bazbo – de wereld van Bas Langereis, het middelpunt der aarde

Bas Langereis leest u voor!

18-08-2019

Draai hier al je vinyl uit je platenkast – zondag 18 augustus 2019

Filed under: Muziek - Draai al je vinyl — bazbo @ 20:19



bazbo 0760: Wim Sonneveld – De Kat Van Ome Willem
Dit was een van onze lievelingsplaatjes. Ik kan me herinneren dat Onze Vader thuis kwam met dit plaatje. Het komt uit 1968. Toen was ik drie, dus in hoeverre die herinnering reëel is, weet ik niet. Officieel is dit een lied door Wim Sonneveld met Hetty Blok, Leen Jongewaard, De Jonkies en Orkest o.l.v. Harry Bannink. Het was een gewaagd lied, vooral door de zin: ‘Hij wil alleen maar op een Franse bak’, waarop Leen Jongewaard uitroept: ‘Kouwe kak!’ Als kind vonden we dat natuurlijk maar wat leuk. Toen we ietsjes ouder werden, werd het nóg leuker. De koffergrammofoon van mama had vier snelheden: 78, 45, 33 en 16. Die 16 toeren was voor vertel- en instructieplaten, maar die hadden we niet. Wel klooiden we met de platen op verschillende snelheden. Als je liedjes van een elpee op 78 toeren draaide, kreeg je van die smurfenstemmetjes, dat was lachen. Het lachen werd echter nog luider toen we ontdekten dat als je het singeltje van De kat van Ome Willem op 16 toeren draaide. Dan hoorde je: ‘Dùùùùh kùùùùùt van Ome Willem.’ Wat het precies was, wisten we niet, maar dat het vies en dus grappig was, was wel duidelijk. Op kant 2 staat Op de step, ook een klassieker. En het is allemaal nog mono ook.

0760



bazbo 0759: Wim Sonneveld & solisten uit de TV-show – Katootje
Dit komt uit 1963. De Zoon is hier toevallig op visite en vraagt zich werkelijk af wat hier nou zo leuk aan was. Ik leg geduldig uit dat het hier gaat om de herhaling van gezongen zinnen, die herhaling bouwt steeds verder uit waardoor het steeds langer wordt: een vorm die veel voorkwam in liedjes van vroeger. Toen de mensen nog weinig radio en geen tv hadden, zong men in huiskamers en cafés en dan waren dit soort liedjes waarbij iedereen kon meezingen populair. Dit liedje zat in de televisieshow van Wim Sonneveld en het zal een soort intermezzo tussen zijn conferences zijn geweest. De B-zijde Drie Schuintamboers is iets soortgelijks (met Marco Bakker), maar dan nog met een boodschap ook. Ik vroeg me altijd af wat schuimtamboers waren en pas later ontdekte ik dat die zangers niet duidelijk articuleerden.

0759



bazbo 0758: Wim Sonneveld – Verliefd Op Juffrouw Van Dam
Een mono-opname uit 1958. Dit zijn vier liedjes, kinderliedjes volgens mij. Als kind vond ik vooral Marjolijne en De koningin van Lombardije erg leuk. Blik op het label: jawel. Tekst van Annie M.G. Schmidt. Van de andere twee liedjes is het titelliedje wel aardig en het Liedje met bloemen nogal drakerig.

0758



bazbo 0757: Wim Sonneveld – Frater Venantius
Aha, een klassieker! Nog controversieel ook, voor die tijd. Dit komt uit een televisieshow van het Grand Gala du Disque uit 1963. Een jaar later verscheen deze single. Ook deze doet het heel aardig op Discogs: €4,00. Achteraf snappen we natuurlijk geen bal van de controverse, het is allemaal eerder flauw en belegen. Toch leuk om weer eens terug te horen.

0757



bazbo 0756: Wim Sonneveld – Een Avond Met Wim Sonneveld
Jaa, dit was lachen! Mijn moeder had een enorm zwak voor Wim Sonneveld. Zal wel komen doordat hij uit dezelfde buurt in Amsterdam kwam als zij. Op dit plaatje uit 1966 draaiden we veel. Op de voorkant staat Kroketten, het beroemde verhaal over een restaurateur, geschreven door Simon Carmiggelt. De achterkant vond ik altijd nóg leuker: Dag man, achter het loket. Er is slechts één versie van dit singeltje en volgens Discogs kan ik er wel €4,99 voor vangen.

0756



bazbo 0755: Toon Hermans – Vader Gaat Op Stap
Premieplaat 1965. Als je voor ten minste vijf gulden aan grammofoonplaten kocht, dan kon je dit plaatje erbij kopen voor slechts f1,95! Je was gek als je het niet deed. Mijn vader en moeder waren niet gek. Het was een mooi jaar. Ik werd dat jaar geboren, bijvoorbeeld. De A-kant draaiden we veel, want dat vonden we vel geinig, al snapte ik als kind niet veel van de ietwat ondeugende tekst. B-zijde Stilte zei me weinig en ik begreep de eindgrap ook niet. Nu ik het terug hoor, is het helemaal geen eindgrap, maar is er gewoon te weinig ruimte op het plaatje voor een langere conference.

0755



bazbo 0754: Toon Hermans – One Man Show (deel 1)
Mijn moeder was nogal gek met Toon Hermans en mijn vader ook. Er stonden ook wat elpees in de kast, weet ik nog. Die elpees staan er nog of zijn ergens anders. Ik heb de singeltjes. Dit is een eerste deel van een onemanshow, opgenomen in 1958. Op kant 1 staat het bekende lied Mediterranee en op de achterkant twee liedjes. De muzeman heb ik nooit wat aan gevonden, maar De wind was er weer eentje in de stijl van ‘spelen met taal’. Daar hield en houd ik van. Later vond ik de meeste teksten (vooral de conferences) van Hermans niet meer zo interessant, maar van sommige pareltjes kan ik nog steeds vrolijk worden. Op de achterkant van het hoesje zit een sticker met een prijs: 6.25. Dat vind ik nogal duur voor die tijd. Ik kocht in 1978 mijn eerste singeltjes en die waren zo rond de vijf of zes gulden. Dat is wel bijna twintig jaar later.

0754



bazbo 0753: Jules de Corte – Levensliedjes (Volume 1)
Komen we nu aan het hoekje ‘cabaret/cabaretesque’ in de kleine 45-toerenverzameling van mijn ouders. We beginnen met deze. Hierop staan vijf ‘levensliedjes’, die knap in elkaar zitten. Het plaatje is uitgegeven in 1957, maar wij hebben een versie van een jaar later. De drie liedjes op de A-zijde zijn aardig, maar halen het niet bij wat we op de B-kant vinden. Inderdaad: de klassieker Ik zou wel eens willen weten. Maar voor mij is De vogels nog veel beter. Als kind hoorde ik hoe je kon spelen met taal en tekst in een liedje. Het was een verhaal, nog geestig ook en als ik het allemaal goed begreep, dan ging het ook over actualiteit en politiek en over die domme volwassen mensen.

0753
• • •
 

16-08-2019

Draai hier al je vinyl uit je platenkast – vrijdag 16 augustus 2019

Filed under: Muziek - Draai al je vinyl — bazbo @ 19:44



bazbo 0752: Caterina Valente – Tschau Tschau Bambina
Dit is dan weer een afknapper van jewelste. Het liedje is niet zo mooi als Ganz Paris, vind ik. Het kan ermee door. Maar het allerergste is dat er een hap uit het plaatje is. We moeten dus zo’n halve minuut in het liedje instappen. Gelukkig is het pakkende refrein dan nog niet geweest. Ook gelukkig is dat Caterina (ik zocht me ongans en ontdekte toen dat er geen h tussen de t en e moet staan) niet in het Duitsch zingt, maar in het Italiaans. Op de B-kant staat het lied Liebe Kommt Und Liebe Geht en heb je het ooit zo Salz gevreten? We hebben hier een Nederlandsche productie op Decca uit 1959. Wat die stickertjes op het etiket doen, weet ik niet. Wie van mijn ouders zou er zo creatief zijn geweest in die tijd?

0752



bazbo 0751: Caterina Valente – Ganz Paris Träumt Von Der Liebe
Dit is voor mij ook een klassieker. Ik moet zeggen dat nu ik hem voor het eerst sinds bijna veertig jaar weer hoor, ik een beetje kriebels in mijn buik krijg. Kun je verliefd worden op basis van een stem en een liedje? Caterina Valente was een Italiaanse zangeres, geboren in Parijs, lees ik. Dat snap ik niet. Dat ze werd geboren op 14 januari 1931 snap ik dan weer wel. Zou ze nog leven? Even googlen. Ja, ze leeft nog. Dit liedje is een vertaling van Cole Porter’s I Love Paris en er gingen bijna een miljoen exemplaren van over de toonbank. In 1954 welteverstaan. We hebben een Duitsche versie, met op de B-kant Wenn Es Nacht Wird In Paris. Ook mooi, maar lang niet zo mooi als het lied waar het allemaal om gaat en waardoor ik een beetje verliefd werd op een vrouw van bijna 89.

0751



bazbo 0750: Jo Stafford – Thank You For Calling
Klassiekertje. 1954! Ik krijg een beetje kippenvel. Mooi liedje. Ga ik mijn Zoon van 27 proberen uit te leggen hoe toen een telefoon werkte? Op de B-kant staat Where Are You?, dat me niet zo veel doet.

0750



bazbo 0749: Alberto Semprini – Nel Blu, Dipinto Di Blu
Ik kon me dit plaatje niet herinneren, maar nu ik hem draai weer wel. Ook De Vrouw zingt hem zo mee. Het liedje op de A-kant staat dan ook beter bekend als Volare. Wat we hier hebben, is een Italiaans product uit 1958, met op de B-zijde het lied Lazzarella, uitgevoerd door Domenico Modugno. Er is ook een versie op blauw vinyl, maar wij hebben hier gewoon dat oude vertrouwde en ietwat saaie zwarte. Alberto Semprini werd geboren op 27 maart 1908 in Bath, als zoon van Italiaanse ouders. Hij ging muziek studeren in Milaan, startte in 1934 een carrière als pop- en jazzmuzikant en overleed op 19 januari 1990 in Brixham. Dat u het even weet. Ik weet wel dat ik dit nog altijd een leuk plaatje vind.

0749



bazbo 0748: Chris Scheffer – The Holy City
Chris Scheffer. Zou hij nog leven? Dit plaatje zat altijd in de verzameling van mijn ouders, maar we draaiden hem nooit. Nu ik hem draai, weet ik dat ik niet veel heb gemist. Scheffer zingt samen met het Henk van de Velde’s Meisjeskoor en krijgt begeleiding van Piet van Egmond op orgel. Op het repertoire staat behalve het titelnummer ook Ave Maria (Schubert), Panis Angelicus (Franck) en Agnus Dei (Bizet). Niet de minsten. Toch vind ik het niks. Dit is een Nederlandsch fabrikaat uit een onbekend jaar; zowel Discogs als 45cat weten het niet. YouTube bevat niets van deze Chris Scheffer. Laten we het op eind jaren vijftig houden en snel doorgaan met het volgende plaatje.

0748



bazbo 0747: Trio Los Paraguayos – Malagueña
Hoor ons meezingen! Dit was een zeer favoriet plaatje in mijn jongensslaapkamer. Grijsgedraaid, dit. Toch klinkt-ie nog heel goed. Dat kunnen we van de B-zijde Serenata niet zeggen, daar staan de krassen diep in. Die slaat ook nogal over. Goh. Plaatje komt uit 1956 en we hebben hier een Nederlandsche versie uit dat jaar. Ik zing weer even mee:

0747
• • •
 

B-log: 17 t/m 23 augustus 2019

Filed under: B-log 2019 — bazbo @ 07:56



Vrijdag 23 augustus:
Kwart over zes wakker en op. Kwart voor acht gaan we de deur uit en lopen we naar het station. Een uurtje later zijn we in Deventer bij onze financieel adviseur. We organiseren iets wat we gaan doen om over dertien jaar meer ‘rendement’ te hebben van ons spaargeld en dat kunnen we dan weer gebruiken als aanvulling op onze oudedagvoorziening. (Leuk scrabblewoord: ‘oudedagvoorziening’, de spellingscontrole keurt het nog goed ook, dit in tegenstelling tot het woord ‘scrabblewoord’; blijkt dat dat met een hoofdletter moet – logisch, als je er bij stilstaat.) Op de terugweg naar het station lopen we een enkele winkel in en rond het middaguur zijn we weer terug in het zo majestueuze Apeldoorn. Op een terras in het centrum lunchen we. Erna ga ik op de fiets het groentepakket ophalen en doe ik wat kleine boodschappen in een supermarkt (die eerder altijd een mooi assortiment biologisch spul had; welnu, dat assortiment is plots heel veel kleiner). Inmiddels is het buiten heel warm geworden. Op het balkon lees ik The Big Note (Charles Ulrich) uit. Wat een geweldig en enorm grondige studie van de Zappa-elpees is het, zeg. Ik weet niet hoe veel feiten voor mij nieuw zijn; vooral de uiteenzettingen over de allereerste platen (1966-1969) zijn uitgebreid en interessant en ik heb inmiddels weer heel veel zin om veel van Zappa’s werk te draaien. Zes uur trekken we geen jas aan, maar wel de deur achter ons dicht. Ik loop naar een restaurant aan de andere kant van het centrum; De Vrouw gaat op de fiets. We ontmoeten Robert en Marja en eten allerlei tapas: mooie smaken, veel verhalen en gezelligheid. Kwart over tien zitten we nog buiten op het terras en nemen we afscheid. Ik wandel terug naar huis. Daar kletsen we nog wat na en iets na elf uur ga ik naar bed.
Muziek vandaag: Piano Portraits (Rick Wakeman)



Donderdag 22 augustus:
Toch weer wat minder goed geslapen. Vooral de laatste uren van de nacht ben ik veel wakker. Als ik dan net wat ben ingeslapen, gaat de wekker. Op de werkplek vandaag weer fijn aan de slag en ik krijg nog veel af ook. Tussen de middag wandel ik door veld, bos en zon. Het is mooi weer weer. In de middag krijg ik nog meer werk af. Zes uur thuis. De Vrouw serveert een schotel van runderreepjes met veel groente. We praten fiks bij. Erna was ik af en bel ik Onze Vader. Het gaat goed met hem, zegt hij. Zaterdagmiddag ga ik bij hem op bezoek om bij te kletsen. Vervolgens ga ik een ronde hardlopen. Het is warm en het gaat niet heel goed, maar met wat wandelen tussendoor is het fijn te doen. Als ik door een park ren, kom ik langs een bankje waarop en waarnaast een drietal grijzige zwerverige mannen zit. Eentje zegt: ‘Hallo.’ Ik zeg bij het passeren: ‘Hai.’ Een ander roept: ‘Todd Rundgren, man! Dat is Todd Rundgren!’ Genoeg om de rest van de rentocht me rot te lachen. Thuis lees ik op het balkon en als het donker is werk ik binnen de webstek bij en lees ik nog wat tot het tien uur is geweest.
Muziek vandaag: The Tooth Mother (Mick Karn)



Woensdag 21 augustus:
Beter geslapen. Pas om zeven uur echt wakker. Anderhalf uur later heb ik al wat werkzaamheden voor de Kap gedaan en nog weer een kwartiertje later ben ik ter plaatse. Kwart over elf heb ik er veel gedaan en nog een overleg gevoerd ook. Via de biowinkel wandel ik door de zon terug. Gelukkig tref ik De Vrouw nog even; niet veel later gaat zij naar haar werk. Ik lees, lunch, wandel naar een supermarkt voor kleinigheidjes, lees en werk nog wat voor de Kap. Kwart over vijf is dat klaar. Ik maak eten voor mijzelf. Er zijn nog een paar kastanjechampignons, er is bosui, courgette en paprika en er is parmesan. Appeltje, eitje. Al komt er aan het gerecht geen appel en ei te pas. De afwas van vandaag is ook een eitje. Ik werk de webstek bij, inclusief wat archiveringswerk, lees en luister. Eerst op het balkon, als het te donker wordt ga ik naar binnen. De Vrouw is er om half negen en ik ga slapen om tien uur.
Muziek vandaag: A Meeting Of Spirits (Gary Husband), Zëss (Magma), Flying Teapot (Gong), The Bell (iamthemorning), 50 Live (Yes), Live at WOMAD 1985 (Nusrat Fateh Ali Khan and Party), Cloud About Mercury (David Torn)



Dinsdag 20 augustus:
Opnieuw niet zo goed geslapen. Nare dromen maken me een paar keer wakker. Verder alles oké. Op de werkplek meer van hetzelfde: de vakantierust tiert welig. Tussen de middag wandel ik door bos en zon. Ook in de middag vakantierust. De stadsbus is laat; ik mis de aansluiting met de streekbus en die streekbus is ook weer laat. Pas even voor half zeven ben ik thuis. De Zoon komt vlak na mij binnen en De Vrouw serveert een ovenschotel van kip met spek en groente. Toe is er het restant fruitsalade van cantaloupe en aardbeien en alles gaat op. De afwas is te overzien en erna ga ik hardlopen. Het gaat redelijk, maar ik ben nog niet op het oude niveau (lees: niveau nihil). Op het balkon lees ik onder andere de krant en om negen uur ga ik naar binnen, want het is donker. Daar werk ik de webstek bij, lees ik nog een stukje en luister ik tot het kwart over tien is.
Muziek vandaag: Manifesto Of An Alchemist (Roine Stolt’s The Flower Kings)



Maandag 19 augustus:
Niet zo heel goed geslapen, maar ik sta goed op. Op de werkplek van alles te doen. Niet dat ik het doe. Niet dat ik niets doe, maar ik doe niet alles. Graag laat ik ook iets over aan een ander. Tussen de middag wandel ik door bos, veld en zon, ook al waait het af en toe fors en zijn de luchten bij vlagen donker. In de middag doe ik ook van alles, maar niet alles. Half zes thuis. Ik maak eenvoudig avondeten: kastanjechampignons bakken, courgette en aubergine erbij en dan de tomatensaus van donderdagavond eroverheen. Boel kaas erbij en het is een uitstekend maal. De afwas is zo gedaan. Ik werk de webstek bij, inclusief wat archiefwerk, en lees op het balkon. Negen uur is het donker en ik lees verder in de woonkamer. De Vrouw is er om tien uur nog niet en ik ga naar bed. Was dit een beetje blog?
Muziek vandaag: het vijfde plaatje uit de doos Consequences (Lol Creme & Kevin Godley), The Universe Also Collapses (Gong), Bestial Cluster (Mick Karn), Spectrum (Billy Cobham)



Zondag 18 augustus:
Pas om kwart voor acht wakker en op. Koffie, webstek, lezen. Meer koffie met De Vrouw. En vinyl. De Zoon is er om kwart over een voor de lunch. Ha, hij snapt geen bal van de muziek die we draaien: de wat cabaretesque plaatjes uit de singeltjesverzameling van mijn ouders en dan vooral liedjes van Wim Sonneveld, waaronder Katootje en De kat van Ome Willem. Na de lunch volgt afwas en stofzuigen. Vervolgens lees ik op het balkon. Eind van de middag maak ik avondeten: de beroemde groentetorentjes uit de oven, een salade van bosui, radijs, koolrabi en komkommer, plus biefstuk met knoflookyoghurtmayo. Na de afwas ga ik hardlopen. Dat gaat niet zo goed. Al snel moet ik wandelpauze houden. Ook zit er een of andere zenuw dwars; niet dat het pijnlijk is, maar onprettig is het wel. Nou ja. Thuis weer webstek en luisteren en om tien uur kan ik gaan slapen.
Muziek vandaag: Silhouettes (Klaus Schulze), 5 Klavierstücke (Irmin Schmidt), Another Green World (Brian Eno), diverse 45-toerenplaatjes uit de verzameling van mijn ouders (zie Twitterberichten hieronder), Desolation Rose (The Flower Kings)



Zaterdag 17 augustus 2019: naar Gouda
Ik ben om kwart voor zeven op. Koffie en wat webstek archivering. Half negen wandel ik naar de markt voor groente en fruit. Koffie met De Vrouw. Kwart voor elf gaan we naar het station en daar hebben we een rechtstreekse trein die om 12.16 uur aankomt in Gouda. Aar pikt ons op en even later begroet Jolande ons in hun huis. We spenderen een mooie middag aldaar, met veel goed bijpraten, fijn eten en leuke lolligheden. Kwart voor zeven hebben we de trein weer terug. We eten in het restaurant tegenover ons appartementencomplex (dat een week geleden heropend is). Negen uur zijn we thuis. Ik lees de krant, werk de webstek bij en lees en luister en om half elf is het allemaal weer gedaan voor vandaag.
Muziek vandaag: async (Ryuichi Sakamoto), More Than Just A Seagull (Gandalf), het vierde plaatje uit de doos Consequences (Lol Creme & Kevin Godley)

• • •
 

Het went

Filed under: Publicaties voor FOK! - overig — bazbo @ 07:55

Het went is een korte serie van acht afleveringen. In de nazomer van 2013 vroeg ik mij af: ‘Is mijn fictie geloofwaardig?’ en ‘Hoe leuk was het om te schrijven vanuit het perspectief van een jonge vrouw?’ Zo kwam ik op het idee om onder een pseudoniem een verhaal in te sturen. De eindredactie pikte dat verhaal snel uit de bak met ingezonden stukken en plaatste het. Ook kwam de vraag om meer stukken en zie: een nieuwe serie was geboren. Behalve de (toenmalige) eindredacteur weet niemand wie Reina_Lem in werkelijkheid was … (Als je de naam van achteren naar voren leest, staat er: Melanie R, in de bazbowereld beter bekend als Melanie Rugpudding.)  

• • •
 

15-08-2019

Het went (8)

Filed under: Publicaties voor FOK! - overig — bazbo @ 19:19

Er waren niet veel mensen op de begrafenis van Nel. De stoet over het kerkhof was dan ook heel kort. Vier mannen in zwarte pakken duwden de kist, gevolgd door een statige meneer. Dat was vast iemand van de uitvaartonderneming. Daarachter kwamen de familieleden en bekenden.
Ik zag een man voorop lopen met een vrouw aan de arm. Achter hen aan kwamen twee jongeren van een jaar of twintig. Verder twee of drie mensen van de leeftijd van Nel. Dat was het. Aan het eind van de rij liep ik, aan de arm van Dennis.

‘Het is koud hier,’ fluisterde ik.
‘Mwoa,’ zei Dennis.
We stopten en gingen in een kring om een gat in de grond staan. De kist werd ernaast gezet.
De man die voorop had gelopen, nam het woord. Wat hij zei, kon ik niet verstaan. Het waren een paar zinnen. Hij gaf een teken en de vier zwarte pakken lieten de kist in het gat zakken. Vervolgens pakte hij wat zand van een bergje en gooide dat in het graf. Toen liep hij zwijgend weg.

‘Dag Nel,’ fluisterde ik toen wij aan de beurt waren. ‘Je was lief. Ik vond het fijn om af en toe bij je op bezoek te komen. Je mooie verhalen zal ik niet vergeten. Ik zal je missen.’
Er liep een traan over mijn wang. Ik voelde dat Dennis in mijn hand kneep. Nog één keer keek ik in het gat. Toen draaide ik me om en liepen we achter de anderen aan.
‘Waar moeten we nu heen?’ vroeg Dennis.
‘Naar de lunchroom. Daar kunnen we condoleren.’
‘De lunchroom?’
‘Ja, het was de plek waar Nel graag was als ze buiten de deur ging. Je weet wel, de lunchroom aan de rand van het park.’
‘O, die.’
We kwamen bij onze fietsen en stapten op.

‘Dag,’ zei de meneer die voorop had gelopen. ‘Goed dat jullie zijn gekomen. Ik ken jullie niet; ik zal me voorstellen. Ik ben Henk, de zoon van Nel.’
We schudden zijn hand. ‘Reina,’ zei ik. ‘Gecondoleerd.’
‘Dank je.’
‘Dennis,’ zei Dennis. ‘Gefeliciteerd.’
Ik duwde mijn elleboog in Dennis’ zij.
‘Au. O, eh … gecondoleerd. Verkeerd. Sorry.’ Dennis had een rood hoofd.
‘Het geeft niet,’ zei Henk met een glimlach. ‘Zo’n begrafenis is altijd ongemakkelijk.’
‘Joa.’
‘Hoe kenden jullie Nel? Jullie zijn van een heel andere generatie.’
‘Ik heb haar hier een paar maanden geleden op de hoek van de straat ontmoet,’ vertelde ik, ’toen het zo stormde. Haar boodschapjes waren over straat gerold en ik hielp met oprapen. Toen bood zij een kop koffie aan. Hier, in deze lunchroom, was dat. We hebben de hele morgen zitten kletsen.’
‘Ja, zo was moeder. Altijd in voor een praatje.’
‘Sindsdien ging ik iedere week even bij haar langs. Toen ze twee weken geleden werd opgenomen in het ziekenhuis, zijn Dennis en ik nog een paar keer op bezoek geweest. Ik schrok toen ik de advertentie in de krant zag.’

‘Dame, heren. Wat mag het zijn?’ klonk opeens de stem van iemand anders. ‘Kan ik een koffie voor u inschenken?’
Ik keek op. De jongeman met de koffiepot in zijn hand droeg een mooi zwart kostuum. Zijn gezicht was gladgeschoren en hij had zijn halflange haar netjes gekamd met een scheiding links. Het was een knappe knul.
‘Hé dag,’ zei hij. ‘Jij bent de leuke Reina, toch?’
Ik bloosde. ‘Klopt.’
‘Jullie kennen elkaar?’ vroeg Henk.
‘Die keer dat ik hier met Nel zat,’ legde ik uit, ‘heeft hij ons bediend.’
‘Wat mag het voor jullie zijn?’
‘Thee graag.’
‘Voor mij ook,’ zei Dennis. ‘Met veel suiker.’

We gingen zitten.
‘De cake is klef,’ zei Dennis.
Ik moest grinniken.
‘En waar moeten we zometeen heen?’ vroeg hij.
‘Nergens heen. We gaan nog een keer een hand geven en dan is het klaar.’
‘En dan?’
‘Dan niets.’
‘O.’
‘Of zullen we nog even … heb jij de rest van de middag wat te doen?’
‘Neu.’
‘Rondje lopen door het park?’
‘Is goed.’

Het was koud, maar de zon scheen. Er waren niet veel mensen in het park. Het park is groot. Ik kan best een stuk alleen lopen, maar soms ben ik moe. Dennis vond het goed dat ik hem af en toe bij de arm pakte. We zeiden niet veel, maar wandelden in stilte en keken om ons heen.
‘Wie was die gozer?’ vroeg hij opeens.
‘Welke gozer?’
‘Die in de lunchroom.’
‘Dat was Roy.’
‘O.’
‘Ik ben hem later nog eens tegengekomen in het café.’
‘Ben je met hem uit geweest?’
‘Nou, nee. Dat niet. We kletsten wat.’
‘Is het een ex van je?’
‘Dennis, hou op! Je lijkt wel jaloers.’ Ik moest lachen. ‘Ik kwam hem gewoon tegen in de kroeg. Hij wilde een praatje maken. Ik was juist erg onaardig tegen hem, want ik herkende hem niet en dacht dat hij vervelende toenadering zocht. Toen zei hij dat hij bij de lunchroom werkt en mij daarvan herkende. Dat was echt alles, hoor.’
‘O.’
‘Bovendien: hij is getrouwd, weet ik.’
Dennis zuchtte.
‘Opgelucht?’
Hij zei niets en knikte ook niet. Ik grinnikte weer.
‘Kopje thee bij mij thuis?’ vroeg ik voorzichtig.
Nu knikte hij wel.

Ik schoof wat dichterbij. Dennis bewoog ongemakkelijk, maar bleef op zijn plekje. Hij kon ook niet verder van mij af, want hij zat strak tegen de zijleuning van de bank aan.
‘Zitten we dan,’ zei ik.
‘Joa.’
‘Fijn dat je met me mee wilde vandaag.’
‘Graag gedaan. Ik kende Nel toch ook een beetje.’
‘Dat bedoel ik niet.’
‘O.’ Hij keek naar de vloer.
‘…’
‘Wat bedoel je dan?’
‘Ik vind het fijn als je bij mij bent.’
‘O.’
‘Je bent lief,’ zei ik.
‘Jij ook.’
‘Je bent stoer.’
‘Jij ook.’
‘Je bent grappig.’
‘Jij ook.’
‘Je valt steeds in herhaling.’
‘Jij ook.’
We moesten allebei lachen en keken weer voor ons uit. Ik zuchtte. Dennis ook. Weer lachen. We keken elkaar aan. Ik legde mijn spastische hand op zijn been. Hij schrok en keek de andere kant op.
‘Dennis?’
‘Joa.’
‘Ik wil je een kus geven.’
‘O.’
‘Dat je niet schrikt.’ Ik legde mijn goede rechterhand op zijn linkerwang en draaide zijn gezicht naar me toe. ‘Hier.’ Onhandig en bevend drukte ik mijn lippen op die van hem. Heel even bleven we zo zitten. Toen boog ik mijn hoofd. ‘Ik wil heel dicht bij jou zijn.’
‘…’
‘Dennis? Heb jij ooit … met een meisje?’
‘Nee. Jij bent de eerste die mij zoent.’
‘Hou mij ’s vast. Je bent lekker warm.’
Ik voelde zijn trillende arm om mij heen.
‘Voor mij is het ook nieuw en eng,’ vertelde ik.

Waar ik altijd in mijn hoofd zo’n probleem van had gemaakt, waar ik zo lang naar had verlangd, maar waar ik zo onzeker en angstig over was geweest, ging uiteindelijk heel liefdevol en bijna vanzelf. Dennis stond het toe dat ik hem aanraakte. Hij was zacht, lief, voorzichtig, zenuwachtig. We waren er allebei onhandig in, maar hielpen elkaar. Het ging er heel teder aan toe.
We pasten samen maar net in mijn smalle bed. Na afloop vielen we in slaap. Toen ik mijn ogen weer opende, lag ik naast hem, met mijn rechterarm om zijn buik heen. Hij lag stil, zo te zien sliep hij nog. Ik voelde me even heel gelukkig.
‘Samenzijn met jou zal lastig worden,’ fluisterde ik voor mij uit. ‘Maar …’
‘Maar?’ vroeg Dennis. Hij was toch wakker en keek mij vragend aan. ‘Maar wat?’
‘Maar ik denk wel dat het went.’

=

(Ik denk dat dit voorlopig even mijn laatste verhaal is. De komende tijd heb ik wat leukers te doen, hihi. Bedankt voor het lezen, allemaal! Groetjes,
Reina)

Hier lees je ‘m op FOK!.

• • •
 

Het went (7)

Filed under: Publicaties voor FOK! - overig — bazbo @ 19:14

‘Zo, is dat zeikwijf er ook weer?’
Ik wist niet wat ik hoorde en draaide me om op de barkruk. Het was Wesley. Hij keek me triomfantelijk en spottend aan. Mijn adem stokte. Ik kreeg geen woord over mijn lippen.
‘Wat is dat voor kutopmerking?’ riep Vanessa boos.
‘Bemoei je d’r niet mee, vieze pot.’ Wesley keek Vanessa aan alsof ze een hoop stront was. ‘Ik had het tegen dit broekpissende gedrocht hier.’ Hij wilde zich weer tot mij wenden, maar had buiten Daisy gerekend.
‘Reina, doe nog eens net of je schrikt,’ zei die.
Ik gooide de inhoud van mijn glas cola in het gezicht van Wesley.
‘Sorry,’ zei Daisy. ‘Kan ze niets aan doen. Ze is een beetje spastisch.’
‘Kutwijven,’ zei Wesley. Hij draaide zich om en droop af.

De tranen stroomden me over de wangen. Sommige dingen wennen niet, hoe graag ik het ook zou willen.
‘Reina?’ vroeg Daisy. ‘Wat was dat voor knul?’
Snikkend vertelde ik haar over een vorige keer dat we hier in de kroeg zaten. Daisy was toen eerder weggegaan en Vanessa stond buiten te roken. Wesley leek een aardige jongen en praatte met mij. Ik moest heel nodig naar de wc, maar durfde niet op te staan omdat ik bang was dat hij dan zou zien dat ik een handicap heb. Tot mijn grote schaamte heb ik toen in mijn broek geplast. Daar kwam hij nu op terug.
‘Je had hem die cola met glas en al in zijn smoel moeten smijten,’ zei Daisy.
‘Mogen we het vergeten?’ vroeg ik.
‘Inderdaad,’ zei Vanessa. ‘Die gozer is het niet waard dat we nog een woord aan hem wijden. Waar hadden we het over?’

‘Je had het over die Nel,’ zei Daisy. ‘Het gaat niet goed met haar, zei je.’
‘Klopt.’ Nel was de oude vrouw die ik een tijd geleden op straat ontmoette en die ik tegenwoordig af en toe bezocht. Ze kwakkelde met haar gezondheid en begin deze week was ze met een longontsteking opgenomen in het ziekenhuis. ‘Vanmiddag ben ik op het bezoekuur geweest. Ze had heel veel moeite met ademhalen en praten. Het gaat écht slecht. Ik hoop dat ze nog beter wordt.’
‘Dat hoop ik ook,’ zei Vanessa. ‘Krijgt ze veel bezoek?’
‘Nee. Ze heeft weinig tot geen contact met haar kinderen en er zijn eigenlijk geen andere mensen om haar heen. Ik was er alleen met Dennis.’
‘Dennis?’ vroeg Daisy. ‘Wie is dat?’
‘Een jongen. Ik ben hem tegengekomen bij de kinderboerderij in het park. Daar doet hij vrijwilligerswerk.’
‘Is het wat?’ vroeg Vanessa.
‘Hoe bedoel je: is het wat?’
‘Nou, gewoon. Wordt het wat met hem?’
Ik geloof dat ik een rood hoofd kreeg.
‘Daisy, volgens mij zijn wij hier wat moois op het spoor,’ lachte Vanessa.
‘Nee! Ech nie!’ riep ik uit.
‘Ja ja,’ plaagden de meiden mij. ‘En? Hebben jullie al …?’
‘Al wat?’
‘Nou gewoon, hebben jullie al?’
Het was alweer een ouderwets leuke avond. ‘Nee,’ zei ik. Ik dacht aan Dennis en dat hij niet graag had dat andere mensen aan hem zitten. ‘We hebben nog niet.’

De deur van het café ging open en er kwamen drie jongens binnen. Degene die duidelijk de jongste was liep voorop en kwam meteen naar mij toe.
‘Hoi Reina,’ zei hij en hij gaf me een kus op mijn wang.
‘Dit is toch niet toevallig die Dennis, hè?’ vroeg Vanessa. Ze boog naar mij toe en fluisterde in mijn oor: ‘Leuke knul, voor zover ik het kan beoordelen. Maar wel een beetje jong.’
‘Haha, nee,’ lachte ik. ‘Dit is Jens. Mijn jongere broertje.’
‘Moet je er altijd bij vertellen dat ik jonger ben?’ zei Jens met een geïrriteerde trek om zijn mond.
‘Sorry,’ zei ik. Ik draaide me naar Vanessa en Daisy en zei luid: ‘Dit is Jens. Mijn broer!’
‘Dat is al beter,’ lachte Jens. Hij gaf de meiden ieder een hand.
‘En wie heb je daar bij je?’ vroeg Daisy. Ze wees naar de andere twee jongens.
Ik draaide me om en zag nu wie het waren. Fabian en Jos. Ze waren naar de bar gelopen en wachtten op hun beurt om iets te bestellen. De lach verdween van mijn gezicht.
‘Het is oké, Reina,’ zei Jens zacht. ‘Ze hebben me beloofd dat ze niet rottig tegen je doen.’
‘Dank je.’
‘En ik neem geen joints meer van ze aan.’
‘Ik ben trots op je.’
‘En ik heb dorst.’
‘Ga maar snel naar ze toe, dan.’
Jens gaf me nog een kus en liep toen naar de bar.

‘Maar goed, Reina,’ zei Daisy. ‘We hadden het over die Dennis en of jullie al hadden.’
‘Hè, nou!’ riep ik lachend uit. ‘Laten we het over wat anders hebben!’
Plots werd de stem van Daisy anders. ‘Reina?’ zei ze zacht. ‘Heb jij ooit … met een jongen …?’
Ik kreeg weer een heel rood hoofd en schudde van nee.
‘Gezoend?’
‘Nee,’ zei ik bedeesd en wat verlegen. ‘De ware nog niet tegengekomen. En ook nog nooit méér gedaan. Ben wel benieuwd naar hoe het zou zijn, maar het lijkt me ook best eng en spannend.’
‘Ben je nog maagd? Echt waar?’ vroeg Daisy verbaasd. Volgens mij had ze niet door dat ze bijna zat te schreeuwen. ‘Nog nooit lekker heet geneukt?’
‘Daisy!’ siste ik. ‘Sssst!’
‘Waarom moet het trouwens meteen heet geneuk zijn?’ vroeg Vanessa. ‘Je kunt toch ook gewoon lief elkaar strelen en wat handwerk doen?’
‘Handwerk? Hiermee?’ vroeg ik en ik stak mijn spastische linkerarm omhoog. ‘Hiermee trek ik ‘m niet af, maar trek ik ‘m éraf.’
Vanessa spuugde haar mondvol bier over de tafel. We moesten alledrie gieren van het lachen.

Er gebeurde iets verderop in het café. Bij de bar klonk geschreeuw. Er sneuvelden glazen. Ons gelach verstomde.
‘Klootzak!’ riep iemand. ‘Geef gewoon die drie biertjes!’
We keken. Ik zag Fabian en Jos wild gebaren met hun vuisten. Ze hadden de bediende over de bar heen getrokken en dreigden hem in zijn gezicht te slaan. Jens stond er vlak achter.
‘Reina!’ riep Daisy. ‘Niet doen!’
Het was te laat. Ik was van mijn kruk afgegleden en liep naar het opstootje toe.

‘Ik bestel drie bier en die tap jij.’ Fabian schudde de barman bij zijn shirt heen en weer. ‘En snel of ik ram je kop tegen de toog.’
‘Jens?’ vroeg ik.
‘Bemoei je d’r niet mee, debiel hobbelpaard,’ zei Jos. ‘Straks schop ik je verder verlamd.’
‘Jos, je zou normaal doen tegen mijn zus,’ riep Jens.
‘Jij moet je bek houden!’ schreeuwde Jos. ‘Wij staan ons hier hard te maken dat jij een biertje krijgt en dan moet jij niet een beetje het barmhartige broertje gaan staan uithangen!’
Jens draaide zich naar mij om en nam me bij de arm. We deden een paar stappen naar achteren.

‘Wat is hier gaande?’ klonk plots iemand anders. Het was de grote vent die normaal bij de ingang van het café stond.
‘Ik bestel drie bier en krijg ze godverdomme niet eens,’ zei Fabian.
‘Laat de barman los,’ zei de uitsmijter.
‘Waarom krijg ik dat bier niet?’
‘Ik vroeg naar hun legitimatie,’ legde de barman uit. ‘Die twee zijn achttien, maar die andere is pas zestien.’
‘Klootzak,’ zei Fabian. ‘Hij heeft hier altijd gewoon bier gekregen en nu ineens niet?’
‘Per 1 januari zijn de regels veranderd en daar houden we ons aan.’ De uitsmijter klonk streng.
‘Geef gewoon bier!’ gilde Fabian. Hij gaf de barman een vuistslag in het gezicht.

Jens had me nog verder naar achteren getrokken. Bij de bar ontstond nu een heel gevecht. De uitsmijter had Fabian beetgepakt en zijn arm achter de rug gedraaid. Jos stond met een barkruk in zijn handen op de rug van de uitsmijter in te meppen. Ik zag een mes. De barman bukte hevig bloedend achter de toog.
Plots vloog de deur van het café open en vier agenten stormden naar binnen.

‘Wat een toestand,’ zei Daisy toen de rust was weergekeerd.
We stonden in een heel ander café rond een hangtafel te bekomen van de schrik. Vanessa had bier voor zichzelf gehaald en verder drie cola. ‘Proost,’ zei ze. ‘Gelukkig is het voor ons goed afgelopen.’
‘Inderdaad,’ zei Daisy. ‘Die twee knullen zullen vannacht even kunnen nadenken over wat ze hebben gedaan.’
‘Zit ik aan de cola,’ Jens klonk een beetje sip. ‘Terwijl ik zin had in bier.’
Ik sloeg mijn arm om hem heen. ‘Ach Jens, lief broertje van me,’ zei ik. ‘Weet je …’
‘Weet je wat?’
‘Het went voor je achttien bent.’

Hier lees je ‘m op FOK!.

• • •
 

Het went (6)

Filed under: Publicaties voor FOK! - overig — bazbo @ 19:09

‘Leuk dat je je vriendje had meegebracht,’ zei Nel bij de deur. Ze kreeg weer een hoestbui.
‘Ik ben haar vriendje niet, hoor!’ Dennis klonk bijna boos.
Ik moest lachen. ‘Alles heeft zijn tijd,’ fluisterde ik het oor van Nel, toen ik haar ten afscheid op haar rimpelige wang kuste. ‘Tot de volgende keer.’ Ik kwam ondertussen bijna wekelijks bij haar op bezoek.
Ze gaf me een knipoog. ‘Dag Dennis,’ zei ze. ‘Pas je een beetje op haar vanavond? Het is al donker en je weet maar nooit.’
‘Doe ik,’ antwoordde hij. Hij was al halverwege de galerij.
Ik zwaaide nog een keer naar Nel en liep toen achter hem aan.

Beneden haalden we de fietsen van het slot.
‘En nu?’ vroeg ik.
‘Hoe bedoel je: en nu?’
‘Wat ga jij doen?’
‘Ik ga naar de kinderboerderij,’ zei Dennis.
‘Wat moet je daar? Het is vijf uur geweest.’
‘We hebben er de nieuwjaarsborrel van de vrijwilligers.’
‘O? Leuk! Daar had je nog niets over verteld.’
‘Je had er ook nog niet naar gevraagd.’
‘Dat is waar.’ Ik wist gelijk weer hoe het bij Dennis werkt.
‘Je kunt wel met me mee, als je zin hebt.’
‘Meen je dat?’
‘Anders zei ik het toch niet?’
Ik moest lachen. ‘Dat is ook weer waar.’
‘Nou? Ga je mee?’
‘Ja. Aardig dat je me vraagt.’

Nel en Dennis, ik had ze allebei de afgelopen tijd ontmoet en leren kennen. Nel tijdens de storm van eind oktober, daar heb ik nog een verhaal over gemaakt.
Dennis zag ik voor het eerst toen ik de kinderboerderij bezocht waar hij zijn vrijwilligerswerk doet. Dat was nog niet eens heel lang geleden. Over onze ontmoeting heb ik ook geschreven.
Beiden zag ik nu zo ongeveer wekelijks, soms vaker. En nu had ik Dennis een keer meegenomen naar mijn bezoek aan Nel.

Het was heel donker in het park. Er waren wel lantaarnpalen, maar die stonden een eind uit elkaar, waardoor je van de ene verlichte plek naar de andere moest zien te komen. Het asfaltpaadje slingerde ook nog eens, wat het extra moeilijk maakte. Gelukkig deed de lamp van mijn fiets het wel, die van Dennis niet. Terwijl we reden, zeiden we niet veel.
We kwamen bij een heel donkere plek. Ik kon het pad niet goed zien en minderde vaart. Plots zag ik drie rode puntjes voor mij uit. ‘Wat is dat?’ vroeg ik, een beetje angstig.
‘Volgens mij staan er mensen,’ zei Dennis. ‘Ze staan te roken.’
‘Laten we gauw doorrijden.’
‘Het is nu niet ver meer.’
Mijn ogen wenden weer iets aan het donker en ik zag drie jongens bij een bankje. Er stonden ook twee fietsen.
‘Hé Dennis!’ riep een stem.
Dennis stopte. Ik remde ook af. ‘Wie zijn dat, Dennis?’
Twee van de jongens kwamen dichterbij.

‘Ik ken ze wel,’ zei Dennis. ‘Die ene is Fabian.’
‘Waar ken je die van?’
‘Hij werkt ook in de kinderboerderij.’
Fabian zei: ‘Zo, heb je een vriendinnetje, slome?’ Hij pakte het stuur van Dennis’ fiets en schudde hem heen en weer.
‘Slome? Waarom scheld je hem uit?’ vroeg ik. ‘Hij heeft jou niks gedaan.’
‘Hé kijk,’ zei de andere jongen. ‘Daar heb je dat hobbelpaard uit het café ook. Op een driewielertje. Bemoei je er niet mee, stomme mongool.’
Krijg nou wat. Het was Jos. Weet je nog? Jos kwam ik tegen in het café. Eerst een leuk praatje maken, maar toen hij erachter kwam dat ik een lichamelijke beperking heb, wilde hij niets meer met mij te maken hebben.
‘Kap daarmee, Jos,’ zei Dennis boos.
‘Hé man, relax. Moet je een hijs?’
‘Nee, ik rook niet.’
‘Dit is ook geen gewone sigaret.’ Ik meende een grijns op zijn gezicht te zien. ‘Het is goed spul. Word je lekker kalm van. Lijkt me ook wel iets voor die josti-spast op d’r kinderfiets.’
‘Ik zei: kap daarmee, Jos!’ Dennis schreeuwde.
Jos en Fabian stonden te lachen. ‘Niet zo blèren, slome. Straks maak je de buurt wakker.’
‘Waar ken jij Jos van?’ vroeg ik Dennis.
‘Hij komt vaak op het werk bij Fabian hangen.’

Ver weg kwam een auto voorbij die een bocht maakte. Fel licht scheen plots over het weiland en viel op de derde jongen. Hij had tot nu toe wat in het donker gestaan, maar nu zag ik hem beter. Hij was duidelijk jonger. Het licht scheen onder de capuchon van de jongen op zijn gezicht.
‘Jens?’ vroeg ik. ‘Ben jij dat?’
‘Hoi Reina,’ zei hij zachtjes.
‘Ken je haar?’ vroeg Fabian aan Jens. ‘Ken jij zo’n spast?’
‘Jens? Wat doe jij hier?’ Ik was geschrokken.
‘Gewoon.’
‘Ben je met deze jongens aan het blowen?’
‘Ja en?’ vroeg Fabian. ‘Dat moet hij toch zelf weten? Wie ben jij? Zijn moeder of zo?’
Jens zei: ‘Reina is mijn grote zus.’

‘Je hoeft niet voor dat malle wijf op te komen, hoor.’ De stem van Fabian klonk minachtend.
‘En jij hebt geen enkele reden om zo bot te doen tegen mijn zus. Of tegen wie dan ook. Ik ben weg.’
‘Waarheen?’ vroeg Jos.
‘We zouden toch naar de nieuwjaarsborrel van de kinderboerderij gaan? Laten we dan ook gaan.’ Jens was vastberaden.
‘Ja. Wie weet is er nog gratis zuipen daaro. Da’s beter dan hier een beetje tegen die mismaakte borderliners staan te kijken.’
‘Ik waarschuw je, Jos.’
Ze liepen weg. Dennis en ik bleven achter. We bleven wel een minuut in stilte wachten.

‘Was dat jouw broer?’ vroeg Dennis toen.
‘Ja. Hij is zestien. Zes jaar jonger dan ik.’
‘O.’
‘Jens is een lieve jongen, maar hij heeft soms de verkeerde vrienden. Ik ben blij dat ze weg zijn.’
‘Zullen we ook gaan?’
‘Dennis?’
‘Joa?’
‘Vind je het heel erg?’
‘Wat?’
‘Ik heb niet meer zo’n zin om naar die nieuwjaarsbijeenkomst van de kinderboerderij te gaan.’
‘O.’
‘Maar jij wilt wel, toch?’
‘Mwoa.’
‘Jawel. Het is jouw vrijwilligerswerk. Jij was uitgenodigd. Ik niet. Jij moet gewoon gaan.’
‘…’
‘Dennis, ik vind het vervelend dat ik niet met je mee ga. Je had het zo lief gevraagd.’
‘Geeft niet.’
‘Echt niet?’
‘Neu.’
‘Veel plezier dan.’
‘Zal ik je naar huis brengen?’
‘Dat hoeft niet, Dennis. Ik red me wel.’
‘Ik doe het graag, hoor.’
‘Het is lief van je.’

Zwijgend reden we naar mijn wijk. Bij de flat stopten we. Dennis bleef op zijn fiets zitten. Ik stapte af.
‘Ik vond het een gezellige middag,’ zei ik.
‘Ik ook.’
‘Leuk dat je mee wilde naar Nel.’
‘Ze is aardig.’
‘Zeker. Maar ik maak me wel zorgen. Ik merk dat ze achteruit gaat. Steeds meer kwaaltjes krijgt ze. Lopen gaat almaar moeilijker. En ze hoest zo.’
‘Ze is oud, toch?’
‘Vierenzeventig, ja. Maar dat is niet écht oud. Toch maak ik me zorgen.’
‘O.’

Ik wilde de deur van de berging openmaken.
‘Zie ik je weer?’ hoorde ik de zachte stem van Dennis.
Ik draaide me om en liep naar hem toe. ‘Natuurlijk,’ zei ik. ‘Ik zal je sms’en, goed?’
Hij glimlachte en knikte.
‘Dank je dat je me even naar huis hebt gebracht.’
Hij gebaarde dat het niets was en keek een andere kant op. Ik boog me naar hem toe en gaf hem een kus op zijn wang. Hij schrok. ‘Wat? Niet doen!’ riep hij paniekerig. ‘Blijf van me af!’
‘Sorry.’ Nu was ík geschrokken. ‘Ik wilde je niet boos maken. Alleen bedanken.’
‘Het is mijn fout. Ik kan er niet tegen als mensen me aanraken.’
‘Heus, het geeft niet.’ Ik draaide me weer om en liep naar mijn fiets. Terwijl ik de deur openmaakte, keek ik nog een keer over mijn schouder naar Dennis. Hij had vaart gemaakt en reed weg. Terwijl ik hem nakeek, dacht ik: ‘Maar ik hoop zó voor jou en voor mijzelf dat het went.’

Hier lees je ‘m op FOK!.

• • •
 

Het went (5)

Filed under: Publicaties voor FOK! - overig — bazbo @ 19:04

‘Zitten wij nu met elkaar opgescheept?’ vroeg de jongen.
‘Ben ik zo erg dan?’
‘Nee. Helemaal niet.’
Ik keek hem wantrouwend aan.
‘Echt.’ Hij stak zijn hand uit. ‘Ik heet Wesley.’
‘Reina,’ zei ik en ik schudde de hand. Ik schoof een beetje ongemakkelijk op mijn barkruk heen en weer. Eigenlijk moest ik heel nodig plassen, maar ik ging niet.

We waren met zijn drietjes naar het café gegaan. Het was de kroeg waar we de laatste tijd wel vaker naartoe gingen als we een stapavond hadden. Vanavond zou Vanessa de Bobbin zijn, dus die dronk de ene cola na de andere. Daisy ging vlot aan de witte wijn; ze klokte ‘m aardig weg. Ik had pils voor mijzelf besteld. We hadden verschrikkelijk veel gein en er kwam rondje na rondje. Ik kan niet zo heel goed tegen drank, dus ik werd al aardig vrolijk en melig.
Toen er plek vrijkwam aan de bar, waren we daar gaan zitten. Er kwamen vriendinnen van Vanessa bij staan en de meidenlol was compleet.
‘Even roken,’ zei Vanessa en ze nam haar hele vriendinnenploeg mee naar buiten. Daisy en ik keken ze na. Bij de deur botsten ze bijna op tegen die twee knullen die net naar binnen wilden. De jongens kwamen naar ons toe.
‘Maikel!’ gilde Daisy en ze vloog de ene jongen om de nek. Zag ik het nou goed of werd er hevig getongzoend? ‘Ja, dat zie je goed,’ glunderde Daisy naar mij. ‘Vind je het erg als ik de rest van de avond met Maikel samen ben?’
Ik moest lachen om de gelukzalige blik in de ogen van mijn vriendin. ‘Toe maar. Ga maar. Maak plezier,’ zei ik. ‘Ik red me wel met Vanessa en met de vriend van Maikel.’
De twee verlieten zoenend het café. Dat werd vast een hete boel bij een van hen tweetjes thuis.
En zo zat ik dus alleen aan de bar met Wesley.

‘Wil je iets drinken?’ vroeg hij.
‘Mag ik een biertje?’
‘Tuurlijk.’ Hij draaide zich naar de bar en bestelde. ‘Hier,’ zei hij. Hij gaf mij een fluitje. ‘Proost.’
‘Proost,’ zei ik. ‘Op een leuke avond.’
‘Dat gaat vast wel lukken. Na zo’n dag.’
‘Was het zo erg? Wat is er gebeurd dan?’
‘Ik ben de hele dag bij mijn moeder geweest. Die vierde vandaag haar verjaardag.’
‘Gefeliciteerd.’ Ik keek hem eens aan. Hij zag er goed uit. Leuk gezicht, gave huid, mooie ogen. Hij glimlachte veel. Zijn kleding viel niet zo op, behalve dan zijn blauwe schoenen. Ik vond hem leuk. Gelukkig stond hij rechts van mij. Rechts is mijn goede kant.
‘Dank je,’ zei hij. ‘Het was er heel druk. Allerlei volk over de vloer. En dan mag ik vaak helpen met de voltallige familie bedienen, hè. De godganse dag in de weer met hapjes en drankjes. En moeder zit vanuit haar stoel de hele tijd te commanderen. Je kent het wel.’
‘Nee.’
‘Nee? Hoezo dat?’
‘Ik heb geen moeder meer.’
‘O?’
‘Nee. Ze overleed toen ik negen jaar was. Borstkanker.’
‘Oh. Sorry.’
‘Het geeft niet. Ik heb er nu vrede mee. En het heeft gemaakt dat ik vroeg zelfstandig was.’
Wesley wist duidelijk even niet wat hij nu moest zeggen. Hij krabde in zijn baard en keek mij weer aan. ‘Het jeukt,’ legde hij uit. ‘Ik had me vanmorgen moeten scheren. De hele familie maakte er vandaag rotopmerkingen over. Maar ja, ik was laat op. Wat lach je?’
‘Niks. Een binnenpretje. Scheren.’

Als ik een avondje ga stappen, dan is dat altijd met Daisy en Vanessa. Eerst spreken we bij mij thuis af. Daisy helpt me met opmaken, omdat ik zelf niet zo’n vaste hand heb. Een enkele keer helpt ze me ook met ontharen van mijn oksels. Vanavond was dat ook zo.
‘Moet er nog meer?’ had Daisy gevraagd toen ze klaar was. Ze spoelde het scheermes al af onder de kraan.
‘Wat zou er nog meer kaal moeten dan?’ vroeg ik me af, terwijl ik door de bos krullen op mijn hoofd streek.
‘Je bikinilijn?’
‘Waar is dat voor nodig? Er is toch niemand die het ziet.’ Ik zat te blozen.
‘Heus, Reina. Als je dat zou willen, doe ik het graag voor je.’
‘Dat is lief van je, Daisy.’
‘Vooruit. Uit met die broek en slip.’
We moesten allebei lachen. Ik deed wat Daisy had gevraagd.
‘Oei. Dat lijkt wel een stukje oerbos,’ zei ze. ‘Hoe wilt u het hebben?’
‘Wat zijn de huidige trends?’
Dikke pret, dat begrijp je. Toch ging ze heel voorzichtig te werk.
‘Dank je wel, Daisy,’ zei ik toen het klaar was. ‘Als ik het zelf zou moeten doen, was het een heuse vrouwenbesnijdenis geworden.’
De slappe lach leek niet meer op te houden.

Ik zat zó na te grinniken, dat de druk op mijn blaas snel hoger werd. Over ophouden gesproken, dat werd lastig.
‘Dat moet je delen, hoor,’ zei Wesley.
‘Ech nie.’ Ik proestte het weer uit.
‘Als jij zo in je eentje zit te lachen, voel ik me heel opgelaten.’
‘Het gaat niet over jou, geloof me.’
‘Neem van mij aan dat ik dat niet kan.’ Hij had een rood hoofd gekregen.
‘Je bent heel schattig als je bloost. Maar echt, het had helemaal niets met jou te maken.’ Ik nam snel een slok bier, maar verslikte me. Au, dit ging fout. Ik moest nu toch echt heel snel naar de wc, anders werd het een zootje.
‘Gaat het?’
‘Ja ja,’ hoestte ik. ‘Laten we het over iets anders hebben. Die verjaardag van je moeder of zo.’
‘Geen haar op mijn hoofd die daaraan terug wil denken.’
‘Geen haar op je hoofd? Word je al kaal dan?’ Ik gierde alweer. ‘Kaal!’

Fuck, ik kon niet anders. Ik hield mijn adem in, maar het hielp niet. Ik moest het laten lopen. Mijn gezicht verkrampte.
‘Wat is er?’ vroeg Wesley.
‘Niets,’ piepte ik. Ondertussen werd mijn hele broek nat. En de kruk. Het droop langs mijn schoenen.
‘Jawel. Er is wel wat. Gaat het goed met je?’
‘Het is allemaal helemaal in orde, hoor.’
Wesley snoof. ‘Volgens mij gaat er iets mis.’
Ik brak. De tranen schoten me in mijn ogen. ‘Ik heb een ongelukje. Ik moest zo verschrikkelijk nodig. Ik kon het niet meer ophouden.’
‘Waarom ben je dan niet gewoon even naar het toilet gegaan?’
‘Omdat ik niet wilde dat jij …’
‘… dat ik niet zou zien dat je wat moeilijk beweegt? Luister ‘s. Ik wérk in de gehandicaptenzorg. Ik had al snel in de gaten dat jij een lichamelijke beperking hebt. Geeft niets hoor, dat je een beetje spastisch bent.’
‘Het zal.’
‘Wil je dat ik je help?’
‘Nee, alsjeblieft niet. Ik wil weg. Ik wil naar huis.’
‘Ook goed.’
‘Nee, dat is niet goed. Ik baal verschrikkelijk. Vooral van mezelf. Dus laat me.’
‘Je moet niet zo moeilijk voor jezelf zijn.’
‘Ach, flikker toch op, psycholoog.’
‘Wat je wilt.’ Hij draaide zich om en liep weg.

‘Reina! Wat is er?’ Gelukkig, daar was Vanessa.
‘Het ging helemaal fout.’
‘Ach gut, was het er weer eentje die afhaakte?’
‘Nee, deze keer was ik het.’
‘Wat dan?’
‘Ik ben nat.’
‘Sjesus meid, ik zie het. Kom, we gaan naar huis.’
Ze trok me van mijn kruk af en we liepen naar buiten.

Bij de auto vroeg Vanessa: ‘Wat is er gebeurd?’
‘Ach, ik wilde niet dat hij zou zien dat ik … en toen moest ik heel nodig en … dat klotebier … en die klote-ik … ik deed heel naar tegen hem.’ Ik boog mijn hoofd. Vanessa was opeens helemaal om mij heen en ik begroef me in haar armen.
‘Het komt allemaal goed, Reina.’
‘Lul niet. Het komt niet meer goed.’
‘Er komt wel weer een andere leuke gast voorbij.’
‘Nietes. Ze moeten me niet. Niemand ziet mij zitten.’
‘Ik wel.’
‘Jij bent een pot, Vanessa.’
‘Ja. En?’
‘Zo kan ik het ook. Maar ik wist niet dat je hield van plasseks.’ We moesten alweer lachen.

Niet veel later waren we bij mij thuis. Vanessa hielp mij even die natte broek uit te doen, want die plakte nog altijd aan mijn benen.
‘Vanaf hier kan ik het zelf,’ zei ik. ‘Dank je wel, Vanessa.’
‘De boodschap is duidelijk, hoor. Je wilt dat ik ophoepel.’
‘Vind je het erg? Ik schaam me voor mezelf en wil nu graag alleen zijn.’
‘Nou, oké. Doei, dan. Ik ga.’ Ze gaf me een dikke kus, keek me diep in de ogen en zei: ‘Houd jij jezelf maar lekker voor de gek.’
‘Voor de gek? Hoezo? Waarmee?’
‘Dat het went.’

Hier lees je ‘m op FOK!.

• • •
 

Het went (4)

Filed under: Publicaties voor FOK! - overig — bazbo @ 18:59

De jongen stond met zijn rug naar mij toe. Hij ging helemaal op in zijn werk. Met weidse bewegingen veegde hij de troep uit het hok naar zich toe. Steeds weer deed hij een stap naar achteren en zo kwam hij langzamerhand steeds dichter naar mij toe. Ik zat op een bankje in de grote stal en sloeg hem al een tijdje gade. Hij droeg grote werkschoenen, een legergroene camouflagebroek en verder alleen een T-shirt. Zijn krullende haren had hij met gel naar achteren gestreken. Hij leek me van mijn leeftijd. Ik vond het leuk om hem zo geconcentreerd bezig te zien.

Oei. Dit wordt een verhaal met een hoog ‘Lief dagboek’-gehalte. Is dat erg? Ik denk, ik waarschuw vast. Kun je gelijk wegklikken als je niet gediend bent van persoonlijke verhalen. Hallo? Bent u daar nog? Is er nog iemand geïnteresseerd?

Ik kwam terug van een bezoekje aan Nel. Nel heb ik ontmoet op straat, tijdens de storm van een tijdje geleden. Haar boodschapjes rolden over straat en ik hielp met oprapen. Als dank trakteerde ze me op een kop warme chocomel in een lunchroom. Zo is het contact ontstaan. Nel is vierenzeventig en haar appartementje staat propvol spulletjes die iets vertellen over haar leven. Ik hoef maar iets aan te wijzen en Nel vertelt.

Het was een leuke middag geweest en ik fietste terug door het park. Midden in het park ligt de kinderboerderij. Ik stopte en stapte af. Dat doe ik vaker als ik er in de buurt ben. Als kind was ik al dol op beesten en ik vind het nog steeds leuk. Zelf heb ik een zwarte kater in mijn flatje lopen. Hij heet Playroll. Maar eigenlijk vind ik alle dieren te gek. Hier op de kinderboerderij hadden ze geiten, schapen, varkens, kippen, pony’s en koeien. Daarnaast stonden er allerlei hokken met cavia’s en konijnen erin. Na een kwartiertje rondkijken ging ik binnen in de stal op een bankje zitten en ik keek naar de jongen die bezig was met een hok schoonvegen.

‘Je bent er maar druk mee,’ zei ik, toen hij even omkeek.
Hij draaide zich naar mij toe en zei: ‘Joa.’
‘Werk je hier al lang?’ vroeg ik.
‘Neuh. Nog niet zo heel lang. Een week of vier.’
Ik dacht al: ik heb je hier nog nooit gezien. En ik kom hier toch regelmatig.’
‘Oh.’
‘Ben je een vaste medewerker?’
‘Neu.’ Zijn stem klonk wat vlak. Hij keek me ook niet echt aan.
‘Vrijwilliger?’
‘Joa.’
‘Heb je het niet koud? Je staat hier in je T-shirtje.’
‘Neu. Als ik bezig ben, dan heb ik het gauw warm.’ Hij zette zijn bezem tegen de deur van het hok aan en kwam dichter naar mij toe.
‘Jij hebt het wel koud, zo te zien.’
Ik trok mijn gebreide muts wat steviger op mijn hoofd. ‘Ja, ik heb het snel koud. Maar ik vind koud weer en herfst op zich niet erg. Lekker om in te fietsen.’
‘Ik doe ook alles op de fiets.’
‘Heb je een rijbewijs?’
‘Neu. Nog niet. Ik ben nog bezig met lessen.’
‘O.’
Hij kwam naast me zitten en keek voor zich uit. Op zijn rug zat een grote natte plek van het zweet.

‘Het is hard werken hier, of niet?’ vroeg ik.
‘Mwoa. Valt mee.’
‘Heb je een baan?’
‘Ik werk bij een hoveniersbedrijf. Maar in de winter is er niet zo veel werk. Dan zit ik thuis.’
‘Heb je geen vast contract, dan?’
‘Neu. Ik heb bij het UWV gevraagd of ik een cursus kon doen om bij te scholen, maar dat kon niet. Ik heb al werk, zeggen ze dan. En een jobcoach krijg ik ook niet, die mij helpt zoeken naar een baan in de winter. Omdat ik al werk heb.’
‘Raar is dat. Wil je graag werken en dan helpen ze je niet. Is het wel leuk werk als hovenier?’
‘Best.’
‘Jij bent niet echt een prater, hè?’
‘Neu. Niet echt.’ Hij keek naar mij en glimlachte.
‘Dat geeft niets. Ik vind het leuk om met je te kletsen.’
‘Oh.’
‘Nou moet jij iets aan mij vragen. Anders wordt dit een gesprek van niets.’ Ik hoopte dat hij doorhad dat ik een grapje maakte.

‘Jij dan?’ vroeg hij, ‘Heb jij werk?’
‘Ik werk parttime op een kantoor. Vijf tot zes dagdelen in de week. Bij een zorginstelling.’
‘Administratie?’
‘Ja. Klopt.’
‘Dat lijkt me echt helemaal niks.’
‘Ik vind het er leuk. De collega’s zijn aardig en ik voel me erg gewaardeerd.’
‘O.’
‘Jij dan? Heb jij leuke collega’s?’
‘Hier? Of op het bedrijf?’
‘Allebei.’
Hij zuchtte.
Ik lachte.
‘Wat lach je?’ vroeg hij.
‘Je zucht zo diep. Alsof het leven heel zwaar is.’
‘Jij vraagt maar. Het lijkt wel of ik weer op school zit.’
‘Vond je school niet leuk dan?’
‘Mwoa, niet echt,’ zei hij. Hij keek me niet aan.
‘Je ging liever werken?’
‘Joa. Maar dat viel nog niet mee. Gelukkig kon ik aan de slag bij mijn stagebedrijf.’
‘Verdien je goed?’
‘Mwoa. Het gaat. Het bedrijf betaalt maar een stukje van mijn salaris. De rest krijg ik van het UWV.’
‘Je hebt een uitkering?’
‘Een Wajong, heet het.’
‘Wat grappig. Ik ook. Waarom heb jij een Wajong?’
‘Ik werk niet zo snel. Ik heb PDD-NOS. Nogal autistisch ben ik.’ Hij moest zelf lachen.
‘Je maakt niet makkelijk contact, merk ik.’
‘Klopt.’ Hij knikte glimlachend. Toen keek hij naar mij. ‘En jij? Wat heb jij?’
Ik stak mijn linkerarm omhoog. ‘Beetje spastisch.’
‘O? Hoe kom je daar aan?’
‘Hersenbloeding vlak na mijn geboorte.’
‘O. Dat lijkt me niet fijn.’
‘Ik weet er niets meer van. Het is zoals het is. Ik heb ermee leren leven. Ik heb er ook niet echt last van. Ik kan het meeste zelf. Verder ben ik gewoon goed, hoor.’
‘Gelukkig.’
‘Ja. Gelukkig.’
We keken elkaar aan.
Hij keek verlegen weg. ‘Ik moet verder,’ zei hij en hij stond op.

‘Hoe heet je?’ vroeg ik.
‘Dennis.’ Hij wilde weer naar zijn bezem lopen.
‘Wil je weten hoe ik heet?’
‘Is goed.’
‘Dan moet je dat wel vragen,’ lachte ik.
‘Hoe heet jij dan?’
‘Reina.’
‘O.’

Ik bleef een beetje lachend naar Dennis zitten kijken. Hij had zijn bezem gepakt en maakte een ander hok open. Daar stond een kalf. Dennis begon te vegen. Opeens kwam er een hele stroom dunne poep uit de kont van het kalf. Het spetterde over de broekspijp van Dennis.
‘Godfff,’ zei hij.
‘Hihihi,’ giechelde ik. Ik vond Dennis leuk.
‘Lach maar!’ riep hij boos. ‘Nou is m’n hele broek vies.’
‘Ach joh,’ zei ik, mijn lachen onderdrukkend, ‘Het geeft toch niets?’
‘Dat zeg jij. Hier baal ik goed van. Gisteren is m’n andere werkbroek ook al vies geworden.’
‘Het is gewoon vette pech. Tegenslag. Ik weet er alles van.’
‘Ja?’
‘Ja. En weet je?’
‘Wat? Wat weet je?’
‘Het went.’

Hier lees je ‘m op FOK!.

• • •
 

Het went (3)

Filed under: Publicaties voor FOK! - overig — bazbo @ 18:55

‘Hé hoi, leuk je hier te zien.’ Ik keek op. Wie was deze jongen? Ik kende hem niet. Hij mij wel, leek het. Had ik hem ooit eerder gezien? Ik bekeek hem eens goed. Een mooi gezicht met blauwe ogen en een baard van een dag of wat. Daarnaast een beetje ruige krullenbol, zo’n baggy broek en een T-shirt met de naam van een of andere hardrockgroep erop.
‘Hoi?’ Hij bleef me vragend aankijken.
‘Ik heb veel domme openingszinnen gehoord,’ zei ik. ‘De truc van dat je me al eens hebt gezien en net doet alsof we vrienden zijn, die ken ik.’
De jongen trok zijn wenkbrauwen omhoog.
‘Bovendien,’ ging ik verder, ‘hij werkt niet.’
‘Maar …’
‘Ja, nu kun jij wel zeggen dat wij nu wél contact hebben, maar ook die heb ik al gehoord.’
‘Dan niet.’ Hij haalde zijn schouders op, draaide zich om en liep weg.

‘Goed zo, Reina,’ zei Daisy. Ze zat naast me aan de bar. ‘Dat soort opdringerige gasten wil maar één ding.’
‘En dan komen ze bij mij.’ We moesten allebei verschrikkelijk lachen.
Daar had je Vanessa ook. Ze had buiten staan roken en was terug het café in gekomen. ‘Heb ik wat gemist?’ vroeg ze.
‘Niet echt,’ zei Daisy. ‘Een zoveelste mislukte openingszin.’
‘Laat me raden: Ik hoef jou niet te versieren, want je bent al mooi genoeg.’
‘Dan zou hij gelijk hebben,’ zei Daisy.
‘Huh?’ vroeg ik. ‘Hoe bedoel je?’
‘Doe niet zo blond,’ zei Vanessa. ‘Je ziet er hartstikke mooi uit.’
‘Dat komt dan door jullie.’
We moesten alle drie glimlachen. We proostten.

Vanessa en Daisy zijn echt schatten. Dat ik er op een stapavond goed uitzie, komt écht door hen. Als we uitgaan, spreken we altijd af bij mij thuis. Meestal begint het met dat ik voor ze kook en daarna gaan we ons voorbereiden. Zo spreken we af wie de Bob zal zijn: Vanessa of Daisy. Ik kan geen auto rijden, als we ’s nachts terug naar huis gaan rijdt er geen bus meer en het is voor mij te ver om te lopen. Soms spreken we af dat we een taxi gaan pakken en de kosten delen. Ik heb niet zo heel veel geld te besteden en de drank in de horeca is voor mij al erg duur. Dus meestal kiezen we niet voor de taxi. Vanavond was Vanessa de Bobbin.
Als we alles hebben afgesproken, helpen de twee meiden me met het uitzoeken van kleren. Ik heb niet zo’n heel uitgebreide garderobe, maar samen komen we tot leuke combinaties. Daarna helpt Daisy me met opmaken. Ik gebruik niet veel make-up, maar het weinige dat ik wel wil gebruiken is voor mij lastig om aan te brengen. Ik heb niet zo’n vaste hand, vandaar. Soms doet Daisy ook mijn haar, maar meestal vind ik dat niet nodig. Ik heb een volle bos donkere krullen en daar ben ik heel tevreden over. Ik hoef er niet veel aan te doen. Een paar keer mijn handen erdoorheen en klaar.

Daisy zelf heeft altijd heel veel tijd nodig. Ze besteedt veel aandacht aan haar uiterlijk en ieder kledingstuk, ieder lijntje op haar gezicht en iedere streng van haar lange blonde haren moet perfect zitten. Zij krijgt dan ook altijd van ons drieën de meeste aandacht van de jongens in de uitgaansgelegenheden. Het is ook wel ’s voorgekomen dat we met z’n drietjes uitgingen, maar met z’n tweetjes terugkwamen, omdat Daisy was verleid door een of andere boy voor iets wat achteraf weer eens een onenightstand bleek.
Vanessa is heel anders. Die vindt uiterlijk niet zo belangrijk. Ze draagt platte schoenen en spijkerbroeken, shirts met lange mouwen en hoodies. Haar haren heeft ze kortgeknipt en soms opgeschoren. Veel belangstelling van kerels krijgt ze niet en dat vindt ze ook niet erg; ze zegt altijd dat het er haar om gaat dat we met z’n drietjes lol maken.

En lol hadden we.
‘Inderdaad, Reina’ zei Vanessa. ‘Als Daisy er niet was en je ging zelf aan de slag met je lipstick, dan had je nu een bek zoals die clown uit die enge film van Stephen King.’ We gierden het uit.
‘Misschien moet ik het voortaan inderdaad maar zelf doen,’ zei ik. ‘Wie weet houd ik dan die opdringerige gozers van me af.’
Zo maakten we nog veel meer grappen. Het werd heel melig allemaal. Vanessa haalde nieuwe drankjes. We proostten. ‘Op de lelijkheid!’

Het werd een ontzettend gezellige avond. We kletsten en lachten. Echt, we kwamen niet meer bij. De slappe lach aan een stuk door. Ken je dat? De tijd vloog voorbij.
‘Wat doen we, nemen we er nog eentje?’
‘Een laatste?’ stelde Daisy voor. Ze draaide naar de bar en stak vingers op.
‘Hoe laat is het eigenlijk?’ vroeg Vanessa. Ze keek op haar horloge. ‘Iets na half twee.’
‘Dan gaan we hierna, goed?’ Daisy deelde drankjes uit.

Er kwam iemand bij ons staan. Het was die ongeschoren jongen met zijn haren door de war. Hij leunde tegen de bar, wenkte de bediening, draaide zich toen om en keek mij aan.
‘Wat denk jij: de aanhouder wint?’ zei ik fel. ‘Nou, dan vergis je je lelijk.’
‘Ik kom mijn rekening betalen. Mag dat niet?’ Hij trok een wenkbrauw omhoog.
‘Ja ja. En dat moet ik geloven. Misschien nog even voor de duidelijkheid: ik ben niet geïnteresseerd.’
‘Dat is me wel duidelijk. Maar mag ik je gewoon iets vragen?’
‘Nou, vooruit.’ Ik deed net of het me geen bal kon schelen wat hij me ging vertellen.
‘Ik heb jou toch gezien in de lunchroom?’
‘Lunchroom? Ik kom daar nooit. Welke lunchroom?’
‘Toch was je daar. Met een oudere dame.’
Wacht. Klopt. Een tijdje geleden was dat. Toen het zo stormde. Het was de dag dat ik Nel ontmoette. Die nodigde me uit voor warme chocomel.
‘Bedoel je de lunchroom bij het park aan de rand van het centrum?’ vroeg ik.
‘Precies.’
‘Ja, daar was ik.’
‘Ik werk daar in de bediening. Ik heb jullie bestellingen geregeld.’
‘Was jij dat?’ Ik moest terugdenken aan de knappe knul.
‘Ja, dat was ik.’
‘Maar, maar …’ Volgens mij kreeg ik een heel rood hoofd. ‘Maar toen zag je er heel anders uit.’
‘Klopt. Als ik werk, zit mijn haar strak in de plooi en ben ik gladgeschoren.’
‘O. Eh …’ Ik kwam niet meer uit mijn woorden.
‘Jij dacht dat ik een vreemde snuiter was die wat van je wilde?’
‘Ja,’ hakkelde ik. Ik sloeg mijn ogen neer. ‘Sorry.’
‘Geeft niks.’
‘Echt. Ik vind het heel vervelend dat ik zo naar tegen je deed. Ik had je niet herkend.’
De jongen glimlachte en stak zijn hand uit. ‘Ik heet Roy.’
Ik beet op mijn lip, pakte de hand en zei: ‘Reina. Je weet wel, die zich zo kapot schaamt.’
‘Heus, het is niet erg.’ Kennelijk had hij door dat ik bijna zat te janken.

Toen boog hij zich naar me toe, zodat Daisy en Vanessa het niet konden horen. ‘Weet je,’ fluisterde hij in mijn oor. ‘Ik ben vorige week getrouwd.’
Ik kon wel door de grond zakken.
‘Dus wees niet bang,’ glimlachte hij. ‘Toch ben je wel leuk.’
Ik kreeg een kus op mijn wang.
‘Joehoe!’ gierden Vanessa en Daisy. ‘Zoe-nen! Zoe-nen!’
Ik bloosde.
‘Dag,’ zei Roy. ‘Wie weet tot een volgende keer.’ Hij knipoogde, draaide zich om en liep weg.

‘Zo!’ riep Daisy. ‘Volgens mij had jij echt sjans! Zag je hoe hij naar je keek?’
Vanessa sloeg een arm om mij heen. ‘Hij vindt je leuheuk!’
‘Twee dingen,’ zei ik. ‘Ten eerste: hij is vorige week getrouwd.’
‘Nou en?’ lachte Vanessa.
‘En ten tweede?’ vroeg Daisy.
‘Ten tweede wilde hij niets van me. Hij herkende mij en wilde alleen goeiedag zeggen. Ik met mijn stomme vooroordelen ook.’
‘En nu? Hoe gaat het verder?’
‘Nu? Nu nog maar hopen dat het went.’

Hier lees je ‘m op FOK!.

• • •
 
« Vorige paginaVolgende pagina »