2013 ge-uploaded, maar ok Zappanales 2004, 2005 en 2006. Alles staat lekke door elkaar, dus. Een hele uitzoekerij.
Toch ben ik vanmiddag ook even buiten. Het is koud. Bij de apotheek haal ik medicatie voor E en bij het Turkse winkeltje op de Eglantier een wortel, een prei en wat brood. Thuis weer verder met de foto’s. Ik zit nu in juli 2013. Regelmatig moet ik stoppen omdat ik hoofdpijn krijg. Ik wil graag door, maar mijn kop wil niet. Dan maar avondeten maken: zeer goedgevulde groentesoep. Er moeten twee rookworsten op, vandaar. Met Turkse broodjes en courgettenoedels en marinara.
Theroux’ China per trein is uit. Nu begin ik in India in een rugzak door onze eigen Dolf de Vries. Onze eigen wie? Precies. Het leest wel snel weg. Na anderhalf uur ben ik op de helft!

Dinsdag 28 januari
Piet is vanmorgen op bezoek. Het is fijn hem te spreken. Wat me opvalt: ik kan twee uur lang geanimeerd zitten luisteren, spreken en doorvragen, zonder opmerkelijk moe te worden of af te haken. Na twee uur hebben we nog niet het topje van de ijsberg gehad, maar dat komt later nog wel eens. Ik ben hem dankbaar dat hij op bezoek is geweest.
Ik maak lunch voor E en mijzelf en dan ga ik een rondje lopen. Tochtje door Zuid, door straten waar ik nog nooit gelopen heb (in de Vogelbuurt) en via wat supermarkten op het Adelaarsplein en de Turkse winkel terug.
Het is half vier en ik ben opvallend moe. Toch kan ik nog wat lezen.
Luuk en ik maken samen het diner: een goede chili, die je zo kunt eten, maar ook als vulling voor wraps kunt gebruiken. Het gaat prima samen; we zijn zó klaar. Nog een simpele salade erbij en aan tafel maar!
Na het eten zie ik post. Er zijn mooie kaarten en goede woorden van iemand met wie ik mag samenwerken: ik ben in beeld en dat maakt me blij.
Dan verder lezen. Achterin het boek zit een sticker geplakt. Die heeft ooit op een bestelling bij Plato gezeten: ‘Muffin Men – Frankincense’. Muziek!
De Vrouw is aan het breien en kijkt tv op de bank in de woonkamer. Ik zit in de keuken te lezen en te schrijven. De kraan drupt.

Maandag 27 januari
Vanmorgen fietsen we naar ons financiële mannetje. ’s Kijken of we wat extra kunnen aflossen aan onze hypotheek. Dat kan. We krijgen vier opties voorgeschoteld. Deze week maar eens kijken wat we kiezen. Ik merk dat ik het gesprek na een half uur niet goed meer kon volgen. Er gebeurde te veel door elkaar en dat was voor mij verwarrend.
Via de markt en de Turkse winkel fiets ik terug. Koud, maar zonnig. Vanmiddag nog maar eens lekker buiten lopen.
Tijdens de lunch is het leuk met Luuk aan tafel. Hij vertelt over de comedians die hij op YouTube ontdekt, maar ook over verveling. Morgen gaat hij een extra dag vrijwilligerswerk doen. En wie weet: toch ook mee naar Zappanale.
Na de lunch heb ik contact met de secretaresse van de nieuwe leidinggevende. Maandag 3 februari spreek ik de baas om 15.00 uur in Apeldoorn. Dan gaan we eerst kennismaken en ik hoop dat we het ook kunnen hebben over mogelijke klussen. Ik weet er wel een paar.
Ik loop naar buiten en doe een boodschapje op de Eglantier. In mijn hoofd allerlei deunen van The Doors. Waarom? Thuis: even geen internetverbinding. Nou ja, dan eerst maar eens de bloemkool ontbeesten en blancheren. Ondertussen lezen.
Eten: curry van bloemkool met postelein en rode peper en (Beierse) worst. De curry lukt goed. Erbij komt een salade van bladsla, komkommer, tomaat, rode ui en milde geitenkaas.
We zijn redelijk vroeg klaar met eten. Ik krijg zin om muziek te draaien (echt!), maar ik wacht. Ik kan wachten. Wachten tot ik alleen ben. Bovendien: E zit aan de pc een serie te kijken. Het geluid staat aan. Ik hoor het goed. Dat is niet erg (!), maar dan moet ik niet iets anders erdoorheen doen. Lezen lukt wel.
Ik lees Theroux over een bezoek aan Kanton en hoppa: in mijn hoofd Canton (door de groep Japan).
We eten de laatste tijd nogal eens druiven die ik voor een prikkie bij de Turkse winkel haal. Bij de gewone supermarkt haal ik dadels. Op de verpakking staat: ‘Ready to eat & zonder pit’. Leg uit.

Zondag 26 januari
Ik slaap uit. Pas om half elf ben ik beneden en typ ik dit in. Hoe is het toch allemaal mogelijk?
We gaan vandaag koffie maken op een ‘ouderwetse’ manier. Laten we de cafetière weer gaan gebruiken! Gisteren vond ik in de supermarkt een pond espressobonen voor iets meer dan vier euro. Mooie prijs. Het malen van de bonen maakt een hels kabaal, dus deze methode is niet zo geschikt voor ’s morgens vroeg als er nog onschuldige medebewoners liggen te slapen. Hoe de cafetière ook weer werkt, is even een puzzel, maar de derde poging levert verdomd goede koffie op, al zeg ik het zelf.
Na de lunch voel ik me toch weer onrustig. Ik maak een wandeling langs de Matenpoort, het kanaal en een stukje door het Kanaalpark. Het is koud buiten, maar mooi om te lopen.
Weer thuis begin ik aan het eten. Ik braad een rollade, maak salade van Chinese kool, mandarijnen en yoghurt, en waag me aan een rösti van pompoenrasp en ui. De groentehakker die ooit bij de staafmixer geleverd zat, doet z’n werk. De rösti wordt geen mooie pannenkoek, maar een rulle smurrie. Toch smaakvol. Na het eten maak ik E’s lunch voor morgen: linzensalade met tomaat, rode ui en gefruite knoflook.
Later op de avond lees ik Brazil uit. Mooi boek, mooi land, beetje ver weg. Paul Theroux’ China per trein is de volgende uitdaging. Ik heb het boek gekocht in 2000 en geloof dat ik ‘m voor de derde keer lees. Dan moet-ie goed zijn.

Zaterdag 25 januari
Tien weken geleden. Dan ga ik nu de elfde week in. Ik zucht en sta op.
Koffie. Ik beantwoord en stuur wat mail. Dan ga ik op de fiets wat boodschappen doen. Aansluitend loop ik met E naar het winkelcentrum vlakbij. Bij de fietsenmaker is de keus snel gemaakt (E had het voorwerk op internet gedaan): een Batavus Mambo Deluxe.
Thuis een lunch; dan moet ik even naar buiten. Ik loop naar de Turkse winkel voor wat vergeten spulletjes. Om 16.00 uur halen we de nieuwe fiets op. Mooi ding. We rijden naar De Eglantier en kijken daar in wat winkels naar geschikte fietstassen. Nog niets.
Tegen half zes zijn we thuis. Ik begin met het voorbereiden van avondeten. Dat merk ik: ik moet iets doen. De tijd dat ik uren kon zitten en alleen maar voor mij uit keek is voorbij. Ik bak uien en snijd een rest knolselderij. Litertje bouillon erop, twintig minuten koken en pureren. Dan valt Heidi binnen. Altijd gezellig. Het vraagt wel veel energie van mij. Als ze is vertrokken, maak ik de soep af: ik bak kastanjechampignons en snijd bosui. Ook bak ik hamburgers. Het is zaterdag.
Om half negen voel ik dat ik moe ben. Terwijl de droger in mijn nek loeit, lees ik. Dat is vreemd: eerder stond de droger alleen maar aan ’s nachts en ’s avonds als ik achter de pc zat; nu is het een middel dat me rustig maakt. Vergelijk het met de baby die in slaap valt als de stofzuiger aan staat.
Verhip, ik ben vanmiddag mijn medicatie vergeten. Gebeurt me (te) vaak, de laatste tijd.
Later op de avond een bijzonder moment. Ik lees in mijn boek en tegenover mij zit De Vrouw (DV) aan dezelfde tafel verstelwerk te doen. Zo zet ze de knoop weer aan mijn jas. Ik krijg tranen in mijn ogen van zo veel huiselijk geluk, zet mijn leesbril af en laat dit tafereel goed tot me doordringen. Sentimentele lul.

• • •
 

23-01-2014

De schrijver (6)

Filed under: Publicaties voor FOK! - 2014 — bazbo @ 10:03

De schrijver bleef voor het huis staan kijken.

(more…)

• • •
 
« Vorige paginaVolgende pagina »