bazbo – de wereld van Bas Langereis, het middelpunt der aarde

Bas Langereis leest u voor!

10-08-2019

Het vuur ontketend (8)

Filed under: Publicaties voor FOK! - overig — bazbo @ 07:11

Met lood in mijn schoenen ging ik de volgende ochtend naar Muriël. Ik had de slaap slecht kunnen vatten die nacht. De dromen die ik droomde zou ik voor eeuwig voor mezelf houden; dat wist ik nu al. Kimberley kwam er vaak in voor. Met en zonder het doorschijnende niemendalletje waarin ik haar had gezien. Aan de ene kant wond het me op en aan de andere kant wilde ik niet masturberen bij de gedachte aan die meid. Het voelde vies, alsof je opgewonden wordt van je eigen moeder. En dat was bij mij niet echt het geval. Die ouwe feeks was al weer een tijdje dood. Niet dat ik daarom gerouwd heb. Wat een moeder een kind aan kan doen is verschrikkelijk. Ik wist er alles van. En nu gebeurde hetzelfde bij Muriël en Kimberley. “De verbondenheid die ik met haar voel gaat misschien daarover,” mijmerde ik, al slenterend door de straten. “Eigenlijk hebben we allebei een slechte jeugd. Al is die van mij voorbij.”

– vertelde Franco met een vieze grijns over vroeger thuis. Dat hij had geplast. Dat kon hij niet laten. Hij lag op bed. Zijn moeder had hem die dag niet uit bed gehaald. Dat gebeurde wel vaker en Franco wist wel beter dan op dat soort dagen zelf uit bed te komen. De vorige keer dat hij dat deed, had hij een week in het ziekenhuis gelegen. Nadat hij eerst een dag onderaan de trap was blijven liggen. Zijn moeder kon er niet tegen als hij ongehoorzaam was. Ze had hem zo vaak geslagen dat hij van de trap was gevallen. Daar had ze hem laten liggen. In bed plassen leverde minder slaag op dan uit bed komen. Franco kon er niks aan doen; hij was alleen maar heel erg boos. “Maar toch nam ik zo ook wraak,” siste hij. “Nu kon zij de natte boel opruimen.” Zijn lach was demonisch als altijd –

Met die gedachte in mijn hoofd kwam ik aan bij het huis van Muriël. De deur stond open. Vreemd. Daar was ze altijd heel voorzichtig in. Ze wilde absoluut niet dat er klanten zomaar binnen konden vallen. Ik liep naar binnen en sloot de deur achter mij. Muriël zat aan tafel met haar haar hoofd in haar handen. Vergiste ik me nu of zat ze te snikken? Ik pakte een stoel en ging naast haar zitten. Voorzichtig legde ik een arm op haar schouder. “Wat is er?”
“Ach, al die jaren dit klotewerk.” Ze snikte en haalde haar neus op. Met haar stemming was ook alles wat haar nog een béétje vrouwelijk maakte verdwenen.
“Wat bedoel je nou?” Ik haatte het om te moeten gissen naar een normaal antwoord. “Ben je ziek?”
“Ik kan niet werken,” zei ze voor zich uit. “Ik heb een geïnfecteerde schurft … eh … in mijn … eh … in mijn werkgebied. Als ik alleen al nies krijg ik krampen tot onder mijn oksels. Zó erg is het.”
“Dan ga je toch iets anders doen?” Ik wilde iets vriendelijks zeggen, maar vond haar te goor om met iets beters dan dit te komen.
Ze keek me aan. “Nee. Ik heb geregeld dat Kimmy voor me in kan vallen, anders wordt Ahmed boos.” Alsof ze nog niet genoeg plompverloren dingen had gezegd.
Het werd zwart voor mijn ogen. Letterlijk. Ik zakte ineen op de stoel, omdat mijn benen me niet meer konden dragen. Muriël keek me aan en ik haalde uit.

– het geluid van een strottenhoofd dat tot pap geknepen wordt. Het went. Zo ook het schurende raspgeluid van lucht dat uit de mond komt. De verslapping van het lichaam. Franco was er een meester in. Je zag de opwinding op zijn gezicht. Hij genoot. Alle energie ging naar zijn handen. De vingertoppen waren wit; het bloed was eruit geknepen zo lang hij kracht zette. Toen was daar de ontspanning. Hij liet los. Zijn grijns bleef –

Ik mepte haar met mijn vlakke hand in haar gezicht. Het was niet de bedoeling. Shit, ik wilde niet de slaande echtgenoot zijn, maar Muriël leek het niet te merken. Misschien was dit nog niet zo erg als wat haar klanten met haar deden. “Ben je nu helemaal gestoord geworden? Wat is er met je aan de hand?” riep ik.
Muriël wreef over haar wang en bleef huilen. Ze pikte het ook nog dat ik haar geslagen had. Wat een zwak wijf. “Ik heb geld nodig om Kimmy weg te houden bij Murat,” snikte ze.
“Wie is dat?” brieste ik.
“De drugsdealer. Ik ben hem geld verschuldigd en om te voorkomen dat Kimmy voor hem moet dealen om het terug te verdienen, betaal ik elke maand een bedrag aan Ahmed. Ze zijn broers en Ahmed heeft de schuld op zich genomen. Nu ik dat niet meer kan, heb ik liever dat ze een paar keer met haar benen wijd gaat dan dat ze gaat dealen.”
“Waar is ze nu?” Ik had helemaal geen zin in de uitleg over het hoe en waarom. Ik wilde maar één ding: Kimberley terughalen voor ze werd onteerd door een betalende klant.
“Ze is met Tarkan mee, de zoon van Ahmed.”
“Wáár?” schreeuwde ik. “Wáár?”
“Niet meer slaan. Ze is waarschijnlijk in het huis achter de kroeg. Daar ben ik ook begonnen voordat ik te weinig meer opbracht en op straat moest gaan lopen.”
Ik hoorde het al niet meer op weg naar de deur.

– vertelde Franco verder. De eerste vrouw die hem ooit had geslagen verdiende het eigenlijk niet. Ze had het beste met hem voor. Hij was gelukkig geweest, de eerste en enige keer in zijn leven dat hij gelukkig was geweest. Ze had hem via de telefoon verteld dat hij niet moest zeuren. En dat terwijl ze onverwacht niet thuis kwam die avond. “Dat kon niet. Gelukkig waren daar de drugs. Zo kwam ik de avond wel door. Er was alleen maar de vlekkerige woede toen ik haar de volgende ochtend weer zag. Niemand laat Franco alleen achter in bed.” De holle blik in zijn ogen –

Bij de kroeg zag ik Kimberley staan. Ze stond daar met een jongen. Hij kwam me bekend voor. “Het zal wel een van de jongens zijn die in het magazijn in de supermarkt werkten,” spookte het door mijn hoofd. Ze viel wel op het type. Achteloos drukte ze haar sigaret uit. De jongen schrok toen hij me zag. Het zal wel zijn omdat ik er boos en bezorgd uitzag. Hij draaide zich al half om.
“Ja!” riep ik naar hem toen hij wegliep. “Scheer je weg!”
Kimberley moest een beetje lachen. Dat deed ze wel vaker als ik oude of belegen termen gebruikte.
“Hé,” lachte ze naar me. “Kom je de boel weer versjteren?”
“Nee, ik kom je halen. Je kan niet de zelfde kant op als je moeder.”
“Ik zou niet weten waarom niet.” Ze keek uitdagend naar me op.
“Omdat je je moeder veel verdriet doet,” loog ik. “Ze wil dat je een beetje netjes opgroeit.”
Ze moest lachen. “Nou, die hoer doet er zelf anders ook niet echt haar best voor om zedelijk te zijn.”
“Ik weet dat ze het beste met je voor heeft,” zei ik. “Als ze iets anders kon, zou ze het doen. En eerlijk gezegd heb ik dat ook.”
“Als zij dit mag, dan ik ook,” zei het pruillipje. “En jij bent al helemaal een goed voorbeeld. Met jou in de buurt gebeuren er helemaal rare dingen. Zag je Tarkan niet rennen net? Die gast is doodsbang voor je.”
“Dat vriendje van jou is een kwaaie. Zo ken ik er zat.”

– in de douche. Franco had gezien dat er een intiem moment plaats vond tussen die drugshandelaar en een van de anderen. Hij hield er niet van om dat te zien of mee te maken. Liever was hij zelf betrokken in zo’n tafereel. Jaloers stapte hij op ze af. Hij hield het keurig en haalde een keer uit naar de twee. De dealer ging er vandoor. Franco wilde verder gaan met douchen, toen hij de ander een dank hoorde mompelen. Daar werd hij helemaal link van. Hij haalde nog een keer uit en ging zich inzepen met die geur van vers bloed in de doucheruimte. En dan weer die galmende lach; gek werd je ervan –

“Tarkan doet me nooit kwaad en ik krijg zat van hem wat mijn moeder me niet kan geven. Kleren en geld en zo. Hij is mijn vriendje”
“Dat soort vriendjes blijven nooit lang,” zei ik. “Zeker niet als ze je als handel zien.”
“En hoe moeten we dan die gast betalen? Mam zei dat de gevolgen ernstig waren als we geen geld binnen krijgen.”
“Ga jij maar naar huis. Wacht daar samen met je moeder op me.”
Ze draaide zich om en liep weg. Even keek ik haar na. Toen liep ik het huis binnen en ging op zoek naar Ahmed. Achter zag ik iemand die stond te praten met dat vriendje van Kimberley.
“Hé,” zei ik. Tarkan draaide zich naar mij toe en keek naar me met gif in zijn ogen. Ik negeerde hem en wendde me tot de oudere man. “Ben jij Ahmed?”
De man keek op. “Jazeker ben ik dat. En jij moet Johan zijn. Mijn zoon hier vertelde me net over je.”
“Mooi, dan kennen jullie me.” Ik knikte naar Tarkan, “Hij laat Kimberley voortaan met rust, en jij ook.”
“Je bent een man van weinig woorden, merk ik al.” Ahmed lachte snaaks. “En je hebt me al min of meer eens dienst bewezen achter het station. Tarkan vertelde me daarover. Een dienst die niet ongewroken zal blijven, maar voor nu laat ik het even schieten. Wat denk je te gaan doen aan de schuld die je hebt veroorzaakt?”
Ik wist niet precies waar hij het over had. Achter het station? Misschien kende ik die Tarkan daar wel van. Van die ene keer dat ik Kimberley daar heb weggehaald. De schuld? Oh ja, het kwam weer terug, het zal wel gaan ver de klant die ik had weggejaagd. Ik schudde mijn hoofd om mij te concentreren en zei: “Luister, Ahmed. Het geld dat Muriël je schuldig is kan niet veel meer zijn, na al die jaren. Ik heb een ideetje waar je beter van wordt dan dat schamele bedrag in de maand waarvoor ze werkt.”
“Dat klinkt interessant. Vertel.” Met een gebaar wuifde hij Tarkan weg en we liepen naar een klein hok achter de keuken. Daar was het aangenaam gemaakt met kussens en een waterpijp. Ik vertelde Ahmed mijn plan. Hij ging akkoord met mijn voorstel en we spraken af hoeveel voldoende zou zijn voor het afkopen van de som. Zowaar, hij ging akkoord. De lul.
“Oké,” zei Ahmed. “Ik zal mijn zoon laten bellen naar dat sletje. Hij is vanaf nu haar vriendje niet meer.”
Ik wilde hem een ram op z’n muil geven, maar wist me te beheersen.

In het huis van Muriël vond ik de twee op de bank. Kimberley was in dikke tranen.
“Wat is er aan de hand?” vroeg ik.
“Ze heeft net een belletje gehad van Tarkan,” legde Muriël uit.
Mijn hart brak haar zo te zien. Toch voelde ik me ook gelukkig en blij. “Probeer te gaan slapen,” zeg ik.
Kimberley stond op en ging naar haar kamer.
“Wat is er gebeurd?” vroeg Muriël.
Ik vertelde het hele verhaal. Bijna het hele verhaal. Ik besloot met het goede nieuws.
“Op weg hier naartoe ben ik langs café ‘De Lamme Goedzak’ gelopen. Een tijdje geleden heb ik met Rein gesproken over werk voor mezelf. Hij wees me naar de super. En hij kende nog iemand die wat schoonmaakwerk in de kliniek had.”
Muriël kon alleen maar mompelen dat het allemaal zo’n gedoe was.
“Muriël, je hoeft je niet meer te verhoeren. Ik heb een eerlijke kans voor je geregeld.”
Ze keek me aan alsof ze niet goed wist wat ze hoorde. “En Kimberley dan?”
“Die moet maar een tijdje uit het wereldje blijven, denk ik.” Ik glimlachte en dacht bij mezelf: “Als er al iemand overheen gaat, dan ben ik het.” En meteen schaamde ik me voor die gedachte. Het zou goed komen met ons drieën.

Hier lees je ‘m op FOK!.

• • •
 

Het vuur ontketend (7)

Filed under: Publicaties voor FOK! - overig — bazbo @ 07:10

Wat een weerzinwekkende nacht! Ik sloeg het dekbed van me af en glipte uit bed. Even keek ik achter me. Muriël sliep. Zonder geluid te maken graaide ik mijn kleren bij elkaar. Op de overloop trok ik ze aan. Toen sloop ik naar de keuken. Daar vond ik papier en een pen. Mijn briefje was kort.
“Lieve Muriël. Het was heel bijzonder vannacht. Ik moet morgen vroeg op om naar de veiling te gaan voor de baas. Liever laat ik je slapen, dan ben je lief. Johan.”
Terwijl ik over de tafel gebukt stond te schrijven, voelde ik dat ik bekeken werd. Het was een bekend gevoel, alleen dit keer niet zo onaangenaam.

– ogen in zijn rug. Franco wist precies wie hem zat te begluren. Die homo die een andere homo had neergestoken. Franco werd misselijk van de ogen in zijn rug. Hij wist dat hij er geil uit zag voor een mieterig jongetje. Langzaam draaide Franco zijn behaarde borstkas naar zijn bewonderaar toe. Warm water en zeep gutste over zijn lichaam. Het werd met bewondering, en zo te zien ook opwinding, gade geslagen. Franco kreeg een rode waas voor zijn ogen van de masturberende jongen. Met zijn hand naderde hij het gezwollen lid. Dan, plots. Bloed. Veel bloed. Een kermende homo. Die verdiende het. Even hield Franco het afgesneden geslachtsorgaan in zijn hand en keek ernaar. Toen haalde hij zijn schouders op en gooide het achteloos in de richting van het doucheputje. Het gekrijs op de achtergrond hield –

Ik draaide me om en zag Kimberley in de deuropening staan. Ze had een niemendalletje aan. Het leek wel of ik haar lichaam erdoorheen zag. Ik werd er opgewonden van. Met moeite kon ik me inhouden om niet naar haar toe te lopen. Zolang Muriël sliep was er niks aan de hand, flitste het door mijn hoofd. Maar het kan niet. Het mag niet.
“Ga je alweer weg?” Kimberley duwde zich met haar billen uit de deurpost weg en liep naar het aanrecht.
Ik leunde op de tafel, met mijn lichaam het briefje bedekkend. “Ja, ik moet morgen heel vroeg op. Ik wilde niemand wakker maken op jullie vrije dag.”
“Och, ik ben toch al wakker. Ik heb jullie wel bezig gehoord, hoor.”
Ik voelde dat ik bloosde en hoopte dat het niet te zien was in de schemer van de keuken. “Het is hier behoorlijk gehorig, dat snap ik. Ik hoop niet dat je er last van gehad hebt.”
“Nee hoor. Ik heb liever dat jij mijn moeder neukt, dan de eerste de beste betalende klant. En ik heb stiekem een beetje mee gedaan.” Ze knipoogde en liep de keuken uit.
“Godverdomme,” dacht ik. “Dat is niet normaal meer, dat meidje.”

Voor het eerst die nacht werd ik echt geil. Kwam het door de vrijwillige neukpartij met Muriël of door de ontmoetingen met Kimberley? Ik was inmiddels thuis. Languit liggend in mijn luie stoel mijmerde ik over de afgelopen uren. Toen stond ik op en liep naar de keuken. Bij de keukentafel stond ik stil.
“Wat is Kimberley fascinerend,” fluisterde ik voor mijzelf uit. Als ik naar haar keek, leek het alsof ik door de spleetjes van mijn ogen het verleden zag. “Soms lijkt ze op mijn moeder, zoals die kon kijken.” Veel kon ik niet van deze gedachte maken. Het was sterker dan ikzelf. Langzaam begon ik mijn broek open te maken. Ik haalde mijn gezwollen lid tevoorschijn. Het was niet nodig om ergens aan te denken. Ik wilde ook nergens aan denken. Vlak voor ik klaarkwam zag ik achtereenvolgens flitsen die ik niet tegen kon houden: Kimberley, Muriël en mijn moeder.

– een mes, altijd een mes. Of de blote hand. Franco had een mes in zijn hand. Zijn gezicht voelde plakkerig; het rook vervelend vreemd. De aders in zijn hoofd bonkten. Hij was buiten adem. Waarom had hij een mes vast? Franco voelde alleen woede. Tyfuswijf. Kuthoer. Ze had hem genegeerd, vernederd en nu was ze dood. Een beetje liefde en aandacht was genoeg geweest. Ze verdiende niet minder. Hij hief zijn arm, zijn hand, zijn mes. De zwaai –

De telefoon ging. Ik keek op de wekker. Het was kwart over vijf in de ochtend. Op het aanrecht lag de telefoon. Ik liep erheen en pakte hem op.
“Met Johan,” zei ik terwijl ik me omdraaide.
“Hoi, schat!” Het was Muriël. Ze sprak het schat uit met een lange á. Als in schááát. Ik walgde. Mijn sperma lag bleek te worden op de tafel voor me.
“Wat bel je vroeg,” zuchtte ik.
“Ik merkte dat je weg was. Je briefje was heel lief, maar ik was toch liever naast je wakker geworden.”
“Ik vond dat je het verdiende om lekker uit te slapen. Ik moet zo weg.”
“Kom je vanmiddag na je werk nog langs? Ik maak lekker eten voor ons. Kimberley was net ook al wakker.”
“Dat is goed. Pas goed op haar. Tot vanmiddag.”
Ik legde de hoorn neer en maakte de tafel schoon. Verder had ik weinig te doen.

Mijn werk bij de supermarkt was niet veel soeps en naar de veiling hoefde ik al helemaal niet. Op dagen als deze ging ik vaak richting het station. De drukte daar gaf me rust. Niemand let op je en iedereen heeft er een doel. Zelfs de zwervers daar hebben stress. Het gaf me kalmte. Een rondje om het station voerde me langs de ‘beruchte’ achterkant. Er was niks engs of schimmigs aan, vond ik zelf. Wat hoeren die geen thuis hadden en een dealertje ergens in de hoek. Losers. De gemeenteraad vergaderde er langer over dan nodig. Ook losers. Ik keek rond en vond het prima zo. “Van al dat geld dat op gaat aan gelul over de situatie hadden ze de boel al lang op kunnen knappen,” dacht ik bij mezelf.

Maar wie was dat? Een mooie meid stond op de hoek van de straat. Ze had een zwart bomberjack aan en een zwarte muts op. Een mooi figuur, al was ze niet al te groot. Mijn aandacht was gegrepen. Ik liep uit het zicht naar haar toe. Haar gezicht kon ik niet zien, want ze stond schuin met haar rug naar me toe. Het was ook wat donker. Plots kwam er een man aangelopen. Hij zag er niet uit als klant. Ik was binnen gehoorsafstand.
“Zeg, eh, … ik, eh, …” zei de man.
De mooie meid draaide zich naar hem toe. Ik kon nu haar gezicht zien. Het was Kimberley.
“Fuck,” siste ik. “Is ze ook een hoer? Net als haar moeder? Wat doet ze hier?” Tijd om die vragen te beantwoorden gunde ik mijzelf niet. De man kwam nog dichterbij haar. Vóór hij de vraag kon stellen stapte ik naar voren.

“Godverdomme, kloterige hoerenloper!” Ik mepte hem vol in zijn gezicht. Hij viel naar achter en krabbelde op. Toen draaide ik me om naar Kimberley.
“Johan!” gilde ze verschrikt. “Het is niet wat je denkt!”
Achter haar kwamen twee mannen aanlopen. De ene kende ik vaag. Het was een van de jongens uit het magazijn. Zo’n vakkenvuller waar al die kassameisjes dol op zijn. De ander was ouder en vooral kwader. Hij had een groot mes in zijn hand en schreeuwde.
“Kimbitch! Wat is hier aan de hand. Die man is geen klant!”
“Hij sloeg die vent, Tarkan,” zei Kimberley en ze wees op de man die versuft stond te kijken.
“Ik wilde alleen wat kopen,” verontschuldigde zich de man op zijn beurt. Toen draaide hij zich om en rende weg.
De stukjes vielen op zijn plaats. “Je bent geen hoer; je dealt drugs?” Stomverbaasd was ik. Even wist ik niet hoe te reageren.
De andere dealer was inmiddels op Kimberley af gelopen. Hij haalde uit en dreigde met het mes. “Als je nog een keer je opa mee neemt, snijd ik je lippen er af, kankerwijf. Dat betekent de komende maand weer geen geld, hoer!” Hij draaide zich half om naar mij.

– alsof je een spade in de sappige grond stak. Tsjk. Zoiets. Meer niet. Geen geluid uit de wond. Des te meer uit de mond. De mond van het slachtoffer. Snel legde Franco zijn besmeurde hand erop. Het gegil verstomde. Werd meer hoog geneurie, maar dan zonder melodie. Atonaal. Dissonant. Altijd weer rillingen. Het zweet liep over zijn gezicht. En dan die glimlach. Die man is geen man. Hij is een demon, een duivel. De duivel zelf. Zoals Franco glimlachte als hij het mes nog een paar keer heen en weer bewoog en draaide, terwijl het de wond groter en groter maakte. De hand drukte stijver tegen de mond. De ogen vlak erboven braken. Het was gedaan, het was bijna gedaan en –

Dat was voldoende. Kimberley was geen hoer zoals haar moeder. Deze man bracht haar in gevaar met zijn smerige zaakjes. De traagheid waarmee hij zijn mes voor mijn neus zwaaide was lachwekkend. Er ging geen enkele dreiging van uit. Een serene rust maakte zich van me meester.
Plots was daar die zwarte schim. Ik weet niet goed wat ik deed. Volgens mij een stap naar achteren. De schim greep de dealer bij zijn in goedkoop leer gestoken arm. Die brak zonder veel moeite. Zijn mes lag al in mijn hand voor hij begon te schreeuwen. De zwarte gedaante pakte hem bij zijn haar en draaide hem naar het jongere ventje toe.
“Dit komt er van als je Kimberley kwaad doet.” Twee donkere handen vouwden zich om de keel van de dealer. Pruttelend en stervend keek hij de andere dealer in de ogen. Ik kon het niet aanzien en wendde mijn blik. Kimberley keek verschrikt naar Tarkan, die op zijn beurt machteloos met zijn handen tot vuisten gebald op een afstandje bleef. Als een zak zout zakte de dode in elkaar. De schim liet hem liggen en verdween. Ik pakte Kimberley bij haar arm. Wild sleurde ik haar mee, weg van de plek.

Hier lees je ‘m op FOK!.

• • •
 

Het vuur ontketend (6)

Filed under: Publicaties voor FOK! - overig — bazbo @ 07:10

I

“Wat was dat nou, gisteren?” vroeg ze.
“Ik was mijzelf niet,” mompelde ik voor mij uit.
“Ben jij ooit jezelf dan?”
“Thuis. Als ik alleen ben. En soms op het werk.”
“Hoe komt dat? Wat maakt dat je je in de supermarkt op je gemak voelt?”
“Geen idee. Er zijn wel aardige collega’s.”
“Word je geil van die kassameisjes?”
“Er zijn er leuke bij.”
“Word je geil van mij?”
“Nee,” dacht ik. “Soms ben je heel aantrekkelijk,” zei ik.
“Hoe lang ben je zonder vrouw geweest?” vroeg ze.
“Veel te lang. Jaren.”
“Hoe langer je wacht, hoe langer het wordt.”
“Dat klinkt nogal logisch.”
“Ik bedoel: zou je met mij …?”
“Ik wil geen klant van je zijn, Muriël.”
“Dat ben je ook niet. Wij zijn mensen die werkelijk iets voor elkaar voelen.”
Voor ik het wist lag ik in haar decolleté te lurken. Zij had mijn gezwollen orgaan tevoorschijn gehaald. Steeds meer kleren lagen op de grond.
Ze had van die hoerige lingerie aan. Rood en zwart kant. Het deed me niets. Haar hand op mijn zak was andere koek.
“Zo, jij hebt snel een harde stang, hoor,” zei Muriël. Waar was dat voor nodig? “Maak je mij ook geil?” Was ze dat dan niet? Waarom deed ze dit dan?
Ik streek met mijn hand over haar bedekte boezem. Ze hielp even mee en verwijderde haar bustehouder.
“Best nog lekkere tetten, hè?” lachte ze. Van welke klant zou ze dat gehoord hebben? Van een blinde, dat was zeker. “Wacht,” zei ze. Ze stond op en ontdeed zichzelf van haar slip. “Kom, dan gaan we naar de slaapkamer.”
In de slaapkamer gleed mijn tong over haar tepels, haar navel, haar schaamheuvel en langs de opening waaruit ooit Kimberley moet zijn gekomen.


II

Godverdomme, kwam die zwerver even op een totáál verkeerd tijdstip langs. Het zou geen probleem geweest zijn als hij alleen maar langs was gekomen. Maar hij moest me zo nodig iets vragen. Geld. Geld, godbetert. Alsof geld iets goedmaakt in dit kutleven. Die vent verdiende het niet om te leven. Ik gaf hem een slag tegen zijn hoofd. Toen hij tegen de stoeptegels sloeg, zag ik bloed uit zijn kop wellen.


III

Ze wist hoe ze moest pijpen. Dat wel. Maar het was me te gevoelloos.
“Vind je het wel lekker?” vroeg ze tussen twee halen door. Ik wist niets anders te doen dan maar wat te knikken.
Haar tong ging tekeer. Ik staarde naar het plafond. Dat zou wel eens een verfje kunnen gebruiken. Muriëls mondbeweging werd stroever. Werd ze moe?
“Kom,” fluisterde ik. Ik pakte haar hand en trok haar naar me toe. Ze kwam bovenop me zitten. Met een handige beweging bracht ze me bij haar naar binnen. Als een gek begon ze me te berijden.
“En dit? Is dit ook lekker?” vroeg ze. Ik pakte haar bij haar heupen en gaf het tempo aan.
“Ah, jij houdt van lekker langzaam.” Ze keek me aan met een geile blik. Ik sloot mijn ogen. Dat was het nadeel van dit standje. Ik wilde haar niet aankijken. Toen ze eenmaal aan mijn tempo was gewend en het langzaam overnam, liet ik mijn handen naar haar borsten gaan. Die dansten als malloten voor mijn gezicht. Muriël werd oud en lelijk. Plots hield ze op met bewegen.
“Vooruit Johan,” zei ze. “Wees eens een vent en doe met me wat je écht lekker vindt.”
“Op je knieën, hoer,” zei ik maar niet. Ik duwde haar van me af en knielde achter haar. Ik pakte haar bij haar heupen. Gewillig drukte ze haar kont tegen mijn bekken. Ik hoefde niet te mikken; ik gleed zo naar binnen. Ik trok haar heupen naar me toe en beukte tegelijkertijd met mijn bekken naar voren. Toen trok ik me iets terug. En beuken weer. Ze reed mee. Ze hijgde, steunde.
“Oooooh! Johan!” klonk ze schor.
Ik zei niets, wierp mijn hoofd achterin mijn nek en verhoogde het tempo. Muriël ging iets rechtop zitten, met haar hand pakte ze me bij mijn middel en hielp ze mee. Ik verschoof mijn handen van haar heupen naar boven, graaide naar haar borsten en vond ze, meezwabberend met het ritme. Toen legde ik een hand op haar schouders en liet die in haar nek glijden. Ze kreunde. Vond ze dit lekker? Ik greep haar keel vast.
“Oh, ja!” siste ze. Ik verstevigde mijn greep in haar hals. Genoot ze van de hand op haar keel?


IV

Ik deed de deur van de badkamer open. Hij was niet op slot, dus ik nam aan dat ik naar binnen kon. Toen ik mijn eerste voet op de koude tegels zette, merkte ik dat er wel degelijk iemand aanwezig was. Ik keek in het hoekje waar zich de douche bevond. Door het halfdoorzichtige douchegordijn heen zag ik Kimberley. Ze stond met haar rug naar me toe, druk bezig haar lange blonde haren te wassen.
Mijn blik gleed over haar lichaam. Het stromende water en de stoom maakte haar bijna onzichtbaar. Ik zag de bolling van haar billen, haar ranke benen.
Lieve help, wat was ze mooi! Natuurlijk, ook als ze haar kleren aanhad, dan zag ze er bijzonder leuk en aantrekkelijk uit. Als haar prille schoonheid een voorbode was van wat nog moest gaan komen, dan zou ze over een paar jaar een begeerlijke jonge vrouw zijn.


V

– gleed zijn hand over de borst van zijn slachtoffer. Die rilde in de laatste momenten van de doodsnood. Zo gespannen als de zwetende prooi was, zo kalm ademde Franco. Vingers langs de keel, een hand die samenkneep. Daar ging je strottenhoofd. Als je heel stil was, kon je het horen verbrijzelen. En dan het gegorgel uit de mond. De flikkering van het streepje licht op het lemmet van het mes. Een zwaai. Soepel gleed het metaal door het zachte vlees van de hals. Bloed spoot in het rond. De demonische lach van Franco sneed door merg en been. En dat was pas het begin van –


VI

Ze had shampoo in haar haren. Langzaam stond ze het schuim in te masseren. Onwillekeurig draaide ze iets naar me toe. Onder haar geheven armen door zag ik een van haar meisjesborstjes met het stevige knopje erop.
Plotseling wilde ik haar beschermen. Dat idee had ik al wel vaker. Maar dat was op dat moment. Nee, nu wilde ik haar voor altijd veilig stellen. Dit mooie, jonge meisje, dat mag geen gevaar lopen. Iemand moet voor haar zorgen. Van haar moeder moet ze het niet hebben. Haar moeder, dat is óók een lekker wijf, maar die is in staat om haar dochter met zich mee te slepen de hoererij in.
Kimberley spoelde haar haren uit. Langdurig liet ze het water in haar gezicht stromen. Toen draaide ze de kranen dicht. Met een armbeweging deed ze het douchegordijn opzij. Daar stond ik.
“O, ben jij het, Johan?” vroeg ze, terwijl ze een arm om haar borstjes sloeg.
“Sorry, ik wist niet dat jij in de badkamer was,” zei ik onzeker.
“Stond je me te begluren?” vroeg ze ondeugend.
“Nee joh, natuurlijk niet,” zei ik, mezelf proberend te herstellen. “Ik zocht een handdoek.”
“De handdoeken liggen in de kast op de overloop, dat weet je toch.” Ze had snel een groot badlaken om zich heen geslagen en was nu bezig om een handdoek om haar hoofd te wikkelen.
Ooit zou ik Kimberley redden; dat wist ik nu wel zeker.


VII

Ik liet haar hals los en graaide weer naar haar heupen. Muriël liet zich met haar hoofd voorover in het kussen vallen. Plots voelde ik haar hand tussen mijn benen op mijn gespannen scrotum. Ze wist hoe ze een man gek moest krijgen. Was ze al klaargekomen? Ik had het nog niet gemerkt. Zou ze beroepshalve wel eens een orgasme hebben? Het kon me eigenlijk even niet zoveel schelen. Aan haar geluiden te horen lag ze te genieten.
Mijn bewegingen werden ruwer. Het zweet liep over mijn hele lichaam. Een trilling maakte zich van mij meester, beginnend bij mijn tenen, zich verspreidend naar alle ledematen en in mijn kop.
“Toe maar!” moedigde ze me aan. Dat was niet nodig. Ik trok me terug en legde mijn penis in haar bilspleet. Daar kwam het. Zonder iets te zeggen spetterde ik mijn zaad op haar rug en haar billen.


VIII

Die loser was even blijven liggen. Suffig bewoog hij zijn kop. Hij richtte zich op. Toen zag hij mij. Ik deed net of ik woest op hem af kwam. De zwerver probeerde op te staan, maar merkte dat hij uit zijn hoofd bloedde. Voorzichtig veegde hij door zijn vettige haren. Bloed zat aan zijn handen. Ik schreeuwde nog iets naar hem. Wankelend wist hij overeind te komen. Als in een slechte film maakte hij zich uit de voeten. Ik had hem iets na moeten gooien. Een stoeptegel of zo.


IX

Muriël greep op het nachtkastje naar een doos tissues. Met een handige beweging veegde ze haar boel schoon. Toen liet ze zich op haar buik vallen. Zou ze nog iets van mij verwachten? Ik ging naast haar op mijn zij liggen en keek in haar gezicht. Ze had haar ogen gesloten. Er zat nog een blosje op haar wangen.
“Oh, Johan,” fluisterde ze. Was ze nou nóg geil of wéér geil? “Ik ben nog nooit zo goed genaaid, geloof me.”
Ik draaide me op mijn rug. Ze bleef een hoer. Het viel me nog mee dat ze er geen geld voor vroeg.
“Oeh,” kreunde Muriel. “Oeh, ik ben zo blij dat je terug bent gekomen.”
“Gekomen ben ik wel,” glimlachte ik. “Alleen niet terug,” dacht ik erachteraan. “Ik ben nog steeds daarginds.”

Hier lees je ‘m op FOK!.

• • •
 

Het vuur ontketend (5)

Filed under: Publicaties voor FOK! - overig — bazbo @ 07:06

Muriel zat een beetje te wippen op haar stoel. Ze leek zenuwachtig. Ik had niet heel veel voorbereid. “Wat verwacht Muriël nou precies van mij?” dacht ik. “Altijd wat met die wijven. Dat ik goed met haar kan praten is wel fijn. Maar de mogelijkheid dat ik een relatie met haar zou krijgen, die is wel vreemd. Ik ben nu niet echt een goede partij. Niet voor haar en zeker niet als je bedenkt dat ik ook een voorbeeld voor Kimberley zou moeten zijn. Dat bevreemdt me nog het meest.”

Ik had moeder en dochter uitgenodigd om bij mij thuis te komen eten. Niet dat ik zo’n goede kok ben. Maar een behoorlijke pasta zet ik toch wel neer. En het vooruitzicht op twee dames bij mij thuis vond ik wel prettig. Zoals gezegd, met Muriël kan ik wel goed. En Kimberley is een leuk ding om te zien en om mee te kletsen over tienerdingen. Ze had al eens wat oude boeken van mij geleend (die ze trouwens nooit eens terugbracht) en kwam af en toe bij mij aanwippen om een grammofoonplaat te draaien. Met name mijn verzamelingetje Motown viel bij haar in de smaak. De cola was niet aan te slepen.
“Het is soms erg met mij,” dacht ik. “Ik zit hier tegenover de moeder, maar vind het eigenlijk leuker als haar dochter bij mij is.”

“Ze komt wel, hoor.” Muriël beantwoordde de vraag die ik helemaal niet gesteld had. “Ze komt zeker.”
“Ja, tuurlijk,” schoot het door mijn hoofd. “Dat kind begint al net zo’n hoer als d’r moeder te worden. Ze komt zeker als ik haar eens onder handen neem.” Verschrikt keek ik naar de vrouw die aan tafel een sigaret zat te roken. Ik had het toch niet hardop gezegd?
Muriël reageerde niet.
“Allicht komt ze wel. Je weet toch hoe ze is?” Als het moest, loog ik de ideale wereld bij elkaar om Muriël op haar gemak te stellen. “Ze is geen kwaaie en heeft een hart van goud.”
“Nou, goud heeft ze wel, maar dat krijgt ze allemaal van dat kloterige vriendje van d’r.”
“We kunnen eten.” Ik had geen zin in dat gemekker. “Als ze nog verschijnt krijgt ze ook een hap.”
Ik schoof mijn stoel tegen de tafel en keek naar Muriël. Ze maakte haar sigaret uit en wenste me smakelijk eten. Ik bromde wat terug en begon snel te eten. Het was een ingesleten gewoonte om me dan met niemand te bemoeien en ik vond het raar dat ze aan een stuk door tegen me zat te kleppen. Het ging over van alles en nog wat.

– zag de jongen kijken tijdens het eten. Zijn kleine oogjes waren een waarschuwing. Hij was niet echt slim. Franco kon twee dingen niet uitstaan tijdens het eten; priemende oogjes en domme mensen. Hij stond half op en gromde. Toen stak hij in een flits zijn vork dwars door de wang van het slachtoffer. Daarna at hij verder alsof er niks aan de hand was. De bloedende en kermende jongen verdween uit de eetzaal en het werd weer rustig. Franco grijnsde. Er zat bloed op zijn kin en –

Het eten duurde niet lang. Als toetje had ik een beetje ijs dat een klant in de supermarkt had laten vallen. De verpakking was stuk gegaan, maar daar merkte je niks van. Muriël vond het allemaal ge-wel-digh.
“Een vriendje?” Het stormde in mijn kop. “Daar had ze me nog nooit iets over verteld. Ik dacht dat we goede vrienden waren? Wie was dit vriendje? Als ik Muriël zo hoorde, was het een knul om in de gaten te houden. Welke gast van die leeftijd geeft zijn meisje nou al gouden rommel?”
“Ge-wel-digh!” Iedere keer dat ze dat zei kon ik haar wel schieten. Maar ik deed dit toch voor haar plezier. Dus ik hield me in. En eigenlijk vond ik het ook wel heel gezellig. Ik was lang genoeg alleen geweest.

De bel ging.
“Dat is vast Kimberley,” zei Muriël. “Die vindt de hond in de pot.”
Ik liep naar de deur en deed die open. Daar stond ze. Nogal onvast op de benen. Ze moest tegen de deurpost aan leunen.
“Dag Johan, daar ben ik. Zullen we een plaatje draaien?” Ze viel me om de nek.
“Kimberley?” fluisterde ik. Haar adem rook naar sterke drank. “Wat is er met je?”
“Ik ben nogal vrolijk.” Ze waggelde het halletje in.
“Je moeder is er.”
“En?”
“Wil je dat die jou zo ziet?”
“Het kan me geen reet schelen.”
“Kim!” De stem van Muriël klonk boos en schel. “Wij gaan nú naar huis!” Muriël greep haar dochter bij een elleboog en sleepte haar mee naar het trappenhuis.
“Dag lieve Johan,” zei Kimberley nog. “Ik kom nog wel een keer langs, hoor! Dat beloof ik!” De deur sloeg hard dicht.
Ik liep naar het raam. Even later hoorde ik moeder en dochter de straat betreden.

“Wat is dit?” hoorde ik Muriël gillen.
“Zit niet zo te zeiken, wijf,” klonk Kimberley’s stem. “Bemoei jij je nou maar met je eigen sores!”
“Wat bedoel je daar mee, Kim?”
“Alsof jouw leven zo lekker in elkaar zit! Jij neukt iedereen als het maar geld oplevert!”
“Niet zo’n grote bek, kind! Ik ben wel je moeder!”
“Zou een goede moeder haar eigen kind meenemen naar die vieze pooier van je?”
Plotseling was het stil. Ik boog uit het raam. Muriël had haar hand naar haar hoofd gebracht. Kimberley had iets héél naars gezegd.
“Nee!” gilde het meisje. “Een echte moeder doet zoiets niet! Maar jij wel!”
“Kindje, ik doe het alleen maar om …”
“Ik ben geen kindje meer!”
“Zo gedraag je je anders wel. Een volwassen meid laat zich niet volgieten door d’r halfzachte vriendje, in ruil voor een pijpbeurt.”

– was buiten,” vertelde hij. Vijftien jaar oud, en omringd door vier van zijn klasgenoten. Het paadje langs de gymzalen werd niet meer gebruikt. De struiken waren hoog en ondoordringbaar. Franco ging op zijn knieën zitten en ritste de broek van een van de jongens open. Met lange halen begon hij hem af te zuigen en al snel had hij het warme zaad van de jongen in zijn mond. Zo ging hij alle vier de jongens af. Huilend liep hij naar huis. Zijn nagels hadden bloedende halve maantjes in zijn handen gemaakt. “Wacht –

Ik stond al snel buiten. De waas voor mijn ogen maakte dat ik niet eens zag wie ik bij de keel greep.
“Johan, hou op!” Kimberley greep me van achteren beet. “Laat mama los!”
Mijn vingers verslapten. “Sorry,” zei ik. “Ik wist niet wat ik deed.”
Muriël had een stap achteruit gedaan en een hand om haar hals gelegd. “Johan, godverdomme, wat is dit nou weer?”
“Het spijt me, Muriël. Ik wist niet wat me overkwam. Jullie gingen zo tekeer.” Ik deed een stap naar Muriël toe. “Het enige wat ik wilde is dat jullie stopten met ruzie maken.”
“We hebben het er nog wel over. Ik neem Kimberley mee naar huis. Die is zo zat als een aap. Morgen bellen we.” Ze greep haar dochter bij de hand en liep de straat uit.

“Meneer?” hoorde ik een zware stem achter mij. Er stond een ouwe vent met een grijze baard en verfomfaaide kleren.
“Wat moet jij?” snauwde ik.
“Heb je geen euro voor me?”
“Nee, ik heb geen euro, maar je kunt een ram voor je harses krijgen.”
Voordat de man goed en wel begreep wat er gaande was, lag hij al op de stoep. Ik gaf hem een schop na. Kreunend kroop hij langs de goot.
“Flikker op, vuile zwerver!” riep ik hem na. Hij krabbelde overeind en strompelde de hoek om.

Hijgend ging ik zitten op de stoeprand.
“Fuck, wat heb ik gedaan? Wie wil ik helemaal beschermen? Dat kind? Of Muriël? Muriël is niet te beschermen; haar pooier zorgt te goed voor haar. Maar Kimberley, die heeft een stabielere omgeving nodig. Ik zou niet willen dat ze net zo werd als haar moeder.”
Ik klom de trap op naar mijn woning. Daar stond mijn lauwe bier.

Hier lees je ‘m op FOK!.

• • •
 

Het vuur ontketend (4)

Filed under: Publicaties voor FOK! - overig — bazbo @ 07:05

Ik werd wakker. Dat moet ook gebeuren. Vandaag hoefde ik niet te werken. Op zondag is de supermarkt gesloten. Snel nam ik een douche. Toen kleedde ik me aan en ging ik naar mijn keukentje. Daar bereidde ik koffie. Op de eettafel lag de krant die ik gisteren had gekocht. Ik ging er eens goed voor zitten.
Het gebruikelijke politieke gelul. Er verandert toch niets in dit land. Nee, dan de kleinere berichten over misdaad. Hier, een man die was betrapt bij het jatten van vleeswaren. Wat een loser. Iets verderop stond een stuk over een bankoverval. Dat was het betere werk. Van de vier daders waren er drie nog spoorloos. Ik weet niet wat het was, maar dit soort berichten las ik graag.

Ik had genoeg gezien om er iets vanaf te weten en het fascineerde me. Volgens mij was ‘over de schreef gaan’ iets menselijks. Ik snapte vaak wel dat mensen in een situatie gedwongen werden te handelen. En niet altijd koos men dan de meest verstandige of legale weg. “De mens is niet echt een slecht wezen,” zei ik bij mezelf. “Sommige regels maken het moeilijk om volgens de wet te leven. Kijk naar mijzelf.” Ik schonk nog eens koffie in en mijmerde verder. “Met heel weinig inkomen en weinig kansen op verbetering snap ik maar al te goed dat mensen eens iets stelen. Gewoon om te overleven. De mensen die de wetten maken hebben het vaak heel goed. Ze zitten in hun grote huizen te genieten van het salaris dat de bevolking ze betaalt. Dan is het makkelijk om te oordelen. De vuile ratten.”

– eerlijk. Dat was Franco nog nooit geweest. Niemand deed iets of legde hem ook maar een strobreed in de weg. Bijvoorbeeld als hij halflege sigaretten verkocht. Of andere smerige ongein uithaalde. Franco deed de dingen die hij deed. De drugs maakten hem niet alleen mooier en slimmer, maar ook onoverwinnelijk. Hij wilde niet alleen dat de mensen naar hem opkeken; hij wilde de mensen zelf kunnen bezitten. Wat Franco wilde, nam hij. Desnoods met geweld. Die woede zat in hem. Diep in hem. Diep –

Ik moest denken aan de supermarkt. Een van die jongens in het magazijn verkocht vaak spullen via de achteringang van de winkel. Rachid had veel broertjes en zusjes. Zijn vader was werkeloos en Rachid moest zijn salaris afstaan om het gezin te helpen. De dingen die hij stiekem verkocht, waren spullen die weggegooid werden omdat ze over de datum waren. “Zelf neem ik wel eens brood voor de eendjes mee,” mompelde ik. “En zo verdient Rachid iets bij voor zichzelf, door die spullen niet weg te gooien maar te verkopen.” En dat deed hij ver onder de winkelprijs en alleen aan mensen die normaal de luxe goederen niet konden betalen. Zo zorgde hij voor zichzelf dat hij wat geld over had om te gaan stappen of zijn meisje mee uit te nemen. “Eigenlijk doe ik precies hetzelfde. Ook ik zorg voor wat extra’s om Muriël mee uit te nemen.” En de mensen die krap bij kas zaten, konden ook af en toe genieten van luxe eendenborst en dure groente. “Dat vind ik geen misdaad.”

Twee pagina’s verder stond een verhaal over een man die een relatie had met een meisje van zeventien. “Niks mis mee. Het meisje was er zelf bij geweest, maar nog minderjarig volgens de wet. Toen ze van hem af wilde, hoefde ze alleen maar te gaan huilen dat ze verkracht was door een vieze oude man. En nu is de hele stad in rep en roer. Dat is toch onrecht? Ik zou zo’n griet wel iets kunnen aandoen. Zo’n oneerlijk klotewijf. Heel haar leven nog voor zich en zo dom als een varken. Als haar moeder erachter komt, krabbelt ze terug. Durft ze geen verantwoordelijkheid te nemen en vernietigt ze de reputatie van een eerlijk man.”

Niet alle tienermeisjes waren zo. Neem nou dat kind van Muriël. Gisterenavond was ik in hun huis. Muriël had me gevraagd of ik iets kwam drinken. Het was al laat. Toen ik binnenkwam, stond Muriël in de keuken. Ik vroeg of ik kon helpen met afwassen, maar daar wilde ze niet van weten. Dus zat ik alleen met die dochter van haar. Toen ik tegenover haar op de bank ging zitten, stond ze op en liep ze naar de bijkeuken. Ik ging achter haar aan. Er brandde een lampje aan een kale peer. Kimberley pakte een gootsteenontstopper en ging halfslachtig aan de gang met het ding in de lage zinken afwasbak die daar hing. Ik wist niet zo goed hoe ik moest beginnen.

“Jij moet Kimberley zijn,” zei ik.
“En wat dan nog?” klonk ze. Ze keek me niet aan.
“Je bent nog laat op.”
“En jij bent mijn vader niet.” Ze draaide zich met haar rug naar me toe.
Ik zou het niet willen ook, dacht ik. Tegelijkertijd verwarde haar opmerking me, maar ik zei: “Je hebt gelijk. Sorry.”
“Het is oké.”
“Hier, geef maar.” Ik pakte de ontstopper van haar over en verwijderde het metalen ringetje dat de gootsteen afsloot. “Een echte man kan alles oplossen, toch?”
Ze lachte schamper maar liet me mijn gang gaan.
Ik rolde mijn mouw op en keek haar aan. “Ik heb een trucje voor dit soort gelegenheden. Toen ik klein was, ben ik een keer tussen de deur gekomen. Dat kostte me een aantal botjes in mijn hand die nooit meer goed genezen zijn.” Ik vertelde er maar niet bij dat mijn moeder dat gedaan had en me pas dagen daarna naar het ziekenhuis had gebracht. “Je moeder maakt zich zorgen om je.”
“Ze zou zich beter zorgen maken over zichzelf.”
“Wat bedoel je?”
Kimberley keek op. “Die pooier van haar buit haar uit. En zijn zoon wil mij erbij betrekken.”
“Wat? Wat bedoel je?”
“Of ik een leuk zakcentje wilde verdienen. Op straat.”
“Is hij nou helemaal gék geworden?” brieste ik.
“Maak je niet zo kwaad. Ik kan heus wel voor mijzelf zorgen.”
“Meid, dit is een zaak van volwassenen.”
“Ik ben veertien. Dit los ik zelf op.”
“En wie wil je daarvoor meenemen?”
Ze gaf geen antwoord.
“Je moeder wil het allerbeste voor je. Ze werkt hard, maar het levert haar niet genoeg op.”
“Ik weet het wel,” zuchtte ze. Ze boog haar hoofdje.
“Hé, meisje,” zei ik zacht. Ze duwde haar voorhoofd tegen mijn schouder. Uit het schokken van haar lijfje maakte ik op dat ze huilde. Ik sloeg een arm om haar heen. Ze greep me vast. Ik tilde haar hoofd bij haar kin omhoog, zodat ik haar in haar gezicht kon kijken. Met mijn duim veegde ik de tranen van haar wangen. Haar mascara was uitgelopen. “Joh, niet huilen,” zei ik. “Het komt allemaal goed.” Kimberley klemde zich nog wat steviger tegen me aan.
“En wie wou je daarvoor meenemen?” lachte ze door haar tranen heen.
Ik mocht dit meidje wel. Ze was het type nonchalant en leek een zelfverzekerd kattenkopje, maar in wezen was ze nog erg kwetsbaar. En ze zag er leuk uit. Ze droeg afgetrapte gympies en een vale strakke spijkerbroek met zo’n modieus tuniekje erboven. Ze had nog niet het volledig vrouwelijke figuur, maar al wel een set borsten die een lekker decolleté veroorzaakten. Haar lange blonde haren droeg ze in een paardenstaart. Haar blauwe ogen had ze aangezet met mascara; verder gebruikte ze geen make-up.
“We vinden wel een manier,” probeerde ik rustig te klinken.
“Toen ma van je vertelde, leek je me een stomme eikel,” zei ze. Ik schrok er niet van. “Maar je valt best mee.”
Ik lachte. Zij ook. Volgens mij lagen we elkaar wel.

– had al lang geen meisje van dichtbij gezien. Niet omdat hij dat niet interessant vond, maar omdat het onmogelijk was. Die honden lieten hem niet gaan. En daarom had hij een regeling getroffen met zijn kamergenoot. In ruil voor zijn leven dacht Franco aan mooie grietjes tijdens de nachtelijke uren. Eenmaal buiten zou hij weinig over laten van het poepgat dat aan zo’n snol zat. Franco was altijd uit op bloed. Dat was de leegte in zijn hoofd. Vooral als hij zijn harde –

Ik las verder en vond meer artikelen over een hele serie onopgeloste zaken. Er waren er een aantal in de buurt, waarvan de politie niet vermoedde dat er een verband tussen was. Er stond ook iets over de zwerver. “Ik kan mij niet voorstellen dat je zomaar iemand dood maakt. Als er een reden toe is, begrijp ik het nog wel. Maar dit zijn allemaal brave burgers die een ongelukkige ontmoeting hebben gehad met het lot.”
Ik at een boterham, trok mijn jas aan en ging naar buiten. Het regende weer eens. Toch had ik frisse lucht nodig.
Op de straat zag ik lelijke mensen met honden. Ze maakten me woest. “Waarom gaan brave burgers dood en blijven de klootzakken leven?” Het is allemaal zo oneerlijk. Iemand moest er eens iets aan doen.

Hier lees je ‘m op FOK!.

• • •
 

Het vuur ontketend (3)

Filed under: Publicaties voor FOK! - overig — bazbo @ 07:04

“Johan, wat doe je tegenwoordig eigenlijk overdag?” Muriëls vraag sloeg als een bokshandschoen in mijn gezicht. “Wat is er, Johan? Heb je wel werk? Je hoeft je niet te schamen, hoor.”
“Schaamte is sowieso niet iets dat jij kent,” zei ik en ik had daar onmiddellijk spijt van.
“Mijn beroep mag dan niet het meest eervolle zijn dat er bestaat; voorlopig eten we er goed van.”
“Hoe is het met je kind?” vroeg ik om een discussie te ontwijken.
“Dat ‘kind’ heet Kimberley, en die is ondertussen veertien en een vervelende kutpuber,” was Muriëls antwoord.
“Oh, ja, dat had je al gezegd,” verontschuldigde ik me. “Ik wilde alleen maar belangstellend zijn.”
“Ik vroeg je naar je werk.”
“Ik werk in de super op de Azijndijk. Niet veel soeps. Maar het levert geld op en daar is het me om te doen. Ik zoek nog naar iets beters.”
“Hele dagen?”
“Nee, alleen op maandagochtend, woensdag de hele dag en vrijdag- en zaterdagochtend moet ik er zijn. Voor de rest heb ik niet zoveel om handen. Wil jij nog iets drinken?”

Muriël had geknikt. Ik wenkte Rein en vroeg nogmaals hetzelfde.
“Nog altijd niet veel volk hier, Rein,” zei ik, toen hij me het biertje en de witte wijn voor mijn neus had gezet.
“Wrijf het er maar in, Johan,” bromde Rein.
“Maar hoe bevalt het werk je?” vroeg Muriël.
“Het is oké. Ik word grotendeels met rust gelaten door het meeste personeel. En Ton, de manager van het magazijn, is een goeie kerel.”
“Dat is fijn om te horen, Johan.” Even keek ik naar Muriël. Die leek zowaar oprecht geïnteresseerd.
“De baas, international director of hoe ze die ook al weer noemen, die steekt af en toe nog even zijn hoofd om de hoek. Dat voelt wel oké. Al die jongeren kijken meestal schichtig langs me heen. Wat normaal is voor die onzekere gastjes.”
“Maar heb je wel wat aanspraak, dan?”
“Niet zoveel. Een enkel kassameisje of magazijnknulletje praat wel eens met me. Maar veel is het niet. Omdat de managers met elkaar lunchen, zit ik meestal alleen te pauzeren en te eten. De kantine is rommelig en er lopen steeds mensen in en uit. Dat vind ik verwarrend. Zelf zit ik vaak van een afstandje in de opening naar het magazijn te kijken. Op zich wel grappig om te zien, al die kassameisjes en jonge gastjes die hun best doen om indruk te maken.”

– indruk maken, dat kon Franco wel, vertelde hij eens. Er was niks dat hem bijzonder maakte. Zoals hij waren er meer op school, in de wijk waar hij woonde, maar hij was gemener en gewetenlozer. Een buurjongetje had het lef gehad om tegen Franco in te gaan. Franco had hem meteen gepakt, opgebruikt en weggeflikkerd. Alsof het een voorwerp was. Een kort pleziertje. Ik haatte hem daarvoor. Ik haatte Franco, omdat hij geen ziel had. Hij was –

“Johan, wat zei je daarna?”
Ik keek café ‘De Lamme Goedzak’ eens rond. Er zat echt helemaal niemand. Behalve Muriël en ik. Waar ze haar klanten vandaan haalde, was me een raadsel.
“Johan?” vroeg ze nogmaals.
“Wat?”
“Wat zei je daarnet?”
“Eh, ik had het over de jongetjes op het werk. Na de eerste week waren ze al aan me gewend. Ze laten me lekker links liggen. En ik doe gewoon mijn werk. Ik heb van niemand last. En het geld dat ik verdien is goed genoeg voor een sober levende man als ik.”
“Jij bent nooit een veeleisende man geweest,” zei Muriël opeens. Ze kwam vervaarlijk dicht bij me en sloeg haar arm om me heen.
Ik rilde en draaide me naar de toog om van mijn bier te nippen. In ‘De Lamme Goedzak’ was ik onder mijn eigen soort mensen. Muriël was er meestal ook.
“Ik begrijp het wel, Johan,” zei ze. “Niet dat ik weet wat je allemaal hebt doorgemaakt, maar ik zal niet meer vragen over je verleden.”
Dat viel me dan weer mee.

“Laten we over de gewone dingen van het leven praten,” stelde ik voor. “Dat kind van je. Hoe houd je dat vol als het zo’n puberende etter is?”
“Ach, Kimberley is meestal op straat,” zei ze.
“Alsof ze dat van een vreemde heeft,” dacht ik. “Die gore kuthoer van een Muriël laat zich verpooieren door een rotte Marokkaan. Niet omdat ze niet van die klaploper af kan, maar omdat ze het lekker vindt om betaald te worden voor seks. En ik wéét wat voor cliëntèle bij goedkope en afgelebberde hoeren als zij langs komt. Het armste en goorste tuig van de stad neukt haar.” Ik probeerde mijn gedachten niet te ver af te laten dwalen.
“Hoe is het met jouzelf?” vroeg ik haar. “Hoe staat het met jouw eigen gezondheid?”
“Ach, Johan,” verzuchtte ze, “vijfentwintig jaar op een tochtige straathoek staan roken is niet goed voor je stem.”

– die demonische lach. Gek word je ervan. Tot brakens toe moet ik ernaar kijken en luisteren. Het is sterker dan ik. Ik zou me ervoor willen afsluiten, maar ik kan het niet. Steeds weer word ik ernaar toe gezogen. Die hoge uithalen die door mijn merg en been snijden. En dan de switch naar de lage tonen. Mijn onderbuik wordt aangeboord. Afschuwwekkend, maar o zo intrigerend. Franco kan er wat van. Ik heb kippenvel –

Weer walgde ik.
“Wat heb je toch?” vroeg Muriël.
“Oh, niks,” loog ik.
“Gaat het wel goed met jóú?”
“Ja hoor. Ik heb mezelf altijd een beetje fit weten te houden door de jaren heen. Als ik de kans krijg, doe ik mijn push-ups en sit-ups. Of ga ik hardlopen. Als het maar even kan, ga ik elke dag minstens een half uur rennen. Dat heeft me al die jaren fit gehouden.”
“Je werk zal ook wel de nodige lichamelijke inspanning vergen.”
“Jij kunt lekker blijven liggen als zo’n kerel op je tekeer gaat,” dacht ik. Maar ik zei: “Er is een hoop sjouwwerk.”
“Hoe bevalt dat?”
“Simpel sjouwwerk, daar ben ik goed in. Er worden nogal wat kratten geleverd. En waarschijnlijk is het goedkoper om mij alles te laten opstapelen dan het over te laten aan een chauffeur of puber. De mensen in de super kijken een beetje op me neer, maar ik vind het niet erg.”
“En wat doe je dan in je vrije tijd?” Het leek wel of Muriël alles wilde weten.
“Vaak ga ik na de ochtenden in de supermarkt naar het park. Daar zijn de vogels en de eenden die me graag zien komen.”
“Kun je wel rondkomen van het loon?” Werd ik hier nu uitgehoord of hoe zat dat?
“Ach weet je, soms vind ik wel eens brood in de restantenbak van de super. Dat gebruik ik om de eendjes mee te voeren. Maar zelf eet ik er ook mijn buikje van rond. Dat spaart me dan weer een dure avondmaaltijd uit. En het geld dat ik ermee bespaar, dat zet ik dan weer opzij.”
Ik vertelde maar niet dat ik aan het sparen was voor een etentje in een restaurant en een bezoek aan de bioscoop. Ik was van plan Muriël te vragen te stoppen met op straat werken. Als ze dat zou volhouden, had ik mijn spaarcenten en een leuke avond.

Hier lees je ‘m op FOK!.

• • •
 

Het vuur ontketend (2)

Filed under: Publicaties voor FOK! - overig — bazbo @ 07:03

Wasem kwam van het dak. De felle ochtendzon scheen op de zwarte pannen. Het leek wel of het dak in brand stond. De waterachtige stralen gaven het een spookachtige aanblik.
Ik moest iets gaan doen. Werk zoeken, bijvoorbeeld. Je kunt wel thuis blijven zitten, maar wat schiet je ermee op?
Mijn voordeur deed ik niet eens op slot. Op straat was het een drukte van belang. Auto’s passeerden, fietsers reden over de natte straat en voetgangers stapten driftig voor zich uit met geheven paraplu.
“Waar vind ik een baan?” vroeg ik me af. “Was het wel verstandig geweest dat ik alle ondersteuning heb afgeslagen?”

De deur van café ‘De Lamme Goedzak’ klemde als vanouds. Ik zette mijn schouder ertegenaan en duwde.
“Johan!” riep Rein van achter de toog. Ik stak mijn hand op. “Je hebt je weg weer hiernaartoe gevonden?”
“Het duurt niet lang meer,” zei ik.
“Hoe bedoel je?”
“Ik moet mijn oude leven weer oppakken, Rein. Ik heb geld nodig.”
“Dat wordt werken.”
“Er zit niets anders op. Ik wil niet nog eens meemaken wat ik heb moeten doorstaan.”
“Wat zoek je?”
“Geen idee. Als het maar betaalt. Heb jij niet wat voor me te doen?”
“Je weet dat het in de horeca moeilijk gaat, Johan. Op zich heb ik zat te doen, maar ik kan je niet betalen.”
“Het zijn slechte tijden. Ik heb veel gemist.”
“Ik weet via een vriend dat de kliniek schoonmaakpersoneel zoekt. Maar dat is niet echt iets voor jou, denk ik. Het is eerder vrouwenwerk. Probeer het eens bij de supermarkt op de hoek.”
“Hebben ze daar een vacature?”
“Vast wel.”

Zonder er echt bij na te denken liep ik naar de supermarkt. Het was nog vroeg en het enige volk dat er binnen was leek met dezelfde vaart weer naar buiten te willen. Alsof niemand tijd had om te doen waarvoor ze hier waren. Willekeurig allerlei producten in je mandje gooien is geen boodschappen doen; dat is inladen.
“De mensen weten niet meer wat tijd is. Dat leer je wel als je er teveel van hebt,” dacht ik.

Tegen het kantoortje van de bedrijfsleider stond een bordje met daarop de tekst: ‘Spiegelaars en magazijnbedienden gevraagd.’ Ik klopte aan en een kerel van ergens begin dertig deed de deur open.
“Hallo.” Hij nam me snel op van top tot teen. Waarschijnlijk om te beoordelen of ik een lastige klant was. “Kan ik iets voor u doen?” Zijn lach leek gemeend en aardig. Misschien iets te professioneel.
“Ik vraag me af of de vacature nog open staat en wat voor werk het betreft.” Met een knik naar het bordje maakte ik duidelijk wat ik bedoelde. Mijn raadgever had me verteld dat ik niet te nors en eenzelvig moest zijn, dus voegde ik er aan toe dat de functie me leuk leek. En dat ik niet wist wat spiegelen was.
“Ah, dan kom je vast voor de magazijnbediende.” Het viel me meteen op dat ik binnen een enkele zin van ‘u’ naar ‘je’ was verworden. Het zou wel te maken hebben met gezagsverhoudingen en dergelijke. Die dingen snapte ik toch al niet, dus ik stoorde me er ook maar niet aan.
“Ja, ik ben een harde werker en ik vind geen enkele klus vervelend.”
Hij nam me weer op. Dit keer keurender. “Kom even binnen, dan krijg je van mij een kop koffie en dan hebben we het erover.”
Aan het tafeltje had ik goed zicht op de hele winkel. De bedrijfsleider – het bordje op zijn bureau zei me dat hij ‘districts manager’ was – ging door een andere deur en liet me alleen. In de winkel zag ik twee kassameisjes en een aantal ouderen. De meisjes verveelden zich en de bejaarden bekeken producten.

– en vol van zweet. “Ik heb dat ouwe kutwijf een mes onder d’r neus gedouwd. Moest je ’s horen hoe ze schreeuwde. Ze verzette zich niet eens. Weet jij dat je niet eens hard hoeft te duwen als je de punt van een scherp mes door een buikwand heen wilt drukken?” Franco vertelde. Hoe meer details hij prijsgaf, hoe meer de bobbel in zijn broek groeide. Hij deed geen enkele moeite om zijn opwinding te verbergen. Elke keer zei ik in mijn hoofd hetzelfde zinnetje als hij zijn verhaal in geuren en kleuren deed: “Ook hij gaat een keer dood, ook hij gaat een keer dood, ook hij gaat een keer dood …” En toch had –

De manager keerde terug met koffie en een formulier. Na wat uitleg over de functie, het salaris en een proeftijd, vroeg hij me naar mijn beweegredenen om te solliciteren. Ik hoefde hem niks te vertellen over mijn verleden, maar wilde niet op verkeerde voet beginnen. Het gesprek liep vlotjes en was bijna prettig te noemen.
“Ach, ik ben een man met nogal wat bagage. Dat betekent dat ik veel heb meegemaakt en overal en nergens heb gezeten. Deze baan lijkt me een goed begin om me hier in de buurt te settelen. Om zo een nieuw leven op te bouwen. Met een schone lei beginnen, noemen ze dat.” Met een lachje knikte ik naar het pas schoongemaakte whiteboard in de kamer.
Het gezicht van de man betrok. Je kon zien dat hij popelde om te vragen wat ‘mijn verleden’ zoal inhield, maar hij deed het niet. Ik zou hem rustig van alles hebben verteld verteld; het kon me niks boeien. Als hij het hier niet mee kon doen, dan ging ik wel verder. Klootzakjes zoals hij hebben niks meegemaakt.
“Nou, het gaat me niet om ’s mans verleden, zei mijn vader altijd, maar om zijn inborst.” Hij stak zijn hand uit naar me. “En mijn vader heeft deze zaak groot gemaakt. Welkom bij onze club.”
Ik schudde de hand en had een baan. Zomaar. De volgende dag om half acht moest ik me melden bij Ton, de magazijnmanager.

– wit weggetrokken. De aders in zijn ogen zijn rood. Knalrood. Zie ik het nu goed? Loopt er een straaltje sputum uit zijn mondhoek? Franco wrijft zijn handen. De engel staat nietsvermoedend in een hoek van de doucheruimte. Het licht is beduimeld. Van de zes peertjes schijnen er nog maar twee. De engel draait zijn naakte lichaam met zijn rug naar Franco. Ik weet wat er gaat komen. Weg moet ik voordat –

Op weg naar buiten hoorde ik de klaterende lach van een van de kassameisjes. Ik keek om en zag dat ze verleidelijk haar hoofd in haar nek gooide, zwaaiend met haar pijpenkrullen. Echt zo’n aangeleerd maniertje om de jongens op te geilen. De tatoeage in haar nek maakte me blind van razernij. Waarom doen die grietjes dat toch? Ik voelde mijn hand samentrekken, maar ik werd afgeleid. Ik hoorde de zwerver bij de deur.
“Hé man, ik snap het wel.” Had hij het tegen mij? Hij knikte naar de kassa’s. “Die grietjes, godverdomme…” En alsof er verder niks aan de hand was, keek hij langs me heen.
“Huh? Zei je wat?” Maar er kwam geen woord meer uit de man.
“Wat een kloterij allemaal,” mompelde ik. Om niet meteen de indruk te wekken dat ik een half afgeschreven alcoholist zou zijn, ging ik naar een andere supermarkt om een kratje bier en wat te eten te halen. Thuis dronk ik in stilte tot het licht uitging.
“Hoe zou het zijn met die zwerver in het steegje naast de winkel?” was mijn laatste gedachte. “Hoe zou die het hebben vannacht?” Vanaf toen wist ik niets meer.

De volgende dag kwam ik aan bij de supermarkt. Het was er een drukte van belang. Ik had dat niet verwacht. Er stonden verschillende politieauto’s en een deel van de steeg was afgezet met lint.
“Let er maar niet teveel op, Johan.” Een man kwam met uitgestoken hand naar me toe. “Ik ben Ton. Welkom. De drukte buiten zal zo wel over gaan en dan hebben we genoeg te doen.”
De rest van de dag merkte ik weinig van de consternatie buiten. Toen ik klaar was met werken, was alles weer als vanouds. Alleen de zwerver was verdwenen. Ik had hard gewerkt en voelde mijn lijf. De mensen in het magazijn hadden eerst vreemd naar me gekeken tot ze me zagen pezen. Toen snapten ze wel wat ze aan me hadden.

Ik sloeg de weg in naar ‘De Lamme Goedzak’. De deur klemde als vanouds, maar het kon me niet stoppen. Om meerdere redenen had ik een biertje wel verdiend, dacht ik zo. Het enige waar ik aan moest blijven denken was die zwerver. Die arme zwerver.

Hier lees je ‘m op FOK!.

• • •
 

Het vuur ontketend (1)

Filed under: Publicaties voor FOK! - overig — bazbo @ 07:02

Het grote hek sloeg achter me dicht.
“Potdomme, dit lijkt wel een klassieke scène uit een slechte film.” Ik dacht het bijna hardop. Ondertussen dacht ik bijna altijd hardop. “Daar sta je dan, Johan. En daar ga je. De vrijheid tegemoet.”
Langzaam liep ik weg van het hek en het gebouw dat erachter stond. Ik had niet eens het idee dat ik iets vertrouwds achterliet.

“Verende tred, zo noemen ze dit toch?” zei ik, terwijl ik in de richting van de bushalte liep. Aan het hokje hingen posters die reclame schreeuwden voor producten die ik niet kende.
Bij de bushalte stond een man met een lange regenjas aan. Op zijn hoofd droeg hij een geruite boerenpet. Dat ze nog bestonden. De man keek mij aan. Ik zette mijn weekendtas op het bankje en stak een sigaret op. Die smaakte. Een koude novemberwind sneed door mijn te dunne jas.
“Hij is laat,” zei de man.
“Wie?” vroeg ik.
“De bus.”
“Ik heb alle tijd.”
De man antwoordde niet meer. Daar kwam de bus. De man stapte in, liet zijn rode strippenkaart stempelen en liep door naar de invalidenplaats.
“Waar moet u heen?” vroeg de chauffeur, terwijl hij met zijn stempel zwaaide.
“Geen idee,” zei ik. De buschauffeur keek raar op. “Doe maar naar het centrum.”
“Heeft u een kaart?”
“Nee.”
“Dat is dan drie twintig.” Hij scheurde een kaartje van zijn blokje af, legde die neer en stempelde hem af.
“Geld.” Ik graaide in mijn broekzak en vond de vijf briefjes van tien. Ik pakte er een van het stapeltje en gaf die aan de chauffeur. Een briefje van vijf en wat losse muntjes kreeg ik terug.
“Bedankt.” Iets verderop was een plekje vrij. De bus ging rijden. Ik zette mijn tas op de bank en ging ernaast zitten. Vlak achter de boerenpet.

Hier herkende ik het. We kwamen in het centrum. Ik drukte op het knopje. Niet veel later stopte de bus. Ik stapte uit. Een miezerregentje was begonnen. Met een zwaai hing ik de weekendtas over mijn schouder.
“Goed. Dorst.” Ik keek om mij heen het plein rond. “Waar is ook weer … ? O ja, daar.”
Ik passeerde mensen. Mensen passeerden mij. Het deed me niets. Ik voelde me opgelucht, maar ook wat wezenloos. De regen was weer gestopt en de zon scheen nu. Ik had nog iets meer dan zesenveertig euro.

– Franco had spullen binnen weten te laten smokkelen. Hij deed zich eraan tegoed. Wat leek op een gewoon sjekkie, zat boordevol ander spul. Het maakte hem helemaal gek. Ik heb nog nooit iemand zo door het lint zien gaan. Hij schopte en sloeg zijn slachtoffer. Koert was wekenlang uitgeschakeld. Hoe ik het voor elkaar kreeg, weet ik niet, maar ik wist bij Franco uit de buurt te blijven –

De deur klemde. Ik zette mijn schouder ertegenaan en duwde. Zuchtend ging hij open. Het café was grotendeels leeg. Aan een tafeltje zat een jong stelletje zachtjes te praten. Er klonk een Nederlandstalig lied door het lokaal. Achter de toog stond Rein. Hij was ouder en dikker geworden.
“Nee maar!” riep hij. “Wie we daar hebben? Als dat Johan Huiskamp niet is! Goed je weer te zien.”
“Het genoegen is geheel wederzijds,” zei ik. Hij kwam achter de toog vandaan en sloeg me op de schouders. We keken elkaar aan en knikten.
“Biertje?”
“Het is nog wat vroeg, maar vooruit.”
Rein ging weer achter zijn toog en deed daar zijn werk.
“Hoe staan de zaken hier?” vroeg ik.
“Alles is minder,” was zijn antwoord. Hij zette een pilsje voor mijn neus. “Maar ik mag nog niet klagen.”
“Het is hier wel stil.”
“Ja jongen, de mensen blijven weg. Het begon al met die euro. Toen gingen ze allemaal thuis zitten zuipen. Maar gelukkig heb ik genoeg vaste klanten om het hoofd boven water te houden.”
“Mooi. Een café als dit is toch een soort thuis.”
“Vroeger was alles beter,” zei Rein.
“Dat durf ik niet te beamen.”
“Wat ga je doen?”
“Geen idee nog,” zei ik. “Eerst maar eens wat zaken op orde brengen.”
“Johan! Jij hier? Hoe gaat het met jou?” klonk plots een stem naast mij. Ik keek en was niet eens verbaasd.
“Muriël.” Ik heb dat altijd een belachelijke naam gevonden.
“Lang niet gezien, zeg! Waar zat je al die tijd?” Het leek of haar stem oprecht opgetogen was.
Ik haalde mijn schouders op.
“Je bent toch niet weggevlucht uit angst om dingen te moeten goedmaken?”

– Kon ik iets goedmaken? Kan ik überhaupt nog iets goedmaken van wat ik in mijn leven allemaal fout heb gedaan?
Franco. Kokhals. De liefdeloze manier waarop hij met seks bezig was. Obsessief. Het voor elkaar krijgen werd een doel op zich. Er kwam geen vrouw aan te pas. Als je vroeg of hij op mannen viel, keek hij je aan met een blik die verried dat hij aan het uitzoeken was wáár hij het bestek in je gezicht zou planten. Ik heb het nooit gevraagd. Je moet niets zeggen. Iedereen die iets zegt, heeft iets te verbergen. Dat weet ik nu. Maar vóórdat ik dát wist.
Ik heb ondertussen geboet voor Franco. Lang geboet. Lang genoeg geboet. –

Ik schudde mijn hoofd. “Jij zit nog altijd hier in dit café, Muriël?”
“Ja. Ik ben een hoop klanten kwijtgeraakt. Ahmed heeft voorlopig een nieuw meisje in het huis gezet en ik moet op straat werken nu. Dat is wel even wat anders.” Er zat lippenstift naast haar mond. “Tegenwoordig moet ik iedere avond aan de bak om de kost te verdienen.”
“Hoe is het met je kind?”
“Kimberley is ondertussen alweer veertien. Het wordt een mooie meid. Ik heb een boel met haar te stellen. Eigenlijk moet ik veel meer thuis zijn om haar op te vangen, maar ’s avonds ben ik aan het werk.”
“Kinderen.”
“Johan? Wil je ’s kijken hier in mijn hals? Er zit daar iets, volgens mij.”
Ze trok haar blouse wat opzij. Ik legde mijn handen rond haar hals. Zo strak als haar vel op haar gezicht was, zo afstotelijk waren de rimpels en plooien in haar nek. Ik walgde van haar aanblik. Onmiddellijk voelde ik een neiging om haar keel dicht te knijpen, maar ik kon mij beheersen.
“Wat is er, Johan?” vroeg ze.
“Niets.”
“Jawel, ik merk het aan je.”
“Het is niets. Je deed me even aan iemand denken.”
“Ach zo.” Ze schikte haar kleding. “Jij nog wat drinken?”
“Nee. Ik moet gaan.”

De sleutel kraakte in het slot. Er was niet veel veranderd. Langzaam opende ik de deur, alsof ik verwachtte dat er iets bijzonders achter zou zijn. Dat was er niet. Alles zag er nog hetzelfde uit als jaren geleden toen ik het huis had achtergelaten.
Ik gooide mijn tas op een stoel in de gang. Mijn jas hing ik op de kapstok. Ik liep naar de woonkamer en plofte neer in de luie stoel. In huis was het stil. Ik sloot mijn ogen. Om mij heen klonk geen geluid. “Overal waar ik ben is het stil. De stilte wordt zo langzamerhand een voorwaarde voor mijn omgeving.” Ik luisterde naar niets. Toen ik weer om mij heen keek, was het buiten al langzaam gaan schemeren.
“Ik heb zin in een biertje.” Ik stond op en ging naar de keuken. In de ijskast stond nog wat, maar het was allemaal ver over de houdbaarheidsdatum.

Hier lees je ‘m op FOK!.

• • •
 

09-08-2019

B-log: 10 t/m 16 augustus 2019

Filed under: B-log 2019 — bazbo @ 19:56



Vrijdag 16 augustus:
Pas om zeven uur wakker. Ik was moe. Veertig minuten later heb ik de werklaptob aan. Het werkt. Dat was een vorige keer niet het geval. Wat ik verwachtte te moeten doen om de boel werkend te krijgen, hoef ik niet te doen. Wat heb ik de afgelopen dagen dan gedaan met die werklaptob waardoor het nu wel zou kunnen werken? Een wachtwoord gewijzigd, dat zal het zijn. Ik werk. Half elf loop ik naar de biowinkel voor de weekendboodschappen. Thuis koffie met De Vrouw. En vinyl. En notentaart. Verder met werken. Lunch, afwas en werk verder. In de middag wandel ik naar een supermarkt voor de laatste kleine dingetjes. Verder werken en om half vijf sluit ik de werklaptob af. Even zitten en na een half uurtje ga ik het avondeten maken. De Zoon is er om zes uur en ik serveer venkel uit de oven, een salade van bosui, koolrabi, radijs, tomaat, augurk en olijf, plus een schotel van varkenssaucijs, rode ui, peper, courgette en tandoori. Smaakt allemaal zeer goed en gaat op. Toe is er allerlei ijs. Na de afwas ga ik een ronde hardlopen. Het lukt aardig, al moet ik nog een pauze houden. Dan werk ik de webstek bij, lees en luister ik en rond half elf ga ik naar bed.
Muziek vandaag: BTTB (Ryuichi Sakamoto), Warp (Jon Balke), Magic Theatre (Gandalf), verschillende 45-toerenplaatjes uit de verzameling van mijn ouders (zie de Twitterberichten hieronder), de eerste drie plaatjes uit de doos Consequences (Lol Creme & Kevin Godley)



Donderdag 15 augustus:
Donker. Donker is het als ik op tijd opsta. Het belooft een donkere dag. Buiten, dan. Met mijzelf is het minder zwaar. Op de werkplek van alles. Tussen de middag gun ik mijzelf niet eens tijd en gelegenheid om de regen in te gaan. Gewoon verder en meer. Half zes thuis. De Vrouw serveert vis met tomatensaus en salade en ben moe en ik was het weinige af. Vervolgens werk ik de webstek bij en lees en luister ik binnen tot kwart over tien, want buiten is het donker.
Muziek vandaag: You Can’t Do That On Stage Anymore Vol. 3 (Frank Zappa), To Another Horizon (Gandalf)



Woensdag 14 augustus:
Ik ben om kwart over zes wakker en sta op. Eerst koffie, wat gepruts aan de webstek en enkele werkzaamheden voor de Kap. Kwart over acht wandel ik naar de Kap. Daar spreek ik collega’s en doe ik wat werk. Kwart over tien wandel ik er weg. Ik loop via de biowinkel naar huis. Koffie met De Vrouw op het balkon. Lezen. De Vrouw gaat om half een naar het werk. Ik doe nog wat archiverend werk voor de webstek en loop tussendoor naar een supermarkt voor sla en kleine dingetjes. Half vijf ga ik een ronde hardlopen. Het gaat aardig, al moet ik wel een korte pauze houden. Het zal komen doordat ik niet ’s morgens vroeg loop (dan gaat het echt veel beter) en doordat ik mijn ritme van om de dag heb doorbroken. Niet erg, want ik bouw het snel weer op. Thuis maak ik eten voor mijzelve: kastanjechampignons bakken, bosui erbij, paprika, courgette, beetje oregano, peper en zout en smullen. Pure smaken. De afwas van vandaag is klein. Ik werk de webstek bij en lees en luister. Rond acht uur ga ik op het balkon zitten lezen. De Vrouw is er om half negen. We praten uitgebreid bij, we eten notentaart en hebben het goed en om tien uur ga ik slapen.
Muziek vandaag: Seraphim (Paul Sutin & Steve Howe), Voyagers (Steve Howe & Paul Sutin), Zëss (Magma), The Bell (iamthemorning), Son Of Goldfinger (David Torn, Tim Berne & Ches Smith), A I R (Frode Haltli), Dreams Of Reason Produce Monsters (Mick Karn), Visions (Gandalf)



Dinsdag 13 augustus:
Geen wekker, toch om zes uur op. Ik werk al een uurtje voor Arnhem. Acht uur zitten we op de fiets en rijden we naar het ziekenhuis. Op bezoek bij de reumatologe. Ik ben in de veronderstelling dat ik spuiten ga krijgen in meerdere vingers en heb me op een zeer pijnlijke behandeling voorbereid. De dokter bestudeert mijn vingers nogmaals en constateert alleen in mijn rechterpink zo’n zwelling van het gewrichtweefsel. Op de overige vingers is het te weinig of is het wat slijtage. De ene spuit die ik krijg doet niet eens heel zeer. Vijf minuten later staan we weer buiten en rijden we terug naar huis. De Vrouw gaat op bezoek bij haar Zus. Ik zet de computer weer aan en doe – vooral rustig met mijn pink – wat werkzaamheden. Ook is er eenvoudige lunch en een klein afwasje. In de middag werk ik verder, maar nu begint de druk op en de pijn in mijn pink nadrukkelijk te worden. Au, mijn klauw. Af en toe pauze, dus. De Vrouw is om vier uur weer terug en een half uurtje later sluit ik het werk af. Ik lees op het balkon. Zes uur is De Zoon er voor het avondeten. De Vrouw serveert een schotel van ui, spek, paprika, spekbonen en tomaten, naast een varkensschnitzel en het restant salade van gisteren. Het laatste beetje fruit van gisteren is het nagerecht. De afwas kost niet eens veel tijd. Ik werk de webstek bij, lees en luister en ga rond kwart over tien weer slapen.
Muziek vandaag: Sylvian/Czukay (David Sylvian & Holger Czukay), Journey To An Imaginary Land (Gandalf), het derde, vierde en vijfde plaatje uit de doos Consequences (Godley & Creme), Flying Teapot (Gandalf), Zëss (Magma), Banks Of Eden (The Flower Kings), Fate Outsmarts Desire (Kaprekar’s Constant)



Maandag 12 augustus:
Zowaar, deze ochtend verloopt voorspoedig. Op de werkplek start de nieuwe collega en het is een goede inwerkdag. Tussen de middag wandel ik door veld en bos en zon. Ook in de middag verder. Half zes thuis. Ik maak avondeten: een fruitsalade van mango, aardbei, framboos en braam, een salade van bosui, koolrabi, komkommer, tomaat en feta, een groenteschotel van rode ui, peper, paprika en courgette, een filetlapje. De Vrouw zou om zeven uur thuis zijn, maar meldt dat ze later is. Ik eet mijn warme eten al wel vast. Acht uur is De Vrouw thuis. Ik eet salade en samen eten we de fruitsalade. De afwas is om negen uur klaar en dan werk ik de webstek bij en luister en lees ik nog iets. Rond kwart over tien ga ik slapen.
Muziek vandaag: Zëss (Magma), de eerste twee plaatjes uit de doos Consequences (Godley & Creme)



Zondag 11 augustus:
Half zeven wakker en uit bed. Drie kwartier later loop ik mijn ronde hard. Het is heerlijk weer en lopen gaat fijn. Thuis nog even in bed. Dan koffie met De Vrouw op het balkon. Vinyl ook. De Zoon is er iets na twaalf uur voor lunch. Ik was af, stofzuig, handel mail af en lees op het balkon. Eind van de middag loop ik nog een rondje buiten. Ik maak avondeten. Helemaal niet moeilijk: het is kliekendag. De chili van vrijdag stop ik in twee helften paprika en zet ik in de oven, ik warm de kalfsstoof van gisteren op, zet het restje salade en het overgebleven Arabisch brood op tafel en eten maar. Het nagerecht is het fikse restant fruitsalade van gisteren. De afwas is te overzien. Ik werk de webstek bij, lees en luister en het zo weer tien uur.
Muziek vandaag: Sivan – Hahnou Houm (Jon Balke), verschillende 7″ singles uit de verzameling van mijn ouders (zie de Twitterberichten hieronder), The Best Band You Never Heard In Your Life (Frank Zappa)



Zaterdag 10 augustus:
Zeven uur wakker en op. Koffie, wat webstek. Kwart voor negen wandel ik naar de markt voor fruit en groente. Aansluitend ga ik naar de bioslager en biowinkel. Koffie met De Vrouw op het balkon. Het waait nogal en af en toe is er plensregen, maar verder is het heerlijk. Ook vinyl. De Zoon is er om kwart over een voor lunch. Ik was af, De Vrouw gaat een boodschap doen, ik lees de krant op het balkon. Ook zet ik een pruttelpot van kalfsvlees, uien, rode eikenbladsla en tomaten aan. Aan de overkant viert een Turks restaurant een heropening na opknapbeurt. Buiten is voor de gelegenheid een terras en een discjockey die knalhard muziek draait. Het galmt nogal door de straat. Nogal wat volk is eropaf gekomen en zowel binnen als buiten zit het vol. Er is ook live muziek met veel samenzang; mooi om te zien hoe ze een feestje weten te bouwen. Pas na een uurtje is er politie en gaat het wat zachter. Het feestje gaat gewoon door. Ik maak een fruitsalade van mango, aardbei, braam en framboos. Ook monteer ik een salade van bosui, komkommer, radijs en zwarte olijf. Ik zet alles op tafel met Arabisch brood erbij. Smaakt goed. Afwas is niet groot en het afval is snel naar de containers. Ik lees op het balkon. Rond half negen werk ik de webstek bij en luister ik nog wat. Als het heel donker is, ga ik weer op het balkon zitten. Het feestje aan de overkant duurt nog even. Half elf is het weer als ik ga slapen.
Muziek vandaag: Corridor (Steve Jansen), verschillende 7″ singles uit de verzameling van mijn ouders (zie Twitterberichten hieronder), The Bell (iamthemorning)

• • •
 

Draai hier al je vinyl uit je platenkast – vrijdag 9 augustus 2019

Filed under: Muziek - Draai al je vinyl — bazbo @ 19:36



bazbo 0735: The Everly Brothers – Wake Up Little Susie
Jaja, deze hadden we in huis! Het is misschien wel de grootste jaren vijftig hit die we in de verzameling hebben staan. We draaiden hem veel en zongen het luidkeels mee tijdens de radioshows die we verzonnen als we met de koffergrammofoon speelden. Het is een hit uit 1957; op de B-kant staat Maybe Tomorrow en dat is beduidend mindere shit. Wij hebben hier een Nederlandsche uitgave van de single die op Discogs toch maar mooi zo’n vier euro kan opbrengen!

0735



bazbo 0734: The Dave Brubeck Quartet – Don’t Worry ‘Bout Me
Even wat different cook. Onlangs vertelde Onze Vader dat hij in het begin van zijn huwelijk, toen mijn ouders nog in Amsterdam woonden, wel eens de muziekwinkel in ging en dan wat plaatjes kocht, die vooral mijn moeder leuk vond. Ik verdenk Onze Vader ervan dat dit singletje voor zichzelf heeft gekocht. Of hij had ‘m al, want dit plaatje verscheen in 1956. Toen kende hij mijn moeder nog niet. Op de B-kant staat Gone With The Wind. De A-kant en de B-kant duren ieder dik acht minuten! Het lijkt dus meer een soort EP. Toen ik klein was, draaide ik dit plaatje niet en ik weet niet waarom. Later, toen ik deze singlesverzameling van mijn ouders had ingepikt en ik meer van muziek wist, associeerde ik Brubeck natuurlijk vooral met Take Five, dus toen ik deze op de draaitafel legde en afspeelde was ik nogal teleurgesteld. Dit is wat saaie, brave en slome jazz. Brubeck’s Quartet werd pas een paar jaar later veel avontuurlijker …

0734



bazbo 0733: Corry Brokken – Milord
Onze eigen Corry, mag ik wel zeggen. Wat een draak van een versie ook, mag ik wel zeggen. Dan is die van Margreet Dolman toch beter. En vervolgens de B-kant: Mustapha, zou zo’n liedje vandaag de dag nog kunnen? Mijn vader of moeder moet deze single in 1960 hebben gekocht bij Gregory, Erkende Radio Televisie Service aan de Sloterkade 151, Tel 88471 – A’dam. Althans, dat staat op de sticker in de linkerbovenhoek van het hoesje. Het hoesje is een papieren niemendalletje met een gat in het midden.

0733



bazbo 0732: Pat Boone – Don’t Forbid Me
Hoor, dit was andere koek! Dit was het lied dat ik keer na keer kon horen en dus ook draaien. Vind het nog steeds een ijzersterk stuk. Wat een stem! Nu hoor ik de B-kant, Anastasia, en dat is waarlijk een zeikstuk eerste klas. Zo’n met veel te veel violen behangen kwijllied. Ik zoek mijn singletje op Discogs op en ontdek dat ik hier een Nederlandse versie uit 1957 heb op het London label, maar dat daarop Don’t Forbid Me de B-kant is en Anastasia de A-zijde. Raar. Ondertussen zit ik met wat ik vind dat de A-kant moet zijn wel mee te brullen!

0732



bazbo 0731: Pat Boone – I’ll Be Home
Was dit ook een hit? Geen idee, eigenlijk. We draaiden deze vroeger thuis niet zo veel; de andere single die we hadden vond ik veel beter. Ook uit 1956, dit. Met I Almost Lost My Mind op de tweede kant. Niet blijven hangen, in ieder geval. Het is alsof ik ‘m voor het eerst hoor.

0731



bazbo 0730: Harry Belafonte – Banana Boat
Kijk aan, de grote bekende hit van Harry. Lied stamt oorspronkelijk uit 1956 en het is op verschillende singles uitgebracht. Ik heb een Duitsche variant uit een onbekend jaar. Op de B-kant staat Will His Love Be Like His Rum?, een liedje met een tekst van een geheel ander kaliber, lijkt me.

0730



bazbo 0729: Harry Belafonte – Mama Look At Bubu
Harry! Hier was mijn moeder helemaal weg van, herinner ik mij. Ik moet zeggen dat de stijl wel aanstekelijk is: beetje calypso, beetje Caribisch, beetje zonovergoten. Dit is een single uit 1957 en op de B-kant staat Don’t Ever Love Me. Lang niet zo leuk als de A-zijde.

0729



bazbo 0728: Paul Anka – Diana
Klassieke klapper van meneer Anka. Keihard meebrullen, weer. Mijn ouders hadden een Nederlandsche uitgave op Columbia, uit 1957. Op het tweede kantje staat Don’t Gamble With Love. Ook fijn. Het was me toch allemaal wat met de liefde in die tijd, zeg.

0728



bazbo 0727: Bob Azzam und sein Orchester – Luna Caprese
Kijk. Deze herinner ik me wel. Op de goede weg, dus. Heerlijk faute Italiaans gezongen hit van dit Duitsche ensemble. Op de achterzijde horen we Al Chiar Di Luna, soortgelijke shit. Ik heb hier de Duitsche uitgave, mono, uit 1959. Kan ik volgens Discogs zo €5,20 voor vragen. Doe hem niet weg, hoor.

0727



bazbo 0726: Adamo – Dolce Paola
En we beginnen met een plaatje dat volgens mij niet eens van mijn ouders is (geweest). Tenminste, ik kan me niet herinneren dat het in hun stapeltje zat, vroeger. Nou ja, maakt het uit. Adamo mogen we als bekend veronderstellen. Volgens het hoesje behoort hij tot ‘uw TOP artiesten op Decca’. Ik (her)ken het liedje niet als hit of zo. B-kant A Vot’ Bon Coeur ook niet. Ik heb hier een Nederlandse persing uit 1965 (mijn geboortejaar, dus we beginnen gelijk goed), die op Discogs toch wel drie euro kan opbrengen.

0726



O gut, ik vind hier nog een plank vol oude 45-toerenplaatjes … Laat ik eerst beginnen met de verzameling van mijn ouders. Eerst de ‘pop’ (van die tijd, die mijn moeder en vader kochten), dan wat cabaret, vervolgens enkele ‘verzamel’dingen (voornamelijk uit de Margriet-discotheek – niet lachen) en ten slotte klassiek werk.

• • •
 
« Vorige paginaVolgende pagina »